gereformeerd leven in nederland

23 februari 2015

Is God wel in ons midden?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

In deze wereld hebben we te maken met Gods almacht[1]. Alles begint bij Hem. Zijn Thuiszorg faalt nooit.
Maar de Here tovert niet. Hij is er niet opeens: plof!
Wie goed kijkt, kan zien wat God doet. Wie geconcentreerd kijkt, kan zien waar Hij aan het werk is. De Here werkt in een bepaalde richting.
De Bijbel staat daar vol mee.

Kijkt u bijvoorbeeld maar in Ezechiël 1: “En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend metaal”[2].
In het visioen komt de Here dus uit het noorden.
Een dominee legt uit: “Israël ligt ten westen van Babel. De storm is een noorderstorm. Een verband is niet direct duidelijk. En toch is de mededeling over de hoek waaruit de wind waait, een aanwijzing dat de Here uit Kanaän komt. Dat de Here niet uit het westen komt, heeft te maken met de routes waarlangs men in die dagen reisde. Je kon maar niet even dwars oversteken, pal naar het westen. Dan verzandde je tocht in de woestijn. De route die men volgde, die ook de ballingen hadden gevolgd toen ze naar Babel waren weggevoerd, liep via het noorden”[3].
Met andere woorden: de Here kiest echt een route. Zijn actie is zeer doordacht.
Daarbij noteer ik dat de Here aansluit bij de belevingswereld van mensen.
In dat visioen komt de Here namelijk niet uit de hemel. Hij komt niet van boven naar beneden. Zeker – Hij komt naar Zijn kinderen toe. Zelfs als ze in ballingschap zijn. Maar de Here laat in Ezechiël 1 zien waar en hoe Hij werkt. Hij laat de mensen zien dat Hij er aan komt.

En er is nog iets opmerkelijks in de profetie Ezechiël. Want de Here toont dat Hij reuze dynamisch is.
Ik citeer maar even: “En ik zag naar de wezens en zie, op de grond naast de wezens, aan de voorzijde van alle vier, was een rad. De aanblik en het maaksel van de raderen was als de schittering van een turkoois; zij hadden alle vier een zelfde vorm; hun aanblik en maaksel was, alsof er een rad was midden in een rad. Als zij gingen, konden zij naar alle vier zijden gaan; zij keerden zich niet om als zij gingen. Hun velgen waren hoog en ontzagwekkend; en bij alle vier waren deze velgen rondom vol ogen. Als de wezens gingen, gingen de raderen naast hen; en als de wezens zich van de grond verhieven, verhieven zich ook de raderen”[4].
De Here is in Ezechiël 1 dus al reuze beweeglijk.
Zijn troon wordt in het Bijbelboek Ezechiël ook nogal eens verplaatst.
In Ezechiël 8 zijn we in Jeruzalem. En dan staat daar: “En zie, daar was de heerlijkheid van de God van Israël, gelijk aan de verschijning die ik in het dal gezien had”[5].
In Ezechiël 9 kunnen we lezen: “De heerlijkheid van de God van Israël nu had zich opgeheven van de cherub waarop zij rustte, en zich begeven naar de dorpel van de tempel…”[6].
Ik citeer ook Ezechiël 10: “Toen ging de heerlijkheid des HEREN weg van de dorpel van de tempel en ging staan boven de cherubs. De cherubs hieven hun vleugels op, onder het heengaan verhieven zij zich voor mijn ogen van de grond, en de raderen met hen”[7].
En dan is er nog Ezechiël 11: “Toen verhieven de cherubs hun vleugels met de raderen naast zich, terwijl de heerlijkheid van de God van Israël boven over hen was; de heerlijkheid des HEREN steeg op uit het midden der stad en plaatste zich op de berg die ten oosten van de stad ligt”[8].

Dat laatste citaat is reuze alarmerend. Want de Here verlaat Jeruzalem. Hij gaat uit de kerkstad weg!

Vandaag de dag horen wij het nog wel eens zeggen: de Here is hier! Met name in evangelische kring hoort men wel eens vol elan roepen: God is hier bezig!
Als men dat zegt, kan dat best waar zijn. Niettemin pleit ik op dit punt voor veel voorzichtigheid.
De Here is hier – dat dachten die mensen in Jeruzalem ook. Maar toen ging de Here uit de stad vandaan. Hij maakte duidelijk: Ik zit helemaal niet aan Jeruzalem vast. Ik zit ook niet aan u vast.
De Here kiest niet alleen Jeruzalemmers uit.
Hij kijkt en kiest; en dat doet Hij wereldwijd. Vanuit alle windstreken vergadert Hij Zijn kinderen. Hij brengt ze bij elkaar. En dat kan Hij ook. Want Hij kijkt niet naar de buitenkant, maar naar ons hart.

Het is trouwens niet voor niets dat we in Ezechiël 43 de Here terug zien keren naar de tempel. Maar daar gaat het over het nieuwe Jeruzalem. Kijkt u maar: “Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon en de plaats mijner voetzolen, waar Ik wonen zal onder de Israëlieten tot in eeuwigheid; het huis Israëls zal mijn heilige naam niet meer verontreinigen…”[9].

Gereformeerd: dat is een prachtige aanduiding.
Maar die aanduiding betekent eerst en vooral dat mensen die zichzelf zo presenteren, zich dagelijks moeten bekeren. Gereformeerd, dat is geen statisch begrip.
Bij God horen, dat is geen automatisme.

Het Bijbelboek Ezechiël is niet de enige plek in de Schrift waar dat duidelijk wordt.
U kunt denken aan Exodus 17: “Hij (dat is Mozes) noemde die plaats Massa en Meriba, wegens de twist der Israëlieten en omdat zij de HERE op de proef gesteld hadden door te zeggen: Is de HERE in ons midden of niet?”[10].
Of bijvoorbeeld aan de profetie tegen de leiders van Israël in Micha 3: “De hoofden spreken er recht voor geschenken, en de priesters geven er onderricht om loon, en de profeten plegen er waarzeggerij voor geld, en daarbij steunen zij op de HERE en zeggen: Is de HERE niet in ons midden? Ons zal geen kwaad overkomen! Daarom zal om uwentwil Sion als een akker worden omgeploegd, en Jeruzalem zal worden tot steenhopen, ja de tempelberg tot woudhoogten”[11].

Daarom past in de kerk geen nonchalance.
Het is helemaal niet zo verbazend dat het in de Nederlandse Geloofsbelijdenis over het onderhoud van de kerk gaat. Daar staat: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen”[12].

Zulke bestraffing is niet nodig omdat wij er allemaal eens flink van langs moeten hebben. Als de Here straf uitdeelt, dan doet Hij dat op basis van Zijn liefde.

Een mooi voorbeeld daarvan vinden we in de brief aan Laodicea, zoals die in Openbaring 3 te lezen is. U weet het wel: Laodicea was een gemeente die niet heet was, en ook niet koud. Het was er gewoon een beetje lauw. In die brief staat onder meer: “Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u”[13].
Een dominee vatte de situatie in een preek als volgt samen:  “In Kolosse vond je koud water, lekker verfrissend. En in Hiërapolis was het water altijd heet. Allebei is handig op z’n tijd. Maar wat moet je in vredesnaam met lauw water? Dat vond je in Laodicea. Het hete water werd van elders aangevoerd, maar tegen de tijd dat het in Laodicea was was het lauw. Bah, geef me dan maar lekker koud water. Maar dit is helemaal niks”.
Ach, ze konden zich in Laodicea zelf wel redden.
Het was een bankierscentrum. De stad was beroemd om het aldaar gemaakte textiel. En er was een medisch centrum voor oogheelkunde.
In het jaar 60 na Christus vond er een grote aardbeving plaats. Maar men had geen behoefte aan hulpacties en zo. Men bouwde de stad, die in puin lag, helemaal met eigen geld weer op.
Ja, ze konden zich in Laodicea zelf wel redden.
De Here deelt straf uit.
En Hij vermaant.
Maar Hij doet ook beloften.
“Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij”[14].
Maar dan moeten we wel luisteren, natuurlijk.
En als we dat doen, dan is het loon hoog. Hoger nog dan dat van de bankier. Hoger nog dan dat van de textielbaron. Het loon van de oogarts is er een schijntje bij.
Kijkt u maar.
“Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon”[15].

Opnieuw komt daar een troon in zicht. Maar op die troon zijn in Openbaring 3 nog plekken open. Die plaatsen zijn gereserveerd. Ze worden speciaal voor ons opengehouden.
Op één voorwaarde.
“Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt”[16]!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 9 februari 2006.
[2] Ezechiël 1:4.
[3] Ds. Adrian Verbree, “Ezechiël – Bijbelstudie”. – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, © 2004. – tweede  dr. – p. 45.
In dit artikel maak ik van dit boek dankbaar gebruik. Met name de pagina’s 44 tot en met 54 waren mij van nut.
[4] Ezechiël 1:15-19.
[5] Ezechiël 8:4.
[6] Ezechiël 9:3.
[7] Ezechiël 10:18 en 19.
[8] Ezechiël 11:22 en 23.
[9] Ezechiël 43:7.
[10] Exodus 17:7.
[11] Micha 3:11 en 12.
[12] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[13] Openbaring 3:19.
[14] Openbaring 3:20.
[15] Openbaring 3:21.
[16] Openbaring 3:22.

Geef een reactie »

Nog geen reacties.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: