gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

20 oktober 2017

Verticale vrede

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Kent u professor Gerrit Cornelis van Niftrik?
Deze Nederlands hervormde theoloog leeft van 1904 tot 1972. Vanaf 1946 is hij hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doceert aldaar dogmatiek, vaderlandse kerkgeschiedenis en apostolaatstheologie. Hij is een volgeling van Karl Barth. Toch is hij het lang niet in alles met Barth eens. Zo voert hij het pleit voor de kinderdoop. Van Niftrik is, in tegenstelling tot Barth, niet tegen de vorming van christelijke politieke partijen[1].

Welnu – in een oude krant verzekert Van Niftrik zijn lezers er nadrukkelijk van dat hij voor de vrede is.
Ik citeer het volgende.
“Mijn hart gaat uit naar een gave wereld en naar een zuiver mensenleven. Een Hollandse wei met Hollandse koeien ademt vrede. Boerderijen in de Betuwe, tegen de dijk aan, en dan op zaterdagavond, zijn voor mij symbolen, wat zeg ik, sacramentele tekenen van vrede’.
Prof. Van Niftrik heeft ook graag vrede in zijn hart, en daarom zou hij best een vredesweek, ja, zelfs een vredesjaar willen zien. Als het in de vredesweek over vrede gaat, dan moet toch zeker het woord van Paulus klinken van de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat en onze harten en gedachten behoedt in Christus Jezus.
Ook wijst de professor op wat Jezus beloofde toen Hij zei: Vrede laat ik u, mijn vrede geef ik u; niet gelijk de wereld dien geeft, geef ik hem u. Hij accepteert niet dat men hem in dit kader zou beschuldigen van piëtisme. Met diverse verwijzingen naar de Schrift laat hij zien dat vrede niet primair het werk van mensen is, maar van God. Hij schrijft: Een vredesweek, die niet begint èn eindigt met de verkondiging van déze vrede, de ene en enig werkelijke vrede, heeft met kerk en evangelie eigenlijk weinig of niets te maken”[2].
En:
“Hij wijst op het geloofsstandpunt, dat de mens van nature geneigd is God en zijn naaste te haten. Hij toont aan dat de wereld in toenemende mate verhardt en verkilt. ‘Als wij werkelijk vrede willen, dan zullen wij niet met structuurveranderingen moeten beginnen, maar mensen moeten oproepen tot liefde tot God en de naaste’. Naar zijn overtuiging is het zo dat men op verandering van de mens niet kan rekenen, maar wel op het Rijk van God. De vrede van dat rijk is er”.
Tot zover het citaat uit die oude krant.

Nu het over vrede gaat, wijs ook ik nog eens op die bekende woorden uit Johannes 14: “Vrede​ laat Ik u, Mijn ​vrede​ geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw ​hart​ niet in beroering raken en niet bevreesd worden”[3].
Over die woorden schreef ik al eens: “Die woorden richt Christus aan het adres van Zijn discipelen. En via die leerlingen spreekt Hij ook tegen Zijn kerk. Wat de kerkmensen in eerste instantie niet in zich opgenomen hebben, komt later weer in het geheugen terug. De Heilige Geest zorgt ervoor dat het, om zo te zeggen, weer in het brein opduikt.
Jezus Christus zegt er wat bij: ‘Mijn vrede geef Ik u’.
De vrede van de wereld bestaat, bijvoorbeeld, uit het samen naar Jezus kijken. Maar de vrede waar de Heiland het over heeft betekent het einde van innerlijke deining, consternatie en onzekerheid. En daarbij komt een garantie: Vader is aanwezig. Het gebeurt nooit dat Hij even weg is. In Johannes 14 bereidt Jezus Christus de discipelen voor op het naderende afscheid. En inderdaad – de Heiland is nu niet meer op aarde.
Maar dat betekent voor de kerk niet dat zij nu enigszins sullig opereert in een onafzienbare leegte. Het betekent niet dat de kerk nu simpelweg iets over de Bijbel zegt, en daarmee uit. Nee, de kerk verkondigt troost. Troost van Vaderlijke presentie. Troost, omdat de Heilige Geest zich in de harten van Zijn kinderen heeft gezeteld”[4].
Dus: de drie-enige God is present. Hij is aanwezig. Wij zijn nu al verzekerd van Zijn hulp in ons dagelijkse doen. En dat is nog maar het begin!

De dichteres M. Koffeman-Zijl dichtte eens:
“Voordat Hij van ons heenging
en ons hier achterliet,
sprak Hij tot Zijn discipelen:
weet, Ik vergeet u niet.

Hij haalde in Zijn sterven
de s van vrees eraf.
Die is met Hem begraven
eens in het donkere graf.

De vrees is vree geworden,
hoewel nog niet volmaakt.
Eens geeft Hij eeuwig vrede
aan wie Hij zalig maakt”[5].
Met andere woorden: de Goddelijke presentie geeft perspectief op paradijselijke vrede in de hemel.
Op die hemelse heerlijkheid bereiden wij ons voor. En een begin van die hemelse energie ontvangen Zijn kinderen nu al. Zij zijn in Christus, en zo zijn zij verheven boven de macht van de dood!

De Vredesweek is ook in onze tijd nog een bekend fenomeen[6].
Dit jaar ging het over de kracht van verbeelding. In de ‘Verdieping van het Vredesweekthema’  lezen wij: “De kracht van verbeelding is enorm. Het stelt ons in staat om te zien wat er niet is. Het maakt mensen tot visionairs en tot fantasten. Het geeft mensen de kans in uitzichtloze situaties een voorstelling te maken van een wereld die vreedzaam en rechtvaardig is. De kracht van verbeelding is bron van hoop en van desillusie.
Als wij in de vredesbeweging spreken over de kracht van verbeelding dan hebben we de grote visionairs in de vredesbeweging voor ogen. Kenmerkend voor Mozes, Jesaja, Jezus, Gandhi, Mandela, Martin Luther King Jr., Mahmoed Taha is dat zij zich solidair verklaren met de groep van de onderdrukten”[7].
En:
“De kracht van verbeelding is als geloven dat het anders kan en dat laten zien en delen met anderen. Het is de krachten bundelen met creatieve jonge en oude mensen, met vriend en vijand. We zijn elkaar gegeven en zullen het met elkaar moeten doen”[8].

Wie dat leest, beseft dat de Vredesweek heden ten dage roemloos op aarde blijft steken. Ongetwijfeld is de inzet reuze humaan, maar de richting is horizontaal. Er wordt maar amper omhoog gekeken.
De Bijbel blijft maar al te vaak op een hoek van de tafel liggen. Geloof is getransformeerd tot sympathie en medemenselijkheid.

Zeker, professor Van Niftrik is is in zijn tijd – de twintigste eeuw – verre van Gereformeerd. Maar zijn opinie omtrent vrede kan ons vandaag nog steeds aan het denken zetten; dat blijkt maar weer.

Onze vrede moet verticale vrede wezen: voorbereiding op hemelse heerlijkheid.
Laat onze vrede vooral op de eer van de Verbondsgod gericht zijn. Dan komt de aardse vrede als vanzelf.

Noten:
[1] Zie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerrit_Cornelis_van_Niftrik ; geraadpleegd op vrijdag 6 oktober 2017.
[2] “Prof. van Niftrik levert kritiek op de vredesweek”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 19 oktober 1972, p. 2. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[3] Johannes 14:27.
[4] Geciteerd uit mijn artikel “Gods Geest zal ons onderwijzen”, hier gepubliceerd op 7 juni 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/06/07/gods-geest-zal-ons-onderwijzen/ .
[5] Geciteerd van http://docplayer.nl/5915254-Mijn-vrede-geef-ik-u.html ; geraadpleegd op vrijdag 6 oktober 2017.
[6] De Vredesweek vond dit jaar plaats van 16 tot en met 24 september.
[7] In dit rijtje is Mahmoed Taha waarschijnlijk de minst bekende persoon. Taha (1909-1985) was een ingenieur en politicus uit Soedan. Hij werd bekend vanwege zijn strijd voor onafhankelijkheid van Soedan.  Zie voor meer informatie over Mahmoed Taha https://nl.wikipedia.org/wiki/Mahmoed_Mohammad_Taha ; geraadpleegd op vrijdag 6 oktober 2017.
[8] De bovenstaande citaten komen van https://www.vredesweek.nl/media/files/thema-verdieping-website.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 6 oktober 2017.

19 oktober 2017

Durf nee te zeggen

Ruim een week geleden stond het in de krant: als er een Gereformeerde Theologische Universiteit komt, zullen de Christelijke Gereformeerde Kerken daarin niet mee doen.

De CGK trapt op de rem.

De kerken krijgen namelijk te weinig te zeggen.
En de Gereformeerde Bond krijgt te weinig invloed.
Het feit dat de GKv van Gods Woord wegschuifelt speelt ook mee.

Het Reformatorisch Dagblad verwoordde het zo.
“De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) is gisteren niet akkoord gegaan met de vorming van de Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU).
De landelijke kerkvergadering, bijeen in Nunspeet, besloot ‘de medewerking aan de totstandkoming’ van de GTU te beëindigen. Het besluit betekent dat de Theologische Universiteit Apeldoorn van de CGK, de Nederlands Gereformeerde Predikantsopleiding (NGP) in Apeldoorn en de Theologische Universiteit Kampen (TUK) van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) zelfstandig verder gaan.
De belangrijkste reden voor de CGK-synode om niet akkoord te gaan, was het zogenoemde verenigingsmodel. Daardoor zou de band met de kerken te los worden. De vergadering vond daarnaast de inbreng van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland niet substantieel genoeg.
Ook het gebrek aan vertrouwen in de GKV, die recent groen licht gaven voor de vrouw in het ambt, speelde mee in de besluitvorming. Volgens tweede voorzitter (assessor) ds. J.G. Schenau nam het vrijgemaakte besluit over vrouwelijke ambtsdragers echter ‘geen prominente rol in de vergadering in’.
Het besluit van de CGK-synode riep bij de beoogde partners teleurgestelde reacties op. TUK-rector prof. dr. Roel Kuiper spreekt van ‘een gemiste kans’ voor de gereformeerde theologiebeoefening in Nederland”[1].

Dit lijkt mij een moedig synodaal besluit binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Waarom zijn er theologische opleidingen?
Antwoord: om dominees op te leiden.
Niet om primair wetenschap te beoefenen. Niet om mee te tellen in de wetenschappelijke wereld. Niet om invloed te hebben op universiteiten in binnen- en buitenland.
Natuurlijk, als die invloed er wel is, is dat mooi meegenomen. Sterker nog: dat is prachtig. Maar daar gaat het niet om.
Het gaat om het Gereformeerde leven in Nederland. Om de gewone kerkleden die steeds weer en steeds meer over Gods Woord moeten leren. Daarom zijn er predikanten nodig. Degelijk opgeleide dominees. Om hen draait het op Gereformeerde theologische opleidingen; als het goed is tenminste.

Het CGK-besluit stimuleert ons: mensen, durf ‘nee’ te zeggen!

Vandaag de dag lijken veel christenen te denken dat je voortdurend maar concessies met doen. Want de gebrokenheid is veel te groot. Wij moeten eenheid uitstralen. Wij moeten elkaar respecteren. Wij moeten elkaar opzoeken. Wij moeten samen optrekken. Kortom: wij moeten heel veel.

Zal ik u eens wat vertellen?
Wij behoren maar één ding te doen: naar Gods Woord te leven.
Nee, bij heel veel mensen tellen we dan niet mee. Dat is droevig. Maar zeker niet onoverkomelijk.

Naar Gods Woord en wil leven: dat moeten wij in gezamenlijkheid doen.
En laten we het daarbij maar bedenken: in het Neêrlandse alfabet komt het woord ‘christelijk’ vóór het woord ‘concessies’. In een alfabetisch rijtje komt ‘christelijk’ boven ‘compromis’ te staan.

‘Nee’ zeggen in kerkelijk Nederland, dat is niet leuk. Maar het is wel nodig. Dat wel.

Noot:
[1] “Generale synode CGK zegt nee tegen GTU”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 11 oktober 2017, p. 1.

18 oktober 2017

De kerk viert haar vrijheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Exodus 13 gaat het over de heiliging van de oudste kinderen in Israël.
Dat Goddelijk bevel is een flagrante tegenstelling met de tiende plaag in Egypte: de dood van de eerstgeboren kinderen[1].

Elk oudste kind van Israëlitische komaf moet aan de Here gewijd worden.
Waarom?
Dat is een herinnering dat de Egyptische farao het volk Israël als slaven wilde behouden. De farao gunde Israël de vrijheid niet. Dat zou immers betekenen dat de farao macht in zou leveren. En wat een economische schade zou dat veroorzaken!
Welnu, in Kanaän zullen de oudste kinderen dus aan de Here gewijd zijn.
En dat is, zo leren we in het Nieuwe Testament, nog maar het begin.

In het Nieuwe Testament blijkt dat alle gelovigen geheiligd zijn.
Hoe is dat zo gekomen?
De apostel Paulus noteert in Romeinen 8: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de ​Eerstgeborene​ zou zijn onder vele broeders”.
Laat ik het zo formuleren: Jezus Christus gaat voor de kerk uit. En alle broeders en zusters wandelen met Hem door de wereld heen.

Nee, dat is niet overdreven.
Leest u maar mee in Corinthiërs 1. Daar schrijft Paulus “aan de ​gemeente​ van God die in Corinthe is, aan de ​geheiligden​ in ​Christus​ ​Jezus, geroepen ​heiligen, met allen die de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ aanroepen, in elke plaats, zowel hun als onze Heere: genade​ zij u en ​vrede​ van God, onze Vader, en van de Heere ​Jezus​ ​Christus”[2].
Als wij ’s zondags diezelfde zegengroet horen, kan het weer tot ons doordringen: wij zijn geheiligde mensen. Wij zijn door de Here Zelf apart gezet!

Ja, apart gezet. Namelijk in de lange rij van ware gelovigen.
Er zijn wel mensen die zeggen: wij moeten heiliger gaan leven. Wij moeten veel beter ons best doen.
Op een website wordt het ons toegeschreeuwd: “Hij werd zo door de liefde van God gegrepen, dat hij besloot voortaan al zijn talenten in te zetten om Gods liefde bekend te maken”[3].
Dat klinkt mooi. Dat is een kloek besluit.
Maar daar begint het niet. Helemaal niet. Onze belijdenis zegt kort en goed: het Woord van God doet Zijn werk; de Heilige Geest is volop actief: daarom is uw leven, in al zijn lengte en breedte, bevrijd.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde. Daarom is er geen sprake van dat dit rechtvaardigend geloof de mensen onverschillig zou maken voor een vroom en heilig leven. Integendeel, zonder dit geloof zullen zij nooit iets doen uit liefde tot God, maar alleen uit liefde tot zichzelf en uit vrees veroordeeld te worden. Het is dan ook onmogelijk dat dit heilig geloof in de mens niets zou uitwerken”[4].
Wij worden, om zo te zeggen, aangestuurd door Gods Heilige Geest. Wij zijn heilig instrumentarium. We worden gebruikt – en dat mogen we deze keer zo positief mogelijk opvatten.

In de kerk vieren wij de bevrijding. Elke zondag. Wij komen, als het kan, op die dag twee keer bij elkaar.
Dat is nodig. Want in de wereld om ons heen leven massa’s mensen die niet bevrijd zijn. Daarom lijkt het soms wel alsof het oorlog is. In onze omgeving.
En soms ook in ons eigen leven.
Ach – er zijn massa’s mensen die het leven, als het erop aankomt, donker inzien.
Och – wat zijn er veel mensen die menen dat ze de zaligheid kunnen verdienen; moslims bijvoorbeeld.
Maar door God uitverkoren mensen zijn verlost: onze Heiland heeft Zijn reddingswerk voltooid. De satan krijgt ons er daarom niet onder!

Jawel, de Verbondsgod weet best hoe wankel mensen staan. Als het om deze dingen gaat, zijn wereldburgers vrij gemakkelijk te misleiden. Daarom wordt in Exodus 12 reeds het Pascha ingesteld.
Daar staat onder meer te lezen: “Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het ​vee. En Ik zal aan al de ​goden​ van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de HEERE. En het ​bloed​ zal u tot een teken zijn aan de ​huizen​ waarin u verblijft. Als Ik het ​bloed​ zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen. Deze dag moet voor u een gedenkdag worden. U moet hem vieren als een feest voor de HEERE. U moet hem vieren als een eeuwige verordening, al uw generaties door”[5].
In Exodus 12 is het al duidelijk: de slavernij aan duivel en goddeloosheid gaat voorbij aan door God gekozen kinderen.

Dat Pascha heeft ook in onze tijd betekenis.
De apostel Paulus attendeert er in hoofdstuk 5 van zijn eerste brief aan de christenen te Corinthe op dat in de gemeente een grove zonde wordt getolereerd: incest. “Men hoort algemeen dat er ​hoererij​ onder u voorkomt, en wel zo’n vorm van ​hoererij​ waarvan zelfs onder de heidenen geen sprake is, namelijk dat iemand de vrouw van zijn vader heeft”[6]. Klaarblijkelijk laat men die situatie om de lieve vrede maar bestaan. Die christenen in Corinthe doen net alsof zij uitermate belangrijk zijn. Maar ondertussen…
Laten wij maar niet net doen of die Corinthische situatie ons geheel onbekend voorkomt. Ook leden van de ware kerk kunnen heel gewichtig doen, maar intussen al of niet zachtkens hun eigen zin doorzetten.
Paulus noteert daaromtrent: “Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: ​Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid”[7].
Veel duidelijker kan het niet worden gezegd!

Is het leven een feest?
Ach, heel vaak is dat niet zo. Dat weet u net zo goed als ik.
Maar het bestaan van Gods kinderen heeft in ieder geval wel een feestelijke omlijsting. Het kader van ons leven is de vrijheid in Christus.

De schrijver van het boek Exodus draait er in het bevel tot heiliging van de eerstgeborenen niet omheen: “Dit zal tot een teken zijn op uw hand en tot een band tussen uw ogen, want de HEERE heeft ons met sterke hand uit Egypte geleid”[8].

Anno Domini 2017 mogen we de almacht van God bewonderen.
En we mogen het ons blijven realiseren: het beloofde land, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, wordt ook voor ons gereed gemaakt!

Noten:
[1]  De keuze om vandaag een artikel naar aanleiding van Exodus 13 te publiceren hangt samen met het feit dat de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond Exodus 12:1-13:16 zal bestuderen. Dat zal gebeuren aan de hand van: Ds. B. van Zuijlekom, “God komt tot Zijn volk; schetsen over het boek Exodus”. – Bond van Mannenverenigingen op Geref. Grondslag, 1986. – schetsen 12, 13 en 14, p. 45-52.
[2] 1 Corinthiërs 1:2 en 3.
[3] Geciteerd van https://www.ontdekgod.nl/david-sorensen/ ; geraadpleegd op woensdag 23 augustus 2017.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.
[5] Exodus 12:12, 13 en 14.
[6] 1 Corinthiërs 5:1.
[7] 1 Corinthiërs 5:7 en 8.
[8] Exodus 13:16.

17 oktober 2017

Vast vertrouwen of wijze wetenschap

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Hoe lezen wij de Bijbel? Met die vraag hebben heel wat mensen het reuze druk, vandaag.

Laatst stond het in de krant: “Het verstaan van de Schrift is in elke tijd nodig. Tegenwoordig staan christenen er minder onbevangen in dan vroeger”[1].
Veel Bijbellezers zijn minder makkelijk geworden. Het is, menen velen, te simpel om te zeggen dat onze God en Vader de schepping in stand houdt.

Eertijds stelde men de vraag: hoe leg ik Gods Woord uit aan de mensen? Of ook: hoe maak ik Gods wil bekend? Of misschien: hoe zorg ik ervoor dat de mensen de Bijbel begrijpen? Het vak waarin men dat leerde heet hermeneutiek.
Datzelfde woord – hermeneutiek – betekent vandaag de dag vaak: hoe komt de gelovige aan zijn visie op God, de wereld, de Bijbel en zichzelf? Er moet, zegt men, meer gefocust worden op de wisselwerking tussen woord en hoorder.

Niet zo lang geleden verscheen er een boek met de titel: ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’[2]. Daarin gaat het onder meer over locutie, illocutie, perlocutie, referentie, sense en significance, en over de syntactische, semantische, pragmatische en materiële dimensie in teksten. Dat klinkt ingewikkeld. En dat is het eigenlijk ook.
Maar intussen betekent hermeneutiek vandaag dus: het interpreteren van de Bijbel in hedendaagse context.

Voor ons beeld noteer ik het volgende.
Locutie betekent: de spreekwijze.
Illocutie betekent: datgene wat iemand met een uitdrukking zeggen wil.
Perlocutie betekent: het psychologische effect dat iemand met zijn spreken wil bereiken,
Referentie betekent: vergelijking, de maatstaf voor een vergelijking.
Sense is het Engelse woord voor bedoeling of duiding.
Significance is het Engelse woord voor betekenis, belang.
Syntaxis betekent: de wijze waarop woorden en woordgroepen worden samengevoegd tot zinnen.
In de semantiek houdt men zich bezig met de betekenis van woorden[3].

Als wij goed kijken, ontdekken we in de alinea hierboven al hoe mensen in het Bijbellezen centraal komen te staan. Het gaat over datgene wat mensen willen zeggen. En over psychologie. En klaarblijkelijk ook over het belang, het gewicht dat mensen aan Bijbelteksten toekennen[4].

Dit alles zo zijnde, komt de vraag naar voren: hoe interpreteren we Zondag 9 van de Heidelbergse Catechismus?
U weet wel: “Dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert, om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is. Daarom vertrouw ik zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede. Want Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een trouw Vader”[5].

In Zondag 9 gaat het over de trouwe Vader. En over ons onbegrensde vertrouwen op God, onze Vader.
Wij geloven in Hem. Het is niet zo dat wij alles om ons heen voortdurend interpreteren. Het is niet zo dat wij een eigen betekenis geven aan mensen en dingen in onze omgeving. Welnee.
Onze Vader heeft ons geschapen.
Om het met Job 33 te zeggen:
“De ​Geest van God​ heeft mij gemaakt,
en de adem van de Almachtige heeft mij levend gemaakt”[6].

De Almachtige heeft ons levend gemaakt, staat daar in Job 33.
Dat staat daar als een feitelijkheid.
Dat kunnen we natuurlijk op onze eigen manier uitleggen. Zo van: God heeft iets van mij gemaakt. Of bijvoorbeeld: God zorgt ervoor dat wij iets van ons leven kunnen maken. Of misschien: dankzij God krijgt ons leven een nieuwe dimensie. Of: zonder God wordt het in ons leven een tamelijk saaie, bijna dooie boel.
Misschien zegt u: maar dat staat er helemaal niet! Dat klopt. Dat staat er niet. Maar in de hermeneutiek lijkt men steeds vaker wel zulke redeneringen te volgen. Ziet u het probleem?

Waar geloof heeft alles te maken met een stellig weten en een vast vertrouwen. Zo staat dat in de Catechismus[7]. Welnu, bij veel wetenschappers is die zekerheid verdwenen. De leegte wordt opgevuld met dure woorden en vaagheden.

De apostelen deden hun zendingswerk in vertrouwen op de Here.
Zo staat dat bijvoorbeeld in Handelingen 14: “Zij verbleven daar (in Ikonium) dan lange tijd en spraken vrijmoedig, in vertrouwen op de Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord van Zijn ​genade​ en tekenen en wonderen door hun hand liet gebeuren”[8].

Laten ook wij, anno Domini 2017, zulk vertrouwen maar in praktijk brengen. Eenvoudig, en zonder opsmuk. Anders worden wij binnen de kortste keren door een kwellende onzekerheid bevangen.

Noten:
[1] “Christen minder onbevangen in lezen Schrift”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 september 2017, p. 2 en 3.
[2] De gegevens van dit boek zijn: Ad de Bruijne en Hans Burger (redactie), “Gereformeerde hermeneutiek vandaag – theologische perspectieven” (TU-bezinningsreeks, nummer 18). – De Vuurbaak B.V., 2017. – 284 p.
[3] De meeste begrippen en hun betekenis kunt u vinden op http://www.encyclo.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 28 september 2017.
[4] Zie hierover ook: dr. G.A. van den Brink, “Niet vanuit de tekst, maar vanuit de hoorder”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, donderdag 28 september 2017, p. 11.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[6] Job 33:4.
[7] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.
[8] Handelingen 14:3.

16 oktober 2017

Sores op een Schooldag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Een krantenbericht over de zogeheten Schooldag van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) wekt immer mijn belangstelling. Zelf ben ik jarenlang lid geweest van een GKv. Alleen daarom al volg ik graag nog een beetje wat er aldaar gebeurt.

Dit jaar blijken er tijdens die Schooldag sprekers van statuur op te treden.
Bijvoorbeeld dr. A.J. Plaisier, predikant en oud-scriba van de Protestantse Kerk in Nederland.
En drs. P.J. Vergunst, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de PKN.
En dr. M.H. Oosterhuis, preses van de Generale Synode van de GKv.
En dr. J.E. van Muijlwijk-Koezen, bestuurslid van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.
Dat zijn, om zo te zeggen, geen mensen van de achterste bank.

Wat staat er zoal in dat krantenbericht?
Laat ik enkele citaten geven.

“De kerk moet op weg naar 2030 de inhoud centraal stellen. In plaats van gericht te zijn op de eigen organisatie moet ze ‘letten op de Stem van de Bruidegom’.
En:
“De kerkelijke organisatie behoort tot een minimum te worden teruggebracht en mensen met charisma en een roeping moeten de ruimte krijgen”.
En:
Het is zo “…dat de Bijbel gewoon een heel moeilijk boek is waaruit je tot verschillende opvattingen en exegesen kunt komen. Het heeft er ook mee te maken dat ons kennen onvolkomen is’.
Dr. Plaisier: ‘Zou het helpen als we ons niet alleen terugtrekken in onze kamer en de Bijbel alleen lezen, maar ook samen met anderen bezien wat de Bijbel ons leert? Al ons denken en uitleggen heeft bovendien maar één doel, dat we ons richten op Christus Zelf’”[1].

Hebben onze ouders en grootouders het vroeger niet goed gedaan?
Natuurlijk wel.
Er zijn veel trouwe kerkleden. Al die mensen kunnen Psalm 71 mee belijden:
“O God, U hebt mij onderwezen vanaf mijn jeugd
en tot nu toe verkondig ik Uw wonderen”[2].
Nogmaals vraag ik: hebben onze ouders en grootouders het vroeger niet goed gedaan?

Men spreekt over mensen met charisma en roeping.
Dat is opmerkelijk. Gaan wij het kerkterrein indelen in niet zo bijzondere mensen en buitengewone, opvallende mensen?
Wat moet ik vervolgens met Romeinen 8? U weet wel: “En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de ​Eerstgeborene​ zou zijn onder vele broeders. En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.
Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?”[3].
Hij werkt naar de raad van Zijn wil. Hij maakt van alle gelovigen schepselen die volkomen geschikt zijn voor de heerlijkheid!

Is de Bijbel een moeilijk boek?
Er zijn wel mensen die zeggen: de Bijbel is heel beknopt geschreven. Want vroeger was het schrijven van een boek heel tijdrovend, en bovendien tamelijk duur. Daarom zijn de gedachtesprongen groot. Wij moeten heel veel zelf invullen.
Er zijn wel mensen die zeggen: de schrijvers kenden hun luisteraars, en wisten wel ongeveer wat ze konden weglaten.
Er zijn wel mensen die zeggen: de Bijbel is ontstaan in culturen die in alles verschilden van die van ons. Als u de Bijbel wilt snappen, moet u veel studie van die oude culturen maken.
Er zijn wel mensen die zeggen: oude vertalingen bevatten veel kerkelijk jargon. Dat jargon is moeilijk te begrijpen.
Er zijn wel mensen die zeggen: als je de Bijbel helemaal wilt lezen, kost je dat zeker zeventig uur. Tegenwoordig is dat bijna niet meer te doen.
Er zijn wel mensen die zeggen: de Bijbel is een irritant boek. Er staan heel wat ergerlijke dingen in. En het gaat bovendien nog over geweld. Dat willen we toch niet meer lezen, vandaag de dag?[4]
Als ik dergelijke dingen lees, vraag ik mij vaak af of die sprekers wel eens aandachtig rondgekeken hebben in de kerk. Wat mij aangaat: ik zie daar allerlei mensen. Ja, ik zie daar ook doeners die geen universitaire studie gedaan hebben, maar die wel eenvoudigweg geloven wat er in Gods Woord staat – punt. Persoonlijk word ik altijd heel blij van die mensen. Laat ik dan misschien iets meer geleerd hebben, ik voel mij zeer met die niet zo geleerde kerkmensen verwant!
Zijn de dames en heren academici een tikkeltje wereldvreemd aan het worden? Ik vraag het maar.

Wij moeten de Bijbel samen lezen.
Inderdaad.
Juist daarom is het verenigingswerk van groot belang. Want je kunt niet alles weten. In de kerk maken wij, als het goed is, gebruik van elkaars kennis en wijsheid!

De kerk moet op weg naar 2030 de inhoud centraal stellen.
Ja, dat is waar. Nou en of.
Alleen maar, dat moest in 1944 ook. En in 1967 ook. En in 2003 ook.
Al dat gepraat over 2030 lijkt een afleidingsmanoeuvre. Want zolang het over de toekomst gaat, hoeft men het over de problemen van vandaag niet te hebben.
Dat is merkwaardig.
Hoogst merkwaardig.

Noten:
[1] “Schooldag Kampen: stel inhoud centraal in de kerk”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 25 september 2017, p. 9.
[2] Psalm 71:17.
[3] Romeinen 8:28-31.
[4] Zie hierover https://visie.eo.nl/2013/06/waarom-bijbellezen-moeilijk-is/ ; geraadpleegd op dinsdag 26 september 2017.

13 oktober 2017

Vernieuwender dan D66

In een oude krant, verschenen in oktober 1972, kwam ik de volgende tekst tegen.

“Niet ten onrechte heeft de Amsterdamse afdeling van de KVP geëist dat drs. Hans Gruijters van D’66 zijn uitspraken over ‘de onbetrouwbaarheid van de christen-democratische partijen’ terugneemt. Zelfs in de politiek zijn er grenzen. De omschrijving in de desbetreffende motie van de KVP-Amsterdam van Gruijters’ uitlatingen is namelijk nogal aan de milde kant. In een vraaggesprek (…), enkele weken geleden, zei de heer Gruijters letterlijk: ‘Ik heb aan die confessionele heren geen boodschap. Ze hebben twee millennia (tweeduizend jaar) van onbetrouwbaarheid achter zich’.
Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over: de hele ellende met de confessionelen, met hen die handelen uit een geloofsbelijdenis, is begonnen bij Christus’ geboorte.
Nu liggen er om te beginnen in die tweeduizend jaar geschiedenis vele bewijzen van een bijna bovenmenselijke betrouwbaarheid der confessionelen — welke benamingen ze in die twintig eeuwen ook gedragen mogen hebben.
En verder klinkt een dergelijk oordeel nogal pedant uit de mond van een vertegenwoordiger van een partij die pas zes jaar oud is, en die toch al kans heeft gezien in die zes jaar een van de credo’s waarmee ze de politieke markt veroverde, het pragmatisme, onder de tafel te werken”[1].

Men hoort vaak beweren dat Gereformeerden onbetrouwbaar zouden zijn. ‘Zij zijn niks beter dan mensen die nergens aan doen’. En dan zeggen we in de kerk: ach ja, zulk gepraat is modern.
Het bovenstaande toont aan dat dat onzin is. Dergelijk spreken is van alle tijden.

De heer J.P.A. Gruijters leefde van 1931 tot 2005. En hij was niet de eerste de beste. Hij was één van de mede-oprichters van D66. Hij was Tweede Kamerlid. Voorts was hij tussen 1973 en 1977 minister van volkshuisvesting[2]. Uitspraken van zo’n politiek zwaargewicht hebben natuurlijk een zware lading.

We zien een diepgewortelde tegenstand tegen Christus’ kerk.
En één ding moet men D66’ers nageven: ze zijn daarin vrij consequent.
U kent ook de houding van de huidige D66-politici wel: ‘bij de gratie Gods’ moet uit wetteksten verdwijnen, kerken mogen geen toegang meer krijgen tot de gemeentelijke basisadministratie, de Zondagswet moet op de schop. En: liever geen samenwerking met de ChristenUnie tijdens de kabinetsformatie; D66’ers betreuren het eigenlijk dat dat laatste wel moest.
Wat is de achtergrond van dergelijke stellingen? Antwoord: iedereen moet gelijk behandeld worden.

Thans komen wij tot de kern van de zaak.
Behandelt God de mensen niet gelijk? Antwoord: neen, geenszins.
Laat ik de Dordtse Leerregels citeren: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost”[3].
Het Evangelie dat ook vandaag tot ons moet doordringen is: de God van hemel en aarde is genadig. Ware Hij dat niet geweest, dan was het op deze aarde een bende. Een totale chaos. Sterker nog: dan was deze aarde wellicht inmiddels totaal vernietigd.

Het Evangelie van Gods genade vraagt om geloof.
De vraag is: hechten wij geloof aan Gods Woord, of niet?
Daarbij behoren wij te bedenken dat de God van hemel en aarde tijd en wereldgeschiedenis overziet. Om met Handelingen 15 te spreken: “Aan God zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend”[4].
Kijk, dat is nog eens wat anders dan die tweeduizend jaar van de heer Gruijters. Trouwens, meneer Gruijters werd 73. Daarna kreeg hij te maken met het oordeel van God. Denkt u in dat verband maar aan Hebreeën 9: “En zoals het voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt, zo zal ook ​Christus, Die eenmaal geofferd is om de ​zonden​ van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder ​zonde​ gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[5].

Die uitlating van meneer Gruijters brengt ons bij de antithese. En ja, die kloof tussen kerk en wereld is ook vandaag, anno Domini 2017, wijd en diep.
Gereformeerden worden vernieuwd in de geest van hun denken. Zij bekleden zich “met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[6].
Die mens gaat de door D66 zo vurig gewenste maatschappelijke vernieuwing ver voorbij!

Noten:
[1] Geciteerd uit: Nederlands Dagblad, vrijdag 13 oktober 1972, p. 2 (rubriek Persschouw). Onder meer te vinden via www.delpher.nl .
[2] Zie voor meer informatie over hem http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/gruijters ; geraadpleegd op maandag 25 september 2017.
[3] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[4] Handelingen 15:18.
[5] Hebreeën 9:27 en 28.
[6] Zie Efeziërs 4:24.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.