gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

18 april 2019

Brand in Parijs

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De uitslaande brand in de Notre Dame in Parijs – dat was het nieuws van de afgelopen dagen[1].
Het iconische gebouw in de Franse hoofdstad ging grotendeels verloren.
De Franse president Macron sprak stoer: de Notre Dame zal binnen vijf jaar worden herbouwd[2]. Dat zijn, zo valt te vrezen, troostwoorden die niet bewaarheid zullen worden. Maar de intentie is duidelijk.

De Notre Dame heeft een bewogen geschiedenis achter de rug.
Men schreef daarover: “De Notre Dame heeft gedurende haar bestaan ook regelmatig te lijden gehad onder vandalisme en geweld. In 1548 werd de kerk bijvoorbeeld beschadigd door Hugenoten en in 1793 werd de kerk geplunderd tijdens de Franse Revolutie. Hierbij werden alle standbeelden van de koningen van Judea onthoofd, omdat de revolutionairen dachten dat de beelden de koningen van Frankrijk moesten voorstellen. De Notre Dame raakte het zwaarst beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog. De enorme kerkklok Emmanuel bleef echter heel, waardoor die in de nacht van 24 augustus 1944 aan kon geven dat de bevrijding van Parijs onderweg was”[3].
Hoe dat alles zij – het Parijse vuur doet denken aan woorden uit 1 Corinthiërs 3: “Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen”[4].

In 1 Corinthiërs 3 gaat het over de kerk.
Die kerk is, zo schrijft Paulus, het gebouw van God. En wie was de uitvoerder van de bouw? Antwoord: Paulus. Hij heeft het fundament van het geloof gelegd.
Op Gods tijd zullen andere mensen aan Gods gebouw verder bouwen. Hoe gaan ze dat doen? Zij moeten in ieder geval geen ander fundament leggen. Logisch eigenlijk. Men gaat toch geen twee fundamenten leggen voor hetzelfde gebouw?
Welnu, zegt Paulus, op dit moment ligt er het meest deugdelijke fundament dat men zich kan indenken: Jezus Christus. Op Hem kun je bouwen. Hij is altijd Dezelfde. Hij is onveranderlijk. Met dat magnifieke fundament zakt Gods gebouw nooit scheef!
Dat gebouw kan trouwens wel voor een deel instorten.
Dat gebeurt als toekomstige bouwers ondeugdelijk bouwmateriaal gebruiken. Stro bijvoorbeeld. Of hout. Dat werkt op de lange duur niet.
Op de Jongste Dag zal blijken hoe er gebouwd is. Want op die dag is overal vuur. Dan zullen we zien wat er werkelijk houdbaar is.

Overal vuur op aarde?
Jazeker.
De profeet Maleachi spreekt er over in hoofdstuk 4: “Want zie, die dag komt, brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedigen en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden. En de dag die komt, zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE van de legermachten, Die van hen wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der ​gerechtigheid​ opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. U zult de goddelozen vertrappen. Voorzeker, stof zullen zij worden onder uw voetzolen op die dag die Ik bereiden zal, zegt de HEERE van de legermachten”[5].

Daar is de brand in de Notre Dame nog niets bij.

Zeker, het is droevig dat een historisch monument als de Parijse kathedraal ten prooi valt aan een verwoestende vlammenzee. Aan het gebouw werd gewerkt tussen 1163 en 1345.
Jazeker, het is mooi als er veerkracht wordt getoond. Maar het is niet het belangrijkste.

Want de vraag is natuurlijk hoe het met onszelf afloopt.
Wie op het fundament van Christus bouwt zal gered worden. Maar het kan best zo zijn dat het verrichte werk vernietigd wordt, omdat het ondeugdelijk gebleken is.
De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee G. van Rongen schreef eens: “Het komende oordeel wordt voorgesteld onder het aanvullende beeld van een grote brand. Als het werk van de bouwer deze brand doorstaat, zal hij worden uitbetaald. Zo niet, dan wordt zijn werk door het vuur verteerd. Dan lijdt hij schade, verliest hij aan het karwei — hoewel hij zelf als door vuur heen gered zal worden: hij heeft toch op het gelegde fundament gebouwd”[6].

De brand in de Parijse Notre Dame heeft een boodschap voor ons allemaal.
De kathedraal is gewijd aan ‘Onze Lieve Vrouwe’; aan Maria, de moeder van Jezus dus.
Maar Gods Woord wijst ons op het verlossingswerk van Jezus Christus. Op Pasen bleek Zijn grote macht. Hij verliet het graf, en luidde het tijdperk van de laatste dingen in.
Inderdaad – de brand in de Notre Dame is een ingrijpende gebeurtenis.
Maar de vraag is op Wie wij bouwen. De vraag is bovendien hoe wij bouwen.
Daar horen we buitengewoon weinig over. Dat levert een immens grote lege plek op. Een plek die aanzienlijk groter is als de smeulende puinhopen van de Notre Dame de Paris.

Noten:
[1] De brand brak maandagavond 15 april 2019 uit. Zie verder https://nl.wikipedia.org/wiki/Brand_in_de_Notre-Dame_van_Parijs ; geraadpleegd op woensdag 17 april 2019.
[2] Zie hierover https://nos.nl/artikel/2280796-macron-notre-dame-binnen-vijf-jaar-herbouwen-kathedraal-wordt-nog-mooier.html ; geraadpleegd op woensdag 17 april 2019.
[3] Geciteerd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-de-notre-dame-de-paris ; geraadpleegd op woensdag 17 april 2019.
[4] 1 Corinthiërs 3:15.
[5] Maleachi 4:1, 2 en 3.
[6] Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – p. 27.

17 april 2019

Via de richters naar Pasen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Over enkele dagen is het Pasen. We vieren het feest van Christus’ triomf over de dood. Hij staat op uit het graf, en laat de dood achter zich!

In Richteren 2 staan ook mensen op.
Leest u maar mee: “En de HEERE deed richters opstaan, die hen verlosten uit de hand van hen die hen plunderden. Zij luisterden echter ook niet naar hun richters, maar gingen als in ​hoererij​ achter ​andere ​goden​ aan en bogen zich voor hen neer. Al snel waren zij afgeweken van de weg die hun vaderen gegaan waren, toen die luisterden naar de geboden van de HEERE. Zíj deden zo niet. En wanneer de HEERE voor hen richters liet opstaan, was de HEERE met de ​richter​ en verloste Hij hen uit de hand van hun vijanden, al de dagen van de ​richter, want het berouwde de HEERE vanwege hun gekerm over hen die hen onderdrukten en die hen in het nauw brachten”[1].

Nee, die richters staan niet uit zichzelf op. De Here geeft hen zogezegd een duw in de rug. Hij werkt Zelf aan reformatie. Want als mensen dat moeten gaan regelen komt er niets van terecht. Dan komt er deformatie. En uiteindelijk zelfs secularisatie.
Er is, schrijft een exegeet, in de tijd sprake van een cyclus van “afgoderij, verdrukking, bekering, verlossing en opnieuw afgoderij”[2].
Dus: mensen gaan uit zichzelf de afgang tegemoet. Hun leven is, als er niks gebeurt, een spiraal naar beneden. Welnu – daar  haalt Jezus Christus hen met Pasen uit. Hij zegt niet: hou op met dat gekerm, ‘t is je eigen schuld. Nee, Hij doet er wat aan. Hij betaalt onze schuld. Zo komt er in het leven een geweldige ommekeer!

In de tijd van de richters komt Gods Heilige Geest in actie. Dat blijkt heel expliciet uit Richteren 3. Kijkt u maar: “Toen riepen de Israëlieten tot de HEERE. En de HEERE deed voor de Israëlieten een verlosser opstaan, die hen verloste: Othniël, de zoon van Kenaz, de broer van Kaleb, die jonger was dan hij. En de Geest van de HEERE was op hem en hij gaf leiding aan Israël en trok ​ten strijde”[3].
We kunnen wel zeggen dat het in de Richterentijd zelfs even een beetje Pinksteren wordt!

Richters kunnen we zonder bezwaar beschouwen als onderherders van de goede Herder.
Dat blijkt bijvoorbeeld in 1 Kronieken 17, waar God zegt: “Heb Ik ooit, overal waar Ik met heel Israël rondtrok, een woord gesproken tot een van de richters van Israël, die Ik bevolen had Mijn volk te weiden: Waarom bouwt u voor Mij geen ​huis​ van cederhout?[4]
Welnu – met Pasen staat de echte Herder op. In Johannes 17 gaat die Herder in gebed naar Zijn Vader toe: “Ik ​bid​ voor hen. Ik ​bid​ niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U”[5].
Omdat wij Zijn eigendom zijn en met een onverbrekelijke band aan Hem zijn verbonden, staan wij ook op!
Dat is het perspectief van Pasen.
Zo gaat de toekomst open. Ook anno Domini 2019!

Daarom mogen wij weten dat onze aftakeling, ons sterven niet het einde is.
Paulus noteert in 1 Thessalonicenzen 4: “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn”[6].
In ons sterven gaan wij een nieuwe toekomst tegemoet!

Onlangs was in het Nederlands Dagblad te lezen: “Mensen ervaren moeite met een God die geweld gebruikt. Ook als het gaat over God die zijn Zoon aan het kruis laat sterven, als een doelbewust offer, signaleert literatuurcriticus en journalist Tjerk de Reus in een essay in De Nieuwe Koers. ‘We zijn uiterst gevoelig geworden voor geweldsmisbruik en dat geeft ons een zekere bedremmeldheid op dit punt. Hoe kan er in God de neiging tot geweld zijn? Zelfs tot het toelaten van de dood van zijn Zoon?’”[7][8].
Wie zo tegen Pasen aankijkt, moet zijn mening herzien. God is volop in actie! Hij werkt actief aan een heerlijk heilsplan!

Mensen vinden Pasen soms een feest van tragiek. Dat wat Jezus overkwam, dat is toch rampzalig? Iets van dat drama zien we terug in The Passion.
Voor dat evenement wordt in de media flink reclame gemaakt. Men beijvert zich om ons te melden:  “De negende editie van The Passion wordt op donderdag 18 april 2019 opgevoerd in Dordrecht en wordt live uitgezonden vanaf 20.30 uur op NPO 1 en NPO Radio 2.
The Passion vertelt tijdens een groots en uniek muziekevenement over het lijden, sterven en de opstanding van Jezus. Bekende artiesten steken dit eeuwenoude verhaal in een nieuw jasje aan de hand van hedendaagse Nederlandse popnummers. Net als voorgaande jaren trekt er een processie met duizend mensen en een groot verlicht kruis door de straten op weg naar het hoofdpodium”[9].

Welnu – laten we mét dat al nooit vergeten dat Pasen eigenlijk een feest van triomf is. Triomf over de dood!
Het leven is een voortdurend sterven. Zo staat dat in het Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”[10]. Maar mensen van het verbond blijven daar niet bij stil staan.
Laten we zo naar Pasen toe leven!

Noten:
[1] Richteren 2:16, 17 en 18.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij Richteren 2:11-19.
[3] Richteren 3:9 en 10 a.
[4] 1 Kronieken 17:6.
[5] Johannes 17:9.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:16 en 17.
[7] ‘Bedremmeldheid bij Jezus’ kruisdood’. In: Nederlands Dagblad, maandag 15 april 2019, p. 7; rubriek: Blogs en bladen.
[8] De Nieuwe Koers is een christelijk opinietijdschrift dat in Nederland verschijnt. Zie bijvoorbeeld ook https://www.denieuwekoers.nl/contact ; geraadpleegd op maandag 15 april 2019.
[9] Geciteerd van https://www.thepassion.nl/veelgestelde-vragen/ ; geraadpleegd op maandag 15 april 2019.
[10] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 514.

16 april 2019

De paasboodschap van Psalm 126

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Volgelingen van Christus moeten keuzes maken[1]. Hun hele leven lang. Kiezen is niet makkelijk. Al was het alleen al vanwege de kerkelijke situatie in Nederland. De versnippering is groot. Als gewone burger heb je soms de neiging om te vragen: wie heeft er gelijk? En ook: waar moeten wij naar toe?

Als het om deze dingen gaat heeft Psalm 126 ons wel iets te zeggen.
Ik citeer:
“Een ​pelgrimslied.
Toen de HEERE de gevangenen van ​Sion​ terug deed keren,
waren wij als mensen die droomden.
Toen werd onze mond vervuld met lachen
en onze tong met gejuich.
Toen zei men onder de heidenvolken:
De HEERE heeft grote dingen bij hen gedaan!
De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan,
daarom zijn wij verblijd”[2].

Opvallend in deze psalm is de mate waarin Israël afhankelijk blijkt te zijn van de Here.
We zien de passiviteit van Israël:
– De Here deed terugkeren;
– de mond werd vervuld met lachen
– de tong werd gestuurd bij het juichen.

In dit Geestelijk lied is de terugkeer uit ballingschap het vertrekpunt.
Mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Maar als het er op aankomt, is het de Verbondsgod die de zaak aan moet sturen. En dan gaan de mensen aan het werk.

Dat kon men zien. De mensen konden er niet blind voor blijven. De mensen moesten wel kijken. Of zij dat nu leuk vonden of niet.
Het viel zelfs de heidenen op. Uitgerekend de mensen die God niet volgen zeiden: moet je nou toch kijken wat daar gebeurt!

Psalm 126 spreekt ook in de tegenwoordige tijd.
Er zijn, als deze psalm geschreven wordt, grote problemen. Er gaat in het leven van alles verkeerd. Er moet een radicale koersverandering plaatsvinden. En de mensen weten het wel: de Here moet die koers verleggen. Dat kunnen wij niet zelf.

Er is een radicale koersverandering nodig:
“HEERE, breng een omkeer in onze gevangenschap,
zoals waterstromen in het zuiden”[3].
Het Zuiderland – dat is de Negev-woestijn. In de zomer is het er droog, dor en heet. Onherbergzaam land van het type: brandend zand en nergens water. Door de winterregens stromen de geulen echter vol. Bloemen en planten leven in een oogwenk op. Welnu, zo’n omkeer wordt in Israël vurig begeerd. Net als in een natuurfilm: alles is droog en dor en geel, en na een beste plensbui zie je alles groen worden. In zo’n film wordt dat natuurlijk wel eens versneld. En de dichter van Psalm 126 wenst klaarblijkelijk zulk versneld ingrijpen van God.

Vele Israëlieten hebben die wens ook in de mond genomen.
Psalm 126 is tenslotte een bedevaartslied: een lied dat men zong terwijl men onderweg was van of naar Jeruzalem.

Dat is voor ons allemaal verleden tijd.
Wat moeten wij er dan mee?

Herinneringen ophalen is lang niet altijd leuk.
Kijk alleen maar naar de kerkgeschiedenis. Daar wordt men niet blijer van: 1886, 1905, 1926, 1944, 1967, 2003, 2009…: ik hoef die jaartallen niet allemaal toe te lichten. Laat het genoeg zijn dat hier genoteerd staat dat al die jaartallen te maken hebben met conflicten om de waarheid.
Laten we wèl wezen – al dat geruzie: daar wil je toch liever niks mee te maken hebben? Dat stop je toch veel liever weg?

Maar waarom zingen we Psalm 126 dan nog?
Is dat niet ouderwets?
Is dat geen misplaatste psychologie waarmee voornamelijk pijnlijke herinneringen naar boven worden gehaald?
Toch niet.

Want Psalm 126 gaat ook over de toekomst:
“Wie met tranen ​zaaien,
zullen met gejuich maaien.
Wie het ​zaad​ draagt en dat ​zaait,
gaat al wenend zijn ​weg;
maar hij zal zeker terugkomen met gejuich,
en zijn ​schoven​ dragen”.

Dat zaaien gebeurt in treurnis. Maar hier is iets unieks aan de hand. De zaaier die hier doende is weet het zeker: wat ik hier aan het doen ben, garandeert een prima oogst. Echt: een geweldige oogst. Daar kan geen boer tegenop!

Waarom o waarom is die huilende zaaier nu eigenlijk zo blij?
Omdat hij zeker weet dat de toekomst in Gods handen ligt.
En dat laatste geldt zeker ook voor ons!

Alleen dáárom al mogen ook wij, als wij Psalm 126 zingen, nog wel iets verder kijken.
We weten het: ook de opstanding heeft alles met zaaien te maken.
Ik citeer een paar verzen uit 1 Corinthiërs 15.
“Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt en met wat voor lichaam komen zij terug? Dwaas, wat u ​zaait, wordt niet levend, als het niet gestorven is. En wat u ​zaait, daarvan ​zaait​ u niet het lichaam dat worden zal, maar een kale graankorrel, al naar het voorvalt, van tarwe of van een van de andere graansoorten.
God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vissen is verschillend, en dat van vogels is verschillend. En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend. De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster. Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt ​gezaaid​ in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt ​gezaaid​ in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt ​gezaaid​ in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt ​gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt”[4].
De verschillen zijn enorm!
De variatie is ongekend!
Onvoorstelbaar – maar het wordt waar!

Hoe dat gaat, dat weten wij niet.
Maar we weten wel dat het gebeurt. En we weten dat de eerste opstanding inmiddels heeft plaatsgevonden. En er komen nog meer opstandingen. Nog veel meer.
Nog maar eens 1 Corinthiërs 15: “Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in ​Adam​ sterven, zo zullen ook in ​Christus​ allen levend gemaakt worden”[5].

Die bedevaartgangers die Psalm 126 zongen, die wisten dat allemaal nog niet. In feite waren al die zangers, zonder dat zij het wisten, profeten.

Nu zingen wij Psalm 126.
En wij weten ook niet exact hoe dat in de toekomst allemaal precies gaat. En hoe het op de Jongste Dag wezen zal, dat weten we ook niet precies.
Het enige wat wij nu doen, dat is begraven. Wij zaaien een lichaam, in afwachting van die laatste Dag. Wij zingen Psalm 126.
En wij zijn profeten. Dat weten we. Mogen we hopen.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 11 april 2006.
[2] Psalm 126:1, 2 en 3.
[3] Psalm 126:4.
[4] 1 Corinthiërs 15:35-44 a.
[5] 1 Corinthiërs 15:20, 21 en 22.

15 april 2019

Rust bij code rood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Wij leven, zegt men, in een onrustige tijd.
Dat klinkt heel actueel. Maar het is van alle eeuwen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit Jeremia 4. Ik citeer: “Mijn binnenste, mijn binnenste, ik krimp ineen, wanden van mijn ​hart! Mijn ​hart​ is onrustig in mij, ik kan niet zwijgen, want u, mijn ziel, hoort bazuingeschal en krijgsgeschreeuw”[1].

Jeremia is dus ook onrustig.
Waarom?

Wie een ogenblik naar Jeremia 4 als geheel kijkt, ziet dat God Zijn volk oproept om de afgoden weg te doen. ‘Kom bij Mij terug!’.
Spreek de waarheid, zegt God. Zorg voor eerlijke rechtspraak.
Dat trekt ook mensen uit het buitenland aan. Want zij zullen zeggen: wij willen dat ook wel; wij willen ook door de Here gezegend worden!
Maar de God van hemel en aarde spreekt vooral tegen Zijn volk, rechtstreeks en zonder meel in de mond: Begin maar helemaal opnieuw! Ga Mij weer gehoorzamen. Niet alleen met woorden; zorg dat je er met hoofd en hart bij bent.
Maar nee, de boodschap vanuit de hemel is niet alleen maar vreedzaam. In Jeremia 4 heerst geen rustig sfeertje, waarbij je lekker rustig in je stoel achterover kunt leunen.
Het is namelijk code rood!
Alarm!
Wegwezen – en snel!
Want er komt een ramp aan!
Er is een vijand in aantocht, vanuit het noorden. Het land wordt verwoest. Er blijft niets meer van over. In feite wordt het land één grote ruïne. Eén enorme troep – kilometers lang en onafzienbaar breed.
Hé?
Wat is dat nou?
Jeremia begrijpt er niets meer van. Helemaal niets.
De Here had notabene vrede beloofd. En dan krijg je oorlogsdreiging en rampzaligheid!
Maar de Here is onverbiddelijk.
Er komt een verwoestende storm. Want Zijn volk heeft straf verdiend. En niet zo’n klein beetje ook!
De schrik slaat Jeremia om het hart. Zijn geestesoog ziet de vijand met een enorme krijgsmacht oprukken! De mensen in zijn omgeving moeten echt rap zorgen dat ze het veld ruimen!
Welnu, zegt de Here, in feite is het gedrag van Mijn volk de oorzaak van de straf. ’t Is gewoon eigen schuld! Dan had Mijn volk maar beter moeten luisteren, en gehoorzamer moeten wezen.

Het is daarom dat Jeremia zegt: ik ben zo verschrikkelijk onrustig!

We leven in 2019 ook in onrustige tijden, zegt men.
Een paar jaar geleden – het was in 2016 – schreef een Belgische filosoof een boek met de titel ‘Rusteloosheid’[2].
Die filosoof – Ignaas Devisch heet hij – is zelf trouwens ook geen stilzitter. Hij is hoogleraar filosofie in Gent en onderwijst aan de medische faculteit van de Universiteit Gent en de Gentse Arteveldehogeschool[3].
Wat staat er in dat boek? Onder meer dit.
Het leven is uiterst gejaagd. Velen, zeer velen zijn overspannen of zelfs volledig burn-out.
Helemaal niets doen? Daar heeft niemand tijd meer voor…  Echt rondlummelen – nee, dat gaat niet meer werken.
Maar dat verhaal over eindeloze drukte doet eigenlijk al eeuwen de ronde.
Zou het, zo vraagt de Belgische filosoof zich af, zo kunnen wezen dat passie, creativiteit en verlangen bevorderd worden omdat we met z’n allen zo ongedurig zijn?
De schrijver stelt: het is juist goed om het mateloos druk te hebben![4]

Dat klinkt best plausibel.
Maar de vraag is gerechtvaardigd: zou veel van die verterende drukte en een aantal van die (bijna-)overspanningen veroorzaakt kunnen worden doordat men, om het maar eens klassiek uit te drukken, de weg van de Here verlaat?
Wij moeten dat niet uitsluiten. Het is ook niet overdreven om het waarschijnlijk te achten. We mogen er zelfs gerust van uit gaan dat het zo is.

In dat geval is de boodschap voor de kerk duidelijk: luister naar Gods Woord en gehoorzaam Hem. Dat geeft namelijk rust in de ziel.
Niet dat de drukte in het leven er minder groot door wordt. Dat niet. Maar we moeten goed bedenken dat men van werken op zichzelf veelal niet overspannen wordt. Burnout-klachten en dergelijke worden eerst en vooral veroorzaakt door de spanning rond al die arbeid.

Misschien zegt iemand: Jeremia 4 maakt het er allemaal niet vrolijker op. Het is immers allemaal oorlog en verderf? Is dit nu Evangelie?
Maar wie dat mompelt, moet Jeremia 4 nog eens goed lezen.
Want daar staat ook: “Was het kwaad van uw ​hart​ af, ​Jeruzalem, opdat u verlost wordt[5]. En ook: “Want zo zegt de HEERE: Heel het land zal een woestenij worden – toch zal Ik er geen vernietigend einde aan maken[6]. De Heer van hemel en aarde gooit niet voor altijd de hele boel plat.
Er is hoop.
De Here is trouw aan Zijn eens gegeven woord.

Wie dat beseft, ziet dat de vreugde in zijn leven weer opvlamt. Wie zijn leven aan de Here overgeeft, mag en moet het zich realiseren: bij God is het veilig. Overal en altijd!

Noten:
[1] Jeremia 4:19.
[2] De gegevens van dat boek zijn: Ignaas Devisch, “Rusteloosheid – pleidooi voor een mateloos leven”. – Amsterdam: De Bezige Bij b.v., 2016. – 320 p.
[3] Zie https://www.filosofie.nl/nl/artikel/45455/ignaas-devisch-onze-rusteloosheid-hoort-bij-ons.html . Zie over hem ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Ignaas_Devisch . De internetpagina’s zijn geraadpleegd op vrijdag 12 april 2019.
[4] Zie voor een samenvatting van het boek https://www.youbedo.com/boeken/rusteloosheid-9789023494188 ; geraadpleegd op vrijdag 12 april 2019.
[5] Jeremia 4:14 a.
[6] Jeremia 4:27.

12 april 2019

Afspraak is afspraak

In de kerk hebben we afspraken over de omgang met elkaar. Dat is logisch. Zonder afspraken wordt het een janboel. Bovendien moet je, als je geen afspraken maakt, steeds weer zelf het wiel uitvinden. En er is weinig vermoeiender dan dat.

Dat geldt zeker als onze manier van doen rechtstreeks de inhoud van Gods Woord raakt.

Vandaag de dag is het vraagstuk van ‘de vrouw in het ambt’ zo’n pijnlijk punt.
Als de vrouw niet in het ambt kan, telt de vrouw – naar het idee van sommige mensen – heden ten dage niet volledig mee. Hetgeen onzin is. Mannen en vrouwen hebben verschillende gaven en taken gekregen. Mannen worden gerespecteerd. Vrouwen worden ook gerespecteerd. Wij mogen met bewondering bekijken met welke gaven onze broeders en zusters en wijzelf gesierd zijn!

Momenteel is de kwestie van de ‘vrouw in het ambt’ een heet hangijzer in de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Hoe dat zij – in de kerk bestaan er afspraken over wat wij doen en niet doen.
Er zijn procedures omtrent de weg waarlangs afspraken worden veranderd. Die procedures komen wellicht soms wat bureaucratisch over. Maar ze zijn in de loop van vele jaren ontwikkeld door Godvruchtige mensen uit ons voorgeslacht. We moeten dus wel goed nadenken als we in die procedures allerlei dingen gaan wegstrepen!

Maar het allerbelangrijkste is: eensgezindheid in overeenstemming met Christus Jezus.
Die term is Schriftuurlijk. Hij staat in Romeinen 15.
Ik citeer: “En de God van de volharding en van de vertroosting moge u geven onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus, opdat u eensgezind, met één mond, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus verheerlijkt. Daarom, aanvaard elkaar zoals ook Christus ons aanvaard heeft, tot heerlijkheid van God”[1].

Eensgezindheid in overeenstemming met Christus Jezus – wat betekent dat?
Een exegeet noteert er bij: “Eensgezindheid (…) wordt niet bereikt doordat allen op dezelfde manier gaan denken, maar doordat men naar het voorbeeld van Jezus Christus afstand doet van zijn eigen rechten en vrijheden en rekening houdt met het geweten van zijn medegelovigen”[2].
Die formulering leert ons een zekere bescheidenheid.
Maar er is meer.
Christus Jezus heeft Zijn taak op aarde volvoerd. Hij voerde het reddingsplan uit dat Hij ontworpen had. Er was niemand, helemaal niemand, die Hem daarin kon dwarsbomen. En uiteindelijk werd het duidelijk: ‘het is volbracht!’. Nu mogen wij het blijmoedig verkondigen: de Heiland heeft voor onze zonden betaald. En wat gaan gelovigen van nu doen? Antwoord: uit dankbaarheid gaan zij leven binnen de kaders van Gods wet. Oftewel: uit dankbaarheid leven zij naar de regels die de Here geeft.
Bescheidenheid en dankbaarheid – dat zijn de uitgangspunten in de kerk.
Gods Woord geeft in de kerk de norm aan.
Het gaat dus niet om een handelwijze die aansluit bij deze wereld. Het gaat er niet in de eerste plaats om dat de wereld precies begrijpt hoe en waarom de kerk werkt zoáls die werkt.
Het gaat er om dat God alle eer krijgt die Hem toekomt.
Het gaat er om dat wij dankbaar vanuit en naar Zijn Woord leven.
Ten diepste is dat het punt in de kerk.
Ten diepste is dat ook het punt bij de Christelijke Gereformeerden.

Over Romeinen 15 heb ik trouwens al wel eens vaker geschreven.
Laat ik mijzelf nu maar even citeren. In het citaat wordt een tekst uit Hebreeën 2 aangehaald. Die passage citeer ik in dit artikel uit de Herziene Statenvertaling.

“De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee Joh. Francke (1908-1990) heeft, toen hij over deze tekst (Romeinen 15) schreef, onder meer gewezen op een woord uit Hebreeën 2: “‘Want werkelijk, Hij neemt de ​engelen​ niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van ​Abraham​ aan’[3].
Het Joodse volk wordt gered en, in het verlengde daarvan, allen die door het geloof in Christus zaad van Abraham geworden zijn. Francke noteerde bij die tekst over het elkaar aanvaarden in Romeinen 15: ‘Paulus kan dat zeggen, omdat de meningsverschillen geen leergeschillen zijn, dus niet fundamenteel’.
Heel veel mensen praten in de kerk over de opdracht om elkaar te aanvaarden. Wij moeten, zo zegt men, leren omgaan met verschillen. Dat kan wel waar zijn, maar dat houdt dus op als er aan fundamentele zaken wordt getwijfeld.
Eén van de fundamentele zaken van Gods Woord is dat het eeuwig en onveranderlijk is. De betekenis van Zijn Woord is niet cultuur-bepaald. De Here God heeft – eens voor altijd – aangegeven wat wij behoren te weten om behouden te worden.
Ten diepste gaat het in Romeinen 15 daar om”[4].

Laten we er maar niet omheen draaien – de ‘vrouw in het ambt’ is een fundamentele kwestie!

Het gaat, ook in onze tijd, om het antwoord op de vragen:
* willen we op de lijn blijven die de Here trekt, of hebben we daar – om uiteenlopende redenen – geen zin in?
* houden we ons aan kerkelijke afspraken die op Gods Woord gebaseerd zijn, of trekken we – plaatselijk of regionaal – ons eigen plan?

Professor dr. H.J. Selderhuis, hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de Christelijke Gereformeerde Theologische Universiteit Apeldoorn, zei onlangs: afspraak is afspraak.
“Dit vrij eenvoudige principe past niet bij een houding van: ‘Ik maak zelf wel uit wat goed voor mij is’, een houding die ons in het paradijs al in het verderf heeft gebracht. Dit principe betekent dus dat het niet alleen onfatsoenlijk, maar ook onkerkelijk en naar mijn gedachte zondig is om besluiten die we biddend, bij een open Bijbel en na overleg samen genomen hebben, naast je neer te leggen”.
En:
“Bij de thema’s die nu onder discussie zijn, gaat het om onderwerpen waarover we met elkaar biddend de Bijbel geopend hebben. Dat geldt ook voor het moeilijke thema homoseksualiteit. We hebben over deze onderwerpen veel gesproken en ten slotte besloten, vanuit de houding: wij geloven dat dit is wat de Heere over dit thema zegt en daar willen wij ons aan houden”.
En:
“Gereformeerd is niet wat ons nu als de vrucht van nieuwe hermeneutiek wordt voorgesteld. Gereformeerd is niet degene die zegt dat wij het nu beter weten dan Paulus. Gereformeerd is wel luisteren naar de Schriften, gehoorzaam zijn aan de Schriften, ook als de Schrift heel anders spreekt dan wat ik wil horen of wat bij de huidige cultuur past. Als je anders tegen de Schrift aan wilt kijken dan wat de gereformeerde belijdenis over de Schrift zegt, zeg dat dan eerlijk – maar noem jezelf dan niet gereformeerd”[5].
Waarvan akte!

In de kerk geldt: afspraak is afspraak.
Niet omdat daar zoveel slimme mensen rondlopen.
Maar omdat Gods Woord de norm is.

Noten:
[1] Romeinen 15:5, 6 en 7.
[2] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel, commentaar bij Romeinen 15:5. Geraadpleegd op donderdag 11 april 2019.
[3] Hebreeën 2:16.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Geen oecumenisch woord’, hier gepubliceerd op 7 juli 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/07/07/geen-oecumenisch-woord/ ; geraadpleegd op donderdag 11 april 2019.
[5] Geciteerd uit: “Prof. Selderhuis: Het is crisis in de CGK”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 1 april 2019, p. 2 en 3.

11 april 2019

Tragikomedie of hemelse toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Is het leven één grote tragikomedie?
Een tragikomedie – dat is een “drama dat elementen van zowel komedie als tragedie, hogere én lagere kunst, in zich verenigt. Het woord werd voor het eerst gebruikt door de Romeinse toneelschrijver Plautus”[1].
Welnu, de filosoof en cabaretier Tim Fransen schreef het boek ‘Het leven als tragikomedie’[2].

Fransen heeft oog voor de tekorten van de mensheid.
“Ons tekort is in de eerste plaats lichamelijk: wij zijn kwetsbare, vergankelijke en behoeftige wezens. Daarnaast schieten we psychisch tekort: we beschikken weliswaar over een grotere mentale capaciteit dan de dieren, maar de daaruit voortvloeiende zucht naar erkenning maakt ons bepaald niet gelukkiger. Onze hersenen zijn ook al niet je van het: we kampen met een tekort aan kennis, door Fransen het epistemische tekort genoemd. De waarheid is voor ons mensen eenvoudigweg niet te kennen en onze overtuigingen en zintuigen staan ons vaker in de weg dan dat ze behulpzaam zijn. Ten slotte schieten we moreel tekort: als puntje bij paaltje komt, zijn we zelfzuchtige wezens met ‘een verlangen naar superioriteit waardoor anderen het regelmatig moeten ontgelden’”.

En wat o wat is de zin van dit alles? Wel, die is er volgens Fransen niet.
God is, stelt Fransen vast, uitgevonden in pak ‘m beet vierduizend verschillende vormen.
Maar “juist de actieve omgang met het tragische tekort is precies wat onze mate van beschaving bepaalt”[3]. De manier waarop u en ik met verdriet omgaan bepaalt dus ons mens-zijn.
En, zegt Fransen, lach er maar een beetje om. Dat is het beste wat u kunt doen. Als wij de bloopers van anderen bekijken, beseffen we alras dat we ’t zelf niet veel beter doen.

Ergens las ik de volgende typering van het bovengenoemde boek: “In ‘Het leven als tragikomedie’ pleit Tim Fransen voor een herwaardering van het komische. Hij betoogt dat het komische niet een tegenpool is van het tragische, maar dat humor juist een alternatief perspectief biedt op ons onvermijdelijke falen. Een perspectief dat ons in staat stelt om het tragische onder ogen te zien, in plaats van een uitvlucht te zoeken in de vaak destructieve ontkenning ervan. En bovendien een perspectief dat een voedingsbodem kan vormen voor een gevoel van solidariteit met onze medestuntelaars”[4].

Ons leven staat bol van tekorten.
Natuurlijk presteren we wel het een en ander. Maar we hebben allemaal onze grenzen. Hoe intelligent we ook zijn, ergens houdt het op. Geen mens heeft gaven op alle levensterreinen.
Tim Fransen heeft gelijk: we schieten tekort. En niet zo’n klein beetje ook.

Moeten we maar een beetje om ons eigen falen lachen?
Op zichzelf genomen is dat geen slecht idee. Een beetje relativeringsvermogen kan geen kwaad.

Maar Johannes 1 is nog altijd waar: “In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen”[5]. Met andere woorden: mensen geloofden niet dat dat licht de redding van de wereld inhield. En dat is nog altijd niet veranderd.

Ach, zeggen de mensen, van het christelijk geloof zijn vierduizend vormen.
En vervolgens laten zij het christelijk geloof maar voor wat het is. Zij gaan zelf een passende manier van leven zoeken.

En hoe is dat in de kerk?

Welnu – in de kerk zijn we, als het goed is, heel erg dankbaar.
Waarom?
God heeft ons uitgekozen. Hij trekt ons naar Zich toe. Zo komt het dat wij in Zijn licht gaan staan.
In Johannes 3 wordt gezegd: “Een mens kan niets aannemen, als het hem niet uit de hemel gegeven is”[6].
Een paar hoofdstukken verder, in Johannes 6, leren we: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag”[7].
Ziet u dat?
De Here trekt Zijn kind naar Zich toe. Maar dat is nog maar het begin. Op de laatste dag is dat kind van God blijkbaar nog bij Hem! Wát er in de tussenliggende tijd ook gebeurt, niemand slaagt er in om oprecht gelovige mensen bij God weg te halen.

Daarom wenden wij ons altijd weer tot God. En wij mogen er zeker van zijn: Hij zal ons steeds Zijn hulp en steun geven. Hij buigt onze wil om. Hij zorgt ervoor dat wij tot actie overgaan. Om met de apostel Paulus in Philippenzen 2 te spreken: “…werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”[8].

Geloof maar in de kracht van het eenmalige offer van Jezus Christus!
Hij heeft de schuld voor onze zonden helemaal betaald. Wij staan niet meer in het hemels insolventieregister: dankzij de Heiland zijn we niet failliet; wij hoeven ook geen surseance van betaling aan te vragen!
Zeker, in Nederland is er een Centraal Insolventieregister. Daarin staan de mensen die – zoals dat heet – in de schuldsanering zitten[9]. Maar in de hemel staan we geregistreerd in het boek des levens. U weet wel, dat boek uit Openbaring 3: “Wie overwint, zal bekleed worden met witte ​kleren​ en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het ​boek​ des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn ​engelen”[10].

Wij zou kunnen zeggen dat het aardse leven twee uitersten lijkt te hebben: heroïek en tragiek. Oftewel: daverende heldenmoed en diep verdriet. Op het terrein daartussen gebeurt van alles en nog wat.
Tim Fransen noteert grijnzend: blijf lachen, dan overleef je ’t wel. Het is een variatie op dat bekende motto des volks: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.
Maar in de kerk zeggen we: óp naar de hemelse toekomst. Om tenslotte met Johannes 5 te spreken: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”[11]!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.cultureelwoordenboek.nl/toneel/tragikomedie ; geraadpleegd op dinsdag 9 april 2019.
[2] De gegevens van dit boek zijn: Tim Fransen, “Het leven als tragikomedie: over humor, kwetsbaarheid en solidariteit”. – Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat, 2019. – 155 p.
[3] De citaten komen uit: Rick Moeliker, “Ik stuntel en schiet tekort” – bespreking van het in noot 2 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 5 april 2019, p. 10.
[4] Geciteerd van https://www.hebban.nl/boeken/het-leven-als-tragikomedie ; geraadpleegd op dinsdag 9 april 2019.
[5] Johannes 1:4 en 5.
[6] Johannes 3:27.
[7] Johannes 6:44.
[8] Philippenzen 2:12 b en 13.
[9] Zie https://www.bureauwsnp.nl/voor-burgers/registers-schuldsanering ; geraadpleegd op woensdag 10 april 2019.
[10] Openbaring 3:5.
[11] Johannes 5:24.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.