gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

2 december 2020

Gods macht en onze rijkdom

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

In de Gereformeerde kerken spreken we al sinds jaar en dag over zending en evangelisatie.
Wat is het verschil? Is er eigenlijk wel verschil?
Ooit schreef iemand: “Het verschil is echter dat Evangelisatie nauw te maken heeft met de openbaring van Gods verbond. Daarom is het mijns inziens Bijbels als evangelisatie voorrang heeft bij zending. Dit is in veel gemeenten echter anders. Is dit misschien omdat de zending meer tot onze fantasie spreekt?”[1].
Wat schrijver dezes betreft wordt het daar niet veel duidelijker van.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. L.J. Joosse schreef in 1985 onomwonden: “Uit Douma’s formulering [bedoeld is professor dr. J. Douma, BdR] kan een zekere vervaging van de grenzen tussen zending en evangelisatie geproefd worden, daar het in de evangelisatie zijns inziens gaat om de roeping van de kerk ook ten aanzien van degenen die met het evangelie onbekend zijn. Douma brengt dit expliciet onder woorden door er aan toe te voegen dat een principieel verschil tussen zending en evangelisatie moeilijk is aan te brengen. Hij is van mening dat we er verstandig aan doen het verschil heel praktisch (in feite geografisch, L.J.J.) op te vatten: het één (evangeliseren) gebeurt in eigen omgeving, het ander (zending drijven) gebeurt verder of ver weg. We zouden liever nog een stap verder willen gaan en het onderscheid ook praktisch laten vallen”[2].
Dr. S. de Marie, thans emerituspredikant binnen De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) schreef in 2008: “Onder zending verstaan we de verkondiging van het Evangelie onder mensen die nog nooit eerder met het evangelie in aanraking zijn geweest in gebieden waar geen kerk is van Christus. In deze zendingsgebieden zijn zo onder de zegen van de Here in het verleden nieuwe kerken gesticht. En door belijdenis en doop zijn de mensen tot deze nieuwe kerken toegetreden.
Onder evangelisatie verstaan we dezelfde verkondiging maar dan in de nabijheid van de kerk van Christus onder hen die God niet kennen of van Hem en Zijn dienst vervreemd zijn.
Ook dan is het doel dat deze mensen wanneer ze tot bekering zijn gekomen, belijdenis van hun geloof afleggen en gedoopt worden als ze dat nog niet zijn-. Dat wil ook zeggen dat ze lid zullen worden van de kerk van Jezus Christus. Van de ware kerk dus in hun buurt”[3].
Kort gezegd:
* zending = Evangelieverkondiging in gebieden waar geen kerk is.
* evangelisatie = Evangelieverkondiging in gebieden waar de kerk is.
Evangelieverkondiging – dat lijkt een goede ‘verzamelnaam’ te zijn.

Evangelieverkondiging impliceert dat Gods macht wordt getoond. Als Mozes naar de Egyptische farao wordt gestuurd, twijfelt Mozes ernstig. Moet hij naar de farao gaan?
God legt hem in de mond wat Mozes tegen de Israëlieten zeggen moet: “En God zei tegen Mozes: Ik ben die Ik ben. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij naar u toe gezonden”[4]. We kunnen daar ook vertalen als: Ik zal zijn Wie Ik zal zijn. De God van hemel en aarde laat Zich duidelijk zien. Men kan niet om Hem heen. Het is de sfeer van Exodus 33: “Ik zal genadig zijn voor wie Ik genadig zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal”[5]. En van Ezechiël 12: “Want Ík, de HEERE, zal spreken. Het woord dat Ik zal spreken, zal in vervulling gaan. Het wordt niet langer uitgesteld, want in uw dagen, opstandig huis, zal Ik een woord spreken en het ten uitvoer brengen, spreekt de Heere HEERE”[6].
Vandaag de dag is zending maar al te vaak ‘partnership’. Dat klinkt prachtig. Alleen maar – we mogen nooit denken dat God en mensen gelijkwaardige partners zijn. Gods macht torent ver, heel ver, boven het menselijk kunnen uit!

Evangelieverkondiging gaat niet gepaard met het geven van cadeautjes. Mensen die Jezus Christus, hun Heiland, gaan volgen worden daar – in materieel opzicht althans – niet rijker van. Predikers hebben, als zij het Evangelie aan de man brengen, niet zoveel aan een welgevulde portemonnee. Zij delen namelijk geen geld uit. Dat blijkt duidelijk uit Marcus 6: “En Hij gebood hun dat zij niets mee zouden nemen voor onderweg dan alleen een staf: geen reiszak, geen brood, geen geld in de gordel; maar dat zij wel sandalen zouden aanbinden en niet met twee stel onderkleren gekleed zouden zijn”[7].
Het Evangelie wijst op het Koninkrijk van God. Wat wij daarvan op deze wereld zien is nog maar een klein begin. Wij bereiden ons voor op de situatie van Openbaring 22: “En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[8].

Wie het Evangelie van vergeving en verlossing aanneemt, krijgt uiteindelijk een heerlijk vrij leven. Dat begint vandaag al. Soms zien we dat niet zo duidelijk. Bijvoorbeeld omdat mensen vastzitten in allerlei patronen. En bijvoorbeeld omdat er oorlog is. En bijvoorbeeld omdat we als mensen bij tijd en wijle te maken hebben met kleine en grote treurnis. Maar ten langen leste wordt de prediking van de Heiland in Lucas 9 waar: “De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen wie gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken. En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten, en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd. Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan”[9]
Evangelieverkondiging heeft als doel dat mensen hun leven aan Jezus Christus toevertrouwen!

Als het Evangelie wordt gehoord, wordt er geloof gevraagd.
Moeten we er ons best voor doen om te blijven geloven? Natuurlijk, dat moet. Maar we staan er niet alleen voor. De opstellers van de Heidelbergse Catechismus leren ons: “Waar geloof is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus”[10].
Kerkmensen kunnen het, om zo te zeggen, vaak niet breed laten hangen. Het lijkt erop dat zij niet zo rijk zijn. Maar zij zijn het wel.
Het is God Zelf, Zijn Heilige Geest, die Zijn kinderen de route naar de eeuwigheid leert!

Noten:
[1] G.H. Kieviet, “Verschil en/of overeenkomst tussen zending en evangelisatie” In: ‘Daniël’, 9 november 1973, p. 8 en 9.
[2] L.J. Joosse, “Zending en evangelisatie: herbezinning noodzakelijk?”. In: Radix, 1 januari 1985, p. 25-39.
[3] Geciteerd van https://debazuin.nl/artikel/evangelisatie-opdracht-ons-allen-2 ; geraadpleegd op dinsdag 1 december 2020.
[4] Exodus 3:14.
[5] Exodus 33:19 b.
[6] Ezechiël 12:25.
[7] Marcus 6:8 en 9.
[8] Openbaring 22:3, 4 en 5.
[9] Lucas 4:18-21.
[10] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.

1 december 2020

Evangelisatie in onze tijd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Waartoe zijn wij op aarde? Die vraag roept in alle tijden om een antwoord. Wie er een antwoord op zoekt, moet God zoeken. Hij moet Zijn Woord lezen. In dat Woord wordt duidelijk hoe ongehoorzaam mensen zijn. In dat Woord wordt duidelijk hoe mensen van schuld kunnen worden vrijgesproken. Paulus schrijft in Romeinen 1: “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek”[1]. Dat betekent: het Evangelie is voor de Joden, maar ook voor iedere andere wereldburger die het geloven wil! 

Maar hoe bereiken wij al die mensen? Gaat het in onze cultuur nog wel lukken om echt contact met onze medemensen te krijgen, op een Geestelijk niveau?

Laten we elkaar bij het zoeken naar een antwoord op die vragen wijzen op woorden uit het eerste hoofdstuk van Paulus’ brief aan de Romeinen.
Citaat: “Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken, omdat wat van God gekend kan worden, hun bekend is. God Zelf heeft het hun immers geopenbaard. Want de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien, namelijk én Zijn eeuwige kracht én Zijn Goddelijkheid, zodat zij niet te verontschuldigen zijn”[2].
Die tekst wordt ergens als volgt geparafraseerd: “Ze hadden God wel kunnen kennen. Want Hij heeft hun laten zien wat ze van Hem moeten weten. Want Gods eeuwige kracht en goddelijkheid zijn te zien in de natuur. Dat is altijd al zo geweest, vanaf het moment dat de aarde werd gemaakt. Maar ze willen God niet kennen. Daarom hebben ze geen excuus dat ze God niet dienen”[3].

Dat klinkt bot. De toon is hard. Scheert God alle niet-weters over één kam?
Nee, dat doet God zeker niet.
Een theoloog schrijft: Wij weten zeker “dat Gods oordeel over alle mensen zal gaan, maar dat wij de gang van die rechtspraak niet kennen. We weten dat geen mens te verontschuldigen is omdat God zich dagelijks aan iedereen doet kennen. We kennen echter niet de maten van Gods oordeel. Wel weten we dat de HERE rechtvaardig en billijk oordeelt. Zo weten we dat Hij verschil zal maken tussen Kapernaüm en Ninevé, tussen Sodom en Betsaïda (…). We weten ook dat heidenen die de werken van de wet doen, erkenning zullen vinden voor het goede dat zij deden (…). De HERE God oordeelt niet blindelings!”[4].

Intussen is één ding zeker – de gerechtigheid van God wordt op deze aarde weggedrukt. Door Joden. En door heel veel andere mensen op de wereld.
De kerk verkondigt: vanwege het werk van Jezus Christus worden zondaars vrijgesproken van schuld. Dat Evangelie spreekt de mensen echter niet aan. Het staat ver van hen weg. Gerechtigheid van God kan men namelijk niet online bestellen. Men kan het bovendien niet vastpakken en afrekenen bij de kassa.
Wie over Gods Woord begint, ziet in veel gevallen ogen vol vraagtekens. Wat heb je aan die Bijbelse boodschap? Wat kun je ermee in onze wereld? Het begrip ‘schuld’ is wel bekend. Het is duidelijk dat de ravage bij het Forum voor Democratie voor een belangrijk deel te wijten is aan de heer Baudet. Het is zijn schuld. Maar de boodschap dat alle mensen schuldig staan tegenover God achten velen ongerijmd. ‘Ik doe goed mijn best’, zegt men vaak. En daarmee uit.
Jazeker, van Gods liefde wil men best nog wel weten.
Bovendien: samenwerking is in onze maatschappij een must. Met vereende krachten kom je ver. Wie de verstokte solist uithangt, krijgt in deze wereld niet veel voor elkaar.
Maar erkenning van schuld? Verlossing van de zonde? Die termen staan niet in de woordenboeken van doorsnee-mensen van 2020. Men wil het leven van de zonnige kant bekijken. Zwarte bladzijden slaat men graag over – “er is al genoeg ellende in de wereld”.

Die theoloog van hierboven noteert dan ook: “Onze God heeft de wereld lief. Ja, maar dan moeten we er meteen bij zeggen dat dit blijkt uit het kruisoffer van zijn Zoon. En waarom? Omdat wij mensen schuldig zijn en de dood verdienen omdat we onze Schepper miskennen. Het is heel beschamend!
Je hoort ook nogal eens zeggen dat God van alle mensen houdt en alle kindertjes liefheeft. Maar als eenzijdige boodschap klinkt dat niet zuiver. Het is waar dat de HERE God bijzondere aandacht heeft voor alle hulpeloze kindertjes. Maar toch worden niet alle kinderen zomaar gedoopt! Alleen de kinderen van de gelovigen. Heeft God de anderen niet lief? Ja, maar met een trekkende liefde, niet met een bewonderende liefde, want zoals het er nu voorstaat worden onze kinderen in zonde ontvangen en geboren. Wat een liefde dat de HERE hun ouders toch tot terugkeer en geloof roept en dan ook hun kinderen in zijn beloften doet delen. Maar het leven onder een belofte dat Hij van waardeloos materiaal waardevolle kinderen Gods wil maken, is heel iets anders dan te denken dat alle kinderen zomaar parels zijn in zijn hand. En dat je dus in een evangelisatiegesprek zonder verdere toevoeging zomaar kunt verkondigen dat God van alle mensen houdt en dat alle kindertjes zijn lievelingen zijn. Het zijn niet de losse zinnen die hier onrecht doen aan het evangelie, maar het feit dat die zinnen op zichzelf worden gezet en losgemaakt van de hele geschiedenis van zondeval en verlossing waarbinnen ze alleen maar tot waarheid kunnen worden”.

Intussen is God nog lang niet uit de maatschappij verdwenen. Wie kent niet de uitroep van schrik: ‘O mijn God’, of varianten daarop? Zo’n kreet ligt vaak voor in de mond als er iets verkeerd gaat.
Die kreten rollen onze kamers in, en blijven in de lucht hangen.
Helaas moeten wij concluderen dat het veelal onbegonnen werk is om van alle goddeloze kreten en uitdrukkingen iets te zeggen. Massa’s mensen beseffen niet eens meer dat ze christenen kwetsen.
Het kan evenwel best zo zijn dat juist die uitroepen van schrik of ergernis een opening bieden om te spreken over de werkelijke stand van zaken in de wereld. Daarbij moeten we niet de verwachting hebben dat wij iemand in een oogwenk kunnen bekeren. Echter – ook vandaag kan onze Here harten openen!

Noten:
[1] Romeinen 1:16.
[2] Romeinen 1:18, 19 en 20.
[3] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/romeinen/1 ; geraadpleegd op vrijdag 27 november 2020.
[4] Geciteerd van https://www.bijbelstudiesnt.nl/bijlagen/bijlagen-bij-bijbelstudies/121-gggg ; geraadpleegd op vrijdag 27 november 2020. De vermoedelijke schrijver van de tekst is de Gereformeerd- vrijgemaakte professor dr. J. van Bruggen.

30 november 2020

Gezegend leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hij was met afstand de beste speler van zijn generatie en mogelijk de beste aller tijden. Na een gezegend maar moeizaam leven zal hij hopelijk wat troost vinden in de handen van God”.
Over wie gaat dit? Antwoord: over Diego Maradona, een voetballer die spelen met een bal tot een kunst verhief. De woorden werden gesproken door Gary Lineker, een voormalige voetballer uit Engeland. Ze werden geciteerd in het Nederlands Dagblad.
Na een omstreden doelpunt zei Maradona ooit: dit was de hand van God! Veel later gaf de getalenteerde Argentijn toe dat het eigenlijk een handsbal was.
Nog een paar trefwoorden uit Maradona’s leven: pijnstillers, maffia, cocaïne[1].

Hierboven wordt gesproken over een gezegend leven. Kunnen we daar in Maradona’s situatie van spreken? Met aan zekerheid waarschijnlijkheid kan dat niet. In Genesis 22 zegt de Here, de God van het verbond, tegen Abraham: “En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent”[2]. En een paar hoofdstukken verder, in Genesis 24, staat te lezen: “Abraham nu was oud en op dagen gekomen en de HEERE had Abraham in alles gezegend”[3].
Abraham heeft dus gehoorzaam gedaan wat de Here heeft gezegd. Betekent dat vervolgens ook dat Abraham onberispelijk geleefd heeft? Nee. Dat is op deze aarde ook onmogelijk. Want de zonde was diep in Abrahams aardse bestaan verankerd. Dat is in ieder mensenleven zo. Echter – zijn leven werd niet meer beheerst door de zonde. En hij wist: er is verlossing bij God. Hij wist: wie met de Verbondsgod leeft wordt gered!
Laten wij, nu het hier om gaat, er op letten dat Gods Woord zegt: “…in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden”. Nageslacht – met een hoofdletter: daarmee is Jezus Christus, aangeduid. Hij is de Redder van Abraham, en van heel de wereld.

Ontegenzeglijk is het waar dat wij niet in Maradona’s hart kunnen kijken. Feit is echter dat de levensstijl van de voetballer niet van veel Godskennis getuigde. Zijn leven kan worden beschouwd als één groot attentiesein voor de kerk anno Domini 2020: leef met de God van het verbond! Het is een luid alarm: als u te veel en te vaak op eigen kracht wilt leven, geraakt uw gehele bestaan zomaar totaal in de vernieling!
Het is dat luide alarm dat in deze dagen bijna alles overstemt. In Argentinië wordt Maradona als een god bejegend. Maar de kerk moet weten: Maradona was een afgod.
De kerk moet zich richten op de enige God die er in deze wereld is.
De kerk moet het Evangelie verkondigen: bij de Heiland, Jezus Christus, is redding!
De kerk moet, zeker ook in deze tijd, de oproep uit doen gaan:
“Kom tot uw Heiland, toef langer niet,
Kom nu tot Hem, Die redding u biedt,
Die ook voor u de hemel verliet,
Hoor naar Zijn roepstem: Kom!”.
en:
“Wil toch bedenken: Hij is nabij:
Volg dan Zijn stem, ook u maakt Hij vrij.
Luister, Hij spreekt tot U en tot mij:
Komt tot Mij, zondaars, komt!”[4].

Die Britse voetballer zei: hopelijk zal mijn collega Maradona troost vinden in de handen van God. Dat is mooi gezegd. En het klinkt ook reuze vroom. Maar de vragen zijn: wat hebben wij daar nu aan? en: wat doen wij daar nu mee?
In samenspraak met de dichter van Psalm 139 mogen en moeten wij zeggen:
“Nam ik vleugels van de dageraad,
woonde ik aan het einde van de zee,
ook daar zou Uw hand mij leiden
en Uw rechterhand mij vasthouden”[5].
Dat mag de kerk belijden! Dat behoort de kerk door te vertellen, aan ieder die het horen wil. Onze Heiland is – in alle eerbied gezegd – ons eten en drinken: wij leven van Hem. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen wij het zo: “Toch vergissen wij ons niet, als wij zeggen dat wat door ons gegeten en gedronken wordt, het eigen en natuurlijke lichaam en het eigen bloed van Christus is. Maar de wijze waarop wij deze nuttigen, is niet met de mond, maar geestelijk, door het geloof. Zo blijft Jezus Christus altijd gezeten aan de rechterhand van God, zijn Vader, in de hemel en deelt Hij Zichzelf toch aan ons mee door het geloof. Bij dit geestelijke feestmaal geeft Christus ons deel aan Zichzelf met al zijn schatten en gaven en doet Hij ons zowel Zichzelf als de verdiensten van zijn lijden en sterven genieten. Hij voedt, sterkt en troost onze arme, verslagen ziel door ons te eten te geven van zijn lichaam, en verkwikt en vernieuwt haar door ons te drinken te geven van zijn bloed”[6].
Onze Advocaat zit aan de rechterhand van Vader. De Hebreeënschrijver noteert daarover in hoofdstuk 7: “Maar Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten”[7].

Een getalenteerde voetballer is overleden. Van zijn leven gaat een boodschap uit: leef niet zoals hij.
Laten kerkmensen zich maar spiegelen aan Psalm 92:
“De vromen zullen bloeien
als palmen in de zon,
zoals op Libanon
de cederbomen groeien.
Zij heffen zich naar boven,
gekoesterd door Gods hand,
in ’s HEREN huis geplant
tot sieraad in zijn hoven”[8].

Noten:
[1] Zie: Herman Veenhof, ‘Met de hand van God – in memoriam Diego Maradona’. In: Nederlands Dagblad, donderdag 26 november 2020, p. 9.
[2] Genesis 22:18.
[3] Genesis 24:1.
[4] Dit zijn de coupletten 1 en 3 van Lied 210 uit de bundel van Johannes de Heer.
[5] Psalm 139:9 en 10.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 35.
[7] Hebreeën 7:24 en 25.
[8] Psalm 92:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

27 november 2020

De kerk is niet populistisch

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Als het gaat om Nederlandse politieke partijen als de Partij voor de Vrijheid en het Forum voor Democratie valt niet zelden het woord ‘populisme’.

Wat is dat?
“Populisten delen de samenleving op in twee kampen: de elite en het volk. De elite zou corrupt zijn en niet goed luisteren naar wat het volk wil. Populisten zien het volk als één grote massa, waarvan alle neuzen dezelfde kant op staan.
Populisten onderscheiden zich van andere politici door de claim dat zij – als enige – het volk vertegenwoordigen”.
Er is meer te zeggen.
“Vertrouwen is een woord dat vaak valt als het over populisme gaat: de populistische kiezer voelt zich onbegrepen en miskend. Een grote groep mensen vindt dat hun problemen niet begrepen worden, hun zorgen niet gehoord, hun angsten weggelachen of weg-gerelativeerd. Deze burgers vertrouwen de machthebbers die er al jaren zitten niet meer. Ze kijken met wantrouwen naar de toekomst. Precies de gevoelens waar populisten op in weten te spelen”.
En ook nog:
“Populisten versimpelen de werkelijkheid vaak met makkelijke taal, die goed te begrijpen is en inspeelt op die gevoelens van frustratie. Grote woorden of even grote beloftes nemen populisten met gemak in de mond”[1].

Is de kerk ook populistisch? Zijn de mensen daar populistisch ingesteld?
Als het goed is staan in de kerk de neuzen dezelfde kant op. Want iedereen is gericht op Jezus Christus, de Heiland.

Maar nee, de kerk is niet populistisch. Kerkmensen weten namelijk dat er echt naar hen geluisterd wordt. David zegt in Psalm 6:
“De HEERE heeft mijn smeken gehoord,
de HEERE zal mijn gebed aannemen.
Al mijn vijanden worden zeer beschaamd en door schrik overmand;
zij deinzen terug, zij worden in een ogenblik beschaamd”[2].
De apostel Johannes schrijft in zijn eerste algemene brief: “En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil”[3].

De kerk is niet populistisch.
Het is niet zo dat er sprake is van elite, of van een volk dat kilometers lager is en God adoreert. God is genadig. Hij vergeeft Zijn volk de zonden, op grond van het verlossingswerk dat door de Heiland verricht is. Hij leeft samen met hen in het verbond. Laten wij elkaar wijzen op Romeinen 5: “God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn”[4]. En ook op Efeziërs 2: “Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden –”[5]

Men zegt: “De populistische kiezer voelt zich onbegrepen en miskend. Een grote groep mensen vindt dat hun problemen niet begrepen worden, hun zorgen niet gehoord, hun angsten weggelachen of weg-gerelativeerd”.
God kent de mensen die bij Hem horen. Dat betekent: Hij staat heel dichtbij hen. Dat zien we bijvoorbeeld in Psalm 138:
“Want de HEERE is verheven;
toch ziet Hij om naar de nederige,
maar de hoogmoedige kent Hij van verre”[6].
In Jeremia 12 zegt de profeet: “U echter, HEERE, kent mij, U ziet mij, U beproeft mijn hart, dat met U is”[7].
De Here kent Zijn kinderen. Dat blijkt ook in Johannes 1, in de conversatie tussen Nathanaël en Jezus: “Nathanaël zei tegen Hem: Vanwaar kent U mij? Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voordat Filippus u riep, toen u onder de vijgenboom was, zag Ik u”[8].

Het Nederlandse volk vertrouwt de politiek en de ambtenarij vaak niet meer. En laten wij maar eerlijk zijn: dat is niet zo gek. Heel kort door de bocht gezegd: er worden soms merkwaardige stunts uitgehaald.
Echter – Gods kinderen mogen blijven vertrouwen op God in de hemel. Om het met Efeziërs 3 te zeggen: “In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem. Daarom vraag ik u dat u de moed niet verliest vanwege mijn verdrukkingen omwille van u, want dat is uw heerlijkheid”[9].

Christenen, inclusief Gereformeerden, zijn wellicht geneigd om vaak welwillend te luisteren naar mensen van de PVV of het FvD. Na de luidruchtige aardverschuivingen in het Forum voor Democratie in de afgelopen week zal daarvoor wel minder enthousiasme zijn[10].
Maar de kerk is niet populistisch. Zeker niet. Kerkmensen vragen leiding en steun van hun Heer in de hemel. Zij gaan op weg naar de toekomst. Dat is een toekomst die niets met aards populisme te maken heeft. Dat is een toekomst waarin gelovige mensen uitzicht hebben op hemelse glorie.
En met Psalm 139 mogen al Gods kinderen vragen:
“Doorgrond mij, ken mijn hart, o Heer.
Zijn mijn gedachten tot uw eer?
Zie of mijn wegen heilig zijn,
mijn paden recht, mijn daden rein.
En doe mij toch met vaste schreden
de weg van eeuwig heil betreden”[11].

Noten:
[1] Bovenstaande citaten komen van https://npofocus.nl/artikel/7527/wat-is-populisme ; geraadpleegd op dinsdag 24 november 2020.
[2] Psalm 6:10 en 11.
[3] 1 Johannes 5:14.
[4] Romeinen 5:8 en 9.
[5] Efeziërs 2:4 en 5.
[6] Psalm 138:6.
[7] Jeremia 12:3.
[8] Johannes 1:49.
[9] Efeziërs 3:12 en 13.
[10] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2357835-is-de-razendsnelle-politieke-carriere-van-thierry-baudet-nu-voorbij.html , https://nos.nl/artikel/2357915-baudet-is-nog-niet-klaar-met-de-politiek.html en https://nos.nl/artikel/2357914-hiddema-fvd-verlaat-per-direct-de-tweede-kamer.html ; geraadpleegd op dinsdag 24 november 2020.
[11] Psalm 139:11 – berijmd; Gereformeerd-Kerkboek-1986.

26 november 2020

Afgoden? Afvoeren, zo snel mogelijk!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het gebeurde tijdens een vergadering van een Bijbelstudievereniging voor vrouwen – lang geleden. Men verzuchtte aldaar dat er heel wat Bijbelgedeelten zijn die je aan tafel, met de kinderen, eigenlijk maar moeilijk lezen kunt. De vrouwen noemden stukken uit Genesis. En stukken uit Ezechiël. En gedeelten van het laatste Bijbelboek, Openbaring.
En inderdaad – wij hoeven er niet omheen te draaien: er staat heel wat in Gods Woord dat massa’s vragen oproept.

Neem nu de profetie van Ezechiël. Dat is zogezegd tientallen hoofdstukken ellende.
Men kan de volgende indeling maken:
Hoofdstukken 1 tot en met 3:21: inleiding en roeping van de profeet.
3:22 tot en met 7: in het vijfde jaar van de gevangenschap van Jojachin: aankondiging van strafgerichten over de Joden.
8 tot en met 19: in het zesde jaar verdere profetieën over de gerichten.
20 tot en met 24: in het zevende jaar: weer aankondigingen van oordelen over het volk.
25 tot en met 32: aankondiging van strenge oordelen over de omliggende volken, die de Joden onderdrukten”[1].
Pas vanaf hoofdstuk 33 wordt Ezechiël wat blijer. Wat optimistischer.

De argeloze lezer zegt wellicht: hadden ze al die oordelen niet beter weg kunnen laten?
Feit is echter dat al die moeilijke dingen wel in het Woord van God opgenomen zijn. We moeten die visioenen van Ezechiël blijkbaar wel kennen. Wij behoren op z’n minst te weten wat er in staat.
In die wetenschap laten we vandaag enkele woorden uit Ezechiël 8 tot ons doordringen. Nee, wij ontwerpen geen afgeronde exegese. Maar we kunnen er wel enkele notities over maken.

In dit artikel vormt het navolgende citaat het startpunt.
“Toen hief de Geest mij op tussen de aarde en de hemel en in visioenen van God bracht Hij mij naar Jeruzalem, naar de ingang van de poort van de binnenste voorhof die naar het noorden gekeerd is, waar zich de zetel van het afgodsbeeld van de na-ijver bevond, dat na-ijver oproept. En zie, daar was de heerlijkheid van de God van Israël, overeenkomstig de verschijning die ik in de vallei gezien had. Hij zei tegen mij: Mensenkind, sla toch uw ogen op in de richting van het noorden. Toen sloeg ik mijn ogen op in de richting van het noorden. En zie, ten noorden van de poort van het altaar stond in de ingang het afgodsbeeld van de na-ijver. Daarop zei Hij tegen mij: Mensenkind, ziet u wat zij doen? Grote gruweldaden, die het huis van Israël hier doet, zodat Ik ver wegga van Mijn heiligdom. En u zult nog meer grote gruweldaden zien. Toen bracht Hij mij bij de ingang van de voorhof. Ik zag, en zie, een gat in de muur. Daarop zei Hij tegen mij: Mensenkind, breek toch door de muur heen. Toen brak ik door de muur heen, en zie, er was een ingang. Toen zei Hij tegen mij: Ga naar binnen en zie de boosaardige gruweldaden die zij hier doen. Ik ging naar binnen en ik zag, en zie, alle vormen van kruipende dieren, afschuwelijke dieren en alle stinkgoden van het huis van Israël, helemaal in het rond in de muur gegrift”[2].

Ezechiël wordt opgetild en naar Jeruzalem overgeplaatst. Daar staat een stoel, waarop voorheen een afgodsbeeld stond.
Alleen dat al! Een afgod bij de kerk – als er iets is, wat laakbaar is, dan is het dat wel!
Ook in 2020 moeten wij dat goed bedenken. In de kerk moet het niet in de eerste plaats om gemeenschap gaan. En ook niet om ons gevoel. En ook niet om allerlei manieren om de kerk aantrekkelijk te maken voor mensen met diverse levensovertuigingen. En ook niet om een prettig ogende aanpassing aan de cultuur van onze tijd. Het gaat om Jezus Christus en Die gekruisigd. Van Hem moeten wij alles verwachten.

Dat afgodsbeeld is dus van die stoel af. Men zou denken: ze hebben het weggehaald; het volk is tot bezinning gekomen – een goede zaak. Maar nee, dat is niet waar. Het beeld is verplaatst. Het staat verderop in de tempel. Er is, om zo te zeggen, een afgod bij de God van hemel en aarde in komen wonen. Maar dat kan niet. Dat is volslagen onmogelijk! Dat neemt God niet! En daarom is de Machthebber van deze wereld genoodzaakt om zich uit de tempel terug te trekken. De Here weigert om op deze manier onder Zijn volk te wonen.
Dat is een alarmsignaal voor de kerk.
De kerk is alleen maar kerk als de hemelse God daar woont. Als kerkmensen allerlei afgoden in de kerk introduceren verdwijnt God uit de kerk. Zijn Heilige Geest gaat ergens anders heen.
Aldus ontstaat een situatie die allengs beter vergelijkbaar is met een typering van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus. Zij vervolgt hen die heilig leven naar Gods Woord en die haar bestraffen over haar zonden, hebzucht en afgoderij”[3].

In de tempel zijn allerlei inscripties in de muur gemaakt. Van dieren. En van andere afgoden. Blijkbaar worden die inscripties aanbeden. Vanuit de mens bezien is dat niet zo gek. Een kerkmens wil graag iets zien. Een kerkmens wil graag iets voelen. Desnoods in en aan de muur.
Ezechiël 8 leert ons dat het zo beslist niet moet.
Onze God is “een geheel enig en éénvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede”[4].
Hem moeten we aanbidden. Hem moeten we om hulp vragen als er opeens ongeneeslijke ziekte is; bij familie, broeders en zusters in de kerk, bij vrienden en kennissen of misschien wel bij onszelf. Wij moeten Zijn steun vragen als we in nood zijn. We moeten Hem zoeken als wij niet meer weten hoe het verder moet. Wij mogen Zijn troonzaal binnentreden als we dankbaar zijn over voorspoed en levensvreugde!

Het kon wel eens zijn dat Ezechiël 8 actueler is dan menigeen denkt.

Noten:
[1] Deze indeling is afkomstig van http://www.christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/E/Ezechiël_(bijbelboek) ; geraadpleegd op maandag 23 november 2020.
[2] Ezechiël 8:3 b-10.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1.

25 november 2020

Weg met figuurlijke trapjes!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Onlangs stond in een bijlage van het Nederlands Dagblad een vraaggesprek met de dichter en schrijver Roelof ten Napel. Ter oriëntatie: Ten Napel werd geboren te Joure. Hij is de zoon van een dominee die onder meer in de Nederlands Gereformeerde Kerken preekt.
 Roelof ten Napel is 27 jaar. Hij werd reeds genomineerd voor diverse prijzen. De dichter/schrijver is atheïst. Maar met ‘geloven’ kan hij nog veel.
In het interview zegt hij onder meer het volgende.
“‘Ondanks welke vervreemding dan ook blijf ik onlosmakelijk verbonden met een bepaalde geschiedenis, en mijn eigen jeugd. Als ik de Matthäus-Passion hoor, hoor ik die anders dan iemand die seculier is opgevoed. Dat kan ik niet aan- of uitzetten. Ex-gelovig is daarom een verkeerde term, want het geloof is nooit weg. Daarnaast heb ik het gevoel dat ik aansluiting vind bij mensen als Kierkegaard, Meister Eckhart, Simone Weil …”.
Voelt Ten Napel zich thuis in de mystiek? Is hij ten diepste een mysticus?
“Ik weet niet of ik mezelf zo zou noemen, maar de manier waarop zij geloof beschrijven, lijkt op mijn ervaring. De vertwijfeling speelt vaak een grotere rol dan geloven zelf, en die vertwijfeling gaat verder dan de vraag: wel of geen God? God is geen opvatting. Ik herinner me een mooie passage – ik ben de auteur vergeten – over Christus aan het kruis. Op het meest donkere moment, was hij daar nog gelovig? Misschien leek hij op het meest cruciale moment in de heilsgeschiedenis wel meer op een atheïst. Als geloven betekent dat we die vragen durven te stellen waardoor ons zelfbegrip gaat wankelen, dan ben ik gelovig. Als het te maken heeft met het risico jezelf te durven verliezen. Zelfs iemand als C.S. Lewis schreef soms zo, bijvoorbeeld na de dood van zijn vrouw. Of hij zijn vrouw zou terugkrijgen of niet, hij rouwt om het feit dat ze er nú niet meer is”[1].

Iemand die een opvoeding heeft gehad waarin het geloof een grote rol speelde, raakt dat nooit helemaal kwijt. Die levenshouding blijft – hoezeer hij zich er ook tegen afzet – een deel van zijn leven. Dat deel kan men nimmer geheel verloochenen. Dat blijkt hierboven eens te meer!

Ten Napel sluit onder meer aan bij de filosofie van Kierkegaard.
 “De belangrijkste vraag in het werk van Søren Aabye Kierkegaard is misschien wel ‘Hoe wordt de mens zichzelf?’ De existentie van de mens, zijn bestaan en de manier waarop hij dit vorm geeft, staan centraal in de filosofie van de Deense filosoof. Volgens Kierkegaard is de mens echt zichzelf wanneer hij een enkeling is. Daarom wordt hij door velen gezien als de grondlegger van het existentialisme. Dat later met Sartre en De Beauvoir vooral bekend zal worden als de stroming die de mens doemt tot vrijheid.
Kierkegaard verzet zich tegen de alomvattende systeemfilosofie van zijn voorgangers -met name Hegel- waarmee alles vanuit één uitgangspunt wordt begrepen”[2].

Ten Napel noemt ook de naam van Meister Eckhart.
Hoe redeneerde Meister Eckhart?
“God is voor de mens volstrekt onkenbaar en iedere eigenschap die we aan Hem willen toekennen schiet te kort. Hij is als het ware de afgrond van het niets, waar alles in verdwijnt. De menselijke ziel is geschapen naar het evenbeeld van God en bestaat uit een drie-eenheid: kennen, voelen en willen, wat overeenkomt met de deugden geloof, hoop en liefde. Boven deze drie staat de Goddelijke vonk. De taak van de mens is het nu om met zijn ziel op te stijgen naar God. Concreet betekent dit dat alle zonden geweerd worden, er gestreefd wordt naar gelatenheid en er afstand wordt gedaan van alles wat werelds is. Het uiteindelijk ideaal is afstand doen van het eigen ik en opgaan in Gods wil”[3].

En dan is daar nog Simone Weil.
“Een terugkerend begrip in haar werk is aandacht. Het vermogen tot aandacht is wat ons menselijk maakt. Het zal niet lukken om aandacht met inspanning af te dwingen. Het heeft meer te maken met afwachten, je open stellen en het je laten overkomen. Daarbij wis je je eigenbelang uit. Voor Weil is aandacht veel meer dan een manier om kennis te verwerven; aandacht brengt licht in de ziel. 
Haar solidariteit met de onderdrukten, ongelukkigen en armen liet ze niet alleen zien in haar werk, maar ook in haar manier van leven. Zo weigerde ze een salaris hoger dan een bijstanduitkering toen ze werkte als filosofiedocent, en wilde ze toen ze ziek was niet meer eten dan de geldende rantsoenen in bezet Frankrijk. Mede door ondervoeding stierf ze in 1943 aan tuberculose”[4].

Die drie filosofen zijn allen op zoek naar vrijheid. Je moet steeds meer jezelf worden, zegt Søren Kierkegaard. Onze ziel moet naar God opstijgen, zegt Meister Eckhart. Je moet aandachtig leven en je open stellen, zegt Simone Weil. Het leven zit vol vraagtekens. En Ten Napel suggereert: ach, misschien had Jezus ook zo Zijn vraagtekens. Je moet jezelf durven verliezen.

Die drie filosofen en Roelof ten Napel lijken te zeggen: ‘Hoe ontmoet je God? Antwoord: door op een ander niveau te gaan leven’. Ten diepste wil men God snappen. Men wil geheel doorzien hoe Hij werkt. Men wil Zijn werkwijze op de voet kunnen volgen.
Daar zit het probleem.
En dat terwijl Elihu, één van Jobs vrienden, ons in Job 36 ons leert:
“Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet;
het getal van Zijn jaren is niet te doorgronden.
Want Hij trekt de waterdruppels omhoog,
die na Zijn damp regen uitgieten.
Zij laten de wolken stromen,
zij druipen overvloedig op de mensen neer.
Kan iemand ook begrijpen hoe de wolken zich uitbreiden,
en het dreunen uit Zijn hut?”[5].

Dominee F. van Deursen schrijft over Job 36 in ‘De Voorzeide Leer’: “De grondfout van iedereen die tegen God mort is de ontkenning van de waarheid, dat Hij groter is dan de mens. Wie Gods grootheid voor ogen houdt, zal Hem niet licht kapittelen. Hiermee kwam Elihu ook dicht bij wat Jahweh straks zelf tot Job zal zeggen. Dan zullen Gods grootheid en de onbegrijpelijkheid van zijn werken nog veel krachtiger onder Jobs aandacht gebracht worden. Ook om Job er toe te brengen Gods bestel niet langer te veroordelen, maar het nederig te bezingen. Want Job diende zich te verootmoedigen, dat had Elihu juist gezien”[6].

De God van hemel en aarde omvat de geschiedenis. Hij omsluit heel de wereldhistorie. Jesaja zegt daarover: “Toch bent U onze Vader, want Abraham weet van ons niet en Israël kent ons niet. U, HEERE, bent onze Vader; onze Verlosser van oude tijden af is Uw Naam”[7].
De Hebreeënschrijver typeert het, met een schuin oog op Psalm 102, zo: “In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad, en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden”[8].

Het Woord van God leert ons dat wij ons moeten verootmoedigen. Zonden en zwakheden behoren wij leren erkennen. En wat meer is: wij moeten ons leven in handen geven van de grote God.
Echter – wijzelf hoeven ons leven niet op niveau te brengen. Paulus schrijft in Romeinen 10: “De gerechtigheid echter die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal naar de hemel opklimmen? Dat is Christus naar beneden brengen. Of: Wie zal in de afgrond neerdalen? Dat is Christus uit de doden naar boven brengen. Maar wat zegt zij? Dicht bij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord van het geloof, dat wij prediken: Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden”[9].

Wat betekenen die woorden? In ieder geval wel dit: de Here God is heel dichtbij. Onze ziel hoeft niet omhoog. Het beklimmen van figuurlijke trapjes is onnodig. Het is niet de bedoeling om, al of niet filosoferend, met vijftienhonderd vraagtekens door de wereld te wandelen.
Laten wij ons leven maar gewoon toevertrouwen aan de genadige God. En laten we, met Psalm 89, maar eenvoudig belijden:
“Oudtijds hebt Gij, o HEER, uw hoge plan ontvouwd,
 aan mensen naar uw hart uw woorden toevertrouwd”[10].
Laten die woorden bij al onze activiteiten het uitgangspunt blijven!

Noten:
[1] Maurice Hoogendoorn, “Ex-gelovig zal Roelof ten Napel nooit worden”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 20 november 2020, p. 4 en 5.
[2] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/filosoof/soren-kierkegaard/ ; geraadpleegd op zaterdag 21 november 2020.
[3] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/filosoof/meister-eckhart/ ; geraadpleegd op zaterdag 21 november 2020.
[4] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/filosoof/simone-weil/ ; geraadpleegd op zaterdag 21 november 2020.
[5] Job 36:26-29.
[6] F. van Deursen, “De voorzeide leer”, deel I m: Job. – Barendrecht: Liebeek & Hooijmeijer, 1984. – p. 299.
[7] Jesaja 63:16.
[8] Hebreeën 1:10, 11 en 12.
[9] Romeinen 10:6-9.
[10] Psalm 89:9 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.