gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

3 juli 2020

Het vergezicht van Jesaja 12

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is vandaag vrijdag. Er komt een weekwisseling aan. Daarin zit een bijzondere dag: het is de eerste zondag waarop er, na de versoepelingen van de COVID 19-regels, relatief veel mensen in één kerkzaal mogen zitten. Derhalve is er alle reden om onze God te loven.
Wij mogen weer naar de kerk.
Wij mogen weer met meer mensen tegelijk erediensten houden.
Het is tijd voor een nieuwe start!

Nu zijn er mensen die zeggen: het wordt nu, bij deze nieuwe start, tijd dat je een vrije denker wordt. Oftewel: je moet leven als een vagebond.
Citaat: “Een vagebond biedt tegenwicht tegen het uitgetekende pad en bezit het vermogen om radicaal nee te zeggen. (…) Een vagebond verzet zich tegen de gemeenschap en de culturele of sociale eenheid door af te wijken. Vandaag de dag denken we dat we ons pad meer zelf kunnen bepalen, maar dat is een illusie. Je hoeft maar je telefoon aan te zetten en je wordt al gemanipuleerd om bepaalde keuzes te maken: om daar te gaan eten, om dat concert te gaan bezoeken, om bepaalde kleding aan te schaffen, enzovoorts. Een vagebond onttrekt zich aan dergelijke manipulatie.
(…) Het besluit om het anders te doen gaat bij de vagebond gepaard met het toelaten van ontregeling. Dat kan zo simpel zijn als het kiezen van een onbekend zijpad tijdens een wandeling. Zo laat je het pad je wandeling dirigeren, je laat je grip op de situatie los. De overgave aan de ontregeling brengt een nieuw bewustzijn tot stand wat betreft je plaats in de cultuur en wat je belangrijk vindt in het leven”.
Kortom – men zegt: laat de behoefte aan controle los en laat ontregeling toe.
“Het afwenden, wat een vagebond doet, is het eerste wat nu moet gebeuren. En dat is niet in de laatste plaats een mentaal proces”[1].
Er verscheen onlangs een boek over. ‘Handboek voor de vagebond’, heet het[2].
Moeten wij zo’n nieuwe start maken?
Moeten wij thans al onze ketens ver van ons werpen?

Jesaja 12 leert ons wat anders. Kijkt u maar: “Op die dag zult u zeggen: Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan, maak Zijn daden bekend onder de volken, roep in herinnering dat Zijn Naam hoogverheven is”[3].

Op die dag, staat er.
Dat is de dag waarop de hemelse God Zijn volk redt.
En wie voert die reddingsoperatie uit? Een vagebond? Een vrijdenker? Een ongebonden mens? Neen! Het antwoord is: de Messias. Hij is, zo staat ergens omschreven, “de toekomstige heerser uit het geslacht van David, zijn rechtvaardige en vredevolle regering en het verzamelen van de volken door en bij God”[4].  
De lezers van Jesaja’s profetie worden, in alle tijden en op alle plaatsen, dringend opgeroepen om naar de Here Jezus Christus toe te gaan. Want Hij is de Heerser van de toekomst. In zijn regering zijn recht en billijkheid sleutelwoorden.
Hij zet, zo is Jesaja 11 ook al gezegd, een banier neer. Er staat een vlag die overal te zien is. Al Gods kinderen begrijpen het onmiddellijk: bij die banier moeten we wezen!

Jesaja 12 biedt de kerk troost.
Ook anno Domini 2020.
Waarom?
God is volop actief. Hij stuurt de wereld aan. Soms ijlen zijn oordelen over de wereld. Maar hier, in hoofdstuk 12, zijn er voor de kerk betere tijden aangebroken.
Jesaja verzekert het ons: de Verbondsgod is er bij. Hij is present als het ruig te keer gaat. Hij is er bij als het nood ’t hoogst is. Hij is het die de historie van kerk en wereld vorm geeft. In heel ons leven hebben wij te maken met zijn ongelooflijke daadkracht. Hij is aanwezig in droeve tijden. Maar Hij is ook vol in beeld als de vreugde door de kerkelijke wereld golft!
 
De proclamatie van Jesaja is duidelijk: wendt u tot de Heerser van de toekomst. Hij zal met glorie en eer omgeven zijn.
In Johannes 17 vraagt de Here Jezus daar ook Zelf om. Leest u maar mee.
“Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt. (…) Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen”[5].
“Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen”[6].
“En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal die bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen”[7].
De Here Jezus Christus glorieert in de kerk. Daar wordt Hij geëerd. Daar wordt Hij permanent bewonderd. Daar worden Zijn daden in preken beschreven geëxpliceerd. Daar wordt heel Zijn werk bezongen.

En op de keper beschouwd is dat nog maar het begin.
De Heiland glorieert in de hemel nu Hij Zijn verlossingswerk op aarde voltooid heeft.
Daar bereidt Hij de schitterende heerlijkheid voor van al Zijn kinderen. Om met 1 Corinthiërs 15 te spreken: “Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst. Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan. Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd. De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood”[8].
En:
“…Wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden. En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning”[9].

Daar gaat de kerk naar toe.
Dat is ook het vergezicht dat Jesaja 12 biedt.

Terug naar de vagebonden. En naar de vrijdenkers. Denk ‘out of the box’, zeggen ze. Laat de dogma’s los. Laat de ontregeling maar komen.
Wat moet de kerk daarvan zeggen?
Welnu – de kerk maakt, in zekere zin, ook een nieuwe start. Dat kan met een Schriftgedeelte dat al eeuwen oud is – Jesaja 12 namelijk. Maar Jesaja 12 geeft ons een vergezicht waar de vrijdenkers van 2020 niet aan kunnen tippen. Ook de vagebonden van 2020 niet.

Noten:
[1] Zie https://www.filosofie.nl/de-levenskunst-van-de-vagebond/ ; geraadpleegd op donderdag 2 juli 2020.
[2] De gegevens van dat boek zijn: Léon Hanssen, “Handboek voor de vagebond – in de voetsporen van vrije denkers”. – Singel Uitgevers (Querido), 2020. – 576 p.
[3] Jesaja 12:4.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jesaja 11:1-16.
[5] Johannes 17:1 en 4.
[6] Johannes 17:6.
[7] Johannes 17:26.
[8] 1 Corinthiërs 15:20-26.
[9] 1 Corinthiërs 15:51 b-54.

2 juli 2020

Vastbesloten en eensgezind

Professor van Houwelingen snakt naar eensgezindheid. Naar saamhorigheid.
Rob van Houwelingen bedoel ik, de hoogleraar Nieuwe Testament van de Theologische Universiteit Kampen. In het Nederlands Dagblad van 25 juni 2020 schrijft hij: “Hoe staat het er 40 jaar na dato voor met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt? (…). Bij veel kerkmensen, inclusief mezelf, merk ik een verandering in geloofsbeleving: van een vastomlijnde naar een meer zoekende manier van geloven.
Naar de tijd van toen verlang ik niet terug. Het is van levensbelang dat een kerkgenootschap zich blijft ontwikkelen. Tegelijkertijd mis ik tegenwoordig saamhorigheid, loyaliteit en enthousiasme. Het gemak waarmee sommigen de kerk verlaten en anderen overstappen naar bijvoorbeeld een losstaande (huis)gemeente, die uit het niets lijkt te zijn opgericht, baart me zorgen”[1].
Van Houwelingen zoekt dus loyaliteit. Eensgezindheid. Geestdrift.

Laten wij elkaar, in dit verband, wijzen op Daniël 6: “Toen kwamen deze mannen eensgezind bij zijn huis en troffen Daniël aan, terwijl hij bad en smeekte om genade voor het aangezicht van zijn God”[2].
Deze mannen – dat zijn de bestuurders van rijk en provincies in het koninkrijk van Darius. Zij zijn reuze eensgezind. Eensgezind tegen Gods werk namelijk. Om zo te zeggen: eensgezind tegen de kerkmensen van die tijd. 

En wat doet Daniël? Hij zoekt intensief contact met God. Hij bidt. Hij smeekt. Hij vraagt om genade.
In Daniël 6 lezen we de geschiedenis van Daniël en zijn vrienden die, omdat zij niet willen buigen voor koning Darius, in de leeuwenkuil worden geworpen.
De vier vrienden zijn vastbesloten en eensgezind als het gaat om het dienen van de God van hemel en aarde. Die God is Koning. Die Koning staat boven Darius, de koning met een kleine k. En dat blijkt ook: de vrienden worden uit de klauwen van de leeuwen gered.

Wat gebeurt er ten diepste in Daniël 6?
Wij zien in dit Schriftgedeelte twee keer vastbeslotenheid:
* vastbeslotenheid in het dienen van God
* vastbeslotenheid in de tegenwerking van God.
Wij ontwaren de scherpe tegenstelling tussen godvrezenden en goddelozen. Wij zien de antithese: de tegenstelling tussen kerk en wereld.

Hoe wordt de kerk, als het gaat om het dienen van God, vastbesloten en eensgezind?
Dat gebeurt als de kerk Hem dringend bidt om Zijn genade.
Dat gebeurt als de kerk Hem in alles gehoorzamen wil.
Dat gebeurt als de kerk met Hem door de wereld wandelt.

Laten wij weer terugkeren naar professor van Houwelingen.
De hooggeleerde Godgeleerde schrijft ook: “Waar je ook kerkte, in Roodeschool of in Axel, de liturgie was overal hetzelfde. Men zong psalmen uit de berijming-1773 en 29 gezangen, begeleid op het alomtegenwoordige kerkorgel. Een trompet kon er alleen bij op hoogtijdagen. In 1986 kwam de eerste versie van het Gereformeerd Kerkboek: een vrijgemaakte selectie van psalmberijmingen, aangevuld met 41 gezangen. Tegenwoordig zingen we allerlei bundels door elkaar, van Opwekking tot Liedboek. De opwekkingsliederen kunnen zo overheersend zijn, dat ik me soms afvraag of ik niet per ongeluk in een dienst van een evangelische gemeente ben beland. En het kerkorgel? Je mag blij zijn als dat nog bespeeld wordt”.

Er is dus, om het zo maar te zeggen, een Gereformeerde sfeer en een evangelische sfeer.
Wat is het verschil?
Iemand omschreef dat eens zo: “Het belangrijkste en meest fundamentele verschil tussen evangelisch en gereformeerd is de visie op de vrije wil van de mens. Binnen de evangelische beweging gaat men ervan uit dat de mens zelf kan kiezen om tot God terug te keren, terwijl de gereformeerden op grond van de Bijbel leren dat de mens ‘dood is in zonden en misdaden’. Het is het werk van de Heilige Geest om het hart te vernieuwen en de wil te buigen en de zondaar tot Christus te brengen. Een tweede belangrijk verschil is de visie op de doop. Leren de gereformeerden de kinderdoop, binnen de evangelische kringen gaat men uit van de volwassendoop. Dit heeft te maken met een verschillende visie op de betekenis van de doop. Is de doop een teken van Gods verbond of is de doop een keus van de gelovige? Het zal duidelijk zijn dat dit verschil alles te maken heeft met de visie op de (vrije) wil van de mens”[3].
Als het bovenstaande tot ons doordringt, komt de vraag op: zijn de verschillen die professor Van Houwelingen ziet, terug te voeren op de visie op de mogelijkheden van de mens? Het moet ons niet verwonderen dat dat inderdaad het geval is.
In de evangelische wereld suggereert men dat je zelf kunt kiezen of je naar God gaat – of niet. In de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) lijkt die evangelische opvatting nog altijd terrein te winnen. Dat klinkt paradoxaal, maar het is de werkelijkheid.
In de Gereformeerde wereld belijden wij: we leven van Gods genade; van onszelf hebben we niets in te brengen.

Als wijzelf gaan kiezen om al of niet naar God toe te gaan, leidt dat tot aarzeling. Tot weifelen en twijfelen. Dan komen we tot de gedachte: de kerk – daar zit wat in; of misschien toch niet. Of: het geloof – dat is waardevol; hoewel… een zoektocht is wellicht toch beter.
Als wij pleiten op Gods genade, geven we het stuur van ons leven uit handen. Dan laten we ons leiden. Dan leidt de Heiland ons met vaste hand naar Zijn toekomst toe. Wij gaan dan graag met Hem mee. Wij laten ons vastbesloten naar een nieuwe toekomst leiden!

Professor van Houwelingen snakt naar eensgezindheid in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). En naar enthousiasme. En naar vastbeslotenheid, wellicht.
De hoogleraar beschrijft de bovenzijde van een aantal heel diep liggende problemen. Wat zijn die problemen? Die problemen zijn: 1. Woordverlating; 2. eigenwijsheid.
 
In de kerk gaat de toekomst open als zij zich bekeert tot de God van hemel en aarde.
In de kerk gaat de Bijbel open.
Die kerk leest wat in de Bijbel wat er staat, en laat staan wat zij leest.
Die kerk is uiterst voorzichtig met zogenaamde eigen interpretaties.
Die kerk bidt en smeekt om genade voor het aangezicht van God.
Als de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) dat altijd en overal gaan doen, dan gaan zij de goede kant weer op!

Noten:
[1] Rob van Houwelingen, “Ik mis tegenwoordig saamhorigheid, loyaliteit en enthousiasme”. Column in: Nederlands Dagblad, donderdag 25 juni 2020, p. 12.
[2] Daniël 6:12.
[3] Geciteerd van https://www.refoweb.nl/vragenrubriek/1194/verschil-tussen-evangelisch-en-gereformeerd ; geraadpleegd op woensdag 1 juli 2020.

1 juli 2020

Hoger dan de blauwe luchten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Als je naar de sterrenhemel kijkt, en je weet dat je naar duizenden lichtjaren in het heelal kan kijken, dan sta je ook met ontzag oog in oog met die overweldigende kracht van de natuur (…) En dan weet je: we leven hier op dit planeetje, we zijn onderdeel van het grote geheel; dit gaat buiten ons om, we staan hier alleen maar naar te kijken en van te genieten. En het maakt je klein. Maar het geeft ook verwondering en het biedt ontzag”.
Dat zegt de wetenschapsjournalist Govert Schilling op zondag 28 juni 2020 in het televisieprogramma Op1[1][2]. Govert spreekt in datzelfde programma ook over de “overstijgende bestendigheid van de kosmos”.
Het moge duidelijk zijn: men hoeft geen kerkmens te wezen om onder de indruk te zijn van de schepping.
Wie dergelijk spreken hoort, kan denken: dit is een goede eerste stap op weg naar het geloof.
Maar zo werkt dat bij Govert Schilling niet. In het Nederlands Dagblad zei hij een paar jaar geleden: “Ik zie geen hogere macht achter het heelal. Het is zo al mooi genoeg. Er zijn duizenden soorten libellen. Als iemand dat ontwerpt, bedenk je er niet zo veel. Maar als je weet hoe biologische evolutie werkt, is het heel vanzelfsprekend. In de loop der eeuwen hebben mensen dingen toegeschreven aan iets bovennatuurlijks, omdat ze het niet begrepen. Niemand denkt nu nog aan een hogere macht als het onweert, terwijl dat eeuwen geleden gangbaar was.
Alles wat wij denken of voelen, komt uit ons brein. Dat geldt ook voor bijna-doodervaringen of religieuze ervaringen zoals in het boek van Jan Siebelink. We hebben geen flauwe notie hoe dat brein werkt. Dus als wij bepaalde ‘mystieke’ ervaringen niet snappen, komt dat waarschijnlijk doordat we niet weten hoe onze hersenen werken. Ik vind het te simpel er dan een ander mysterie bij te halen om vervolgens daar alles aan op te hangen”[3].

Wat wij vinden en uitvinden komt uit ons verstand, zegt Govert Schilling.
Hier staat gevoel tegenover het christelijk geloof.
Hier staat het menselijk brein tegenover Gods oneindige wijsheid.
Nu wij wat nauwkeuriger kijken ontvouwt zich hier de antithese: de scherpe tegenstelling tussen kerk en wereld.
  
Laten wij maar gewoon de Bijbel open doen.
David zingt in Psalm 37:
“Wacht op de HEERE
en houd u aan Zijn weg.
Dan zal Hij u verheffen om de aarde te bezitten;
u zult zien dat de goddelozen worden uitgeroeid”[4].
Ziet u hoe scherp dat hierboven staat?
Het komt er op neer dat goddelozen wordt weggemaaid. Mensen die vertrouwen op de overweldigende kracht van de natuur en op de nimmer eindigende schoonheid daarvan, die worden uiteindelijk met één machtige handeling van de hemelse God weggevaagd.
En de gehoorzame kinderen van God? Die worden, om zo te zeggen, opgetild!

Een exegeet noteert over Psalm 37 onder meer het volgende: “De psalm wil aansporen met God te leven, als rechtvaardige. Net als in Psalm 1 worden hier de twee wegen die de mens kan gaan tegenover elkaar geplaatst. Enerzijds is er de mogelijkheid om de weg van de goddelozen te volgen, een weg met mogelijke voorspoed, maar met een dramatisch einde. De andere optie is de weg van de rechtvaardige. Die weg gaat niet altijd over rozen, maar wie die weg kiest, zal uiteindelijk door de HERE worden beloond. Soms lijkt er geen morele orde te zijn in deze wereld, of zelfs een omgekeerde orde, en dat kan zorgen voor aanvechting (…). Het vertrouwen op de HERE overstijgt echter alle waarnemingen of mogelijke schema’s. Hij zal uitkomst geven, zoals in de situatie van Job het geval was”[5].

Hij zal u verheffen. Zo staat dat in Psalm 37.
Hij zal u verheffen: dat typeert ook de sfeer van 2 Samuël 22. In dat hoofdstuk componeert David een danklied. David zegt:
God is het “Die mij aan de macht van mijn vijanden onttrekt;
ja, U verheft mij boven hen die tegen mij opstaan,
U redt mij van de man van veel geweld”[6].
Hij zal u verheffen – dat is ook de sfeer van Psalm 27, waar diezelfde David zingt:
“Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
op de dag van het onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots”[7].
Kerkmensen worden, om zo te zeggen, op niveau gebracht. Op dat niveau is het veilig. Waarom? Omdat dat het regeringsniveau is. De God van hemel en aarde zorgt Hoogstpersoonlijk voor de bescherming van al Zijn regeringsfunctionarissen.

Het is prachtig als mensen reuze enthousiast vertellen over de sterrenhemel. De grootheid van de kosmos maakt indruk. Het is ongelooflijk wat daar allemaal te zien is.
En toch is het onvoldoende om niet verder te kijken dan sterren, lucht en wolken.
Weet u nog wat er in Mattheüs 5 staat?
Citaat: “Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”[8]. En: “Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien”[9].
Kijk, dat is hoger dan de blauwe luchten. Veel hoger.

Noten:
[1] Zie https://www.npostart.nl/op1/28-06-2020/POW_04672769 ; geraadpleegd op maandag 29 juni 2020.
[2] Zie voor meer informatie over Govert Schilling https://allesoversterrenkunde.nl/govert-schilling/curriculum-vitae/ ; geraadpleegd op maandag 29 juni 2020.
[3] “Mezelf klein voelen maakt me gelukkig”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 2 november 2017, p. 24 (rubriek ‘Houvast’).
[4] Psalm 37:34.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 37 (‘Boodschap’).
[6] 2 Samuël 22:49.
[7] Psalm 27:5.
[8] Mattheüs 5:5 en 6.
[9] Mattheüs 5:8.

30 juni 2020

Duurzame relatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De relatieproblemen in Nederland rijzen de pan uit. Kinderen hebben gedragsproblemen, en komen soms in aanraking met de politie. Huwelijken stranden, ook al doen sommigen enorm hun best de boel bij elkaar te houden. Broers en zussen spreken elkaar niet vaak meer, omdat telkens blijkt dat de levensovertuigingen mijlenver uiteen liggen. Oude vaders en moeders, opa’s en oma’s hebben slechts oppervlakkig contact met kinderen en kleinkinderen; als het diepgaander wordt zijn kribbigheid en wrevel zomaar geboren.

Intussen zijn er mensen die gewoon Gereformeerd willen zijn. Zij leven naar Gods Woord. Rechttoe-rechtaan. Niettemin vragen zij zich wel eens af of ze niet ouderwets aan het worden zijn. De wereld gaat, bijna als een film, aan hen voorbij.
Misschien hebben zij wel eens het idee dat ze uitgerangeerd zijn. Functieloos. Onnut.

Laten wij – juist voor hen, maar tevens voor ons allen – in dit artikel enkele woorden uit Romeinen 8 naar voren halen. Namelijk deze: “De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[1].
Mede-erfgenamen van Christus! Misschien is er met heel veel van uw relaties wel wat mis. Maar deze relatie – die is prima. Weet u waarom? Omdat het hier ten diepste een verbondsrelatie betreft.

Het woord erfgenaam betekent in het Nieuwe Testament eigenlijk twee dingen:
* nabestaande op wie de erfenis overgaat
* de bezitter van een erfgoed.
Gods kinderen worden “bezitters van het eigendom (…) dat God hun toevertrouwt”[2].
Onze Here Jezus Christus, de Zoon van God, is de eerste erfgenaam. Zie de inzet van Hebreeën 1: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles”[3]. De Heiland heeft mensen uitverkoren om voor altijd bij Hem te horen. Hij heeft hen tot Zijn kinderen aangenomen. Daarom is het precies zoals Paulus het in Galaten 4 noteert: “… als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door Christus”[4].
Dat geldt voor aangenomen zonen en voor aangenomen dochters!

En wat is dan die erfenis?
Dat wordt in een bekend gezang mooi verwoord:
“Het Woord – zij zullen ’t laten staan,
wat zij ook ondernemen.
Hij gaat ons met zijn Geest vooraan,
Hij komt ons kracht verlenen.
Al staat de vijand klaar,
hoe groot ook het gevaar
voor leven, eer, gezin,
hij werft toch geen gewin:
wij erven ’t rijk des Heren”[5].

Daar hebt u het: wij erven de hemel en de aarde. Wij gaan met God meeregeren. Wij hoeven ons niet af te vragen: waar doe ik ’t allemaal voor? Of ook: waarom hou ik zo stevig vast aan Gereformeerd leven, aan kerkgang, aan Bijbellezen, aan wandelen met God? Want het antwoord op al die vragen hebben we al: we verheugen ons op een heerlijke plaats aan ’s Vaders rechterhand!

Wellicht voelt u zich wel eens weggezet als archaïsch en niet meer ter zake doende. Herinner u dan de woorden van 1 Petrus 4: “Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen. Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
De Heilige Geest woont in de harten van Gods kinderen. Laten wij het de Heidelbergse Catechismus maar gewoon nazeggen: ik geloof “dat Hij – dat is: Gods Heilige Geest – ook mij gegeven is, om mij door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, mij te troosten en eeuwig bij mij te blijven”[7].
Nee, inderdaad – Gods Geest gaat nimmer meer weg!

De God van hemel en aarde gaat met ons mee. Ons hele leven lang. Ja, ook als wij in de richting van onze laatste dag op aarde gaan. Onze sterfdag is niet het eindstation zegt Psalm 16:
“Gij, die mijn ziel van dood en graf bevrijdt,
behoedt mij als uw gunstgenoot voor ’t sterven:
ik zal, door U op ’t levenspad geleid,
de vreugde van uw aangezicht beërven”[8].
En ja, misschien zijn we – diep in ons hart – wel eens wat jaloers op de mensen die op ’t eerste gezicht wat ‘losser’ leven. Het gaat hen niet zelden goed, ze doen goede zaken in het leven. Maar weet u wat echte voorspoed is? Psalm 25 vertelt het ons:
“Wie heeft lust de HEER te vrezen
als het hoogst en eeuwig goed?
God zal zelf zijn leidsman wezen,
leren hoe hij wand’len moet.
Hij mag uit des HEREN hand
voorspoed op zijn weg verwachten.
Het door God beloofde land
erven ook zijn nageslachten”[9].
Wie dat weet gaat rustig z’n gang. Hij laat zich niet van de wijs brengen door honderdduizend uiteenlopende opinies die elkaar heel vaak tegenspreken. Want hij kent Psalm 37:
“Wie met zachtmoedigheid verdrukking dragen,
 zien uit naar vrede en beërven ’t land”[10].
En:
“Aan vromen is beloofd een duurzaam leven.
Hun huis blijft staan, zij erven heel het land”[11].

Jazeker, de relatieproblemen zijn soms reuze ingewikkeld. Maar de Verbondsrelatie blijft bestaan. Tot in eeuwigheid!  
 
Noten:
[1] Romeinen 8:16 en 17.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 8:17.
[3] Hebreeën 1:1 en 2 a.
[4] Galaten 4:7 b.
[5] Gezang 34:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] 1 Petrus 4:13 en 14.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 20, antwoord 53.
[8] Psalm 16:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Psalm 25:6; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 37:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[11] Psalm 37:12; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

29 juni 2020

Dankbaar – een kenmerkend kerkwoord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De door de overheid afgekondigde corona-maatregelen zijn versoepeld. Er is weer meer toegestaan[1]. Nederland haalt opgelucht adem.
Er wordt gediscussieerd. Waarom hanteert Nederland de 1,5 meter-norm, houdt Frankrijk het op één meter, Duitsland soms op 1,5 meter en soms op 2 meter en Portugal op 2 meter?[2] Zit daar wel logica achter? De gewone man in de straat kan lang niet alles meer logisch uitleggen.

In de gegeven omstandigheden is het belangrijk om de focus elders te leggen. Laten we elkaar, nu het om een ander concentratiepunt gaat, wijzen op woorden van de apostel Paulus in Colossenzen 3: “En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar”[3].

Over Colossenzen 3 schreef ik niet zo lang geleden onder meer: “Waar gaat het in Colossenzen 3 om?
Kerkmensen moeten, schrijft Paulus, op de hemel gericht zijn. Wij hebben een magnifieke leefgemeenschap met Christus. Hij is altijd aanwezig. Juist daardoor kan ons leven zich op een prachtige wijze ontplooien. Aardse verlangens komen daarom altijd op het tweede plan. Seks, hebzucht, driftbuien, roddel… – dat past allemaal niet bij het leven met Christus.
Wat past daar dan wel bij? Antwoord: medelijden, goedheid, bescheidenheid, vriendelijkheid, geduld, verdraagzaamheid, vergeving, dankbaarheid en lof aan God.
Ziet u dat? Dat zijn hele aardse dingen.
Nee, het gaat niet om kwalitatief uitstekende mystiek, of iets van dien aard. Leven in de leefgemeenschap met Christus, dat doen wij hier en nu. Dat doen wij met beide benen in de maatschappij van 2020”[4].

De vrede van God moet scheidsrechter zijn. Zo staat dat in Colossenzen 3. De vrede van God moet bepalend zijn bij het treffen van allerlei regelingen. De vrede van God moet de ondergrond wezen bij het maken van beleid.
Betekent dat Gereformeerden in alle rust onder een groene boom moeten gaan zitten en alles maar goed moeten vinden? Nee, dat betekent het niet. Gereformeerden mogen best ergens een mening over hebben.
Er staat een vorm van het woord eirene. De hier bedoelde vrede is met de Jezus Christus en Zijn Heilige Geest verbonden. Jezus Christus kwam op aarde “om te verschijnen aan hen die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood, en om onze voeten te richten op de weg van de vrede”[5]. Paulus schrijft aan de Romeinen: “Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn”[6].
Wat er ook in de wereld gebeurt, kinderen van God schuilen bij hun Zaligmaker. Het pakket van al of niet versoepelde coronamaatregelen is soms onoverzichtelijk en wellicht hier en daar ook onbegrijpelijk. Maar Gods kinderen blijven er rustig onder. Zij concentreren zich op het dagelijkse contact met God. Hij luistert altijd naar hen. Bij Hem is rust. Bij Hem is veiligheid te vinden. Hij is, om zo te zeggen, het ijkpunt van hun leven. Hij geeft de maatstaf. Zijn norm gaat boven alle aardse regels uit!

Wees dankbaar, schrijft Paulus.
Eucharistoi staat daar. Eu wil zeggen: goed, of ook: goed gedaan!  Charis betekent onder meer: dank, en: dankbaar.
Wij mogen de Heer van hemel en aarde dankbaar zijn. Dankbaar – omdat de erediensten in de kerk ook in het ‘nieuwe normaal’ blijken te passen. Dankbaar – omdat we in alle vrijheid mogen belijden dat we in de vergeving der zonden en een eeuwig leven geloven.
De mensen die de hemelse God heeft uitverkoren en bij elkaar heeft gezet, zijn in één lichaam geroepen. Om met Efeziërs 4 te spreken: wij moeten ons “beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping”[7].
De Heilige Geest legt de vrede en de dankbaarheid in de harten van alle kerkmensen. Dankbaar – dat is daarom het typerende woord voor de sfeer in de kerk. 

De versoepeling van de coronamaatregelen geeft nieuwe mogelijkheden. Toegegeven – het ‘oude’ normaal is nog niet weer terug. Maar er is wel een deur naar de toekomst open gegaan. Laten wij daarom met nieuwe Geestdrift – ja: aangedreven door de Heilige Geest – onze arbeid in kerk en maatschappij weer aanpakken. Daarbij worden wij vanuit Colossenzen 3 aangespoord door  de apostel Paulus: “En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen, in de wetenschap dat u van de Heere als vergelding de erfenis zult ontvangen, want u dient de Heere Christus”[8].  
En laten wij dan, met Psalm 43, maar blijmoedig zingen:
“Dan ga ik op tot uw altaren,
tot U, o bron van zaligheid.
Dan mag mijn ziel uw heil ervaren
en dankbaar ruisen alle snaren
voor U die al mijn vreugde zijt
en eindloos mij verblijdt”[9].

Noten:
[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2338409-er-mag-meer-maar-alles-op-anderhalve-meter-de-versoepelingen-op-een-rij.html ; geraadpleegd op donderdag 25 juni 2020.
[2] Zie https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-frankrijk en https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-duitsland, https://www.anwb.nl/vakantie/reiswijzer/coronamaatregelen-portugal ; geraadpleegd op donderdag 25 juni 2020.
[3] Colossenzen 3:15.
[4] Zie mijn artikel “Alles in Christus’ naam”, hier gepubliceerd op maandag 8 juni 2020. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/06/08/alles-in-christus-naam/ .
[5] Lucas 1:79.
[6] Romeinen 8:15 en 16.
[7] Efeziërs 4:3 en 4.
[8] Colossenzen 3:23 en 24.
[9] Psalm 43:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

26 juni 2020

Onze Heiland is oppermachtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De coronacrisis kan tot de vraag leiden: komt de Here Jezus Christus spoedig terug?
In Mattheüs 24 lezen wij in verband met de tekenen van het einde van de wereld: “Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen”[1].
In die situatie moeten gelovige mensen aan de goede kant staan. En dat moet vooral zo blijven!

De tegenstelling tussen Gods medestanders en Diens tegenstanders is scherp. Vlijmscherp.
En er is meer.
In de Bijbel wordt de uitschakeling van Gods tegenstanders in harde lijnen getekend. Dat zien we bijvoorbeeld in Openbaring 20[2].

De inzet van dat Bijbelkapittel luidt: “En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten”[3].
Wat gebeurt daar? Antwoord: Christus demonstreert Zijn overmacht door Zijn tegenstander, de duivel, duizend jaar te knevelen. Onze Heiland is oppermachtig!

Wij lezen verder.
“En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding. Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang”[4].
Wat gebeurt daar? Antwoord: Christus demonstreert nog eens Zijn overmacht. Hoe dan? De martelaars – zeg maar: de slachtoffers van het duivelswerk – gaan met Christus meeregeren. Die martelaars worden, om zo te zeggen, ministers. Christus’ regeermacht kent zijn weerga niet!

En hoe gaat het verder?
“En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid”[5].
Men begrijpt: de definitieve ondergang van de satan kan nu niet uitblijven. De satan krijgt, om het zo maar uit te drukken, levenslang!

Wat gebeurt er in Openbaring 20?
Geteisterde en anderszins geplaagde kinderen van God krijgen hun definitieve plaats in de ‘regeringsploeg’ die Hij Hoogstpersoonlijk samenstelt!

Misschien gevoelen sommigen de drang om iets te zeggen als: ‘de ware kerk wordt bijkans verdelgd, maar zij wordt op het nippertje gered!’. Met een stellingname met betrekking tot de ware kerk moeten wij echter een beetje voorzichtig zijn. Op dit punt wordt veel wijsheid van ons gevraagd!
Laten we samen vaststellen dat het in Openbaring 20 om al Gods kinderen gaat.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.G. Bos (1909-1988) schreef eens: “Dat wil niet zeggen, dat er niemand zalig wordt, die in deze levenstijd niet gehoorzaam de roepstem van Christus volgt en zich daar voegt, waar Christus samenroept. Wanneer dat bijvoorbeeld door gebrek aan inzicht is, uit onwetendheid, dan weten wij dat Hij zeer barmhartig en genadig is. Al de zijnen, die bij al hun overblijvende zwakheid en gebreken Hem toch hebben liefgehad in onverderfelijkheid, zal Christus in het uur van hun sterven vrijmaken van alle ongerechtigheid, alle zonde doen afsterven, ook overgebleven kerkzonde, en hen brengen waar zij behoren te zijn”.
Op dit punt zijn nonchalance en gemakzucht geenszins op hun plaats. Dominee Bos schreef daaronder namelijk ook: “Maar wie het lichtvaardig en gemakzuchtig daarop zou willen laten aankomen, zal wel bedrogen uitkomen. Wie zonder harde en volhardende strijd plaats aan de zonde geeft in zijn leven, welke zonde ook maar, toont daarmee niet werkelijk te leven uit het geloof en wordt niettegenstaande zijn ’vroomheid’ ledig weggezonden”[6].

Openbaring 20 kan men beschouwen als een oproep aan de kinderen van God, overal ter wereld. Die aansporing luidt: ‘Kinderen van God, kom naar de kerk! Want als u daar weg blijft, loopt u gevaar. Dat gevaar is dat u, misschien ongewild en onbewust, wegdwaalt van uw Heiland. Dat gevaar is dat op bepaalde punten een godsdienst-op-eigen-houtje ontstaat. Die kant moet het natuurlijk niet op. Kom dus naar de kerk!’.

Openbaring 20 biedt ook troost voor kerk-zondaars. Voor mensen dus die, door allerlei omstandigheden – zoals onwetendheid, gebrek aan inzicht en/of studiezin – op een plaats zitten die wel ‘kerk’ heet, maar het ten diepste niet is. Want ook die mensen vist de Heiland op. Hij is een echte Visser van mensen. Hij weet waar zij zitten. Hij ziet hen. En Hij grijpt hen vast: ‘Kom hier, je zit daar verkeerd; je hoort bij Mij!’.

Het gaat in Openbaring 20 hard tegen hard: “En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad”. Komen Gods kinderen van over de hele wereld in de verdrukking? Worden ze weggedrukt? Nee, toch niet. “Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen”. De opmars van de satan en zijn trawanten wordt gestuit!

Het is coronatijd. Coronacrisis, zeggen de mensen. Gelukkig worden er nu weer allerlei beperkende maatregelen versoepeld.
Intussen leven kinderen van God, ondanks alles, in een sfeer van overwinning en triomf. Want zij weten: de God van hemel en aarde zal overwinnen. Het regeerwerk van Christus wordt gevrijwaard van elke bedreiging.
Het is coronatijd. Coronacrisis, zeggen de mensen.
En jazeker, gelovige mensen hadden en hebben ook last van vele beperkingen. Maar voor al Gods kinderen geldt: de eeuwige vrijheid nadert!

Noten:
[1] Mattheüs 24:7.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – met name p. 434, 445 en 446.
[3] Openbaring 20:1, 2 en 3.
[4] Openbaring 20:4, 5 en 6.
[5] Openbaring 20:7-10.
[6] Ds. C.G. Bos, “Geloven en belijden 2; Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 20-37”. – tweede druk. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak bv, © 1978. – citaten van p. 68.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.