gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

13 december 2017

Vrouwen in het vizier

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Is de rol van de vrouw in gezin en kerk toe aan verandering?
Deze vraag staat vanavond centraal tijdens een vergadering van een Bijbelstudievereniging te Groningen[1]. Over het antwoord op die vraag schreef ik op deze internetpagina al eens eerder het een en ander[2].

Hoe kijken u en ik op een Schriftuurlijke manier naar vrouwen, en hun manier van doen?

Laten we, over die vraag nadenkend, elkaar wijzen op woorden uit Titus 2: “Evenzo moeten de oudere vrouwen in hun gedrag zijn zoals het ​heiligen​ past: geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel ​wijn, maar leraressen van het goede, opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun ​kinderen​ lief te hebben, bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt”[3].

Roddelaarsters zijn in de kerk dus niet gewenst.
Vrouwen die teveel alcohol tot zich nemen, krijgen in de kerk evenmin een centrale plaats.
Vrouwen en moeders mogen jongeren leren wat in de wereld van 2017 verstandig is.
Vrouwen en moeders kunnen van grote waarde wezen in gezin en huishouden.
Op die wijze laten zij de God van hemel en aarde gloriëren.

Bij dit alles moeten Gereformeerde mensen zich er voor hoeden om vrouwen naar voren te schuiven. In de wereld om ons heen is men al decennia lang van mening dat dames achtergesteld zijn. En dus worden zij naar voren geschoven.
Maar de vraag is waarom de vrouw niet naast de man gezet wordt.
Die vraag klemt des te meer als u en ik ons realiseren dat in Titus 2 mannen en vrouwen wel naast elkaar worden gezet. In Titus 2 gaat het over oudere en jongere mannen, en over oudere en jongere vrouwen. Ieder kerklid mag zich aangesproken voelen!

Natuurlijk kan worden gezegd: luister, Titus 2 geeft een schets van de ideale situatie; maar de praktijk is toch vaak anders.
Een voorbeeld.
Ook in de Gereformeerde wereld komen tieners voor die ongewenst zwanger raken. En ongelukje, zegt de een. Anderen zeggen: kom op, we gaan ervoor. Laten wij in ieder geval liefdevol blijven handelen, zegt men verder[4].
Nu is dat laatste waar.
Maar de kwestie is: wij moeten weten wat de norm is. De maatstaf is niet: de regel die op zachtaardige wijze aangepast is aan onze zondige aard. De norm is datgene wat de Here van ons vraagt.
Nee, daar wordt het geenszins makkelijker van.
Het is echter zeker dat kerk-zijn moeilijker wordt als we de norm zachtkens laten opschuiven.

Van vrouwen wordt, kortom, wijs optreden gevraagd. Voorbeelden als hierboven genoemd illustreren duidelijk dat het niet overbodig is om elkander daarop te blijven wijzen. Ook vandaag.

Het moet ons opvallen dat in Titus 2 niet alleen staat dat het van enig belang is dat vrouwen als netjes, integer en zorgzaam bekend staan.
Nee, er staat: “opdat het Woord van God niet gelasterd wordt”. In het Grieks komen we het woord blasphemetai tegen. U herkent vast wel ons woord ‘blasfemie’. Het gaat er blijkbaar om dat mensen niet gaan zeggen: als je naar die Gereformeerde vrouwen kijkt, zie je dat ze niks met hun geloof doen en er in hun praktijk helemaal niets aan hebben. Aan alles moet het te merken zijn: christelijk leven, wandelen met God – dat is anno Domini 2017 alleszins de moeite waard!

Jazeker, er zullen steeds mensen zijn die zeggen: die vrouw in dat gezin van vijf, zes of zeven kinderen is ernstig te beklagen; zij komt helemaal niet meer aan zichzelf toe.  Het kan aan mij liggen, maar ik vind zulke moeders er lang niet altijd overspannen uit zien. Integendeel, zou ik willen zeggen!

Laten vrouwen maar zijn “zoals het heiligen past”.
Zeker, dan zal de buurman of die mevrouw van drie huizen verder wellicht met licht sarcasme opmerken: ‘dat gezin met al die kinderen van een paar deuren verder…, dat zijn eigenlijk best aparte mensen’.
Welnu, dat klopt dan als een bus.
Want dat gezin is apart gezet door de God van hemel en aarde. Dat gezin is, om het zo maar eens te zeggen, door de Heiland Zelf gerechtvaardigd.
Wonderlijk maar waar!

Noten:
[1] Dat is de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[2] Zie mijn artikel ‘De man is het hoofd’, hier gepubliceerd op maandag 12 juni 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/06/12/de-man-is-het-hoofd/ . En ook mijn artikel ‘Samen in dienst van de Here’, hier gepubliceerd op woensdag 14 juni 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/06/14/samen-in-dienst-van-de-here/ .
[3] Titus 2:3, 4 en 5.
[4] Zie hierover bijvoorbeeld “Kerk moet vrijplaats zijn voor ongewenst zwangere vrouw”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 5 december 2017, p. 4.

12 december 2017

Geloven is een feest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Over een week of twee is het Kerstfeest.
Christus op aarde – er wordt een nieuwe stap gezet in het Goddelijk verlossingswerk!

Afgelopen zondag, 10 december, ging het in de morgendienst van De Gereformeerde Kerk Groningen over Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus.
U kent die tekst misschien wel:
“Wat is voor ons de waarde van de opstanding van Christus?
Antwoord:
Ten eerste heeft Hij door zijn opstanding de dood overwonnen, om ons te doen delen in de gerechtigheid, die Hij door zijn dood voor ons had verworven. Ten tweede worden ook wij door zijn kracht nu al opgewekt tot een nieuw leven. Ten derde is de opstanding van Christus voor ons een onderpand van onze opstanding in heerlijkheid”[1].

Men kan het idee hebben dat we in de eredienst met grote passen door de heilshistorie stapten.
Is dat erg?
Stel u gerust. Wij bevonden ons in het goede gezelschap van de apostel Paulus.

Hoe kom ik daar op?
Zondag 14 van de Catechismus handelt over het Kerstfeit. Daaronder wordt verwezen naar woorden uit Romeinen 8. Dat zijn deze: “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest”[2].
In Zondag 17 wordt ook naar Romeinen 8 verwezen. Daar gaat het om de volgende zin uit de Heilige Schrift: “En als de Geest van Hem Die ​Jezus​ uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zal Hij Die ​Christus​ uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont”[3].

Conclusie: Kerst en Pasen liggen dicht bij elkander, en staan met elkaar op één lijn.

Gereformeerde mensen weten dat ook hun opstanding op handen is. Het leven wordt volmaakt. Een nieuw begin!
Daar bereiden we ons nu al op voor.
Waar merken we dat aan?
1.
We beseffen voortdurend dat al onze kwaaltjes, onze ziekten en ja… soms ook ons diepe lijden op geen enkele manier te vergelijken zijn met de magnifieke heerlijkheid die we in de hemel zullen beleven.
2.
We realiseren ons dat alle bederf, alle verrotting en alle criminaliteit in deze wereld worden overkoepeld door slavernij. Mensen zonder God zitten, zonder dat zij dat zelf helder voor ogen hebben, met ketenen vast aan de satan.
3.
De hele schepping zucht onder de ellende. Maar er is een behoorlijk verschil in zuchten:
* mensen zonder God zuchten zonder uitzicht
* Gods kinderen zuchten met uitzicht en met hulp van de Heilige Geest: hun leven wordt verlost en verkrijgt hemelse vrijheid.
4.
Kinderen van God kennen ook een keten. Een keten van heil:
* wij zijn door Hem uitgekozen
* wij zijn door Hem geroepen
* wij zijn door Hem gerechtvaardigd
* en dus worden wij ook door Hem verheerlijkt.
5.
Wij hebben de garantie dat die opstanding en dat heerlijke hemelleven een feit zullen worden. Dat is volkomen zeker omdat het Eerste Kerstdag geworden is. Christus kwam op aarde[4]!

Kerst en Pasen liggen dicht bij elkaar. Voor wie die lijn doortrekt naar de toekomst wordt geloven een feest.
Gelovigen staan te popelen, om het zo maar te zeggen: kom maar op met dat oneindige hemelse festijn!

Geloven geeft dus perspectief op een concrete toekomst.

Het is belangrijk om dat helder vast te stellen.
Want tegenwoordig is het christendom voor sommigen een warm gevoel. Een ontroering. Misschien zelfs een waardevol element als je, zoals dat heet, in een emotionele rollercoaster zit.

Onlangs kreeg ik daarvan een voorbeeld onder ogen.
Dat stond in een vraaggesprek met Wierd Duk. Dat is een bekende journalist[5].
Daarin geleden zei hij:
“Ik ben niet met angst opgevoed. Mijn vader was een intellectueel die met zijn tijd meeging. Het christendom stond bij ons thuis niet voor benepenheid, maar voor conservatisme en een bepaalde culturele, intellectuele ervaring. Ik koester die ervaring. Ik zie mezelf als een cultuurchristen. Dat ik het geloof in God verloor, is voor mijn ouders geen enorme schok geweest, geloof ik. Een paar jaar geleden kon ik bijvoorbeeld met mijn moeder nog goed praten over Klaas Hendrikse, de dominee uit Zeeland die niet in God gelooft. Mijn moeder begreep zijn ideeën best. Mijn ouders hadden het erger gevonden als mijn broer en ik ons echt tégen het christendom hadden gekeerd, of als we zelfdestructief gedrag waren gaan vertonen”[6].
Zo wordt christen-zijn een culturele ervaring.
Zo wordt christen-zijn een bezigheid op het kruispunt van zingeving, kunst, ontspanning en uitgaan.
Maar met de toegang tot de hemel heeft dat niets te maken.

Laten wij het nog maar eens zonder omwegen vaststellen: in de kerk is geloven een feest. Want er komt een heerlijke toekomst aan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, vraag en antwoord 45.
[2] Romeinen 8:3 en 4.
[3] Romeinen 8:11.
[4] Zie Romeinen 8:18-30.
[5] Wierd Duk (geb. 1959) was onder meer correspondent in Rusland en Duitsland. Ook was hij politiek commentator voor het Algemeen Dagblad. Momenteel werkt hij voor het dagblad De Telegraaf.
[6] “Bezorgd over islamisering”. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 2 december 2017, p. 5 en 6. Citaat van p. 5.

11 december 2017

Woeste Wilders

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De heer Wilders, de fractieleider van de Partij voor de Vrijheid in de Tweede Kamer, is weer eens in het nieuws geweest.

En waarom dan?
Welaan, de heer Wilders heeft aangifte gedaan tegen minister-president Rutte.
Nederlanders worden, zegt meneer Wilders, gediscrimineerd.
“In hun brief aan hoofdofficier van justitie Bart Nieuwenhuizen schrijven Wilders en Faber dat Nederlanders ‘ongelijk worden behandeld, met name ten opzichte van asielzoekers en migranten’. Asielzoekers en migranten krijgen gratis zorg zonder eigen risico, stelt de PVV, terwijl Nederlanders wél zelf moeten bijdragen aan de zorgkosten en zich ook aanvullend moeten verzekeren voor bijvoorbeeld fysiotherapie. Dat ‘doelbewuste onderscheid’ is volgens de PVV’ers strafbaar”.

Wat vinden staatsrechtdeskundigen ervan?
“Volgens diverse staatsrechtdeskundigen is de aangifte kansloos. Onderscheid maken tussen mensen in wetgeving is iets heel anders dan discriminatie, zei hoogleraar Wim Voermans donderdag tegen de NOS. Ook zijn de door de PVV gewraakte wetten democratisch tot stand gekomen. ‘Het Openbaar Ministerie gaat daarom waarschijnlijk niet vervolgen’, aldus Voermans”[1].

Nu ben ik geen jurist.
En nee, een staatsrechtdeskundige ben ik ook al niet.
Maar als Gereformeerde krantenlezer c.q. betrokken burger trek ik wel mijn wenkbrauwen op.

Want ik zeg: gelukkig maar dat we ongelijk behandeld worden. Hebben we niet allen geheel verschillende noden?

In een juridisch woordenboek wordt discriminatie omschreven als: “situatie waarbij personen wegens hun geslacht, ras, godsdienst of levensovertuiging verschillend worden behandeld; ongeoorloofd onderscheid maken tussen mensen, achterstelling of uitsluiting van mensen, als uitingsvorm van onverdraagzaamheid of minachting, opgeroepen door kenmerken als huidskleur, taal, religie, ras, geslacht, leeftijd, geaardheid, handicaps, enz.”[2].
Discriminatie heeft te maken met onverdraagzaamheid. Met minachting.

Heel wat asielzoekers en migranten hebben veel meer nodig dan de meeste Nederlanders. Immers, voornoemde asielzoekers komen maar al te vaak berooid in ons land aan. Geld hebben ze meestal niet. En ook geen kleding, geen huis, geen meubels… niets.
Logisch dus dat zij meer nodig hebben dan de doorsnee Nederlander.
Logisch dus dat er een ongelijke behandeling plaatsvindt. Laten wij het maar ronduit zeggen: dat is maar goed ook!

Bij al dat furieuze en welhaast grimmige gedoe van de heer Wilders moest ik denken aan Leviticus 19. Daar lees ik namelijk: “Wanneer u nu de ​oogst​ van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker niet helemaal afmaaien, en wat van uw ​oogst​ is blijven liggen, mag u niet oprapen. U mag ook uw wijngaard niet nalopen en de afgevallen ​druiven​ van uw wijngaard niet oprapen. U moet ze voor de arme en voor de ​vreemdeling​ achterlaten. Ik ben de HEERE, uw God”[3].
Met andere woorden: die afgevallen druiven liggen, strikt genomen, op uw akker; maar gun ze vooral aan die vreemdeling die niet zo ruim bedeeld is!

Leviticus 19 is een hoofdstuk waarin wij opgeroepen worden om heilig te leven[4]. Het kost niet al te veel moeite om de tien geboden in dit Schriftgedeelte terug te vinden[5].

We zouden tegen de heer Wilders kunnen opponeren met het het tiende gebod: ‘Gij zult niet begeren’.
Maar ook met het vierde gebod. Immers, de Here gebiedt ons om – speciaal op de sabbatdag – aan de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen[6].

De activiteiten van de heer Wilders overdenkend, kwam ik uit bij Philippenzen 4.
U weet wel: “Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u. Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij. Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door ​bidden​ en smeken, met dankzegging bekend worden bij God”[7].

Ach, de heer Wilders heeft het altijd zo druk met de joods-christelijke wortels van dit land. Maar als het er op aan komt, zit er weinig christelijks in die pompeuze en protserige PVV-heisa.
Meneer Wilders en de zijnen maken bijna overal een karikatuur van. Aldus wordt de hele wereld belachelijk.

Leviticus 19 leert ons geheel anders.
Weet u hoe dat Schriftgedeelte aanvangt? Het begint zo: “De HEERE sprak tot ​Mozes: Spreek tot heel de gemeenschap van de Israëlieten, en zeg tegen hen: ​Heilig​ moet u zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben ​heilig”[8].
Wie zo leeft, komt op een heerlijk niveau terecht. Dan keren wij ons af van frivole drukte en deining; wij hopen op hemels heil.

Noten:
[1] “‘Kansloze’ aangifte van Wilders tegen premier Rutte”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 1 december 2017, p. 4.
[2] Geciteerd van https://www.juridischwoordenboek.nl/woordenboekdis.html#13205 ; geraadpleegd op vrijdag 1 december 2017.
[3] Leviticus 19:9 en 10.
[4] Hierover schreef ik al eens in mijn artikel ‘Eerbiedige eredienst’, hier gepubliceerd op donderdag 16 juni 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/06/16/eerbiedige-eredienst/  .
[5] Zie hierover ook de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Leviticus 19:1 en 2.
[6] Zie ook Heidelbergse Catechismus – Zondag 38, antwoord 103.
[7] Philippenzen 4:4, 5 en 6.
[8] Leviticus 19:1 en 2.

8 december 2017

Het horizontalisme van professor Kuitert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Vrijdag 8 december 1972: in het Nederlands Dagblad worden uitspraken van professor Kuitert overgenomen. Die uitspraken heeft hij gedaan in het VU-magazine, een blad van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Hij pleit er voor om studenten theologie de ruimte te geven. Dat gaat als volgt.

“Een paar woorden wil prof. Kuitert nog aan VU-magazine kwijt over de groeiende kloof tussen (een deel van) de gemeenten en de theologische studenten, zowel die van de VU als die van ‘Kampen’. ‘Het is echt niet zo, dat die jongens niet een pastorie in willen, maar velen denken: ik beantwoord niet aan het verwachtingspatroon. Wat ik zou willen, is dat men nu eens ophoudt de studenten in alle mogelijke bochten te wringen, zodat ze bij ’n gemeente passen, maar dat de gemeenten hen nu eens de ruimte geven. Er zitten fantastisch goeie jongens bij, met zoveel moed en met zoveel zicht op de zaken en met zoveel ideeën, die vorm kunnen krijgen, dat ik de kerk beklaag die dat niet ziet en die deze kans – de zoveelste kans – aan zich voorbij laat gaan en zulke jongens laat staan. Dat is, wat ik nog dolgraag kwijt wil’”[1].

De formulering van hierboven is vijfenveertig jaar oud.
Maar de zaak zelf komt in het Neêrlandse kerkelijke leven nog met zekere regelmaat langs: dominees die – naar men zegt – niet bij gemeenten passen.
Als u geen vreemde in Jeruzalem bent, kent u de trefwoorden wel die bij meningen van deze soort horen: ontplooiingsruimte, vernieuwing, communicatie, verandermanagement.

Als u het mij vraagt, hebben we hier met horizontalisme te maken.

Horizontalisme: dat woord komt ook voorbij in een preek die op zondag 26 november 2017 in een kerkdienst van De Gereformeerde Kerk Groningen gelezen wordt.
Na de eredienst wordt het al snel duidelijk: de meeste catechisanten begrijpen dat woord niet meer. Geen wonder: het woord ‘horizontalisme’ gebruiken we anno 2017 weinig.

In de gelezen preek wordt trouwens wel uitgelegd wat horizontalisme is: “Horizontalisme, daar zit het woord horizontaal in. Men bedoelt daarmee te zeggen: verticaal omhoog, is er heel weinig meer te doen in de religie.
Verticaal, in de richting van God en van de hemel. Want, wie is God en waar is de hemel? Wie zal dat zeggen? Nee, wie nog godsdienstig wil zijn en wil blijven, wie nog aan religie wil doen die moet maar volop horizontaal bezig zijn. Op deze aarde, onder de mensen. Daar moet hij medemenselijkheid betonen en naastenliefde plegen”[2].

Horizontalisme, dat is: kijk veel om je heen, maar niet teveel omhoog; vanuit de hemel krijg je namelijk geen hulp.

Wie bij professor Kuitert tussen de regels door kijkt, ziet het woord ‘horizontalisme’ in neonletters oplichten.

Fantastisch goeie jongens… Zullen dat later Godvrezende ambtsdragers worden?
Jongens met moed… Hoe zullen die jongens hun dapperheid inzetten?
Jongens met goeie ideeën… Zijn dat Schriftuurlijke denkbeelden, eigenlijk?

Nu het om deze dingen gaat, wijs ik graag op de inzet van 1 Petrus 5: “De ouderlingen onder u roep ik ertoe op, als medeouderling en getuige van het lijden van ​Christus​ en deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden: Hoed de kudde van God die bij u is en houd daar toezicht op, niet gedwongen, maar vrijwillig; niet uit winstbejag, maar bereidwillig; ook niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn. En als de Opperherder verschijnt, dan zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[3].
Dat woord geldt zeker ook voor ouderlingen met een bijzondere opdracht: de Woordverkondiging!

Toezicht: daar zit bewaking in. Een dominee moet ‘zijn’ schapen beschermen tegen de gevaren van de wereld.
Toezicht: daar zit ook controle in. Een dominee moet antwoord kunnen geven op de vraag: hoe gaat het met ‘mijn’ schapen?

Ouderlingen en predikanten moeten voorbeelden zijn. Zij mogen het de hele dag uitstralen: wandelen met God, zo doe je dat!
Lopen: dat doen we alle dagen. We lopen naar de keuken. We lopen naar de koffietafel. We lopen naar kantoor. We lopen naar het kantoor of de fabriek waar we ons dagelijks werk doen. We lopen naar onze makkelijke stoel bij het raam.
Welnu, ouderlingen en predikanten mogen hun gemeenteleden voorhouden: u loopt nooit alleen.

Petrus schrijft over een erfdeel van de Here.
Een exegeet legt dat als volgt uit: “Kleros (lot, erfgoed) was voor de lezers van de brief een bekend woord. Het duidt op een stukje land dat, meestal via het lot, door de burgerlijke overheid aan een inwoner werd toegewezen. Hier heeft dit woord betrekking op de kudde, die elk van de herders is toevertrouwd. Het is te vergelijken met de verdeling van het land Kanaän, waarin elke stam een erfdeel kreeg toegewezen”[4].
De kerk is van Jezus Christus. De gemeente moet namens Hem geleid en verzorgd worden. Gods kinderen moeten achter Christus aan. Met de blik op Hem gericht. De kerk wandelt dwars door de wereld, maar is volkomen geconcentreerd op de Redder, de Heiland. En daarbij gaat de dominee voorop. Zijn functieaanduiding zegt het al: voor-ganger.

Terug nu naar professor Kuitert.
Hij bekijkt in 1972 de zaken helemaal horizontaal.
De jongens moeten zicht op de zaken hebben, zegt hij.
Wel wel – waar dat alles toe leiden kan hebben we in de afgelopen decennia gezien!

Horizontalisme – wat is dat?
Komaan, ik noteer het nog eens.
Horizontalisme, dat is: kijk veel om je heen, maar niet teveel omhoog; vanuit de hemel krijg je namelijk geen hulp.

En laten wij maar eerlijk zijn: zulke opinies komen wij, mutatis mutandis, vandaag in het Nederlandse kerkelijk leven vaak tegen. Wij horen vaak over ontplooiingsruimte. Men heeft de mond vol over vernieuwing. Men praat over communicatie. Er wordt gesproken over verandermanagement.

In 1 Petrus 5 worden de lezers gemaand om wel naar boven te kijken.
Waarom?
Omdat de Opperherder aan de horizon verschijnen zal. Hij is de Herder die boven alle herders staat!

Daarom noteer ik tenslotte: let op de tekenen van de komst van de Opperherder; weg met het horizontalisme!

Noten:
[1] “Kuitert: synode-uitspraak was dubbelzinnig”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 8 december 1972, p. 2. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] De betreffende preek is van de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee G. Zomer (1925-1982). De preek handelt over Zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus en is gedateerd: september 1971.
[3] 1 Petrus 5:1-4.
[4] Dit citaat komt uit de Studiebijbel, https://www.studiebijbel.nl/ ; commentaar bij 1 Petrus 5:3.

7 december 2017

Advent met Salomo

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Koning Salomo is in mijn gedachten vaak een geweldenaar. Groot, wijs, machtig… Salomo is iemand die iets betekent in Gods koninkrijk. Salomo heeft bovendien op aarde veel te vertellen.

Dat alles overpeinzend is 1 Koningen 11 een flinke tegenvaller.
In eerste instantie althans.

“Koning​ ​Salomo​ had veel uitheemse vrouwen lief, en dat naast de dochter van de ​farao: ​Moabitische, ​Ammonitische, Edomitische, Sidonische, en Hethitische vrouwen, uit de volken waarvan de HEERE tegen de Israëlieten had gezegd: U mag niet naar hen toe gaan en zij mogen niet bij u komen”[1].
En:
“Het was in de tijd van ​Salomo’s ouderdom dat zijn vrouwen zijn ​hart​ deden afwijken, achter ​andere ​goden​ aan, zodat zijn ​hart​ niet volkomen was met de HEERE, zijn God, zoals het ​hart​ van zijn vader ​David, want ​Salomo​ ging achter Astoreth aan, de god van de Sidoniërs, en achter ​Milkom, de afschuwelijke afgod van de ​Ammonieten. Zo deed ​Salomo​ wat slecht was in de ogen van de HEERE: hij volhardde er niet in de HEERE na te volgen, zoals zijn vader ​David”[2].

Het was in de tijd van Salomo’s ouderdom… – dat is een belangrijk detail.
Als u het mij vraagt, zien we vandaag soms eenzelfde ontwikkeling. Oude mensen worden niet zelden enigszins toegeeflijk. Ze gaan een beetje relativeren. Want ach, je kunt toch niet altijd aan de zijlijn blijven staan?
Hierover heb ik op deze internetpagina al wel eens eerder geschreven[3]. Maar het kan geen kwaad om nog eens te herhalen wat ik indertijd reeds schreef: “In 1 Koningen 11 zien we wat er gebeurt als wij Gods liefde een beetje nonchalant beantwoorden. Naarmate Salomo ouder wordt ziet hij steeds meer de betrekkelijkheid der dingen in. En daarin gaat hij te ver. Veel te ver.
God is liefde. Zijn liefde moet beantwoord worden. Daar past relativeringsvermogen niet bij”.

Laten wij 1 Koningen 11 nog eens wat nader bezien

Want juist in deze Adventstijd lijkt dit Schriftgedeelte mij van enig belang.
Wij leren om onze redding helemaal van Jezus Christus te verwachten. Hoe majestueus mensen er in onze tijd ook uit mogen zien, altijd geldt dat woord uit Psalm 146:
“Vertrouw niet op edelen,
op het mensenkind, bij wie geen heil is”[4].

Wie zich op mensen richt, raakt gaandeweg de vrijmoedigheid kwijt om naar God toe te gaan. Het contact verwatert een beetje. God is wel belangrijk – nou en of. Maar goede relaties op aarde mogen we, zo zeggen we dan zomaar, beslist niet uitvlakken.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën zegt daarentegen: “Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven, en als iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen”[5]. Wellicht heeft de Hebreeënschrijver voor een ongewenst soort wetticisme willen waarschuwen. Maar anno Domini 2017 mogen wij, dunkt mij, dat Schriftwoord ook wel wat breder trekken: wie zich, hoe omzichtig ook, aan het contact met en de zegen van de Here onttrekt, kan er op rekenen dat er kerkelijke onachtzaamheid intreedt.
Er is voortdurende volharding nodig: wij moeten blijven geloven dat heil van de Here komt.

Dat was al zo in de tijd van Habakuk.
In hoofdstuk 1 zegt de profeet: “…de goddeloze omsingelt de rechtvaardige, daarom komt het recht verdraaid tevoorschijn”[6].
Maar in hoofdstuk 2 lezen wij vervolgens: “Toen antwoordde de HEERE mij en zei: Schrijf het ​visioen​ op, grif het duidelijk in tafelen, zodat het in het snel voorbijlopen te lezen is. Voorzeker, het ​visioen​ wacht nog op de vastgestelde tijd, aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet. Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven. Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven”[7].
Met andere woorden:
* soms lijkt de situatie hopeloos
* maar juist dan is geloof nodig.
En dat mogen we gerust met grote letters publiceren. In onze tijd zouden we zeggen: hang maar een spandoek aan de kerk! Oftewel, zorg maar voor neonverlichting rond de kerk: er is geloof en volharding nodig!

Paulus betuigt ons dat in Romeinen 1 nog eens met nadruk: “Want ik schaam mij niet voor het ​Evangelie​ van ​Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de ​Jood, en ook voor de Griek. Want de ​gerechtigheid​ van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”[8].

Koning Salomo was in mijn gedachten vaak een geweldenaar.
Maar ach, het wordt tijd om mijzelf te corrigeren.
Koning Salomo was een mens. Een mens die met grote gaven gesierd was. Maar evenzeer een mens die zondig was.
Ook voor Salomo’s zonden moest de Heiland betalen.

Schrijver dezes, en alle Gereformeerden rondom hem, moeten het maar gewoon bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis houden.
“Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[9].
Dat is de blijde Boodschap voor Gods kinderen. Ja, ook voor Salomo.

U hebt het ongetwijfeld reeds begrepen: 1 Koningen 11 roept ons op om de Adventsverwachting te koesteren!

Noten:
[1] 1 Koningen 11:1 en 2 a.
[2] 1 Koningen 11:4, 5 en 6.
[3] Zie mijn artikel ‘Tegen de toegeeflijkheid’, hier gepubliceerd op vrijdag 21 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/21/tegen-de-toegeeflijkheid/ .
[4] Psalm 146:3.
[5] Hebreeën 10:38.
[6] Habakuk 1:4.
[7] Habakuk 2:1-4.
[8] Romeinen 1:16 en 17.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.

6 december 2017

Verwachtingsvolle activiteit der Gereformeerden

“De vrijgemaakt-gereformeerden zullen zich in toenemende mate bij de ontwikkelingen in de samenleving aanpassen, juist omdat zij hun geloof op alle as­pecten van het leven willen be­trekken”.
Dit statement is afkomstig van de bekende socioloog Gerard Dekker. De emeritus hoogleraar godsdienstsociologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam overleed op maandag 27 november 2017; hij werd 86 jaar[1].

De vrijgemaakten zullen zich aanpassen, voorspelde Dekker ergens in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Inmiddels zien we dat dat proces goed op gang is gekomen. Professor Dekker heeft, voor wat de GKv betreft, gelijk gekregen.

Wordt het tijd om in De Gereformeerde Kerken (hersteld) en de Gereformeerde Kerken Nederland – alle alarmbellen te laten afgaan?
Moeten we zeggen: de Gereformeerden van 2017 zullen zich in toenemende mate bij de ontwikkelingen in de samenleving aanpassen, juist omdat zij hun geloof op alle as­pecten van het leven willen be­trekken?
Moeten we, met andere woorden, zeggen dat DGK en GKN eigenlijk iets onmogelijks willen?

Die vraag houdt mij bezig op dinsdag 28 november 2017.

Op de dag dat die vraag een paar keer door mijn brein dwarrelt, zie ik op de televisie een statig woonhuis dat eertijds een kerkgebouw was.
Op de gevel van dat woonhuis staan woorden uit Jacobus 1.
Diezelfde woorden citeer ik nu uit de Herziene Statenvertaling: “En wees daders van het Woord en niet alleen hoorders”.
Die woorden geven mij het antwoord op mijn vraag.

Willen DGK en GKN iets dat feitelijk onmogelijk is? Lopen Gereformeerden anno 2017 op een fata morgana af?
Welnee.
Maar dan moeten zij het gehoorde Woord in praktijk brengen. En wel op een andere manier dan professor Dekker voor ogen had.

Laten wij een ogenblik het werk van professor Dekker bezien.

Dekker wilde eigenlijk maar één ding: Christus concreet navolgen in deze tijd en in deze wereld.
En dat is, op zichzelf genomen, een goed streven.
Maar Dekker noteerde daarbij: “Het traditionele geloof in een almachtige God ‘boven’ is in deze tijd niet meer houdbaar”.
U moet weten: de pas overleden godsdienstsocioloog was nogal onder de indruk van de geschriften van Dietrich Bonhoeffer (1906-1945)[2].
Dat is die Duitse theoloog die veel heeft nagedacht over de navolging van Christus, over medemenselijkheid en over alverzoening. Bonhoeffer ontwikkelde een leer over kerk en wereld, “waarbij de kerk zich dienend en eigentijds in een mondige wereld heeft op te stellen. Ze dient daarbij concreet gestalte aan Christus te geven zonder daarbij het Evangelie als absolute waarheid op te dringen”[3].
Als u het mij vraagt, zit ‘m daar de kneep: in die visie is en blijft het navolgen van Christus iets van deze wereld. Nee, er is geen almachtige God die ons de waarheid voorhoudt. De kerk is er voor deze wereld. In deze wereld moet het gebeuren.
Iemand typeert het zo: “Een Dietrich Bonhoeffer kwam niet los van deze aarde waar de kerk aan dienstbaar moest zijn en waarvoor Christus ook aan het kruis had geleden. Maar zo verkracht men Gods Woord, en veracht men Gods heiligheid en rechtvaardigheid. Men wil wel een lieve God maar niet een heilige God die voor de handhaving van zijn recht in barmhartigheid zijn eigen Zoon gezonden heeft”[4].

En hoe zit dat nu met ons?

Immers – voor ons, kerkmensen van de eenentwintigste eeuw, ligt daar intussen nog steeds die vraag.
Die indringende vraag: lopen Gereformeerden anno 2017 op een fata morgana af? Of ook:
willen zij kerk en wereld op een onmogelijke wijze verenigen?
Neen. Driewerf neen.
Inderdaad – er moet in deze wereld gewerkt worden. Jacobus schrijft dan ook: “Als iemand immers een hoorder van het Woord is en geen dader, lijkt hij op een man die het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt, want hij heeft zichzelf bekeken, is weggegaan en is meteen vergeten hoe hij eruitzag”[5].

Maar de vraag is vervolgens: hoe moet er in de wereld gewerkt worden?
Welnu, Jacobus geeft ons de volgende instructie: “De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: ​wezen en ​weduwen​ bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld”[6].
Actief zijn in deze wereld, dat is een heel goede zaak. Maar daarbij geldt: Gods kinderen moeten zich niet laten besmeuren door deze wereld.
Om weer met Jacobus te spreken: “Leg daarom af alle vuilheid en elke uitwas van slechtheid en ontvang met zachtmoedigheid het in u geplante Woord, dat uw zielen zalig kan maken”[7].

Gereformeerd zijn in 2017 – jazeker, dat kan.
Onberispelijke kinderen van God blijven – dat is mogelijk, nou en of.
Als wij maar beseffen dat er een heerlijke verbinding is tussen beneden en boven. Een glorieuze band tussen de kerk beneden en de kerk boven.
Als wij ons maar realiseren dat onze almachtige Vader ons leidt. Op elk moment van de dag. In alle situaties van het leven.
In Jacobus 2 confronteert de schrijver zijn lezers met de vraag: “Luister, mijn geliefde broeders, heeft God de armen van deze wereld niet ​uitverkoren​ om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen te zijn van het Koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan hen die Hem ​liefhebben?”[8].
Het antwoord op die vraag ligt voor de hand: jazeker, de armen van deze wereld zijn door de Verbondsgod uitgekozen. Dat is de absolute waarheid, die in Gods Woord tot ons komt.

Als Gereformeerden in 2017 die verwachting levend houden, dan is er toekomst.
Dan ontstijgen wij deze wereld.

Ach ja, dan noemt men ons wellicht een beetje wereldvreemd.
Dat zij dan zo.
Want wij zijn op weg naar ons tweede vaderland. Daar verheugen we ons op, terwijl wij hier op aarde aan het werk zijn.
Ons tweede vaderland: wat heerlijk zal het daar wezen!

Noten:
[1] Het voorgaande citaat komt uit: Dick Schinkelshoek, “Gerard Dekker (1931-2017): socioloog van het protestantisme”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 28 november 2017, p. 7.
[2] Zie voor meer informatie over Dietrich Bonhoeffer https://nl.wikipedia.org/wiki/Dietrich_Bonhoeffer ; geraadpleegd op dinsdag 28 november 2017.
[3] Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1182 ; geraadpleegd op dinsdag 28 november 2017.
[4] Dat was ds. S. de Marie. Zie http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1231 ; geraadpleegd op dinsdag 28 november 2017.
[5] Jacobus 1:23 en 24.
[6] Jacobus 1:27.
[7] Jacobus 1:21.
[8] Jacobus 2:5.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.