gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

25 september 2020

Het Evangelie klinkt door de eeuwen heen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Jezus spreekt in Mattheüs 10 een troostrijk woord: “Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven”[1].

Die tekst is voor velen zeer troostrijk. Waarom? Omdat alle mensen in dezelfde positie blijken te staan. Wij zijn allen afhankelijk van de Here, onze God. Directeuren zijn net zoveel waard als de mensen op de werkvloer in de fabriek. De minister-president staat in hetzelfde rijtje als de vuilnisman. Alle kinderen van God worden overkoepeld door de beschermende kracht van Vader.

Wij moeten echter niet vergeten in welke context dat woord staat. Wat is het verband? De discipelen worden gewaarschuwd. Als zij het Evangelie van verlossing en eeuwig leven gaan verkondigen zullen zij veel tegenstand ontmoeten. Zelfs een verblijf in de gevangenis moet niet worden uitgesloten. Maar één ding is zeker: Jezus’ leerlingen zullen altijd woorden hebben om Gods blijde Boodschap te blijven proclameren. Zelfs een rechtbank zal er niet in slagen om de discipelen met stomheid te slaan. Ook als de dood komt is er geen reden tot paniek. Want de God van hemel en aarde zal al Zijn kinderen een woonplaats geven in Zijn heerlijkheid.
De Heiland laat Zijn volk van alle tijden dus weten: kom maar vrijmoedig voor het Evangelie uit. En: u staat onder mijn speciale bescherming; men kan u het leven niet ontnemen!

Steeds weer heeft Gods volk de neiging zich af te keren van Gods regels en wetten. Dan kijkt men naar de samenleving waar men in leeft. En naar de cultuur waarmee men omringd is. En naar menselijke intelligentie. Maar Jezus zegt: mensen kunnen u niet redden; u krijgt Thuiszorg vanuit de hemel, daarmee kunt u het leven in.
Ook hier geldt een woord dat dominee J.C. Sikkel (1855-1920) eens noteerde: “Nooit heeft Hij zijn Bondsvolk weggezonden. Nooit heeft Hij tot één der kinderen van zijn Volk gezegd: “Zoek Mij tevergeefs!”[2].  

Exegeten becommentariëren Mattheüs 10 onder meer als volgt: “De discipelen mogen nooit denken dat de Vader hen vergeet. Hij zorgt zelfs voor de mussen, het goedkoopste, hoeveel te meer zal Hij dan voor het duurste, de kroon van Zijn schepping, zorgen?”.
En:
“Jezus zegt hier niet dat zijn volgelingen geen vervolging en zelfs martelaarschap kan overkomen, maar wel dat wanneer dit hen overkomt, het plaatsvindt binnen Zijn plan en heerschappij”[3].

Niet één van die musjes zal op de aarde vallen buiten onze Vader om. Dat is een troost voor de kerk. En daarbij mag zij het zeker weten: de verkondiging van het Evangelie gaat door. Als iemand ergens een deur dicht doet, gaat elders een venster open.
De profeet Jesaja predikte het reeds in hoofdstuk 55: “Want zoals regen of sneeuw neerdaalt van de hemel en daarheen niet terugkeert, maar de aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen, zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter, zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend”[4].

Oude mensen, die al een lang leven op aarde achter de rug hebben, vragen het zich wel eens af: hoeveel zin heeft al dat werk van mij gehad? Soms zijn zij geneigd hun werk wat te relativeren: het had beter gekund, het had anders gemoeten … – u weet hoe dat gaat.
Maar zullen we dan niet vergeten dat de Heiland alles in de hand heeft? Hij stuurt de kerk de wereld in. Hij laat het Evangelie van verlossing overal en nergens verkondigen. Door volwassen mensen. En door kinderen. In de preek en in de praktijk. Het Evangelie klinkt door de eeuwen heen.
Jonge mensen, die – naar de mens gesproken – nog lang op aarde zullen leven, moeten maar beseffen dat er nog helemaal niemand in is geslaagd om ervoor te zorgen dat Gods Woord uit de wereld is verbannen. De vermaning van de Prediker is ook anno Domini 2020 nog volop actueel: “Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen waarvan u zeggen zult: Ik vind er geen vreugde in”[5].

Laten wij maar terugkeren naar Mattheüs 10.
Jezus zegt daar ook: “Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is”[6].
Het galmt door de wereld en al Gods kinderen horen het: mensen, zet door en blijf Gods Woord trouw en blijmoedig bekendmaken!
Laten we ons, hier op aarde, maar realiseren dat de Heiland onze verrichtingen op aarde nauwgezet volgt. En Hij zegt tegen Zijn Vader: Hij is een trouw kind van Mij. Hij zegt tegen Zijn Vader: zij volhardt blijmoedig in haar geloof; zij hoort bij Ons!

Nee, Evangelieverkondiging is geen klusje voor een achternamiddag. Het is een kwestie van lange adem. Maar juist als het moeilijk is mogen we blijven zingen tot eer van God. En als zingen niet meer lukt mag neuriën ook:
“Zelfs vindt de mus een huis, o HEER,
de zwaluw legt haar jongen neer
bij uw altaren in uw woning.
Laat mij bij U zo thuis zijn, HEER.
Want daar is vrede; ik begeer
bij U te zijn, mijn God en Koning!
Welzalig wie daar wonen mag,
hij zingt uw lof van dag tot dag”[7].  

Noten:
[1] Mattheüs 10:29, 30 en 31.
[2] J.C. Sikkel, “Troost Mijn volk”, deel I, p. 299. Geciteerd via http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/470 ; geraadpleegd op woensdag 23 september 2020.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaren bij Mattheüs 10:29 en Mattheüs 10:31.
[4] Jesaja 55:10 en 11.
[5] Prediker 12:1.
[6] Mattheüs 10:32 en 33.
[7] Psalm 84:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 september 2020

Zijn Woord is waar en zuiver

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Als de hemelse God Zich in Openbaring 1 aan Johannes presenteert, is dat groots en imposant. Hij is schitterend gekleed; het is duidelijk dat Iemand van hoge komaf Zich aan de wereld toont. Hij draagt een riem van goud. Zijn hoofd en haar zijn blinkend wit. Zijn gezicht doet denken aan een hete zomerdag; de zon schijnt volop. Zijn ogen lijken wel een laaiend vuur. Zijn voeten zien eruit als koper dat blinkend gepoetst is. Zijn stem doet sterk denken een brede en hoge waterval. Uit Zijn mond komt een scherp zwaard. Dat voorspelt strijd. De wereld moet er op rekenen dat de Here ingrijpt!
Aan alles is het te zien: hier zien we de opgestane Christus!
In Openbaring 1 staat het zo: “En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaren. En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel; en Zijn hoofd en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen waren als een vuurvlam, en Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven, en Zijn stem klonk als het geluid van vele wateren. En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht”[1].

Die grote God laat de wereld niet aan haar lot over. De kerk spreekt nog altijd de Nederlandse Geloofsbelijdenis na: God heeft “in zijn bijzondere zorg voor ons en ons behoud zijn knechten, de profeten en apostelen, geboden zijn geopenbaarde Woord op Schrift te stellen, en zelf heeft Hij met zijn vinger de twee tafelen van de wet geschreven. Hierom noemen wij zulke geschriften heilige en goddelijke Schriften”[2].

Nu klinkt dit alles prachtig. Monumentaal. Veelomvattend
Maar om ons heen klinkt de vraag: hoe weet de kerk zo zeker dat de Bijbel echt waar is? Mensen met grote verbale kwaliteiten stellen die vraag met een stellige overtuiging, een betere zaak waardig. En men geeft vlotjes het antwoord: de Bijbel is niet waar; het boek past in een lange rij van religieuze uitingen. Jaja, men zou bijna gaan twijfelen aan de Waarheid.
Intussen is een aantal Godsgezanten vermoord vanwege hun geloof in de Here Jezus Christus. Denkt u bijvoorbeeld maar aan de dood van Johannes, in Marcus 6[3]. En aan het sterven van Stefanus in Handelingen 7[4]. Het is natuurlijk niet zo dat Johannes, Stefanus en zovele anderen hun reputatie en heel hun leven opofferden voor een leugen. Dat zou onzin zijn!
Er is meer.
Tot op heden zijn meer dan 5300 Griekse manuscripten en meer dan 24.000 handgeschreven kopieën of gedeelten van het Nieuwe Testament gevonden. Al die manuscripten wijken op kernpunten niet van elkaar af.
En dan zijn er nog de archeologische vondsten. Uit het Oude Testament zijn alleen al meer dan 50 namen van personen teruggevonden.
Gods Woord is door meer dan veertig schrijvers geschreven. Die mensen hadden uiteenlopende beroepen: koning, arts, visser enzovoort. Dat schrijven deed men in een periode van 1600 jaar, vanuit drie continenten. Toch is de Bijbel één geheel: er zijn bijna 64.000 verwijzingen in de Bijbel naar andere Bijbelteksten[5]. Dat kan geen toeval zijn.

Jezus Christus spreekt het ware Woord. Gods stem klinkt als een waterval, als een bruisende zee. Een exegeet noteert bij Openbaring 1 onder meer: “Daarin komt de kracht van Zijn woord tot uitdrukking waarmee Hij het vonnis zal uitspreken. De kracht van Zijn stem zal elk weerwoord in de kiem smoren. Het zal in niemand opkomen Zijn vonnis te betwisten”[6].

Tenslotte – de kerk leest Openbaring 1, vol geloof en in vast vertrouwen op Gods beloften. Daarom kan zij instemmen met Psalm 18:
“Alleen Gods weg kan tot het doel geleiden,
zijn woord is waar en zuiver t’ allen tijde.
Hij is een schild, een schuilplaats in de strijd,
voor al wie bij hem zoekt naar veiligheid”[7].

Noten:
[1] Openbaring 1:12-16.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 3.
[3] Marcus 6:25-28.
[4] Handelingen 7:59 en 60.
[5] Zie hierover: Bijbelvast, uitgave van het Logos Instituut, nr 1, mei 2020, p. 12.
[6] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1736.pdf , p. 22; geraadpleegd op dinsdag 22 september 2020.
[7] Dit zijn regels uit Psalm 18:9 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

23 september 2020

Herrie rond Hillsong Church

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Burgemeester Halsema van Amsterdam doet alles om de vrije beleving van homofiele gevoelens te bevorderen. Als kerken daar een grens aan lijken te stellen, komt zij haastig uit haar stoel. Nogal overhaast, soms ook.
Een voorbeeld daarvan zien we in het volgende bericht.
“Christelijke partijen in de raad van Amsterdam zijn verbaasd dat burgemeester Halsema de verhuurder van een pand aan de Hillsongkerk op het matje roept.
Halsema wil een ‘ernstig gesprek’ voeren met de huurbaas van de Hillsongkerk, omdat die ‘pinksterkerk’ intolerant zou zijn jegens homo’s. De Amsterdamse burgemeester benoemde de kwestie donderdag in een raadsdebat over geweld tegen homo’s, berichtte het Parool. ‘Als er signalen zijn dat gemeenschappen homogenezing prediken of aanbieden, dan treden we daarmee in contact om te laten weten dat we daar niet van gediend zijn’, citeert de krant Halsema. ‘We geven netjes aan dat we geen bevoegdheden hebben, maar dat weerhoudt ons er niet van om een ernstig gesprek te voeren, bijvoorbeeld met de verhuurder van Hillsong’”.

Hillsong? Wat is dat?
Dat is een keten van pinkstergemeenten. De wortels ervan liggen in Australië. Wikipedia leert ons: “De diensten definiëren zich door een modern relevant karakter waarbij ze op alle terreinen -muziek, multimedia, presentatie, prediking, gastvrijheid- willen excelleren en zo de kerkdienst als een positieve beleving aanbieden zonder op leer of inhoud te willen inboeten.
De kerk wordt vanuit Sydney geleid door seniorpastors-echtpaar Brian en Bobbie Houston en heeft geen geregistreerde leden. Met bezoekersaantallen boven de tweeduizend man kan de kerk op veel locaties gedefinieerd worden als een megakerk”[1].

Burgemeester Halsema gaat dus een ernstig gesprek voeren.
Maar burgemeester Halsema stapt niet naar de leidinggevenden van Hillsong. Zij stapt naar de verhuurder.
Dat is merkwaardig. Want die verhuurder heeft uiteraard weinig te maken met leer en praktijk van Hillsong. De ChristenUnie vraagt dan ook: “Waarom gaat de burgemeester het gesprek voeren met de verhuurder van een religieuze gemeenschap? Heeft de burgemeester al eerder geprobeerd om contact op te nemen met de kerk en met hen gesproken? Zo nee, is de burgemeester niet van mening dat dat een veel zorgvuldigere stap is?”[2].
Wij moeten niet uitsluiten dat de verhuurder zegt: ‘Laten wij een kop koffie drinken’. En vervolgens: ‘Het verhuurcontract is op orde. En overigens bemoei ik mij niet met leer en leven van Hillsong. Ik wens u verder een fijne dag’. En dat is dat. Het moge duidelijk zijn: met de ernst van dat gesprek zal het waarschijnlijk wel meevallen.
Eerlijk gezegd lijken de uitlatingen van de Amsterdamse burgemeester thuis te horen in de categorie: veel geschreeuw, weinig wol. Misschien is dit bedoeld als een vingerwijzing voor gans het volk, inzonderheid ruim 870.000 Amsterdammers: ‘Think about it! The mayor is watching you…!’.  
   
De journalist Jeffrey Schipper schreef terecht: “Als de burgermoeder zich wat beter in het christendom en de Hillsong-kerk had verdiept, had ze niet zo hoeven schrikken. “’Hillsong is een gastvrije kerk voor iedereen, ongeacht geaardheid’, laat de onafhankelijke onderzoeker Miranda Klaver weten. ‘Homofobie of homo’s ‘genezen’ ben ik niet tegengekomen’. De aankondiging van de voormalig GroenLinks-leider is bovendien een klap in het gezicht van dit homostel dat er bewust voor kiest om Hillsong trouw te blijven en zich in deze volgens Halsema ‘homofobe’ gemeenschap thuis voelt.
Wat deze kwestie nog erger maakt is de timing. De tik op de vingers van Hillsong volgt na recente gevallen van homogeweld in Amsterdam. Nu overheerst het beeld dat dit geweld wordt gekoppeld aan de visie van Hillsong op het terrein van huwelijk en seksualiteit. Met andere woorden: iedere christen die is aangesloten bij een orthodox-christelijke kerk is een potentiële potenrammer. Honderdduizenden onschuldige en fatsoenlijke kerkgangers zijn door Halsema, misschien onbedoeld, in het verdachtenbankje geplaatst. In plaats van het aanpakken van de échte daders van het homogeweld kiest de burgemeester voor een ‘ernstig gesprek’ met een willekeurige kerk”[3].

Wat maakt het voorgaande duidelijk?
In ieder geval dit: er is een strijd gaande tussen de God en de duivel. Laten wij elkaar goed begrijpen – schrijver dezes stelt beslist niet dat burgemeester Halsema zelf een duivel is. Allesbehalve dat. Sterker nog: er zijn momenten dat zij reuze sympathiek óverkomt.
Wij allen – kerkmensen en seculieren – dienen echter terdege te beseffen dat in deze wereld twee legers tegenover elkaar staan: Gods kinderen en de soldaten van de duivel. Paulus schrijft daar in Efeziërs 6 ook over: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten”[4]. Dat betreft een strijd op leven en dood. Zie 1 Petrus 5: “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden”[5]. Wij vinden dat motief ook in Zondag 52 van de Heidelbergse Catechismus: “Wij zijn van onszelf zó zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden – de duivel, de wereld en ons eigen vlees – niet op ons aan te vechten”[6].
Dat is de stand van zaken.

Aan die stand van zaken kijkt de burgemeester van Amsterdam voorbij. Via een sluipweg wil zij een kerkgemeenschap aanpakken.
Wat kunnen gelovigen dan nog doen? Antwoord: zij kunnen bidden. In de eerder reeds geciteerde Zondag 52 belijden wij: “Daarom bidden wij U: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen”.
Laten wij ook maar bidden dat gelovigen in Nederland bij de voortduur recht gedaan zal worden. Net als David in Psalm 26:
“O, HERE, doe mij recht!
In onschuld leeft uw knecht,
mijn wandel is naar uw gebod.
Ik blijf op U vertrouwen,
op U, mijn rotssteen, bouwen;
 ik wankel niet, o HEER, mijn God”[7].

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Hillsong ; geraadpleegd op maandag 21 september 2020.
[2] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/onbegrip-over-actie-burgemeester-halsema-tegen-hillsongkerk-1.1695950 ; geraadpleegd op maandag 21 september 2020.
[3] Geciteerd van https://jjcschipper.home.blog/2020/09/20/is-hillsong-voor-burgemeester-halsema-een-grotere-vijand-dan-de-radicale-islam/ ; geraadpleegd op maandag 21 september 2020.
[4] Efeziërs 6:12.
[5] 1 Petrus 5:8.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 127.
[7] Psalm 26:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 september 2020

Belangrijk werk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Op de website van het Reformatorisch Dagblad staat op zaterdag 12 september een interview met Bianca Buurman. Zij is hoogleraar acute ouderenzorg aan de faculteit der geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam en lector transmurale ouderenzorg aan de Hogeschool van Amsterdam.
Citaat:
“[vraag:] U hebt geen christelijke achtergrond?
[antwoord:] Nee. Wel ging ik met een oma die een grote rol in mijn leven speelde vaak mee naar de katholieke kerk. Ik genoot van de rust. Nu kom ik er niet meer, maar de vragen over de zin van het menselijk bestaan zijn me altijd bezig blijven houden. Heb je, als je komt te overlijden, de dingen gedaan die werkelijk belangrijk zijn?”[1].

Die laatste vraag is er één die heel wat mensen bezighoudt. Ouderen, mensen van middelbare leeftijd, maar ook jongeren denken nogal eens na over de vraag: doe ik de dingen die er echt toe dóen?

Het antwoord op die vraag wordt in dit artikel belicht vanuit 1 Samuël 26.
In dat hoofdstuk krijgt David de kans om koning Saul te doden. Dat is trouwens niet voor de eerste keer.
David stuurt eerst verkenners uit. Daarna besluipt hij zelf, vergezeld door een tweetal kompanen, het kamp waar Saul en diens legeraanvoerder liggen te slapen. Het komt er op neer dat de drie mannen Saul zonder veel moeite om het leven kunnen brengen. Eén welgemikte dreun met een speer is genoeg. Maar David grijpt in. Hij voorkomt een moordaanslag. ‘Ieder die een gezalfde van de Here doodt blijft niet ongestraft!’.
Sauls speer en zijn waterkruik nemen ze als trofeeën mee. Zo kunnen ze bewijzen dat ze bij de slapende koning geweest zijn.
Eenmaal terug in zijn eigen kamp volgt er een gesprek tussen David en Saul. Op afstand weliswaar, maar toch.
En dan zegt David: “Moge de HEERE ieder zijn gerechtigheid en trouw vergelden, want de HEERE had u vandaag in mijn hand gegeven, maar ik heb mijn hand niet naar de gezalfde van de HEERE willen uitstrekken. En zie, zoals uw leven deze dag belangrijk in mijn ogen was, zo moge mijn leven belangrijk zijn in de ogen van de HEERE, en moge Hij mij uit alle nood redden”[2].
Daar valt twee keer dat woord: belangrijk.
David spreekt de wens uit dat zijn leven voor de Heer van hemel en aarde belangrijk is. David hoopt dat de Here hem daarom uit alle nood zal redden.

Waar het om gaat is het antwoord op de vraag: vindt de Here het belangrijk wat David gedaan heeft?
Daarin zit een duidelijke aanwijzing, ook voor de kerk van 2020. De vraag is niet: doe ik de dingen die werkelijk belangrijk zijn in het leven? maar: vindt de Here het belangrijk wat ik in mijn leven gedaan heb, en wellicht nog ga doen?

Mensen willen graag een beetje belangrijk zijn. Wij moeten toch iets vóórstellen in dit leven, nietwaar? Wij mogen best ambities hebben, zeggen we tegen elkaar.
En nee, daar is niets tegen. Als maar duidelijk is dat wijzelf naast de Here niet belangrijk zijn. Dat Hij ons in Zijn dienst neemt en een plaats geeft, is niets anders dan genade.
In Marcus 10 zegt Jezus tegen Zijn discipelen: “U weet dat zij die geacht worden leiders te zijn van de volken, heerschappij over hen voeren, en dat hun groten macht over hen uitoefenen. Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn”[3]. En in Lucas 9 zegt Hij: “Wie dit kind ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft. Want wie de minste onder u allen is, die zal belangrijk zijn”[4].
Wij zijn, kortom, in dienst van God en van elkaar!

Laten wij terugkeren naar 1 Samuël 26.
Saul zegt tegen David: “Gezegend ben je, mijn zoon David; wat je ook doet, je zult ertoe in staat zijn”[5]. Saul erkent impliciet dat David de door God uitverkoren koning is. David is door God belangrijk gemaakt.
Ja – belangrijk gemaakt.
In onze tijd vragen wij vaak: doen wij de dingen die echt belangrijk zijn? Als wij dat vragen, moeten wij er eerst en vooral van doordrongen zijn dat God ons werk belangrijk maakt. Hij leidt ons door de wereld naar Zijn toekomst toe. Hij geeft ons de plaats die Hij in gedachten heeft. Wij verrichten de taken die Hij ons geeft.

Wij werken dus tot Zijn eer. Dat kost soms moeite, maar we zetten door. En al die noeste arbeid komt, om zo te zeggen, uiteindelijk weer bij de Here terug. Denk maar aan die bekende woorden uit Openbaring 14: “Hier zien we de volharding van de heiligen. Hier komen openbaar die de geboden van God en het geloof in Jezus in acht nemen. En ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Schrijf: Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen”[6].
Ons door God geheiligde werk gaat mee de hemel in.
En laten wij nu, hier op aarde, maar met een gerust hart de wens uitspreken: mijn leven moge belangrijk zijn in de ogen van de HEERE, en moge Hij mij uit alle nood redden!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/meer-rd/samenleving/bianca-buurman-is-eerst-verpleegkundige-dan-pas-hoogleraar-1.1694314 ; geraadpleegd op vrijdag 18 september 2020.
[2] 1 Samuël 26:23 en 24.
[3] Marcus 10:42 en 43.
[4] Lucas 9:48.
[5] 1 Samuël 26:25.
[6] Openbaring 14:13.

21 september 2020

De feitelijke situatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Donderdag 17 september 2020: de krant staat vol met Prinsjesdag-nieuws en nieuws met betrekking tot de Neêrlandse portemonnee. U weet wel – de begroting en zo. En verder is er natuurlijk nog corona-nieuws. Het lijkt wel alsof er niets anders meer bestaat. Slechts één vraag lijkt er nog over te blijven. Namelijk: wie wordt de nieuwe bondscoach van het nationale voetbalelftal van Nederland?

In die situatie lijkt Openbaring 12 iets uit een andere wereld. Daar kunnen wij onder meer lezen: “En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”[1].

Gods kinderen moeten zich ervan bewust zijn: wij zijn gered uit doodsgevaar. Niet maar simpelweg van COVID-19, maar van een meer definitieve dood. Het leven krijgt een nieuwe dimensie. Feestvreugde, geluk, rust, vrede – niet maar voor een jaartje of tachtig, negentig. Nee, die heerlijkheid houdt nooit meer op!
Daar zien we hier op aarde nog maar een beginnetje van. Maar het wordt nog veel mooier. De schrijver van de brief aan de Hebreeën markeert in hoofdstuk 9 het startpunt van dat nieuwe begin aldus: “zo zal ook Christus, Die eenmaal geofferd is om de zonden van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder zonde gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[2].

In Openbaring 12 is de kracht van Christus te zien. Daar staat een vorm van het Griekse dunamis. Daar zit ons woord dynamiek in. Er is beweging. Men kan zien hoe en waar Hij aan het werk is. Zijn schitterende arbeid staat in schril contrast met de zwarte activiteit van Zijn tegenstander, de duivel.
In Marcus 14 zegt Christus tegen de hogepriester: “u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen met de wolken van de hemel”[3]. Het wordt duidelijk: in de Heiland, Jezus Christus, is de hemelse kracht samengebald. In het Onze Vader belijden we: “Want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid”. Het is Christelijke dynamiek die Gods kinderen laat opveren: het grote feest komt eraan!

Het koninkrijk van God is gekomen, schrijft Johannes in Openbaring 12. Basileia staat er in het Grieks. Dat woord duidt op de persoon van de Koning. Maar ook op het gebied dat Hij bestuurt. Het Griekse woord basileia is, om zo te zeggen, twee onder één kap: en de Koning en het Koninkrijk komen in beeld.
Dat Koninkrijk heeft Vader aan Zijn Zoon gegeven. Te Zijner tijd geeft de Zoon het ook weer aan Vader terug. Paulus schrijft erover in 1 Corinthiërs 15: “Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan”[4].
De Geest van die Koning woont in ons hart. Ons leven is zogezegd de basiliek van waaruit wij onderweg zijn naar de grootste Levensvreugde die de wereld ooit kennen zal!

De macht van Christus is gekomen, staat in Openbaring 12. Exousia staat daar. Dat betekent ook: volmacht, bevoegdheid, gezag. Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle vrijheid van handelen. Er is niets dat hem remt. Er is niemand die Hem tegenhoudt. 

De duivel wordt overwonnen. Door het bloed van het Lam. En door ‘hun getuigenis’. Dat is het vrijmoedig uitkomen voor het geloof, tegen de druk van allerlei vervolgingen in. Zij hebben, zo wordt in een commentaar geschreven, “het bewijs geleverd van de realiteit van de overwinning van Christus op de satan: niets kan hen scheiden van Christus, zelfs de martelaarsdood niet”[5]. Zover gaat dat! Jezus zegt in Mattheüs 10 ook: “Wie zijn leven vindt, zal het verliezen; en wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden”[6].

We hebben het druk met ‘de portemonnee van Nederland’. En de vraag is: hoe lang zal het coronavirus rondwaren?
Dat zijn belangrijke vragen, waar een degelijk antwoord op moet worden geformuleerd. Politieke prietpraat past daar niet bij. Er worden doordachte daden gevraagd – jazeker.
We zien allerlei duivelswerk om ons heen. Op de keper beschouwd grossiert de satan in wanhoopsoffensieven. Wie dat ziet vraagt zich wel eens af: hoe lang zou het nog duren voor onze Heiland terugkomt op de wolken? Het is op de eerste Hemelvaartsdag al gezegd: “Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan”[7].
Daarom mogen we in de kerk nimmer vergeten wat de feitelijke situatie is: de duivel is al overwonnen. Christus heeft reeds alle macht, in de hemel en op de aarde. En er komt een dag dat dat op luisterrijke wijze zichtbaar wordt!

Noten:
[1] Openbaring 12:10 en 11.
[2] Hebreeën 9:28.
[3] Marcus 14:62.
[4] 1 Corinthiërs 15:24.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 12:11.
[6] Mattheüs 10:39.
[7] Handelingen 1:11 b.

18 september 2020

Troost in tegenspoed

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Dinsdag jongstleden – 15 september – zagen we koning Willem-Alexander op Prinsjesdag samen met zijn echtgenote, koningin Máxima, de Grote Kerk in Den Haag binnenkomen. Aldaar las de koning de Troonrede voor.
Vanwege de maatregelen rond COVID-19 konden er relatief weinig mensen bij zijn. Vele Oranjefans betreurden dat. Zij wilden de koning en de koningin van dit land zo graag zien!
Zo kan een virus een dag vol plechtstatigheid totaal ontregelen.

In Jesaja 33 wordt aangekondigd dat men de Koning zal zien. De Koning met een hoofdletter, wel te verstaan. Het staat er als volgt.
“Uw ogen zullen de Koning aanschouwen in Zijn schoonheid. Ze zullen een wijd uitgestrekt land zien. Uw hart zal de verschrikking overdenken: Waar is de schrijver? Waar is de betaalmeester? Waar is hij die de torens telt? Het onbeschaamde volk zult u niet meer zien, het volk met zo’n onbegrijpelijke taal dat je het niet begrijpen kunt, met die bespottelijke tongval; het is niet te verstaan. Aanschouw Sion, de stad van onze samenkomsten.
Uw ogen zullen Jeruzalem zien, een veilige woonplaats, een tent die niet afgebroken zal worden, waarvan de pinnen voor altijd niet uitgetrokken zullen worden en waarvan geen enkel touw gebroken zal worden”[1].

Hierboven staan slechts een paar verzen uit één hoofdstuk van de profetie van Jesaja. Wat is de context?
Jesaja voorspelt dat de verwoester van Gods volk zelf desastreus getroffen zal worden. Zeer waarschijnlijk wordt Assyrië bedoeld. En de boodschap van de profeet is glashelder – de verwoester wordt verwoest; de verrader wordt verraden.
En dan –
Opeens, zonder nadere aankondiging, gaat Jesaja’s profetie over in een gebed. Hij vraagt om medelijden. ‘Here, help ons!’. Jesaja weet het: als de Here in actie komt, dan gebeurt er wat. Dan maken vijandige volken op aarde dat ze wegkomen. De buit die zij uit de oorlog hebben meegenomen, wordt binnen de kortste keren teruggehaald door de eigenaren!
Jesaja kijkt vervolgens de toekomst in.
Hij voorspelt dat het leven weer veilig gaat worden. Er komt een nieuwe zekerheid. Want de Here grijpt in!
Maar dat is nog toekomstmuziek.
Nu lopen grote, sterke kerels op straat te huilen. Het gezantschap dat op reis ging om vredesonderhandelingen te beginnen kwam onverrichterzake terug. Compleet in tranen. Want met die vrede werd het niks. Het hele land treurt. Het hele land verdroogt. Plaatsen waar het voorheen mooi groen was, zijn nu weinig meer dan een dorre vlakte.
Hoe moet dat verder?
De boodschap wordt opnieuw geproclameerd: de Here gaat ingrijpen! Hij zegt: ‘Al die plannen van u lopen op niks uit. U zult zelf vernietigd worden. Eigenlijk is het gewoon een kwestie van zelfdestructie: “uw adem is een vuur dat u verteren zal”[2]. Dus: er komt brand van de lucht die u zelf uitademt! Al die branden, al die rampen vormen ten diepste een niet mis te verstane oproep: erken nu toch Mijn almacht!
Jesaja zegt: de mensen die zich niks van God aantrekken, worden nu toch door angst bevangen. Nota bene – een uitslaande brand door eigen adem! En er is, om zo te zeggen, geen brandweerman die er iets aan doen kan.
Komen alle mensen om het leven? Nee, toch niet. Eerlijke en rechtvaardige mensen worden behouden. Mensen die zich niet laten chanteren blijven in leven. Mensen die niet bij misdaad en criminaliteit langs kijken worden gered!

Welnu – in dat verband zegt Jesaja: de mensen die God en Zijn wet eerbiedigen, die zullen de Koning zien. En zij zullen hun ogen uitkijken: wat een indrukwekkende verschijning. Dit hebben zij nooit gezien. Dit slaat alles!
Die godvruchtige mensen zijn voor altijd veilig. Op aarde is er niemand die hen te pakken krijgt. Er is niemand die hen ter dood kan brengen. Niemand kan hen benadelen. Ze hebben in hun land ruimte zat. De horizon is ver weg. Er is een weids uitzicht. Eten en drinken? – dat is er meer dan genoeg. Ellende? Ach, het is nog slechts een herinnering. De ambtenaren die het belastinggeld komen ophalen, ten bate van de vijandelijke koning en heel zijn gehate ambtelijk apparaat, zijn in geen velden of wegen meer te zien. Die goddeloze buitenlanders, die onderdrukkers met hun onverstaanbare taal en tongval – zij zullen voorgoed uit het gezicht verdwenen zijn. En zeg het maar gerust: Jeruzalem is dan de veiligste stad op aarde. Want de Here is daar!

Nu dan naar de actualiteit.
Eerlijk is eerlijk: de Troonrede van 2020 is niet de meest opgewekte tekst die wij de laatste tijd hebben gehoord. In het Nederlands Dagblad was op woensdag 16 september te lezen: “We moeten ons schrap zetten voor de gevolgen van een zware economische terugslag die ook op de lange termijn invloed zal hebben, zei koning Willem-Alexander dinsdag in de Troonrede. Met die boodschap maakte hij namens het kabinet duidelijk dat de komende periode voor flink wat mensen en bedrijven zwaar wordt. De werkloosheid gaat verder oplopen en niet alle bedrijven zullen het hoofd boven water kunnen houden, ondanks de miljardenuitgaven uit wat de koning de ‘publieke spaarpot’ noemde”.
En:
“Ja, de coronacrisis kan langer duren. Een tweede lockdown van de economie zal ‘enorm negatief’ uitpakken voor de werkgelegenheid, aldus Hoekstra. Maar nu is het vooral zaak dat de economische trein weer op de rails komt, én volgens Hoekstra liefst ook nog sneller gaat rijden”[3].
Het zijn moeilijke en zeer ongewisse tijden. En de boodschap die wordt uitgedragen, luidt: wij moeten uiteindelijk allen de broekriem aanhalen; maar we komen er wel door. Dat klinkt prachtig. Blijmoedig. Solide. Er is echter één probleem. Niemand weet hoe het werkelijk verder gaat. Met COVID-19. Met de economie. En met wat daar verder volgt. Zo ongeveer alles is achtereenvolgens onbestendig, onbetrouwbaar en onduidelijk.
Maar er is meer. Veel meer.
In de kerk hebben wij meer te melden. Want ook dit onzekere tijdsgewricht zit de Machthebber van alle tijden op Zijn troon. En wij, Gods kinderen van de eenentwintigste eeuw, mogen ook in 2020 onbekommerd belijden: wij staan onder de Hoogstpersoonlijke bescherming van die tronende Machthebber!
Tegen Hem kan niemand op. Helemaal niemand.
Bij Hem zijn wij veilig.
Wij weten: Hij pakt onrecht aan.
Wij weten: voor alle aardse inlichtingen- en veiligheidsdiensten komt er een moment van inpakken en wegwezen.
Wij weten: zelfs als het aardse leven moeilijk wordt is er dat weidse uitzicht op de hemelse toekomst.
Jesaja 33 toont het aan: het kan lang duren voor Hij ingrijpt. Maar het is honderd procent zeker dat dat zal gebeuren. Op Zijn tijd. Als Hij het moment daarvoor gekomen acht.
Daarom: vertrouw op Hem!
Ja, wij mogen Psalm 19 ook vandaag nog zingen:
“Elk die op U vertrouwt,
 zich aan uw wetten houdt,
 zal leven tot uw eer”[4].

Noten:
[1] Jesaja 33:17-20.
[2] Jesaja 33:11.
[3] Geciteerd van: “Kabinet wijst op lichtpuntjes in crisis – Het kabinet probeert de burgers moed in te praten in een zware tijd. De staatskas is er om de economie te stutten”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 16 september 2020, p. 1.
[4] Dit zijn regels uit Psalm 19:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.