gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond rond 8 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

26 mei 2017

Pacifisme en anarchisme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

De wereld om ons heen verlangt naar vrede. Gewone burgers hebben hun bekomst van terreur en geweld. En dat is geen wonder, lijkt me.

Er zijn ook heel wat mensen die zeggen dat we, zoals dat heet, out of the box moeten denken. Buiten de kaders dus. Sommige regels moet je, zo zeggen zij, negeren. Je moet over grenzen gaan. Soms moet je grenzen doorbreken. Dan wordt het pas wat met de wereld.

Hoe moeten wij in die ambiance leven en werken?
Moeten Gereformeerde mensen pacifisten worden? Moet alle geweld per onmiddellijk de wereld uit?
Moeten Gereformeerde mensen bovendien een beetje anarchistisch worden?

Die laatste vragen zijn niet zo nieuw als ze er wellicht uit zien.
Het gaat er op de Bondsdag van de Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in 1972 ook al over[1].

Professor dr. J. Douma, hoogleraar Ethiek aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Hogeschool, zegt daar over pacifisme onder meer het volgende.

“Er is ook een bepaalde christelijke vorm van dit pacifisme (…). Men zegt dan: Christus is voor alle mensen gestorven. Heel de mensheid is één broederschap. Daarom moeten we elkaar niet met wantrouwen tegemoettreden. We moeten ook eenzijdig een stap durven zetten, omdat Christus regeert. Is zijn leven niet door weerloosheid en het kruis gekenmerkt? En was de vrucht daarvan niet de opstanding ten leven?”.
Hiertegen moeten wij ons, zegt Douma, “duidelijk verzetten. Er is geen sprake van een algemene verzoening tussen alle mensen. Daartegenover getuigt de Schrift en in de lijn daarvan de Dordtse Leerregels van een diepe kloof tussen geloof en ongeloof, liefde en haat. Deze kloof loopt niet parallel met de tegenstelling West-Oost, maar loopt dwars door die tegenstelling heen. Een gevolg van deze belijdenis is, dat wij de zonde en het kwaad serieus moeten nemen. Dat doet ook Christus zelf. Hij is’ wel het Lam dat geslacht is, maar ook de Leeuw van Juda. Hij treedt de wijnpersbak en zal de mensen hoeden met een ijzeren staf. Het Lam kan ons in de catacomben brengen, maar de Leeuw heeft ook de atoomwapens onder zijn controle. Het is dan ook helemaal geen dwaasheid bij ons spreken over deze vreselijke wapens de naam van Christus te noemen”.

Waarom mogen we de Heiland bij deze zaak betrekken?
Waarom moeten wij ook nu de Heilige Schrift openen?
Professor Douma legt het uit.
“We zijn (…) blij, dat de kerk van Christus – althans in het Westen – een stil en gerust leven kan leiden en haar roeping kan vervullen, omdat we reeds langer dan 25 jaar een betrekkelijke wereldvrede hebben dankzij het atoomwapen. Dat klinkt vreemd, maar het bezit van atoomwapens aan beide zijden (Westen—Oosten) heeft een zogenaamde ‘balance of terror’ veroorzaakt. Geen van beide partijen durft een wereldoorlog te beginnen, omdat ook de andere partij over vernietigende wapens beschikt.
Het voorafgaande betekent niet, dat wij de verschrikking van de atoomwapens moeten verdoezelen, het is onzin om de bom te willen bannen. Ook al zouden alle exemplaren opgeruimd worden, dan nog zouden de geleerden het geheim onuitroeibaar met zich meedragen. Wij zullen met het atoomwapen moeten leren leven. Mogen wij het ooit gebruiken? Het antwoord moet luiden: neen, tenzij. Het ‘neen’ betekent, dat wij het wapen nooit als eersten zouden mogen gebruiken. Daarvoor is het te verschrikkelijk. Nooit kunnen de voordelen tegen de nadelen opwegen, omdat geen overwinnaar uit de strijd kan komen: Toeslaan betekent meteen zelfmoord”.

Professor Douma gaat nog wat verder.
“De vijand moet goed weten, dat zijn tegenstander niet rustig zal toezien, maar zal terugslaan. Wel is de huidige bewapeningswedloop uiterst gevaarlijk. Steeds meer landen zullen het atoomwapen kunnen fabriceren; steeds groter wordt de kans op ongelukken. Daarom zijn ontwapeningsconferenties hard nodig. Wij moeten een wereldbrand niet begeren. De vrede die wij op de manier van het evenwicht der machten behouden, moeten wij niet minachten. Wij kunnen nog vrijuit het evangelie van Christus in binnen en buitenland verkondigen. En hoevelen zouden bezwijken als we onder de knoet van de dictatuur moeten leven? Daarom moeten we niet negatief ingesteld zijn tegenover onze overheid en de militaire dienst. Gereformeerde jongeren moeten kritisch zijn. Zij weten, dat de vrede onder het schild van atoomwapens slechts betrekkelijk is. Welvaart kan een mens net zo goed doen bezwijken als vrees voor een concentratiekamp. Maar deze betrekkelijke waarde moeten wij niet verachten, omdat er wel degelijk een betrekking ligt tussen déze vrede en de verkondiging van de vrede die Christus geeft: Wij kunnen in vrijheid de vrede van Christus verkondigen. Daarom zijn wij tegen het pacifisme en hoeven we ons er niet voor te schamen over atoomwapens en Christus’ rijk in één adem te spreken”.

En dan is er die vraag over het anarchisme.
Moeten we grenzen doorbreken? Moeten we ons vaker buiten de kaders begeven? Zijn Gereformeerde mensen, over het algemeen genomen, te netjes?

Vragen als deze worden beantwoord in een betoog van P. Jongeling, lid van de Tweede Kamer voor het Gereformeerd Politiek Verbond.

Hij zegt onder meer: “Een demonstratie kan ook wel nuttig zijn om parlement en volk wakker te schudden. Dat is soms nodig in deze ingewikkelde samenleving, zoals dit bijvoorbeeld een aantal jaren geleden in Utrecht het geval was toen op ordelijke en wettige wijze voor het recht van de Papoea’s werd gedemonstreerd”.

Daarbij geldt de “algemene regel: demonstraties kunnen goed zijn, indien zij gebruik maken van door de wet erkende – althans niet verboden – mogelijkheden, en naar doelstelling en vormgeving niet strijden met de wet van de Koning der koningen”.

De heer Jongeling herinnert eraan “dat het boek Openbaring — dat over Christus tegelijk spreekt als de Leeuw uit de stam van Juda als het Lam – bazuinen, oorlogen over de wereld, aankondigt. Maar steeds klinkt het trieste refrein: en zij bekeerden zich niet van hun werken. Daarvan zien wij thans na de tweede wereldoorlog iets. Het huis van het Westen is na de uitdrijving van de boze geest van de nazi’s, leeg blijven staan. Indien een volk zich dan niet bekeert, al was het maar zoals Ninevé dat deed, dan komen er zeven nieuwe boze geesten terug en wordt het laatste erger dan het eerste”.
Anarchisme en nihilisme komen op, zegt Jongeling in 1972.
In 2017 zien we daar nog steeds uitwassen van. Op de meest onverwachte tijden en plaatsen worden we immers geconfronteerd met allerlei vormen van corruptie en geweld. Daarbij wordt er door gezagsdragers en ordehandhavers soms ook nog veel te laat ingegrepen[2].

P. Jongeling wijst op de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Daarin wordt het handelen afgekeurd van “oproerige mensen” en van “allen die overheid en gezag verwerpen, de rechtsorde omver willen werpen door het invoeren van gemeenschap van goederen, en die de goede zeden die God onder de mensen heeft ingesteld, verstoren”[3].
De gelovigen mogen in alle rust op God vertrouwen. Het zal “blijken dat dat hun zaak, die nu door veel rechters en overheden als ketters en goddeloos veroordeeld wordt, de zaak van de Zoon van God is. En als een genadige beloning zal de Heer hun zo’n heerlijkheid doen bezitten als in het hart van een mens nooit zou kunnen opkomen. Daarom verwachten wij die grote dag met sterk verlangen, om ten volle te genieten de beloften van God in Jezus Christus, onze Here”[4].

Gereformeerden hoeven geen wapenmijders te wezen.
Gereformeerden hoeven niet zo nodig grenzen te doorbreken.
Hun toekomst is gegarandeerd. Door Iemand anders. Door Jezus Christus, hun Here namelijk!

Noten:
[1] Hieronder geef ik citaten uit een verslag van die dag: “Christen mag pacifist noch anarchist zijn”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 24 mei 1972, p. 4. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] Zie hiervoor bijvoorbeeld http://nos.nl/artikel/2171571-politie-deed-niets-met-tip-over-mol-mark-m.html ; geraadpleegd op vrijdag 5 mei 2017.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 36.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.

24 mei 2017

De hemelen doorgegaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Morgen zal het, Deo Volente, Hemelvaartsdag zijn. Wij herdenken de dag waarop Jezus Christus, nadat Hij zijn verlossingswerk op aarde voltooid had, Zijn plaats op de troon in de hemel innam.

Hij is de hemelen doorgegaan!
Bijna triomfantelijk noteert de schrijver van de brief aan de Hebreeën het in zijn vierde hoofdstuk: “Nu wij dan een grote ​Hogepriester​ hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk ​Jezus, de ​Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde.
Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[1].

Wat betekent dat?
Dat betekent in ieder geval: de weg naar de hemel is in gebruik genomen.
Onze Heiland heeft de weg geopend. En Hij was de eerste gebruiker van die weg.
Op aarde en in de hemel wordt het geproclameerd: de weg is open.
Het wordt verkondigd: er is niemand die die weg ooit weer af kan sluiten; nee, ook de duivel niet.
Het wordt rondgebazuind: Jezus Christus is langs de nieuwe weg gekomen; en er komen nog veel meer weggebruikers aan – let maar eens op!

Vroeger moest de priester op de Grote Verzoendag in de tempel het voorhangsel passeren, op weg naar het heilige der heiligen.
Leest u maar mee in Leviticus 16: “Verder moet hij van het ​altaar​ voor het aangezicht van de HEERE een vuurschaal vol vurige kolen nemen, met beide handen vol fijngestoten geurig reukwerk, en dit binnen het voorhangsel brengen.
Hij moet dan het reukwerk op het vuur leggen voor het aangezicht van de HEERE, zodat de wolk van het reukwerk het verzoendeksel, dat boven de getuigenis is, bedekt en hij niet zal sterven”[2].
De Hebreeënschrijver legt in hoofdstuk 9 uit: “In het tweede deel echter ging alleen de ​hogepriester​ eenmaal per jaar binnen, niet zonder ​bloed, dat hij voor zichzelf offerde en voor de afdwalingen van het volk.
Daarmee maakte de ​Heilige​ Geest​ dit duidelijk dat de weg naar het ​heiligdom​ nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste ​tabernakel​ nog in gebruik was”[3].
En:
“Maar toen is ​Christus​ verschenen, de ​Hogepriester​ van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte ​tabernakel​ gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.
Hij is niet door ​bloed​ van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen ​bloed​ eens en voor altijd binnengegaan in het ​heiligdom​ en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht”[4].

Het wordt luidkeels bekendgemaakt: iedere mag er door zondige mensen gebeden geworden om vergeving van de zonden. En iedereen weet wat Christus aan het kruis heeft gezegd: ‘Het is volbracht’[5]!
En daarom is Psalm 103 altijd geldig:
“Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[6].

God de Vader heeft blijkens Hebreeën 1 tegen de Zoon gezegd: “Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht”[7].
De stem van de Heiland gaat nu met gezag de hemelen door. En het is duidelijk: Zijn heerschappij gaat boven alles uit.
Gods kinderen komen goed terecht.

In de Nederlandse samenleving is dat, dunkt mij, ook vandaag een Evangelie dat klinkt als een klok!

Een paar weken geleden stond op de voorpagina van het Nederlands Dagblad te lezen:
“Ons rechtssysteem biedt steeds vaker geen goede oplossingen bij problemen als burenruzies, scheidingen en ontslagzaken.
Dat stelt het Haagse instituut HiiL in een nieuw rapport. HiiL adviseert wereldwijd overheden en bedrijven over de innovatie van rechtssystemen; in Nederland onder meer de Raad voor de Rechtspraak.
De rechtsproblemen die burgers het vaakst ervaren, monden vaker uit in slepende procedures, concludeert het instituut op basis van eigen data en literatuuronderzoek. Ieder jaar komen er in Nederland maar liefst 4,3 miljoen rechtsproblemen bij, zoals conflicten met buren, partners en bazen. Die problemen worden minder vaak opgelost (…).
De onderzoekers denken dat hun uitkomsten mede verklaren waarom zo veel mensen zich ‘niet gehoord’ voelen. Aanleiding voor de studie vormden ook de ontwikkelingen in 2016: de Brexit, de verkiezing van Donald Trump als president in de VS en het opkomende populisme in Europa.
‘Mensen voelen dat het niet goed gaat’, aldus het rapport, ‘en velen zijn van mening dat een gang naar de rechter niet helpt als ze een conflict hebben’. En dat is niet alleen beeldvorming, volgens de onderzoekers: mensen met ervaring met de rechtsgang oordelen negatiever dan mensen zonder ervaring. In een onderzoek kregen mensen de vraag of hun gang naar een advocaat of rechter hun probleem had opgelost. De scores waren matig: gemiddeld een 3 op een schaal van 1 tot 5”.
De onderzoekers denken dat het zogeheten ‘toernooimodel’ contraproductief werkt. Mensen worden tegenover elkaar gezet. De rechtsstaat polariseert, zeggen ze.
“Tot nu toe gaat ‘al het geld en alle energie naar meer van hetzelfde’, menen de onderzoekers: naar agenten, officieren van justitie, advocaten en rechters. ‘Juristen moeten intussen steeds harder werken om met niet goed werkende procedures problemen op te lossen”[8][9].

Mensen voelen zich genegeerd. Zij worden niet gehoord. De maatschappij wordt gaandeweg harder. Mensen voelen zich steeds vaker genoodzaakt om voor zichzelf op te komen. Onrecht is aan de orde van de dag.
Wat doe je als je helemaal vastloopt? Dan schakel je de media in. En als het ernstig is, zoek je juridische steun. Want je zult – koste wat het kost – gelijk krijgen!
Dat is de sfeer in Nederland.

In zo’n leefomgeving moeten Gereformeerde mensen bedenken wat de oorsprong van die verslechtering is. Dat is het doorwerken van de zonde. De zonde woekert door. De zonde ondermijnt het menselijk gevoel voor verhoudingen. De zonde vermeerdert onredelijkheid, onrecht en misstanden.

Krijgen Gods kinderen krijgen op deze aarde altijd gelijk?
Nee. Ook wij hebben te maken met onrechtvaardigheid en onbillijkheid.
En toch is er voor ons hoop.
En dat mogen wij ons eerst en vooral op de Hemelvaartsdag realiseren. Bij de Heiland is recht. Het onrecht in de wereld zal worden weggedaan.
Want Jezus is voor onze zonden gestorven.
En uiteindelijk is Hij de hemelen doorgegaan, en heeft op Zijn troon plaatsgenomen. De scepter van Zijn Koninkrijk is de scepter van het recht.

In een harde wereld is dat een boodschap die de vreugde op Hemelvaartsdag alleszins rechtvaardigt!

Noten:
[1] Hebreeën 4:14, 15 en 16.
[2] Leviticus 16:12 en 13.
[3] Hebreeën 9:7 en 8.
[4] Hebreeën 9:11 en 12.
[5] Johannes 19:30.
[6] Psalm 103:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[7] Hebreeën 1:8.
[8] “‘Rechtsstaat werkt polariserend’”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 4 mei 2017, p. 1.
[9] De website van het instituut Hiil is te vinden op http://www.hiil.org/ ; geraadpleegd op donderdag 4 mei 2017.

23 mei 2017

Gebed voor de natie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In de kerk spreken we over het Heilig Avondmaal. En ook over de Heilige Doop.
Minder bekend is wellicht dat we ook spreken van het heilig huwelijk.
Zo gebeurt dat in Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus: het zevende gebod leert ons “dat alle onkuisheid door God vervloekt is. Daarom moeten wij die hartgrondig haten en rein en ingetogen leven, zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].

Heilig, dat betekent: afgezonderd voor God. Het huwelijk is de samenlevingsvorm waarin God wordt gediend. Zo wil Hij dat, en zo moet dat.

Nu weten wij wel dat het door God gewilde huwelijk in de wereld om ons heen steeds minder gewoon wordt.
Mensen gaan scheiden.
Homoseksuelen trouwen met elkaar, of gaan een ander soort relatie aan.
Er zijn LAT-relaties.
Mensen gaan samenwonen.
We zien het allemaal om ons heen gebeuren.
Ontrouw golft door de maatschappij. Die overspoelt ons bijkans.
Wat kan de kerk doen?
Is er voor gelovigen meer te doen, dan machteloos toekijken en het hoofd schudden?

Nu het hierom gaat wijs ik graag op Ezra 9.

In dat Schriftgedeelte is Ezra net in Jeruzalem aangekomen. Daar hoort hij over gemengde huwelijken. Burgers van het door God uitverkoren land, hebben huwelijken gesloten met mensen uit omringende volken. Laten we letten op de formulering in dit hoofdstuk: “het heilige zaad [heeft zich] vermengd met de volken van de landen rondom, en de vorsten en de machthebbers hebben als eersten de hand gehad in deze trouwbreuk”[2]. Dat is het springende punt: Gods volk is niet heilig gebleven. De natie vond het aan God gewijd zijn onvoldoende. De kinderen van God moesten zo nodig hun eigen leven invullen om het nog wat beter naar de zin te hebben!
Zich dit alles gerealiseerd hebbende gaat Ezra een dag lang in de rouw. Zware rouw is het. Die dag is het voor iedereen zichtbaar: Ezra heeft diep verdriet. Hij is hard geraakt. Al datgene wat hij gehoord heeft, treft hem diep. Hij is er kapot van.
Tot aan het avondoffer. Dat is het moment “van het offer der gemeente, wanneer het tempelplein zich met mensen vult”[3]. Dat is ook het ogenblik waarop Ezra in gebed gaat. Voor het oog van vele gelovigen laat Ezra zien wat er nu nodig is: verootmoediging voor God.
Ezra schaamt zich. Hij durft amper bij de Here aan te kloppen. Want de schuld is werkelijk torenhoog.
Ezra beseft dat al de rampen van de afgelopen tijd – het feit dat het land van God leeggeroofd werd, de oorlogen, de gevangenschap, de ballingschap – te wijten zijn aan het gedrag van Gods kinderen. Generaties lang hebben ze zich weinig aan God gelegen laten liggen.
Wat kun je dan nog zeggen?
Je kunt Gods geboden nog eens voor jezelf op een rij zetten.
Je kunt verbaasd constateren dat de God van het verbond Zijn volk niet heeft overgegeven aan de vijand. Je kunt vaststellen dat Hij zelfs nog gelegenheid geeft om naar de Here terug te keren. En dat doet Ezra dan ook.
Huilend bidt Ezra tenslotte: “HEERE, God van Israël, U bent ​rechtvaardig, want er is ons gelegenheid tot ontkoming gelaten, zoals op deze dag. Zie ons voor Uw aangezicht in onze schuld, want er is niemand die hierom voor Uw aangezicht staande kan blijven”[4].

Ezra gaat in gebed.
Hij treurt om de schuld. Hij doet belijdenis van ’s lands zonden.
Maar heeft hijzelf dan ook schuld? Hij brengt het volk terug naar Gods wet? Hij strijdt, om het modern te zeggen, toch tegen assimilatie en syncretisme[5]?
Met deze vragen raken wij, wat mij betreft, een opmerkelijk punt in dit Schriftgedeelte.
Het is, dunkt mij, voor de kinderen van God in het Nederland van 2017 een leermoment. Wij kunnen zeggen: wij hebben part noch deel aan ’s lands zonden. Maar dat is niet waar. In de kerk zitten ook gescheiden mensen. En mensen met verkeerde begeerten. Sterker nog: op de keper beschouwd zijn wij net zo zondig als onze volksgenoten. Het is Gods genade dat wij niet zover van Hem verwijderd raakten als sommige anderen.
Bidden voor land en volk: dat is heel goed. Soms lijkt dat misschien wat overdreven, omdat het merendeel van de mensen om ons heen in zekere zin ver van ons af staat.
Maar Ezra toont het ons: het gebed voor de natie is zeer op z’n plaats, ook als in ons vaderland Gods wetten – ook omtrent het huwelijk – maar al te vaak met voeten getreden worden.

Het valt overigens ook op Ezra hier in gebed gaat, terwijl het hele volk dat ziet.
Hij spreekt, om zo te zeggen, een gebed uit in de kerk, en te midden van de kerkmensen. Iedereen mag het zien. Iedere tempelbezoeker mag het horen. Schuldbelijdenis is in Ezra 9 niet iets voor de binnenkamer.
Het gebed voor de natie hoort dus in de eredienst thuis. Natuurlijk, is het een goede zaak als thuis voor de overheden gebeden wordt. Maar laten we de regeerders in de kerk ook niet vergeten!

Wat valt er voor de kerk te doen in een sterk seculariserende maatschappij?
Is er voor gelovigen een andere taak als wanhopig toezien en op de tanden bijten?
Laten we maar naar de troon van de Verbondsgod gaan.
Laten wij maar ronduit zeggen dat wij zien dat de huwelijksmoraal bij grote delen van het volk verdwenen is.
Het is al meer dan dertig jaar geleden dat iemand schreef: “‘Vreemd gaan’ is niet langer afkeurenswaardig, maar ervaringsverrijkend. Het ‘beloof je haar nimmermeer te verlaten’ lijkt vervangen door zoiets als ‘beloof je me vrij te laten’”[6]. Na die tijd is de huwelijksmoraal er echt niet beter op geworden.
Ontdekken en uitproberen, dat is tegenwoordig niet zelden het parool.
En wie heeft er, bijvoorbeeld, nooit gehoord van psychische schade bij kinderen van gescheiden ouders?
Laten wij, kortom, maar om genade smeken. Voor kerk, land en volk!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Ezra 9:2.
[3] “Bijbel met kanttekeningen”. – Baarn: Bosch & Keuning n.v. – deel 3, p. 326: kanttekening 10 bij Ezra 9:5.
[4] Ezra 9:15.
[5] Assimilatie is een zodanige aanpassing van individuen of groepen aan een dominante cultuur dat de oorspronkelijke culturele identiteit op de achtergrond raakt; zie http://www.cultureelwoordenboek.nl/index.php?lem=461 , geraadpleegd op woensdag 3 mei 2017. Syncretisme is de versmelting van wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomst, zonder dat de tegenstrijdigheden worden opgeheven en een synthese wordt bereikt, zie http://www.encyclo.nl/lokaal/10442  , geraadpleegd op woensdag 3 mei 2017.
[6] W.M. van der Wilt, “Huwelijk en huwelijksmoraal”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 31 oktober 1986, p. 15 (RD-Plus).  Ook te vinden via www.digibron.nl .

22 mei 2017

Gezond leven

Binnen de Evangelische Kirche in Deutschland is een brochure verschenen over de actuele betekenis van de Reformatie in 1517[1].
Het Nederlands Dagblad berichtte erover. En wel als volgt:
“De protestantse Duitse volkskerk (EKD) heeft een brochure opgesteld waarin ze de actuele betekenis van de in 1517 begonnen Reformatie samenvat en bij de tijd brengt.
De brochure, die ook in het Engels is vertaald, is afgelopen week gepresenteerd en kent als slogan een vers uit Paulus’ brief aan Titus (hoofdstuk 2, vers 12). De slogan legt de nadruk op christelijke navolging: leef bezonnen, rechtvaardig en vroom.
(…)
Wanneer de brochure de betekenis ervan naar nu doortrekt, wordt benadrukt dat geloof een gave van God is. Geloof volgt niet uit het handhaven van kerkelijke doctrines, rituele handelingen of morele opvattingen, zo wordt geschreven. En zo worden tot slot de Duitsers, die dit jaar op Hervormingsdag 31 oktober vrij zijn, opgeroepen genadig en gastvrij te zijn, en om zelfkritisch en oecumenisch de Reformatie te vieren”[2].

De brochure wijst op een tekst uit Titus 2.
Ik citeer de tekst in zijn verband:
“Want de zaligmakende ​genade​ van God is verschenen aan alle mensen,
en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, ​rechtvaardig​ en godvruchtig te leven,
terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus”[3].

Het is alleszins de moeite waard om de bovenstaande woorden wat nader te overdenken.

Die tekst begint met het woord ‘want’. Paulus gaat dus een goede reden geven voor een christelijk leven.
Welke reden is dat?

In het voorgaande schrijft hij over christelijke levenswandel. Daarbij is ‘gezond’ een centraal woord.
“Wijs hen daarom streng terecht, opdat zij gezond zullen zijn in het geloof”[4].
“Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past. De oudere mannen moeten beheerst zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof, in de ​liefde, in de volharding”[5].
En:
“spreek een gezond woord, boven alle kritiek verheven, zodat de tegenstander beschaamd zal staan en niets kwaads van u te zeggen heeft”[6].
Het geloof geeft energie. De leer over Jezus Christus maakt mensen levenslustig. Het Evangelie geeft kracht om liefdevol met de mensen in onze omgeving om te gaan. Het perspectief dat Gods Woord biedt, ontwikkelt bij gelovige mensen doorzettingsvermogen om het geloof levend te houden, ook bij tegenslagen.

Wilt u van dat laatste een voorbeeld?
In het Nederlands Dagblad stond onlangs een bericht over een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant die om gezondheidsredenen met emeritaat is gegaan. Zijn afscheidspreek draaide om het thema ‘de mens wikt, maar God beschikt’.
Ik citeer uit de weergave van de afscheidspreek van de dominee: “In 2007 stonden Mieke en ik klaar om opnieuw naar Zuid-Afrika te gaan. De nood was hoog. Het zendingsteam riep ons. We waren er nodig. Ons ticket was zelfs al geboekt, op 10 augustus.
Op 10 augustus lag ik op de operatietafel in het UMC Utrecht. Een hersentumor. Zuid-Afrika? Ik dacht ’t niet, zei de Geest. Nee, nog niet.
In april 2008 mochten we alsnog gaan. Niet in mijn kracht of bouwend op jarenlange ervaring. Als zwakke mens met parkinson. De genade van God, die is pas sterk!
Probeer het maar. Volgen zonder vragen. In jouw unieke situatie. Ambtsdrager of gemeentelid. Homo of hetero. Getrouwd of single. Gezond of ziek. Laat je leiden”[7].
De dominee die dit heeft gezegd, is ziek. En toch is hij, in zekere zin, gezond!

Maar wat is nu precies de goede reden voor ons christelijk leven?
Dat is deze: Gereformeerd leven doen wij in het perspectief van de hemel. Paulus spreekt immers over zaligmakende genade.
Mensen die zich voortdurend reformeren bereiden zich op een heerlijk hemelleven voor. Dat betekent dat zij allerlei dingen van deze wereld links laten liggen. En als ze wel van mensen en dingen uit de wereld gebruik maken, dan doen zij dat met mate. Met al die mensen en dingen gaan zij, als het even kan, verstandig om.
Zij staan in goede verhouding tot hun medemensen.
Zij kennen hun eigen grenzen.

Ingetogen leven wordt in deze wereld steeds moeilijker. Alles moet uitbundig. Je moet zo nu en dan flink uit je dak kunnen gaan. Het leven moet een feestje wezen. Smile and enjoy, roept men ons toe.
Gereformeerden leven gematigd. Kalm. Enigszins terughoudend zelfs.
Weet u waarom?
Omdat zij weten dat Christus terugkomt op de wolken.
Paulus schrijft dat de genade van God te zien is voor alle mensen. Het leven van alle wereldburgers komt nu in een heel ander licht te staan. Iedereen kan de glans van het nieuwe leven zien, midden in deze wereld.
Welnu, Johannes schrijft in Openbaring 1 dat iedereen Christus’ terugkomst zal zien. Leest u maar mee: “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen ​rouw​ over Hem bedrijven. Ja, ​amen.
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige”[8].

Geloof is niet: keurig leven volgens diverse kerkelijke regeltjes.
Geloof is niet: elke zondag netjes een dichtgetimmerde liturgie afwerken.
Geloof is niet: netjes leven volgens een groepscode die vastligt, en die nimmer verandert.
Zeker niet!
Geloof is: energiek leven om ons aan God te geven. Wandelend met Hem, omdat Hij ons heeft liefgehad. Met Hem is het begonnen.
Hij is het Einde. Maar met Hem eindigt ons leven nooit.
Dat vooruitzicht houdt ons gezond. Ook al zijn wij ziek.

Noten:
[1] De gegevens van deze brochure zijn: “Das Reformationsjubiläum 2017 feiern”. – Hannover: Evangelische Kirche in Deutschland, 2017. –  40 p. Te downloaden via http://www.ekd.de .
[2] “Duitse kerk actualiseert Reformatie”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 2 mei 2017, p. 7.
[3] Titus 2:11, 12 en 13.
[4] Titus 1:13.
[5] Titus 2:1 en 2.
[6] Titus 2:8.
[7] “Boosheid om gedwongen vertrek dominee”. In: Nederlands Dagblad, maandag 1 mei 2017, p. 7 (rubriek: Kerk – Blogs en bladen).  Zie hiervoor ook https://boereninbergen.wordpress.com/2017/04/23/volgen-zonder-vragen/ ; geraadpleegd op dinsdag 2 mei 2017. De predikant in kwestie is T. de Boer, tot voor kort predikant te Bergen op Zoom.
[8] Openbaring 1:7 en 8.

19 mei 2017

Volop kunstlicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“Gods gebod: beter dan goud”.
Dat staat boven een verslag van de Bondsdag van de Bond van Gereformeerde Vrouwen die woensdag 17 mei 1972 te Enschede gehouden wordt[1].
Op die Bondsdag wordt onder meer het woord gevoerd door professor dr. J. Douma, hoogleraar Ethiek aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Hogeschool te Kampen.

Het is interessant om van de observaties en opinies van de professor kennis te nemen.
Hieronder geef ik gaarne enige citaten uit het genoemde verslag.

Een verandering in moraal is best te begrijpen. Wat dat betreft geldt in zekere zin: andere tijden, andere zeden.
“Toch zouden we op deze manier de grote wending van de laatste 10 à 20 jaar nog maar oppervlakkig peilen. Wij moeten op een dieper liggende oorzaak wijzen, die ons duidelijk maakt, dat de revolutie op moreel gebied er wel moest komen.
Om daar zich op te krijgen kunnen we ons uitgangspunt nemen in Spreuken 30:8 b en 9: Wie rijk wordt gaat zeggen: wie is de Here? Wie verarmd raakt, gaat stelen. Wij zien dat in het groot in deze wereld. De arme landen die steeds armer dreigen te worden, zullen – revolutionair opgezweept – hun handen niet thuis houden. De rijke wereld wordt verzadigd en zat van het goede.
Ook in Nederland voltrekt zich de wet van Spreuken 30. Ons volk in welvaart zegt: Wie is de Here? De lampen van Gods openbaring worden geblust, wij kunnen wel bij ons eigen kunstlicht leven. Geseculariseerd Nederland richt zich niet meer op God, maar op het humanum. Het bed wordt voor de mens gespreid. Ongemak en dood willen we steeds meer uitbannen en wegmoffelen. Dat gebeurt van de wieg tot het graf. De mens die zonder God alleen nog zichzelf als grootheid kent, zal natuurlijk zélf bepalen of er een kind in de wieg zal liggen. De zwangere vrouw zal bepalen of het kind gedragen dan wel geaborteerd zal worden. Baas in eigen buik. Wij zullen bepalen of het huwelijk ons ligt, of dat we mens in de commune wensen te zijn. Wij volgen de richting van onze sexualiteit, of homosexueel of heterosexueel. Wij zullen deze aarde (immers onze enige woonplaats?) koste wat het kost weer schoon krijgen als het moet met maatregelen tegen Gods geboden in. Wij zullen ons van het ongemak van slepende ziekte en demente ouderdom ontdoen door wat wij zinloos leven vinden op te ruimen”.

Einde van het eerste citaat.

Het verhaal van professor Douma overziende, is het treffend om te zien hoe weinig er in vijfenveertig jaar veranderd is.
Wij zeggen wel eens dat de tijd snel gaat. In een tijd van internet, smartphones en apps lijkt het allemaal haast niet meer bij te sloffen. Maar wie alle modder van het bestaan afveegt, ziet dat de patronen op de bodem amper veranderen.
Goed, over abortus hoort men weinigen meer.
Maar wij weten wel iets van gebroken huwelijken. Dat is nog zacht gezegd!
Homoseksualiteit is in onze samenleving een heet hangijzer. Samenleven van mensen met een homoseksuele geaardheid moet worden geaccepteerd, liefst ook in de kerk.
Euthanasie is aan de orde van de dag.
Tegenwoordig hebben we voor ‘zinloos leven’ een nieuwe term. Wij noemen dat ‘voltooid leven’. Dat klinkt netter. Wat minder scherp, ook.
Kortom: wij zetten wel wat stapjes voor- of achteruit. Maar dat het snel gaat… ach – in de praktijk valt dat eigenlijk wel mee.

Laten wij wat verder lezen in het verslag.

“Er zijn reële moeilijkheden die wij in een hernieuwde bezinning op de gereformeerde ethiek niet uit de weg moeten gaan. Maar de centrale kwestie is wel: met welke instelling doen wij dat? Als we ons uitsluitend in deze wereld willen nestelen, dan praten we vroeg of laat precies zo als het hierboven gebeurt. Het schip van ons onderwijs in de ethiek zou met de stroom van deze tijd mee gesleurd worden als wij ons anker niet hadden uitgegooid. Wij zoeken geen goud en welvaart in een goudkoorts. Mot en roest en dieven maken er spoedig een eind aan. Wij hebben ons anker uitgeworpen in de hemel waar Christus is. Dan bepaalt niet de wereld, maar Christus onze koers en worden wij op het spoor van Gods gebod gezet.
Deze instelling maakt ons niet wereldvreemd. Want al gaat ons hart naar boven uit, wij staan met onze beide benen nog op deze grond. Maar vanuit de andere richting ons leven bepaalt, komen wij diametraal tegenover de nieuwe moraal te staan”.

Einde van het tweede citaat.

Door de jaren heen zijn de tegenstellingen verscherpt. Zou je denken.
Maar in de praktijk vinden er op het kerkplein her en der aanpassingen plaats. Verwereldlijking, heet dat. Zelfs in officiële synoderapporten wordt gesteld dat de cultuur erg belangrijk is.
Dat de moraal verandert, is – op zichzelf genomen – niet erg. Maar wanneer men zich van Gods Woord verwijdert, is dat wel ernstig.
Professor Douma wijst ons op het spoor van Gods gebod. Dat is de enig juiste weg!

En waar gaat die weg naar toe?
Professor Douma weet het wel.

“Met Gods gebod hebben wij dus toekomst terwijl het ‘goud’ als genot in deze wereld ons slechts korte vreugde schenkt.
Wij zullen als een stoornis in onze sexualiteit aanwezig is, zodat we zonder Christus de homosexuele handeling zouden willen plegen, met Christus bitter strijden tot het uur van de vrede in Christus’ volmaakte rijk is aangebroken.
Wij zullen de aarde niet als onze enige woonplaats aanvaarden, omdat wij van een betere wereld weten.
Wij zullen, wanneer wij veel moeten lijden of zien lijden op ziekbedden, niet om de dodelijke injectie vragen of die toedienen maar ook dan bedenken dat het lijden van de tegenwoordige wereld niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard is.
Deze geheel andere instelling dan die van de geseculariseerde mens bevrijdt ons van veel problemen die men ons wil opdringen. Juist door de secularisatie is veel tot probleem geworden.
Het lege leven zonder God roept abortus homosexualiteit en euthanasie op! Deze wet der zonde wordt alleen door de wet van Christus doorbroken. Waar ons hart is, daar zal ook onze schat zijn. Het lege leven van de een roept bij ongeneeslijke ziekte en veel pijnen om euthanasie, terwijl de band aan Christus het lijden niet verdringt maar verwerkt in de verwachting van de eeuwige heerlijkheid”.

Einde van het derde en laatste citaat.

De lezer heeft wellicht Romeinen 8 herkend. Professor Douma preludeert daarop.
Laten wij tot slot dat Schriftgedeelte nog maar eens tot ons door laten dringen: “Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.
Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de ​kinderen​ van God”[2]!

Noten:
[1] “Gods gebod: beter dan goud”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 19 mei 1972, p. 4. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] Romeinen 8:18 en 19.

18 mei 2017

De oproep van de groene wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was”[1].
Dat zijn bij dit jaargetijde passende Schriftwoorden. Het is immers lente. En niet alleen in de ogen van de tandartsassistente[2].

Een lezer wees mij onlangs op de tekst waarmee dit artikel begint. Hij vroeg zich af “of God wellicht ook planten en wezens op een andere wijze geschapen heeft dan bijvoorbeeld het licht en de lichtdragers”. De betreffende lezer is emerituspredikant van een Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) en heeft – zo merkte hij op – iets dergelijks ook wel eens in een preek gezegd.

De opmerking van de predikant laat ik graag voor zijn rekening.

Zeker is dat Schepper van hemel en aarde heeft gesproken.
Want dat de aarde jong groen voortbrengt, is – om zo te zeggen – een dienstbevel van de Here.
Daar gaat het in Genesis 1 om: de Here spreekt en het is er.
Het is in dat hoofdstuk een refrein: “En God zei:…”. Wij lezen dan ook: “En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde!”[3].
Een exegeet schrijft hierbij: “De planten en bomen komen er ‘naar hun aard’ of ‘naar hun soort’. Deze eigen aard is door God gegeven, maar valt niet noodzakelijk samen met ons wetenschappelijke begrip en is niet bedoeld voor een botanische classificatie. Waarschijnlijk is met de uitdrukking ‘naar hun aard’ de wijze van voortplanting bedoeld. Uit het zaad van een bepaalde boomsoort komt steeds weer dezelfde boomsoort voort”[4].

Het is de sprekende God die ons ook leert belijden dat de aarde in zes dagen geschapen is. “Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is”[5].
Zo vinden wij dat in Exodus 20. En dat hoofdstuk begint met die befaamde mededeling: “Toen sprak God al deze woorden”[6].
De hemelse Heer heeft de schepping sprekend tot stand gebracht. Doordat de aarde Zijn stem hoort, wordt ze groen.

Bij dat scheppingswerk kunnen allerlei vragen gesteld worden. Die dominee van hierboven deed dat ook. Maar de vraag is of dat altijd juist is. Het maakt in ieder geval nogal wat uit welke antwoorden zulke vragenstellers verwachten.
Psalm 33 leert ons:
“Laat heel de aarde voor de HEERE vrezen,
laat alle bewoners van de wereld bevreesd zijn voor Hem.
Want Híj spreekt en het is er,
Híj gebiedt en het staat er”[7].
Door het spreken van God dwingt Hij eerbied af. Hij heeft gezag. Als God Zijn stem verheft, krijgt de schepping ongekende mogelijkheden. Al dat potentieel zit in Zijn stem. Daar kunnen wij niet bij. Dat kunnen wij niet uitleggen. Het is een wonder. Niets meer. En niets minder.

Mensen worden opgeroepen om Gods lof te zingen. Bijvoorbeeld door Psalm 148:
“Loof Hem, zon en maan,
loof Hem, alle lichtende sterren.
Loof Hem, allerhoogste hemel,
en water dat boven de hemel is.
Laten zij de Naam van de HEERE loven,
want toen Híj het gebood, werden zij geschapen.
Hij heeft ze vast doen staan, voor eeuwig en altijd,
hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden”[8].
Wetenschappers die de schepping onderzoeken, dienen te beseffen dat de schepping zelf God moet loven. Het universum zelf moet, om zo te zeggen, in een lofzang uitbarsten.
En mensen moeten de schepping zo beheren dat dat ook kan!

Het komt mij voor dat daar de taak van de theologen ligt.
Dominees en andere godgeleerden moeten oproepen tot de lof op God.
De Heerser van hemel en aarde heeft sprekend de schepping tot stand gebracht. En Hij heeft het niet nodig gevonden om bij die totstandkoming een toelichting te geven. Het stellen van allerlei al of niet suggestieve vragen is daarom niet nodig. Een antwoord is er niet. En dat komt er ook niet.

Het komt mij voor dat het stellen van bovenbedoelde vragen zeker in onze tijd zeer onwenselijk is.
Wij worden, om het maar eens plastisch uit te drukken, heden ten dage regelmatig bekogeld met de evolutietheorie. En dat gebeurt ook in Gereformeerd Nederland.
In 2013 schreef een in Gereformeerd Nederland bekende scribent daaromtrent: “Door velen, theologen, predikanten en kerkleden wordt inmiddels de theïstische evolutietheorie aangehangen waarbij Genesis 1 als weergave van de geschiedenis van Gods scheppen is losgelaten. God is nog wel de schepper maar hij zou een evolutie in gang hebben gezet waardoor na miljarden jaren via natuurlijke selectie, dood en verderf, uiteindelijk de mens, de eerste Adam, is ontstaan. Zo probeert men het begin van de Schrift te verzoenen met theorieën van de wetenschap. Dit soort ideeën wordt vrijelijk gepropageerd”[9].
Juist in zo’n sfeer is het van groot belang om terug te gaan naar de kern van het evangelie van Genesis 1: God schiep deze wereld; dat moeten wij geloven!

Het is mei 2017.
Onze wereld is weer groen geworden. De natuur roept ons op om de Schepper toe te juichen.
Om het met Psalm 104 te zeggen:
“Loof de HEERE, mijn ziel.
HEERE, mijn God, U bent zeer groot,
U bent met majesteit en ​glorie​ bekleed”[10].
De opdracht die Psalm 104 ons geeft is duidelijk:
“Ik zal voor de HEERE zingen in mijn leven,
ik zal voor mijn God psalmen zingen, mijn leven lang.
Mijn overdenking van Hem zal aangenaam zijn,
ík zal mij in de HEERE verblijden”[11].
Laten wij maar verlangend uitzien naar het moment waarop het slotvers van Psalm 104 werkelijkheid wordt:
“De zondaars zullen van de aarde verdwijnen,
de goddelozen zullen er niet meer zijn.
Loof de HEERE, mijn ziel!
Halleluja!”[12].

Noten:
[1] Genesis 1:12.
[2] “Het is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente” is een liedje waarmee zanger Peter de Koning in 1995 de hitlijsten bestormde.
[3] Genesis 1:11.
[4] Zie de webversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Genesis 1:11, 12 en 13.
[5] Exodus 20:11 a.
[6] Exodus 20:1.
[7] Psalm 33:8 en 9.
[8] Psalm 148:3-6.
[9] Zie http://www.eeninwaarheid.info/Printdoc.php?item=821 ; geraadpleegd op donderdag 27 april 2017. De scribent is kwestie is D.J. Bolt.
[10] Psalm 104:1.
[11] Psalm 104:33 en 34.
[12] Psalm 104:35.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.