gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

16 januari 2019

Wijs advies

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Zorgt samenwerking ervoor dat je verder komt in het leven? Bereiken teambuilders meer dan solisten?
Soms lijkt dat er niet op. Je kunt beter jouw eigen boontjes doppen. Dan ben je ’t snelst van je probleem af.

In Spreuken 13 wijst Gods Woord een andere richting. Leest u maar mee:
“Overmoed geeft alleen maar ruzie,
maar bij wie zich raad laten geven, is wijsheid”[1].
Overigens is Spreuken 13, gezien in het licht van heel de Heilige Schrift, meer dan een brokje wijsgerigheid. Dat zal hieronder alras blijken.

Dit hoofdstuk handelt onder meer over het belang van straf. Een vrije opvoeding keert zich na verloop van een aantal jaren tégen je.
Wie grenspalen aangewezen krijgt, leert zichzelf te beheersen. Zo iemand reageert niet op iedere hype. Zijn manier van spreken wordt gekenmerkt door een zekere bedachtzaamheid.
Een goede opvoeding levert bovendien mentale flexibiliteit op. Je wordt erop getraind om niet te snel in een stoel achterover te hangen. Je realiseert je dat er in kerk en maatschappij veel te doen is, en dat jij daarin ook verantwoordelijkheid ontvangen hebt.
Gods wetten en regels vormen daarbij een vast uitgangspunt. Ze zorgen ervoor dat je je normen en waarden niet voortdurend aanpast aan de omstandigheden des levens dan wel de tijd waarin wij leven[2].
Kortom – voor wie leeft binnen het kader van Gods wet wordt het bepalen van een levenskoers aanzienlijk makkelijker.

Nogmaals citeer ik Spreuken 13:
“Overmoed geeft alleen maar ruzie,
maar bij wie zich raad laten geven, is wijsheid”.

In het vers dat daaraan vooraf gaat wordt geconstateerd:
“Het licht van rechtvaardigen verblijdt,
maar de ​lamp​ van goddelozen wordt uitgedoofd”[3].
Dat licht is het Woord van God. Denkt u maar aan Psalm 119:
“Uw woord is een ​lamp​ voor mijn voet
en een licht op mijn pad”[4].
Het licht van goddelozen is, daarbij vergeleken, zwak. Het levert een donkere omgeving op.
Het is – om zo te zeggen – het verschil tussen Gods licht en kunstlicht.

Licht van God / kunstlicht
– dat verschil in belichting kenmerkt de houding van mensen.

Dat zien we ook in het vervolg van Spreuken 13:
“Wie het woord veracht, zal te gronde gericht worden,
maar wie het gebod vreest, hem zal dat vergolden worden”[5].
En:
“Goed​ verstand geeft ​gunst,
maar de weg van de trouwelozen is onbegaanbaar”[6].

Spreuken 13 krijgt meer diepgang als wij het Nieuwe Testament erbij opendoen.

Jezus spreekt in Mattheüs 6 over dat verschil tussen het licht van God en het kunstlicht.
Hij doet dat als volgt.
“De ​lamp​ van het lichaam is het oog; als dan uw oog oprecht is, zal heel uw lichaam verlicht zijn; maar als uw oog kwaadaardig is, zal heel uw lichaam duister zijn. Als het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis zelf!”[7].
Dat licht in het oog is daar figuurlijk bedoeld. Een uitlegger schrijft: “Een gezond oog spreekt hier over een heldere en zuivere gezindheid. Deze verlicht het hele lichaam, dat wil zeggen: het hele menselijk gedrag”[8].

In Johannes 8 zegt Jezus over Zichzelf: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[9].
Wie met de Heiland door de wereld wandelt, wordt overkoepeld door een licht dat nimmer doven zal.

Het bovenstaande ziet er solide uit, vindt u ook niet?
Ondertussen is het natuurlijk een feit dat ook niet-christenen zich best netjes kunnen gedragen. Mensen die aan God noch gebod doen, zijn soms enorm sociaal. En behulpzaam. En trouw bovendien. Laten wij eerlijk zijn – er zijn situaties waarin u meer hebt aan uw ongelovige buurman, dan aan het kerklid van drie huizen verderop.
En nee, mensen die de God van hemel en aarde niet eerbiedigen, zijn niet allemaal per definitie eigenwijs. Er zijn ook seculier levende mannen en vrouwen die een goed advies maar wat graag aannemen.

Waarom moeten wij toch naar het licht der wereld gaan? Waarom moeten wij de wijsheid van God prefereren boven de wijsheid van mensen die – zoals dat in de volksmond heet – nergens aan doen?
De apostel Paulus legt het in 1 Corinthiërs 2 uit: “En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden. Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid; een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben. Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest”[10].
De wijsheid van God komt uit een andere wereld.
Die wijsheid heeft, om zo te zeggen, een totaal andere dimensie. Die is zo onmetelijk groot – mensen kunnen daar niet bij.
Die wijsheid moet ons aangereikt worden. En dat gebeurt ook. De Heilige Geest heeft als één der hoofdtaken: mensen scholing geven in de wijsheid van God.
Die wijsheid geeft Gods kinderen zicht op de hemel. Op hun toekomstige woonplaats dus.

De kernvraag is: waar haalt u de wijsheid vandaan?
U kunt die wijsheid natuurlijk uit uzelf halen. Wellicht heeft u een schat aan levenservaring. Misschien hebt u uw karakter mee, en bent u enigszins filosofisch ingesteld. En ja, het helpt uiteraard ook als u nogal flegmatiek bent.
Maar niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Colossenzen 2 over “God, en van de Vader en van ​Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en van de kennis verborgen zijn”[11].
Dat is nog eens wat anders dan ons brokje aardse wijsheid!
Dat is nog eens wat anders dan ons soms ernstig tekort schietende intellect!
Dat is nog eens wat anders dan de beperkte kundigheid van deze wereld!
Gelovige kerkmensen zijn op weg naar een hemels kennisniveau.
Daarom is een advies dat een bekend gezang geeft zeer ter zake:
“Jezus is mijn toeverlaat.
Hij, mijn Heiland, is het leven.
Ik zal aan Gods wijze raad
mij blijmoedig overgeven”[12].

Terug nu naar het Bijbelboek Spreuken.

Over dat Bijbelboek noteerde iemand eens: “De kern van de wijsheid is het dienen van God. Ontzag – eerbied, respect – hebben voor God, daar draait het om. Maar het gaat daarbij niet alleen om mooie woorden. Vaak gaan de spreuken namelijk over heel praktische dingen. Je leest bijvoorbeeld over de omgang tussen mensen en over goede manieren. Sommige spreuken gaan over eerlijkheid en betrouwbaarheid in het zakendoen. Steeds hoor je dat bescheidenheid, geduld en zorgvuldig gedrag belangrijk zijn”[13].

Alles begint bij God. En bij de door de Heilige Geest gegeven wijsheid
.
Die wijsheid is – als het goed is – bepalend voor de manier waarop Gods kinderen met hun medemensen omgaan.
Van daaruit komen uw en mijn leven op een goede koers te liggen. Zo gaan wij op weg naar de hemel, de woonplaats van God.

Wie zich door God raad laat geven komt verder in het leven.
Als Gods wetten en regels in ons leven het vaste startpunt zijn komt al ons doen en laten in een hemels perspectief te staan!

Noten:
[1] Spreuken 13:10.
[2] Zie voor het bovenstaande Spreuken 13:1-9.
[3] Spreuken 13:9.
[4] Psalm 119:105.
[5] Spreuken 13:13.
[6] Spreuken 13:15.
[7] Mattheüs 6:22 en 23.
[8] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 6:22.
[9] Johannes 8:12.
[10] 1 Corinthiërs 2:6-10.
[11] Colossenzen 2:2 b en 3.
[12] Dit zijn woorden uit Gezang 22:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[13] Geciteerd van https://bijbel.eo.nl/inleiding-bijbelboeken/inleiding-op-spreuken ; geraadpleegd op vrijdag 11 januari 2019.

15 januari 2019

Navigeren met Psalm 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wetten en regels – daar hebben wij het van nature niet zo op. Wij redden ons liever zelf. Wij regelen onze eigen dingen. Daarom alleen al is Psalm 1 niet zo eigentijds.

Ik citeer de inzet van die eerste Psalm:
“Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken”[1].

Blij zijn met Gods wet – kan dat?
Ja, dat is zeer wel mogelijk.
Dat kan als wij tot de conclusie komen dat de wet van God het leven verrijkt. De wet van God maakt het leven mooier.

Het blijkt de moeite waard om enkele woorden uit het bovenstaande citaat nader te bezien.

* Goddelozen

De hervormde dominee M.J. Schuurman schrijft daarover: “Deze mensen hebben wel weet van het bestaan van God, maar het heeft geen gevolgen voor hun daden. Zij geloven niet dat God van hen om een bepaalde manier van leven vraagt. Zij geloven niet dat zij rekenschap moeten afleggen van hun daden. Men spreekt in de uitleg ook wel van praktisch atheïsme: het geloof in God heeft geen enkele consequentie voor hun manier van leven”.

* De raad van de goddelozen

De hierboven reeds geciteerde dominee schrijft: “De Bijbel legt een grote verantwoordelijkheid neer bij de leidende personen van de gemeenschap. Zij zijn voorbeeldfiguren. Zij gaan voorop”[2].
Als wij Psalm 1 zó bekijken, draagt dit kerklied een speciale boodschap voor ambtsdragers in zich. Ambtsdragers hebben een grote verantwoordelijkheid: Gods kinderen moeten op de juiste weg blijven lopen!

* Wandelen, staan en zitten

Met die drie woorden wordt het leven als totaal gekarakteriseerd[3].

* Een boom, geplant aan waterbeken

Die typering brengt ons als vanzelf bij Ezechiël 47. Ezechiël spreekt daar over een beek die uit de tempel komt. Daar staat dan: “En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het ​heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing”[4].
Dat betekent in ieder geval dit: de zegen van God is in de tempel te vinden. Oftewel – in de kerk. De zegen van God komt voort uit het werk van onze Heiland, de Here Jezus Christus. Zijn lijden en sterven aan het kruis geeft levensbloei! Exegeten voeren overigens heftige discussies over het antwoord op de vraag hoe Ezechiël 47 precies moet worden uitgelegd.
Hoe dat alles zij – er moet wel enig verband zijn met Openbaring 22: “En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam”[5].
Daarom kunnen we er bijna niet omheen – de God van hemel en aarde brengt het paradijs weer terug. Psalm 1 wijst ten diepste op een klein begin daarvan. Zeker, in de psalm klinkt nog maar een bescheiden preludium. Maar wij horen het wel. Dwars door alle kleinzieligheid en onenigheid heen brengt de hemelse Heer het paradijs terug.
Psalm 1 opent dus grootse perspectieven!

Inmiddels lijkt de laatste regel van het citaat toch ietsje overdreven.
“Al wat hij doet, zal goed gelukken”, staat er.
Dat zeggen we in 2019.
Echter – ook vandaag gaat er toch van alles fout in het leven? Bedoelingen worden niet begrepen. En soms komen we zélf tot de overtuiging dat de klus waar wij vol goede moed aan begonnen waren faliekant mislukt is. De componist van Psalm 1 weet dat natuurlijk ook wel. Waarom zegt de dichter van deze psalm dat dan toch?
Wij mogen hier denken aan de zegen die Gods kinderen krijgen in het verbond: het eeuwige leven en de hemelse glorie. Kinderen van God zijn onverbrekelijk met Jezus Christus verbonden. In Hem wordt ons werk gereinigd. Schoongemaakt. Het wordt alleszins toonbaar in de woonplaats van God.
In Openbaring 22 staat het onomwonden: “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de ​poorten​ de stad mogen binnengaan”[6].
In Christus wordt ons werk op een magnifieke manier gesaneerd!
“Al wat hij doet, zal goed gelukken” – die psalmregel richt onze blik op een luisterrijke toekomst. Een toekomst die al is begonnen!

Psalm 1 wordt, zoals bekend, wel de psalm van de twee wegen genoemd. En het is duidelijk dat er op één van die wegen uitzicht is op de hemel.
Maar vandaag de dag lijkt het wel alsof velen werken met een niet bijgewerkt navigatiesysteem. U weet wel, zo’n systeem dat wel weet waar Hooghalen ligt, maar dat de afslag Assen-Zuid op de A28 niet kent; om in Hooghalen uit te komen stuurt het systeem u dwars door het centrum van Assen. En ach, zo kom je er ook – eerlijk is eerlijk. Je rijdt wat om, maar je bent een kniesoor als je daar op let. Het is 2019, nietwaar?
Het lijkt wel alsof zo’n niet bijgewerkt navigatiesysteem ook vaak gebruikt wordt bij Psalm 1. Er zijn twee wegen. Maar ook aardig wat zijstraten. En ook een paar alternatieve routes. Het duurt wellicht wat langer voor je in de hemel bent, maar je komt er wel. En nu ja, het is 2019. De televisie heeft honderd voorkeurzenders. En als je ’t helemaal niet meer weet gebruik je op Twitter #dtv – durf te vragen. Dan komt ’t allemaal goed.

Welnu –
Psalm 1 wijst twee wegen.
Twee; meer niet. Namelijk: naar God toe, of van God af.
Psalm 1 toont die weg in eerste instantie niet digitaal.
Maar het ligt allemaal heel duidelijk.
In Psalm 1 liggen de zaken eigenlijk heel eenvoudig!

Noten:
[1] Psalm 1:1-3.
[2] Geciteerd van https://mjschuurman.wordpress.com/2013/04/23/uitleg-over-psalm-1/ ; geraadpleegd op vrijdag 4 januari 2019.
[3] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 1:1-3.
[4] Ezechiël 47:12.
[5] Openbaring 22:1.
[6] Psalm 22:12, 13 en 14.

14 januari 2019

Dreigend refrein

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De formuleringen in de hoofdstukken 1 en 2 van de profetie van Amos zijn intrigerend.
“Vanwege drie ​overtredingen​ van ​Damascus, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[1].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Gaza, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[2].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Tyrus, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[3].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Edom, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[4].
En:
“Vanwege drie overtredingen van de Ammonieten, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[5].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Moab, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[6].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Juda, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[7].
En:
“Vanwege drie overtredingen van Israël, ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen”[8].

Ouderen kennen de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 beter: “Om drie ​overtredingen​ van ​Damascus, ja om vier, zal Ik het niet herroepen”.

Eerst worden een aantal buitenlanden genoemd.
Maar daarna komt ook het volk van God aan de beurt.

Wat betekenen die formuleringen?
De verschillende volken hebben vele keren tegen Gods wet gezondigd. Het leek erop dat dat ongestraft kon gebeuren. Maar niets is minder waar.
En nu is de maat vol. Er wordt een stop op gezet. En het oordeel komt er aan. Het is onafwendbaar. Onweerstaanbaar. Genade is nu niet meer aan de orde. Het vonnis van God wordt uitgevoerd!

Welke zonden hebben de volken dan begaan?
Onder meer deze:
* Gods volk is onder de voet gelopen.
* Er zijn complete volken in ballingschap gevoerd. Daarna zijn die volken uitgeleverd aan andere heersers.
En wat heeft het volk van God zelf fout gedaan?
* Men verwierp van de wet van God.
* Ook zocht men heil bij afgoden. Die afgoden waren overigens reeds vanouds bekend.
* Machtelozen werden op een vreselijke manier uitgebuit. Het niet naleven van de door God gegeven wet kan zomaar sociaal onrecht opleveren!

Amos 1 en 2 – het zijn sombere Bijbelgedeelten.
Van kindsbeen af voelt men bij het voorlezen de dreiging die van dat refrein uitgaat: vanwege drie overtredingen, ja, vanwege vier…
Als men, eenmaal volwassen geworden, die teksten nog eens leest is daar altijd dat hinderlijke gevoel: er is gevaar!

Toch is daarmee niet alles gezegd.

Tegenwoordig is er veel onrecht in de wereld. Onrust. Corruptie. Verkeerd gedrag wordt, soms tot op het hoogste niveau, goedgepraat. Documenten die voor sommige mensen belastend kunnen wezen worden weggemoffeld. Er rollen geen koppen meer. Er vloeit geen bloed meer uit.
En, ergens in de catacomben van ons hart, kriebelt wellicht de vraag: doet God hier helemaal niets aan?
Jawel – de Here is wel degelijk actief.
En jazeker – Hij is zeer oplettend.
Amos 1 en 2 laten ons zien dat God Rechter is. Niet alleen maar in de kerk. Maar in heel de wereld.
En denk vooral niet dat God als een zombie aan de zijlijn staat.
Graag wijs ik op Mattheüs 23, waar Jezus de kerkleiders bestraffend toespreekt: “Wee u, ​schriftgeleerden​ en ​Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei ​onreinheid. Zo lijkt u ook wel vanbuiten ​rechtvaardig​ voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en ​wetteloosheid. Wee u, ​schriftgeleerden​ en ​Farizeeën, huichelaars, want u bouwt de graven voor de profeten en versiert de grafmonumenten van de rechtvaardigen, en u zegt: Als wij in de tijd van onze vaderen hadden geleefd, hadden wij niet met hen meegewerkt om het bloed van de profeten te vergieten. Aldus getuigt u tegen uzelf, dat u ​kinderen​ bent van hen die de profeten gedood hebben. Maakt ook u dan de maat van uw vaderen vol!”[9].

Amos 1 en 2 geven ook aan dat Gods kinderen, opgenomen in het verbond met Hem, trouw moeten blijven. Nonchalance in de dienst aan God is uit den boze.
Soms lijkt het alsof kerkmensen gewoon hun gang kunnen gaan. Het lijkt wel alsof de God van hemel en aarde geen acht slaat op misstanden in de kerk. Het lijkt alsof de Here allerlei afwijkingen in de leer van de Heilige Schrift gewoon tolereert.
Maar laten wij ons niet vergissen!

Schriftgedeelten als Amos 1 en 2 sporen de kerk aan: werk maar trouw verder in de kerk!
Ja, uw Heer ziet heus wel dat u Hem blijmoedig dient.
Ja, de God van hemel en aarde ziet echt wel wat u aan het doen bent.
Wie in trouw God dienen wil, zal te Zijner tijd horen: “Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer”[10]!

Noten:
[1] Amos 1:3.
[2] Amos 1:6.
[3] Amos 1:9.
[4] Amos 1:11.
[5] Amos 1:13.
[6] Amos 2:1.
[7] Amos 2:4.
[8] Amos 2:6.
[9] Mattheüs 23:27-32.
[10] Mattheüs 25:21.

11 januari 2019

Ontrukt aan de dood

Ze staan in dezelfde krant: een klasgenoot van de middelbare school en een bestuurder die schrijver dezes kent uit een bestuursfunctie in voorbije jaren. De eerste is overleden. De tweede blijkt aan uitgezaaide prostaatkanker te lijden; hij heeft nog slechts enkele jaren te leven[1].

De dood is soms dichtbij.
‘We gaan allemaal een keer’, zegt iemand. En dat is waar. Maar laten we vooral niet hopeloos gaan!

In dat kader is het goed om aandacht te vragen voor woorden uit 1 Thessalonicenzen 4: “Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat ​Jezus​ gestorven en ​opgestaan​ is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in ​Jezus​ ontslapen zijn, terugbrengen met Hem”[2].

De eerste brief aan de christenen in het – nu Noord-Griekse – Thessalonica wordt door Paulus geschreven. Hij doet dat mede namens Silvanus en Timotheüs.
Silvanus, ook wel Silas geheten, heeft Paulus geassisteerd bij zijn evangelisatiewerk in Corinthe. Ook Timotheüs is een medewerker van Paulus[3].

In deze brief draait alles om de terugkomst van de Here Jezus Christus, onze Heiland.
Men kan de volgende indeling hanteren:
“De komst van de Heer is een inspirerende bemoediging voor pas bekeerde mensen.
De komst van de Heer is bemoedigend voor de trouwe dienstknechten van Christus.
De komst van de Heer heeft een reinigende uitwerking op de gelovigen.
De komst van de Heer is een troost voor hen die hun geliefden hebben verloren in de dood.
De komst van de Heer moet de gelovigen aanzetten waakzaam te zijn en niet te verslappen”[4].

Paulus timmert het er in Thessalonica als het ware in: als u gelooft dat Jezus Christus opgestaan is, zult u ook zelf uit de dood opstaan. Dat gebeurt namelijk met iedereen die in Jezus ontslapen is.
In Jezus sterven – dat betekent: er is een onverbrekelijke relatie met de Redder van het leven.
Die boodschap is niet in Thessalonica blijven steken. Nee, dat Evangelie is de wereld overgegaan. Dat Evangelie is er ook voor ons, wereldburgers van 2019!

Sommige mensen zijn ontroostbaar als zij een geliefde verliezen. En dat is ook heel goed voor te stellen. Want als je niet in God gelooft is de dood het einde. Een oneindig zwart. Het meest ongelukkige niets dat er bestaat. Hooguit denk je dat opa, oma, vader, moeder, oom of tante een sterretje is[5].

Voor de gelovige is het sterven een promotie. Paulus schrijft aan de christenen in Philippi: “Want het leven is voor mij ​Christus​ en het sterven is voor mij winst”[6].
De Heidelbergse Catechismus laat ons ook bijna jubelen: “Evenals ik nu al het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel, zal ik ook na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”[7].
We voelen nu soms een beginnetje van de eeuwige vreugde. En we weten: er komt nog veel meer aan!

Gelovige kinderen van God moeten weten wat er na het aardse leven gebeurt, schrijft Paulus in 1 Thessalonicenzen 4.
U mag bij een sterfbed best verdrietig zijn. Maar houdt in dat verdriet vooral de hoop levend! Dat is geen hoop die onzekerheid inhoudt, zo van: het kan gebeuren, maar wellicht wordt het niks.
De bedoeling wordt duidelijker als wij Hebreeën 6 er bij nemen. Daar gaat het over de hoop als “als een ​anker​ voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel”[8]. De Hebreeënschrijver noteert vervolgens: “Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk ​Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek ​Hogepriester​ geworden is tot in eeuwigheid”[9].
Jezus is de aanvoerder van een heel leger volgelingen.
Sterker – Jezus Christus heeft al die mensen gekocht, en hen tot Zijn kinderen aangenomen.
Die hoop – dat is hoop op de hemel.
Die hoop – dat is de vaste zekerheid dat de tweede etappe van ons leven stralend en majestueus zal wezen!

Onze Heiland komt terug.
En laten wij het nog maar eens tot ons door laten dringen: “Want als wij geloven dat ​Jezus​ gestorven en ​opgestaan​ is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in ​Jezus​ ontslapen zijn, terugbrengen met Hem”.
Ziet u wat daar staat?
Als de Here Jezus Christus terugkomt, komt Hij beslist niet alleen. Een uitlegger schrijft: “Want evenals Hij is opgestaan, zullen ook allen opstaan die in het geloof in Hem gestorven zijn. Samen met hen komt Hij terug.
Je vindt hier drie belangrijke geloofswaarheden:
1. Jezus stierf en is opgestaan
2. Dat moet je geloven, want anders ben je geen christen (….)
3. Hij komt terug en brengt dan allen mee die door Hem ontslapen zijn”[10].

De dood is, om zo te zeggen, overal om ons heen. Ongelukken, oorlogszucht, criminaliteit – niemand kan om de dood heen. En dan hebben wij nog niet over het sterven vanwege ouderdom gesproken.

‘We gaan allemaal een keer’.
Jazeker.
Maar voor Gereformeerde mensen is dat geen rampscenario.
Laten we het maar met Psalm 30 belijden:
“Mijn God, U hebt mij op mijn klacht
genezen en mijn leed verzacht.
U hebt mij aan de dood ontrukt,
‘k Ga onder smart niet meer gebukt.
U hebt het leven mij gegeven
en mij aan dood en graf ontheven”[11][12].

Noten:
[1] De overledene is Hendrik Jan van Dijken. Henk overlijdt op woensdag 26 december 2018. Zijn sterven wordt in het Nederlands Dagblad gemeld op zaterdag 29 december 2018 en nog eens op zaterdag 5 januari 2019. De tweede persoon is Martin Jan de Jong. Een portret van hem staat in ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 5 januari 2019, p. 4 en 5. Het portret heeft als kop: ‘Voorbij de zonnetjes’.
[2] 1 Thessalonicenzen 4:13 en 14.
[3] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/T/Thessalonicenzen_(eerste_brief) , http://christipedia.nl/Artikelen/S/Silvanus en http://christipedia.nl/Artikelen/T/Timotheus ; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[4] Mutatis mutandis is deze indeling geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/T/Thessalonicenzen_(eerste_brief) ; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[5] Zie hierover mijn artikel ‘Sterretjes’, hier gepubliceerd op dinsdag 31 juli 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/07/31/sterretjes/ .
[6] Philippenzen 1:21.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 58.
[8] Hebreeën 6:19.
[9] Hebreeën 6:20.
[10] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1307.pdf , p. 81 en 82; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[11] Psalm 30:2 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 30:2 en aan Psalm 49:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986. Ik citeer Psalm 49:5:
“Maar God zal mij ontrukken aan de dood,
Hij koopt mij los en redt mij uit die nood.
Hij is het die ten leven mij geleidt
en die mij opneemt in zijn heerlijkheid”.

10 januari 2019

Ophef omtrent een manifest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Nashville-verklaring – alle kranten staan er vol van[1].
In dat manifest worden homoseksuele relaties heel duidelijk afgewezen. Alleen al het feit dat dat zo is, naar het schijnt, voor de media een goede reden geweest om er bovenop te springen.

De felheid waarmee dat geschiedde, doet de schrijver van deze weblog denken aan Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”[2].
Wij zullen ons moeten realiseren dat er een strijd gaande is tussen God en de duivel. De uitslag van die strijd staat bij voorbaat vast. Maar toch!

Schrijver dezes staat achter de strekking van de verklaring.
Zeker – sommige zaken zijn in de verklaring ongelukkig geformuleerd.
Zeker – het manifest had aan kracht gewonnen als die hier en daar wat pastoraler van toon was geweest.
Maar wij hoeven er niet omheen te draaien: in het document worden aloude christelijke standpunten omtrent huwelijk en gezin verwoord. Het is ten enenmale onduidelijk waarom die standpunten eensklaps zouden moeten veranderen.

Daarbij is het belangrijk om te zeggen dat in de kerk mensen met een homoseksuele geaardheid niet worden afgedankt en afgescheept.
Zeker niet!
Nee, zij worden niet de deur uitgestuurd.

Men zegt dat homoseksualiteit te genezen zou zijn. Schrijver dezes is geen medicus. Maar eerlijk is eerlijk: hij gelooft niet dat dat waar is.

Hoe dat alles zij – mensen die, op grond van Gods Woord, menen dat een relatie tussen homoseksuele mannen of vrouwen niet toegestaan is worden anno 2019 verontwaardigd aangekeken. Dat is een stap terug in de tijd, zegt men.
Zou het kunnen zijn dat Nederland, op bepaalde punten althans, eigenlijk niet zo erg tolerant is? Het is maar een vraag.

Intussen is het nu eens te meer duidelijk wat de open zenuw is van Nederland: relaties.
Zodra het over relaties gaat, staan we op scherp.
En laten we het maar ronduit zeggen: dat is helemaal geen wonder. Het aantal echtscheidingen is groot, vandaag de dag. In gezinnen en families zijn niet zelden allerlei blokkades in relaties. Als de term ‘seksueel misbruik’ valt, is de wereld alert. Wie niet weet wat ‘metoo’ beduidt, heeft de afgelopen tijd onder een steen geleefd.

Wat moet de kerk in 2019 doen?
Zij mag en moet zeggen: in deze tijd vol relatieproblemen is er Eén die niets liever doet dan liefde uitdelen: de God van hemel en aarde.
Kom maar bij Hem!
En: zoek op deze aarde maar christenen op die dat Evangelie bij de voortduur willen laten zien en horen. En klem u maar aan hen vast.

De God van hemel en aarde deelt liefde uit. Bij bakken tegelijk.
In Hebreeën 4 staat een tekst waarin dat op prachtige wijze naar voren wordt gebracht. Het is deze: “Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[3].

Die Hogepriester heeft voor al onze zonden betaald. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. De rekening van onze schuld is voldaan.
God zond Zijn Zoon, om ons te verlossen uit de macht van de zonde, en uit de macht van de duivel.
Nu worden kinderen van God nooit meer op hun zonden afgerekend!

En besef het maar –
de Zoon van God, onze Heiland, weet precies wat wij hier op aarde doormaken.
Hij weet precies dat de intenties van de ondertekenaars met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wel goed waren, maar dat de boodschap helemaal verkeerd bij de wereld overkwam.
Hij weet precies hoe moeilijk het soms kan zijn om altijd te beginnen bij Gods liefde en genegenheid voor elkaar.
Hij weet precies hoe moeilijk het kan wezen om die liefde op goede en tactvolle wijze te verwoorden.
Hij weet precies hoe ingewikkeld het soms is om uit te leggen dat God liefde is, maar dat God tegelijkertijd ook dingen verbiedt.
Hij weet precies dat kinderen van God heel Gods Woord recht willen doen. Ook als het gaat om geboden en verboden die in deze tijd niet zo goed in de markt liggen.

De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar bij Vader.
De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar bij de Zoon.
De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar naar de troon.

Die troon heeft in Hebreeën 4 een naam.
Dat is merkwaardig.
Een troon, dat zit je op. En als het een grote troon is, zit je erin.

Maar op deze troon zit een naambordje. ‘Troon van de genade’, staat erop.
Ja, christenen hebben genade nodig; en speciaal nu. Want de intenties van veel christenen – Gereformeerden incluis – worden soms totaal verkeerd begrepen. En anderen willen ze misschien ook niet meer begrijpen. Vanwege gebeurtenissen in het verleden, bijvoorbeeld. En misschien ook om heel veel andere redenen.

Ja, op deze troon zit een naambordje: ‘Troon van de genade’.
Dat betekent: God wil onze zonden vergeven als we die aan Hem belijden.
Jezus Christus, onze Heiland, zegt: Ik heb voor de zonden betaald; Ik maak mijn kinderen schoon.
Jezus Christus, onze Heiland, zegt: Ik maak mijn volk, tegen alle verwachtingen in, geschikt om in de hemel te wonen.

Ja, op die troon zit een naambordje. ‘Troon van de genade’ staat er op. Eeuw in, eeuw uit. En er is niemand, helemaal niemand, die er in slaagt om dat bordje van de troon af te schroeven.
Zo wordt gelovige kinderen van God de weg gewezen. Bij die troon moet je wezen.
Nee, niet bij mevrouw Van Engelshoven, de minister voor onderwijs, cultuur en wetenschap.
Nee, ook niet bij koning Willem-Alexander.
Kinderen van God mogen, in vreugde en in nood, op audiëntie komen bij de Koning van hemel en aarde. Nee, die audiëntie behoeft niet van tevoren in drievoud te worden aangevraagd.
Daarom wenkt de Hebreeënschrijver ons Geestdriftig: kom maar naar de troon.
Nu, omdat het onbegrip zo groot is en de discussies zo fel.
Nu, omdat u – vanwege alle commotie – misschien niet meer zo goed weet wat u moet zeggen tegen uw broeders en zusters met een homoseksuele geaardheid.
Nu, omdat de kerk zo snel van de wereld vervreemdt.

Ja, op die troon zit dat naambordje. ‘Troon van de genade’, staat er op te lezen.
En de Hebreeënschrijver noteert nog wat onder dat bordje: ‘hier wordt u geholpen op het juiste tijdstip’.
Nee, onze God zegt niet: Ik zal de zaak nog eens bekijken.
Nee, onze God zegt niet: Ik zal binnenkort een onderzoek starten.
Nee, onze God zegt: Ik help u; en wel onmiddellijk.

Ga dus vooral naar de troon van de genade.
Want daar is troost.
Voor ons allemaal!

Noten:
[1] Zie voor de tekst van de verklaring https://nashvilleverklaring.nl/nashvilleverklaring-nl/ . Zie voor nadere uitleg https://nl.wikipedia.org/wiki/Nashvilleverklaring ; geraadpleegd op woensdag 9 januari 2019.
[2] Efeziërs 6:12.
[3] Hebreeën 4:15 en 16.

9 januari 2019

Liefde in Deuteronomium 10

“Want de HEERE, uw God, is de God der ​goden​ en de Heere der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God, Die niet partijdig is en geen geschenk in ontvangst neemt, Die recht verschaft aan de ​wees​ en de ​weduwe, Die de ​vreemdeling​ liefheeft door hem brood en ​kleding​ te geven”.

Hierboven staat een citaat uit Deuteronomium 10[1].

Die tekst zet ons zonder dralen midden in de wereld van vandaag. In de wereld van corruptie en oneerlijkheid. In de wereld van eenzaamheid en verdriet. In de wereld van asielverzoeken en vreemdelingenrecht.
Kon er maar wat aan dat onrecht gedaan worden!
Werden de vele vluchtelingen maar wat humaner behandeld!

Het Bijbelboek Deuteronomium is een herhaling van de wet die zo’n 40 jaar eerder op de Sinaï gegeven werd.
Dat die wet nog een keer herhaald wordt is overigens niet zo gek. Alle mensen die de uittocht naar Egypte en de tocht door de woestijn hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden. Een nieuwe generatie moet Gods wet leren kennen. Een nieuwe proclamatie is dus nodig.

Het boek kan als volgt ingedeeld worden
Hoofdstuk 1-4: Gedachtenis van wat de Heere voor en met Israël gedaan had sinds de uittocht uit Egypte, gedurende bijna 40 jaar.
Hoofdstuk 5-26: Herhaling, uitbreiding en nadere verklaring van de wetten, tevoren gegeven aan de vaders van het geslacht dat nu Kanaän zou binnen gaan.
Hoofdstuk 27-30: Bevestiging van de wet der tien geboden, met dringende vermaning tot gehoorzaamheid.
Hoofdstuk 31-34: Aanstelling van Jozua tot Mozes’ opvolger. Laatste redevoeringen en dood van Mozes[2].

In Deuteronomium 10 wordt Gods wet opnieuw op ‘twee tafelen’ gezet.
Dat was al eens eerder gebeurd. Maar Mozes had ze kapot gegooid toen hij in Exodus 32 met volksbrede afgoderij geconfronteerd werd. De Israëlieten dansten enthousiast rond een gouden kalf…[3]
Maar nu wordt Gods wet opnieuw opgeschreven. En in het begeleidend commentaar wordt het grondmotief van die wet duidelijk: liefde.

Dat is unieke liefde. Dat blijkt onder meer uit Deuteronomium 10: “Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].

De Here spreekt recht.
Hij leert ons vreemdelingen lief te hebben. Dat gaat in Deuteronomium 10 als volgt.
“Daarom moet u de ​vreemdeling​ ​liefhebben, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land ​Egypte. De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

Waarom moeten wij de mensen om ons heen liefhebben, vreemdelingen incluis?
Antwoord Eén: omdat de Here Zijn volk liefheeft.
Antwoord Twee: u weet wat het is om vreemdeling en vluchteling te zijn, want dat hebt u zelf meegemaakt.
Antwoord Drie: de Here heeft u uitgekozen om Zijn kinderen te zijn.

Het is in dezen belangrijk om het kernwoord liefde vast te houden.

In dit verband denk ik aan een standpunt dat het Forum voor Democratie momenteel uitdraagt. Deze politieke partij komt op voor bescherming van Nederlandse verworvenheden.
Men pleit voor de invoering van een Wet Bescherming Nederlandse Waarden (BNW).
Wat zijn die waarden dan?
“1. Wanneer religieuze leefregels conflicteren met de Nederlandse wet, gaat de Nederlandse wet altijd voor.
2. Iedereen heeft het recht te geloven wat hij of zij wil; dus ook het recht om van zijn of haar geloof af te vallen.
3. Iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te bekritiseren, te ridiculiseren, te analyseren en in twijfel te trekken.
4. Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.
5. De partnerkeuze is vrij; uithuwelijking en kindhuwelijken zijn onaanvaardbaar”[5].

Dus –
iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te ridiculiseren. Aldus punt 3 van het bovenstaande.
Alles wat met godsdienst te maken heeft, mag met een verbijsterende onmiddellijkheid belachelijk gemaakt worden. Gelovigen mag je rustig uitlachen. Of het nu islam, Jodendom, hindoeïsme of boeddhisme betreft – het mag allemaal als niet ter zake doende worden weggezet.

Het standpunt van het FvD heeft, op dit punt althans, niet al te veel met liefde voor medemensen te maken. Veel respect voor godsdienstige overtuigingen valt niet te bespeuren. Sterker – een en ander ruikt een beetje naar superioriteit.

Wie de parlementaire vertegenwoordigers van het FvD hoort en ziet kan op sommige momenten wellicht best sympathie voor hen opbrengen. De heer Baudet is een keurige en bij vlagen charmante man. De heer Hiddema komt somtijds enigszins nors over, maar hij kan ook heel nuchtere opmerkingen maken.
Denkend aan het recht van ridiculisering is het FvD echter eensklaps aanzienlijk minder aardig.

Hierboven werd het reeds geschreven: ‘liefde’ is in het Bijbelboek Deuteronomium een kernwoord.
Dat blijkt ook in Deuteronomium 7. Daar gaat het over de verhouding tussen de Israëlieten en de Kanaänieten. De Here zegt: “…u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte”[6].
Dus –
de Here maakt ruimte voor Zijn volk. Hij zegt niet: de Kanaänieten zijn, hoofd voor hoofd, een beetje gek. Hij zegt: omdat Ik mijn volk liefheb, schenk Ik hen leefruimte. Het heerlijk ingrijpen van de hemelse Heer heeft een heel positieve reden.

Ook in onze tijd doet de Here ons grote beloften:
* vergeving van de zonden
* de hemel is het land dat aan Gods kinderen beloofd is.

Dan is het toch logisch dat wij Gods liefde met wederliefde beantwoorden?
Dan is het toch logisch dat wij ons met liefde aan Gods wet houden? Die wet geeft ons leven een prachtig kader!
En dus stemmen wij moeiteloos met Psalm 119 in:
“Mijn vreugd is dat mijn woord U niet verlaat,
mijn hart vindt daarin overvloed van vrede.
Ik die de leugen en het onrecht haat,
heb steeds de liefde voor uw wet beleden”[7].

Noten:
[1] Deuteronomium 10:17 en 18.
[2] Deze indeling is ontleend aan http://christipedia.nl/Artikelen/D/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[3] Zie Exodus 32:19: “En het gebeurde, toen hij in de nabijheid van het kamp kwam en het kalf en de reidansen zag, dat ​Mozes​ in woede ontstak. Hij wierp de tafelen uit zijn handen en sloeg ze onder aan de berg in stukken”.
[4] Deuteronomium 10:15.
[5] Geciteerd van https://forumvoordemocratie.nl/standpunten/wet-bnw ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[6] Deuteronomium 7:6, 7 en 8.
[7] Psalm 119:61 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.