gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

26 juni 2019

Gendergolf

De genderideologie verslaat haar tienduizenden. “Er waart een spook door Europa”, schreef iemand.
Welnee, wierp iemand anders tegen, “er bestaat helemaal geen gender-ideologie. Dat is een verzinsel van de kerk om haar eigen pedofilie-schandalen toe te dekken”[1].
Dat is wel heel kort door de bocht!

Hoe dat zij: Nederland staat bol van gender.
En zelfs ministers houden zich ermee bezig. Het volgende bericht in het Reformatorisch Dagblad getuigt ervan.
“Vier onderwijskoepels hebben een brandbrief geschreven naar minister Van Engelshoven van Onderwijs. Ze vinden dat de bewindsvrouw zich niet moet bemoeien met de inhoud van schoolboeken en van de historische canon van Nederland.
Aanleiding voor de brief, die woensdag werd verstuurd, is het onderzoek dat de bewindsvrouw momenteel laat verrichten naar stereotypen in lesmateriaal. Van Engelshoven vindt dat in leermiddelen teveel wordt uitgegaan van de gebruikelijke rolpatronen van vaders en moeders. In schoolboeken zouden ook paren van gelijk geslacht en andere samenlevingsvormen vaker een plaats moeten krijgen”[2].

Dat krijg je ervan als alle mensen zo nodig gelijk moeten zijn.
Dat krijg je ervan als verschillen in geslacht zo snel mogelijk onder het vloerkleed geveegd moeten worden.
Dat krijg je ervan als je de onderscheiden gaven die God aan mannen en vrouwen geeft, hardnekkig blijft miskennen.

In De Waarheidsvriend werd in april 2018 geschreven: “Het is allemaal het resultaat van een agressieve en steeds meer succesvolle diversiteitsagenda in de westerse wereld. De genderideologie krijgt langzaam maar zeker handen en voeten in de samenleving. Weinig mensen realiseren zich dat het genderdenken top-down wordt aangestuurd door de Verenigde Naties, de Europese Unie en nationale regeringen, wereldwijd. De gevolgen daarvan zijn verstrekkend en nauwelijks te onderschatten. De kerngedachte is: we moeten af van het plaatje dat je als jongen of meisje wordt geboren, dat man en vrouw elkaar voor het leven trouw beloven en een gezin stichten. Dat mag dan al eeuwenlang normaal zijn, vandaag geldt het als een idéé: iets wat tussen je oren zit en hoort bij opvattingen van vroeger”.
En:
“De lhbti-beweging wil dat we gaan geloven dat je je geslacht zelf kiest (lhbti staat voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en intersekse personen (…). Niet biologische kenmerken maar gevoelens bepalen je sekse. Deze ontdek je dus gaandeweg en ze kan ook wisselen. Volgens deze ideologie is het discriminerend om te zeggen dat heteroseksualiteit de norm is – diversiteit is de standaard”.
Al met al wordt het leven er niet eenvoudiger op.
“De diversiteitsideologie zal hoe dan ook psychisch sporen trekken. Als je identiteit als jongen of meisje geen natuurlijk gegeven is, heb je als tiener een nauwelijks begaanbaar pad voor de boeg. De puberteit krijgt er twee vragen bij: voel ik me man – of toch vrouw? En: val ik op een vrouw – of toch op een man? Voor de crises die je als tiener wachten, kun je bang zijn. Het is bekend dat lhbt’ers meer zelfmoordpogingen ondernemen dan hetero’s.
Allerlei ingewikkelde relaties die alles met de seksuele revolutie van doen hebben, maken het leven niet eenvoudiger: echtscheiding, buitenechtelijk geboren kinderen, alleenstaande opvoeders, de afwezigheid van de vader – met de nodige gevolgen voor de prestaties van kinderen, criminaliteit en exploderende kosten van de staat. George Orwell had het in 1984 nog niet bedacht”[3].

Laat het duidelijk wezen: gender is – zeker in de politiek – geen kwestie van vandaag of gisteren.
In 1985 werd tijdens een grote wereldvrouwenconferentie de genderpolitiek ontwikkeld.
Tien jaar later – in 1995 – kwam er een actieplatform.
Ook in kerkelijke organisaties speelt gender al heel lang een rol.
In een verslag van een landelijke vergadering van de Evangelische Kerk van Westfalen van 2004 staat met verwijzing naar besluiten van de landelijke vergadering in 1993/1994 vermeld: “Het doel van gelijkstelling tussen man en vrouw moet in de toekomst in alle projecten, voorstellen en beslissingen geldend gemaakt worden”[4].
Gender is, wat je noemt, in de mode. Maar het is een zaak die al decennia lang aan de orde is.
Trouwens, in Nederland kenden wij reeds in de jaren ’70 van de vorige eeuw de dolle mina’s; zij maakten zich druk om gelijkberechtiging van man en vrouw[5].
De genderideologie komt heus niet uit de lucht vallen!

Hebben Gereformeerden een antwoord op de gendergolf?
Laten wij enkele Schriftgegevens memoreren.

In Genesis 1 lezen we: “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen”[6].
Mannelijk en vrouwelijk – zo staat het er. Zo ontwierp Hij dat. Mannen en vrouwen kunnen de almachtige God op deze aarde representeren. Meer geslachten heeft Hij blijkbaar niet nodig. Is het niet wonderlijk?
Mensen om ons heen noemen die verdeling in mannen en vrouwen de binaire opvatting[7]. Mensen in de kerk bewonderen Gods werk!

In Numeri 1 telt men het aantal mannen dat geschikt is voor de vervulling van militaire taken: “Neem het aantal op van heel de gemeenschap van de Israëlieten, ingedeeld naar hun geslachten en naar hun families, overeenkomstig het aantal namen, al wie mannelijk is, hoofd voor hoofd. Het gaat om ieder in Israël die met het ​leger​ uittrekt, van twintig jaar oud en daarboven. Die moet u tellen, ingedeeld naar hun legers, u en ​Aäron”[8].
De vrouwen blijven in het gezin. Zij hebben hun eigen zorgtaken.

In Numeri 3 blijkt dat het priesterambt aan mannen voorbehouden is: “Maar ​Aäron​ en zijn zonen moet u opdragen dat zij hun priesterambt waarnemen. En de onbevoegde die te dichtbij komt, moet ter dood gebracht worden”[9].

In Spreuken 4 en volgende blijkt dat de vader in een gezin een grote rol speelt in de opvoeding van kinderen:
“Luister, ​kinderen, naar de vermaning van je vader
en sla er acht op om inzicht te leren kennen,
want ik geef jullie een goede les:
verlaat mijn onderricht niet!”[10].

Ieder die, op basis van Gods Woord, meent te weten dat het enige recht van de vrouw het aanrecht is toont daarmee expliciet aan dat hij of zij achtereenvolgens onwelwillend, ondeskundig en tamelijk sullig is.
Natuurlijk – vrouwen hebben ook een taak in de opvoeding van hun zonen en dochters:
“Mijn zoon, neem het gebod van je vader in acht
en veronachtzaam het onderricht van je moeder niet”[11].
Maar in Spreuken 31 komen we een zakenvrouw tegen[12]. En in Handelingen 16 ontmoeten we nog een zakenvrouw[13][14].

Laten we ons niet vergissen: de gendergolf staat diametraal tegenover het christelijk geloof.
Minister Van Engelshoven vindt, als het hierom gaat, de christelijke wereld pal tegenover zich. Want de normen en waarden van Gods Woord worden door haar met voeten getreden.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.trouw.nl/home/nederland-gaat-ten-onder-aan-gender-ideologie-~ab3b66aa/ ; geraadpleegd op vrijdag 21 juni 2019.
[2] “Brandbrief onderwijskoepels over inhoud schoolboeken”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 20 juni 2019, p. 7.
[3] Geciteerd uit: De Waarheidsvriend, 26 april 2018, p. 6-9. Ook te vinden via https://dewaarheidsvriend.nl/ .
[4] Geciteerd van https://bijbelenonderwijs.nl/bijbel-en-onderwijs/gender-mainstreaming/ ; geraadpleegd op vrijdag 21 juni 2019.
[5] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Dolle_Mina ; geraadpleegd op vrijdag 21 juni 2019.
[6] Genesis 1:27.
[7] Zie http://www.toetsalles.nl/htmldoc/gender.ha2.htm ; geraadpleegd op vrijdag 21 juni 2019.
[8] Numeri 1:2 en 3.
[9] Numeri 3:10.
[10] Spreuken 4:1.
[11] Spreuken 6:20.
[12] Spreuken 31:10 en volgende.
[13] Handelingen 16:14.
[14] In het bovenstaande gebruik ik onder meer https://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/177893-een-christelijke-kijk-op-alternatieve-genderidentiteiten.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 juni 2019,

25 juni 2019

Met de stok slaan?

Afgelopen woensdag, 19 juni 2019, vergaderde de synode van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
Aldaar sprak men onder meer over het slaan van kinderen.
Ik citeer: “Ds. O.M. van der Tang (Alblasserdam) plaatste kanttekeningen bij de oproep om ‘letterlijke oproepen tot het slaan van kinderen’ niet voor te lezen. ‘Dan kunnen we Spreuken 23:13 en 14 ook niet meer lezen’. Ds. J. Roos (Barneveld) erkent de problematiek van kindermishandeling. ‘Ik zou dit punt graag dieper willen doordenken’. Ouderling W. Verboom (Vriezenveen) merkt op dat hij geen oudvader weet te noemen die oproept tot het slaan van kinderen. De synode besluit dit onderwerp te agenderen voor de vergadering van volgend jaar”[1].

De synodeleden zitten met dat slaan van kinderen blijkbaar flink in de maag.
Wat is wijsheid?

Zeker – u moet uw kinderen discipline bij brengen.
En Spreuken 23 draait er niet omheen:
“Onthoud een jongeman geen vermaning,
als u hem met de stok slaat, zal hij niet sterven.
Zelf moet u hem met de stok slaan
en zijn leven redden van het ​graf”[2].
Zo staat dat gewoon in Gods Woord!
Kunnen wij Spreuken 23 maar beter niet meer lezen?

En trouwens – wat moeten wij met Spreuken 13 aanvangen?
“Wie zijn stok spaart, haat zijn zoon,
maar wie hem liefheeft, streeft naar vermaning voor hem”[3].
Een exegeet tekent bij die tekst aan: “Wie de stok (roede) spaart, haat zijn zoon, maar wie om hem geeft, tuchtigt hem (…). In de moderne opvattingen over opvoeding worden lijfstraffen negatief beoordeeld. Het past niet in onze cultuur om het slaan met de roede te zien als een teken van liefde. In de toenmalige cultuur maakten lijfstraffen echter deel uit van opvoeding en onderwijs (…) Spreuken sluit hier aan bij de gebruiken in de eigen tijd. De kern van de spreuk is dat een ouder die de opvoeding van zijn kind serieus neemt, bereid moet zijn een kind te corrigeren. Soms worden kinderen verwend, omdat ouders de confrontatie schuwen en niet met gezag willen optreden. Hierdoor leren kinderen niet om grenzen in acht te nemen. Daardoor kunnen ze onzeker en arrogant worden. Zoals blijkt uit de koppeling tussen liefde en correctie in de tekst, moet tucht altijd plaatsvinden in een context van liefde en zorg voor het kind, en moet het bij tucht niet gaan over boosheid en wraak. Al is het niet nodig lijfstraffen te gebruiken, toch dient een ouder confrontatie en – indien nodig – stevige maatregelen niet te schuwen. Onze tijd vraagt om ouders die met gezag kunnen optreden, omdat ze het beste met hun kinderen voor hebben”[4].
Het is duidelijk –
de exegeet wil recht doen aan Gods Woord, maar tevens de westerse cultuur niet vergeten.

Het vinden van een middenweg is vandaag de dag tamelijk ingewikkeld.
Het slaan van kinderen is in onze samenleving – officieel althans – ‘not done’. Het is bijna geheel uit onze cultuur verdwenen.

Een zekere opvoedkundige stevigheid is echter niet vreemd. Zeker niet in de kerkelijke wereld.
In februari 2015 verscheen een nieuwsbericht waarin uitlatingen van paus Franciscus werden weergegeven.
Ik citeer: “’Een goede vader corrigeert zijn kinderen soms stevig, zonder te vernederen. En een vader moet zijn kind niet in het gezicht slaan’. De kerkvorst zei dit tijdens een audiëntie in het Vaticaan die was gewijd aan de rol van de vader in het gezin. De paus noemde het zelfs ‘prachtig’.
Een woordvoerder van het Vaticaan legde na afloop uit dat de paus hiermee kindermishandeling niet goedkeurt, maar dat een corrigerende tik een kind soms kan helpen om volwassen te worden.
Het standpunt van de rooms-katholieke kerk over straffen werd vorig jaar nog scherp bekritiseerd door de VN. Een mensenrechtencommissie veroordeelde het Vaticaan voor het niet naleven van de rechten van het kind. De kerk zou het slaan van kinderen binnen het gezin en op katholieke scholen moeten verbieden. Het Vaticaan was het niet eens met de kritiek van de VN”[5].
Het stellen van grenzen is beslist een goede zaak!

We spreken tegenwoordig vaak over de rechten van het kind. Daar bedoelt men dan mee:
“* bescherming tegen discriminatie
* beslissingen die goed zijn voor jou
* een omgeving waar je kunt (over)leven en groeien
* een identiteit: weten wie je bent
* een band met je ouders
* informatie en eigen mening
* de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
* privacy en een privéleven
* een goede opvoeding
* bescherming tegen misbruik, mishandeling en verwaarlozing
* een goede gezondheid
* eten, drinken en een dak boven je hoofd
* onderwijs dat bij je past
* genoeg tijd om te rusten en spelen
* bescherming tegen zware straffen”[6].

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?[7]
Niet zelden ontstaat in de media het beeld dat kinderen enkel en alleen maar liefde, minzaamheid, tederheid, vriendelijkheid en zachtheid in hun leven mogen ontmoeten.
Dit nu is een hardnekkige misvatting.
Kinderen moeten worden gestuurd. En dan kan een ferme ingreep heel gerechtvaardigd zijn.
In het Woord van God is sprake van duidelijke leiding. Kinderen moeten horen over de speciale Paschamaaltijd[8]. En over de wetten en voorschriften die de Here geeft[9]. En over de gedenkstenen in de Jordaan[10].
Kinderen moeten opgroeien, zeker ook in het geloof. Denkt u maar aan 1 Petrus 2: “En verlang vurig, als pasgeboren ​kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien”[11].
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteert zonder omwegen: “…hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de ​gerechtigheid, want hij is een ​kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad”[12].

Slaan van kinderen? Nee, liever niet. Maar soms kan het hard nodig zijn om een tik uit te delen. Dat vindt niemand leuk; kinderen niet en ouders niet. Maar noodzakelijk is het soms wel.
Nee, slaan moet men niet iedere dag doen. Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Colossenzen 3: “Vaders, terg uw ​kinderen​ niet, opdat zij niet moedeloos worden”[13].
Maar in de opvoeding van kinderen is een fikse ingreep bij allerlei ontsporingen zeker niet verkeerd.

Noten:
[1] Geciteerd uit https://www.rd.nl/kerk-religie/synode-ggin-constructieve-gesprekken-met-gg-1.1576283 ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[2] Spreuken 23:13 en 14.
[3] Spreuken 13:24.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 13:20-25.
[5] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2017766-paus-kinderen-slaan-is-goed.html ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[6] Zie hiervoor https://www.dekinderombudsman.nl/waar-heb-ik-recht-op ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[7] In deze alinea wordt onder meer gebruik gemaakt van https://steunpuntbijbelstudie.nl/images/stories/wegwijs/documenten/Wegwijs%201998/MEIHOUTM.pdf ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[8] Exodus 12:26 en 27.
[9] Deuteronomium 6:2, 20 en 21.
[10] Jozua 4:6 en 7.
[11] 1 Petrus 2:2.
[12] Hebreeën 5:12, 13 en 14.
[13] Colossenzen 3:21.

24 juni 2019

Koopkracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De halve wereld maakt zich druk over koopkracht. Alles wordt duurder. De energie, de zorg, ons voedsel… hoe moet dat toch verder?

De NOS meldt op woensdag 19 juni: “De prijzen stijgen harder dan gedacht en de lonen lopen minder hard op. Het leidt er volgens het Centraal Planbureau toe dat de koopkracht van Nederlanders minder stijgt dan op Prinsjesdag werd verwacht.
In september beloofde het kabinet dat vrijwel alle Nederlanders dit jaar gingen meeprofiteren van de economische groei. Het kabinet ging uit van een koopkrachtstijging van 1,5 procent. Uit de nieuwste raming blijkt dat de koopkracht met 1,2 procent stijgt. ‘Er zijn twee redenen’, zegt Wim Suyker van het Centraal Planbureau. ‘De olieprijs is hoger, wat doorwerkt op de inflatie. De tweede reden is dat de nieuwe cao’s een lagere loonstijging laten zien dan we verwacht hadden’[1].
Kortom – snel stijgende koopkracht, dat wordt voorlopig niks.

Hoe zit het eigenlijk met de koopkracht in Gods Woord?

Mattheüs 25 laat het blijken: “Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas. Zij die dwaas waren, namen wel hun ​lampen​ maar geen olie met zich mee. De wijzen namen met hun ​lampen​ ook olie mee in hun kruikjes. Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap.
En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet! Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde. De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze ​lampen​ gaan uit. Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf. Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: ​Heer, ​heer, doe ons open! Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet.
Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal”[2].

De wijze meisjes houden in Mattheüs 25 rekening met onverwachte gebeurtenissen. Vanaf het begin doen de dwaze dames dat niet.
Hier geldt: een slimme meid is op alles voorbereid!

Het lang uitblijven van de bruidegom is in het Oosten niet ongewoon.
Een exegeet noteert erbij: “Het uitblijven van de bruidegom werd doorgaans veroorzaakt door het onderhandelen over de omvang van de bruidsschat, waarbij het bedrag bepaald werd, dat bij ontbinding van het huwelijk door scheiding of dood van de man aan de vrouw uitbetaald moest worden. Zowel de wijze als de dwaze meisjes vallen in slaap. Hierin verschillen ze niet van elkaar. De gelijkenis spreekt dan ook niet over waakzaamheid, maar over voorbereiding”[3].

De terugkomst van de Heiland kan vandaag of morgen gebeuren. Of later. Veel later zelfs. Er is niemand die het tijdstip kent waarop de Heiland arriveren zal.
En de kwestie is dat Gods kinderen dan bereid moeten wezen om de aardse boel de boel te laten en met Hem mee te gaan, de hemel in.

De koopkracht van Gods kinderen?
Die is in de Bijbel niet zo belangrijk.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 6: “…weet u niet, dat uw lichaam een ​tempel​ is van de ​Heilige​ Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn”[4].
En in 1 Corinthiërs 7: “U bent duur gekocht; word dus geen ​slaven​ van mensen”[5].
De koopkracht van Jezus Christus, de Heiland, die is van het hoogste belang. En die koopkracht is ongeëvenaard!

Over de koopkracht van Gods kinderen maakt de Bijbel zich niet zo druk.
Maar wel over de zuiverheid van het belijden.
Leest u maar mee in 2 Petrus 2: “Maar er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die heimelijk verderfelijke afwijkingen in de leer zullen invoeren. Daarmee verloochenen zij zelfs de Heere, Die hen gekocht heeft, en brengen zij een snel verderf over zichzelf”[6].
Mensen uit de kerk brengen dwaalleringen de wereld in. Dat doen zij heel omzichtig. Men ziet er bijna niets van. En dat terwijl de Heiland ook voor hen Zijn koopkracht heeft ingezet!
Die situatie vraagt attentie van de kerk, ook in 2019. Soms lijkt een dwaling maar een kleinigheid, iets waar je maar niet teveel aandacht aan besteden moet. Maar het kan zomaar wezen dat het, bij nadere beschouwing, om iets groots gaat; iets dat de fundamenten van het geloof raakt.
In de kerk hoeft koopkracht dus niet hoog op de hitlijst te staan. Maar waakzaamheid wel. Die waakzaamheid kan soms wat overdreven lijken. Soms kan men denken: ‘waar maakt hij/zij zich toch druk over?’. Echter – terecht leerde mijn vader zijn kinderen indertijd dat het een ramp is als de kerk een kerkhof van begraven meningen wordt. In de kerk kan men beter bij tijd en wijle zijn stem verheffen dan er altijd maar het zwijgen toe te doen.

De koopkracht van de Heiland leidt tot een onvoorstelbaar heerlijke toekomst. Kijkt u maar mee in Openbaring 5: “En toen Het – dat is: het Lam – de ​boekrol​ genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de ​gebeden​ van de ​heiligen. En zij zongen een nieuw ​lied​ en zeiden: U bent het waard om de ​boekrol​ te nemen en zijn ​zegels​ te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke ​stam, taal, volk en natie. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en ​priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde”[7].
Over koopkracht gesproken – we dromen er waarschijnlijk allemaal wel eens van om een mooie villa, een fraai landhuis of een intiem kasteeltje te kunnen kopen. Welnu, in de kerk is dat, op de keper beschouwd, niet nodig. Het mág wel, maar noodzakelijk is het geenszins. Want de God van hemel en aarde biedt al Zijn kinderen een plaats in de wereldregering aan.
De mensen die Hij gekocht heeft worden geen achtergrondfiguren – integendeel. Uiteindelijk zetelen zij op het regeringspluche!

Jazeker – alles wordt duurder. De energie, de zorg, ons voedsel… maar mensen die door God vernieuwd zijn maken zich daar niet al te druk over.
Natuurlijk is het buitengewoon vervelend als er aan het eind van het geld altijd maar een stuk maand over is.
Maar Gods kinderen beseffen het ook in die omstandigheden: de Heiland heeft ons gekocht; en dus komt alles goed!

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2289650-koopkracht-consumenten-stijgt-minder-dan-verwacht.html ; geraadpleegd op woensdag 19 juni 2019.
[2] Mattheüs 25:1-13.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 25:5.
[4] 1 Corinthiërs 6:19 en 20.
[5] 1 Corinthiërs 7:23.
[6] 2 Petrus 2:1.
[7] Openbaring 5:8, 9 en 10.

21 juni 2019

Kinderen aan het Heilig Avondmaal?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) te Arnhem werd onlangs het besluit genomen dat kinderen mogen deelnemen aan het Heilig Avondmaal.
In het Nederlands Dagblad stond op woensdag 12 juni te lezen: “De gemeente kon niet meer verantwoorden waarom kinderen niet welkom zijn aan het avondmaal, zegt dominee Cornelis Hamstra. ‘In 1 Korintiërs 11 staat de tekst dat je je een oordeel kunt eten en drinken. Maar dit slaat niet op kinderen’.
Moet je geen bewuste keuze maken voor God, voordat je deelneemt aan het avondmaal? Hamstra: ‘Bij de doop vragen we dat ook niet aan het kind. We vinden het feit dat iedereen bij het lichaam van Christus hoort belangrijker dan begrijpen wat dit precies betekent. Ook ik begrijp de betekenis van het avondmaal niet volledig”.
En:
“Voor zover Hamstra weet, zijn er een of twee andere vrijgemaakte gemeenten die kinderen toelaten tot het avondmaal. Het is dus een baanbrekend besluit, waarmee de gemeente bovendien ingaat tegen de landelijke kerkorde.
‘We hebben gekozen het belang van de plaatselijke gemeente voorrang te geven boven de kerkorde’, legt Hamstra uit. Dat zorgde volgens hem ook voor discussie in de classis. ‘Ik verwacht dat de kerkorde wel een keer wordt aangepast. We willen andere gemeenten echter nu niet dwingen hiermee bezig te zijn.’ De vrijheid die Arnhem neemt, is dus ook bedoeld om andere gemeenten vrij te laten het anders te doen, stelt Hamstra”[1][2].

Van welke kant men het ook bekijkt, het Arnhemse besluit blijft opmerkelijk.

Men kan zeggen: kinderen namen in Israël ook deel aan het Pascha. Dat blijkt bijvoorbeeld in Deuteronomium 6: “Wanneer uw zoon u morgen vraagt: Wat zijn dat voor getuigenissen, verordeningen en bepalingen die de HEERE, onze God, u geboden heeft? dan moet u tegen uw zoon zeggen: Wij waren ​slaven​ van de ​farao​ in ​Egypte, maar de HEERE heeft ons met sterke hand uit ​Egypte​ geleid”[3].
Maar er zijn verschillen tussen Pascha en Heilig Avondmaal.
Eén van de belangrijkste zaken waar u en ik de vinger bij moeten leggen is dat mensen die aan de Avondmaalstafel zitten zichzelf moeten beproeven.
De apostel Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 11: “Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt”[4].

In Arnhem zegt men klaarblijkelijk: dat slaat niet op kinderen.
Dat is merkwaardig. Tegen kinderen moet je blijkbaar zeggen: lees maar veel in de Bijbel, maar sla 1 Corinthiërs 11 voorlopig maar over.

Kinderen aan het Avondmaal?
Het was de hervormde dr. C.A. Tukker – (1938-2007) ; Gereformeerde Bond – die daar in 1969 al bij aantekende: “Lidmaten kunnen verkozen worden tot de ambten. Voor predikanten van 13 à 14 jaar behoeven we niet bang te zijn, gezien de vereiste opleiding. Maar neemt een kerkeraad de Avondmaalsgang serieus en stelt hij na dispensatie de deelname ook voor kinderen open, dan kan de vereiste openbare belijdenis vervallen. Dan immers acht men het verband en de doop met bijgevoegd geloof voldoende. Dan is principieel ook de weg gebaand tot ambtsdragers van 13 à 14 jaar. Zo ook wanneer de bevestiging tot lidmaat verschoven is naar die vroege leeftijd”[5][6].
Moeten we ons nu af gaan vragen wanneer te Arnhem de eerste tieners in de kerkenraad zitting mogen nemen?

Onder de titel ‘Besef van heiligheid’ schreef dominee A.J. Mensink in 2012 in ‘De Waarheidsvriend’: “Door de doop behoren kinderen tot de gemeente. Daarom mogen ze op allerlei plaatsen ook deelnemen aan het avondmaal. In de gereformeerde traditie is echter een belijdend moment noodzakelijk. Is dat anno 2012 nog zo?”.
In een apart kader stonden daar onder meer de volgende overwegingen bij.
“* Jongeren van (bijvoorbeeld) zestien jaar die belijdenis willen gaan doen, overzien vaak nog niet de consequenties; weten ze om te gaan met strijd, met beproeving? Veel mensen die jong belijdenis hebben gedaan, hebben het daarna vaak erg moeilijk gekregen.
* Eén van de aspecten die men zich vaak te weinig gerealiseerd heeft, is de relatie tot de gemeente.
* Het is onze roeping om jonge gelovigen te bewaren voor beslissingen en voornemens die in een opwelling geboren worden.
* Het is onze roeping jongeren toe te rusten voor de strijd die een belijdend christen te voeren heeft”.
Bovenstaande bespiegelingen zijn ook in 2019 nog het overwegen waard[7][8].

Verder schreef de Christelijke Gereformeerde predikant D. Quant in 2017 over deze kwestie: “Daarbij dient wel aangetekend te worden dat de leeftijd van belijdenis doen in de 16e eeuw behoorlijk lager lag dan veelal nu het geval is. Vaak ligt het bij ons veel dichter bij de 20 dan bij de 15 jaar – soms nog over de 20 jaar heen. Tieners zijn sterk op zoek naar hun eigen identiteit. Het is van groot belang om als kerk met hen op te lopen, niet alleen in het aanbieden van catechisaties, maar ook in het gunnen van – gepaste – taken. Dan weten ze zich gekend, en zijn er kansen om met hen in gesprek te gaan in hun geestelijke zoektocht. Wie weet leidt dat tot een vroeger ontwaken van vragen rond belijden en geloven – en in het verlengde daarvan avondmaal vieren”[9].

Het geheel overziende is de conclusie gewettigd dat het Arnhemse besluit niet erg gelukkig is. En dat is nog zacht gezegd.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 11: “Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt”[10].
Een exegeet noteert daar bij: “Het gaat erom dat de gelovigen onderscheiden (inzien) dat de gemeente het lichaam van de Here representeert. Juist het niet onderscheiden van die eenheid van het lichaam en de gelijkwaardigheid van al haar leden vormt de reden van Paulus’ vermaning”[11].

Kinderen aan het Heilig Avondmaal?
Dat lijkt heel sociaal. Maar het is geenszins een goed idee!

Noten:
[1] “Avondmaal met kinderen in Arnhem”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 12 juni 2019, p. 7.
[2] De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.P. Hamstra (geb. 1986) is predikant te Arnhem sinds 10 juli 2016.
[3] Deuteronomium 6:20 en 21.
[4] 1 Corinthiërs 11:28 en 29.
[5] Geciteerd uit: De Wekker, vrijdag 3 oktober 1969, p. 390.
[6] Meer informatie over dr. C.A. Tukker is te vinden op https://www.rd.nl/kerk-religie/dr-c-a-tukker-68-overleden-1.1337599 ; geraadpleegd op dinsdag 18 juni 2019.
[7] Meer informatie over dominee Mensink is te vinden op https://nl.linkedin.com/in/a-j-mensink-511400aa ; geraadpleegd op dinsdag 18 juni 2019.
[8] ‘De Waarheidsvriend’ is op internet te vinden op https://dewaarheidsvriend.nl/ ; geraadpleegd op dinsdag 18 juni 2019.
[9] D. Quant, “Avondmaal en kinderen”. In: De Wekker, vrijdag 10 november 2017, p. 19.
[10] 1 Corinthiërs 11:29.
[11] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 11:29.

20 juni 2019

Het Evangelie van de duurzaamheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De apostel Paulus is, zo blijkt in Philippenzen 3, een keurig kerklid: “…besneden​ op de achtste dag, uit het geslacht van Israël, van de ​stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, wat de wet betreft een ​Farizeeër…”[1].
Kortom, een onberispelijk en onkreukbaar man.
Maar Paulus schrijft erbij: “Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om ​Christus’ wil als schade beschouwd. Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van ​Christus​ ​Jezus, mijn Heere, om Wie ik dat alles als schade ervaren heb. En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik ​Christus​ mag winnen…”[2].

Met andere woorden: Paulus is gaan begrijpen dat al die ijver niet op een Lijstje van Successen komen te staan.
Want in de kerk is afkomst geen pré.
In de kerk geldt ijver niet als verdienste.
Jezus Christus kennen en in Hem geloven – dat is een pluspunt.

Velen hebben vandaag de dag de mond vol over duurzaamheid.
Men spreekt over kringlooplandbouw. “Eten is zó laaggeprijsd dat het milieu te zwaar wordt belast, voedsel wordt verspild en boeren te weinig verdienen. Consumenten en supermarkten moeten daarom de portemonnee trekken voor een metamorfose van de Nederlandse landbouw”, stelt minister Schouten in het Algemeen Dagblad. En: “De laatste decennia was het adagium dat we voldoende voedsel moesten produceren om alle monden te voeden. Mijn nieuwe adagium is dat we voedsel produceren met een zo klein mogelijke belasting voor de leefomgeving. Dus met zo min mogelijk nadelen voor natuur, milieu en klimaat”[3].
Dat is mooi bedacht. Alleen maar – verantwoord voedsel is goed voor een bestaan op deze aarde. Een echt duurzaam bestaan krijgen wij pas in de hemel.
Voor Gods kinderen is het aardse leven slechts een voorspel; in de hemel gaan we verder met het leven – blijmoedig en beter! Kinderen van God kijken dus verder dan natuur, milieu en klimaat.

In deze tijd zou Paulus wellicht schrijven: besneden​ op de achtste dag, uit het geslacht van Israël, van de ​stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, wat de wet betreft een ​Farizeeër – dat alles is niet duurzaam.

Is die kringlooplandbouw daarmee gedegradeerd tot leuke larie?
Welnee.
Die kringlooplandbouw is wellicht een prima idee. Maar laat niemand denken dat men daarmee de aarde waarop wij wonen redden kan. Laat ook niemand denken dat hij of zij met allerlei creatieve duurzaamheidsideeën zichzelf redden kan.
Dat is namelijk niet zo.
Je kunt je druk maken over het nut van tiny houses, over de rampzaligheid van plastic soep in de oceanen, over zonnepanelen en windparken – en vaak is dat heel goed.
Maar met al die duurzaamheidsijver probeert meestal koortsachtig een antwoord te geven op de vraag: hoe redden wij de aarde?
Die vraag heeft een droevig stemmend antwoord: mensen kunnen de aarde niet redden.

Maar er is meer. Gelukkig maar!
De dichter van Psalm 102 noteert:
“U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.
Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;
zij alle zullen verslijten als een kleed.
U zult ze verwisselen als een gewaad
en zij zullen verdwijnen.
Maar U blijft Dezelfde,
aan Uw jaren zal geen einde komen”[4].
Alleen daarom al kan Paulus in Philippenzen 3 inzetten met: “Verder, mijn broeders, verblijd u in de Heere”[5].

Men kan een keurig kerklid wezen en uitermate milieubewust leven. Maar wie denkt dat hij of zij de aarde redden moet, begaat een vergissing. Vergeet dat maar gauw. Want zulke gedachten beschadigen u alleen maar. Ze bezorgen u namelijk een deuk in uw Godsvertrouwen. Ze geven u het idee dat u zelfredzaam bent.

Duurzaamheid is een groot goed.
Een begrip als rentmeesterschap mag niet in de vergetelheid geraken.
Maar Paulus schrijft niet: verblijdt u in de duurzaamheid.
Want de winst die kringloopboeren moeten gaan maken, verbleekt bij de winst in Christus: “de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden”[6].
Bij Paulus geldt:
* weg met de kringloop
* op naar een nieuw begin!
Dat adagium is anno Domini 2019 nog steeds niet ouderwets!

Noten:
[1] Philippenzen 3:5.
[2] Philippenzen 3:7 en 8.
[3] Geciteerd van https://www.ad.nl/politiek/minister-eten-is-te-goedkoop~acdb8aac/ ; geraadpleegd op maandag 17 juni 2019.
[4] Psalm 102:26, 27 en 28.
[5] Philippenzen 3:1.
[6] Philippenzen 3:10 b en 11.

19 juni 2019

De moeite waard

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De kerk is de moeite waard. Waarom? Omdat Jezus Christus, de Heiland, Zijn kinderen bij Zich houdt.
En dat is nodig ook. Want als wij naar onze omgeving kijken gaan wij al heel snel twijfelen.
Zitten wij wel goed?
Houden wij er niet ongewild een tunnelvisie op na?

Zo’n vijftigduizend mensen gingen tijdens de Pinksterdagen naar de Pinksterconferentie van stichting Opwekking. Wat was er zo aantrekkelijk aan die conferentie? Antwoord: de kerkmuren waren even weg. ‘Hier zien we dat we niet alleen zijn’, zeiden de mensen opgewekt.
En misschien denken wij wel: ‘Die evangelische muziek is mijn stijl niet. Gereformeerd-zijn is mooi. Maar het is allemaal zo klein. Zo kneuterig. Die massaliteit is voor een poosje prachtig. Dan zie je tenminste dat God enorm veel kinderen heeft’.

Het zou, in dat kader, goed zijn als wij wat vaker aan de Rechabieten denken.
Hun geschiedenis staat in Jeremia 35.
Die Rechabieten zijn geheelonthouders. Lusten zij geen alcohol? Jawel.
Die Rechabieten gebruiken nooit wijn omdat hun voorvader Jonadab dat verboden heeft. En daar houden zij zich aan. Jeremia zet ze in opdracht van de Here in Gods huis wijn voor. Maar zelfs dan weigeren zij die heerlijke drank consequent.
De Rechabieten zeggen: “Wij hebben in ​tenten​ gewoond, en hebben geluisterd en gedaan overeenkomstig alles wat onze voorvader Jonadab ons geboden heeft. Maar het gebeurde, toen Nebukadrezar, de ​koning​ van ​Babel, naar dit land optrok, dat wij zeiden: Kom, laten wij ​Jeruzalem​ binnengaan, vanwege het ​leger​ van de ​Chaldeeën​ en vanwege het ​leger​ van de Syriërs. Daarom wonen wij nu in ​Jeruzalem”[1].
Dus: de Rechabieten wonen in Jeruzalem omdat het niet anders kan: Nebukadnezar zit voortdurend achter hen aan. Maar zij blijven bij hun principe: geen wijn, geen sterke drank.
De Rechabieten worden aan de Israëlieten ten voorbeeld gesteld. Het nageslacht van Rechab en Jonadab houdt zich keurig aan menselijke regels. En wat doen Israëlieten met Goddelijke regels en wetten? Die lappen ze ijskoud aan hun laars[2].
Goddelijke wetten en regels horen ook ons bij voor alles te gaan!
En: Gods Woord moet verkondigd worden. Duidelijk. Helder. Zonder allerlei dingen weg te laten, omdat dat in de gegeven omstandigheden beter uit komt.
De Bijbel is geen boek met eenzijdige accenten, zoals een doktersroman die als treinlectuur dienen kan!

Asaf gaat in Psalm 73 trouwens nog heel wat stappen verder. Hij bekijkt de zaak op macroniveau:
“Want zie, wie zich ver van U houden, zullen omkomen;
U verdelgt allen die als in ​hoererij​ U verlaten.
Maar wat mij betreft, het is voor mij goed dicht bij God te zijn.
Ik neem mijn toevlucht tot de Heere HEERE,
om al Uw werken te vertellen”[3].
Asaf spreekt over mensen die bij God weglopen. Die mensen kennen Hem nog wel, maar ze eten, om het zo uit te drukken, van twee walletjes. Of misschien zelfs van nog meer walletjes. Hier een beetje Godsdienst. Daar wat entertainment. En zo komt men van stap tot stap verder. Eigenlijk gaat het met de goddelozen prima.
Wat…?
Verdelging? Uitroeiing?
Dat klinkt als iemand die langs komt om het spel te bederven. Maar het staat er echt. Asaf heeft een brede blik. Hier op aarde lijkt het allemaal goed af te lopen. Maar de toekomst is of hemel of hel. Daar zouden alle wereldburgers zich bewust van moeten wezen.
Asaf leert ons dat christen-zijn nauw steekt.
U en ik zijn niet zomaar een béétje Gereformeerd. Wij nemen ons ernstig voor dat wij “niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven”[4]!

Laten wij nog even teruggaan naar die Pinksterconferentie van Opwekking.
Daar waren zo’n vijftigduizend mensen bij elkaar.
Maar daar waren ook veel mensen die eenzijdige accenten leggen. Op muziek. Op wonderen. Op blijdschap in het geloof. En op nog veel meer ándere dingen. Maar bij die eenzijdige accentuering gaat er iets heel erg fout. Want de Bijbel is geen doorsnee treinlectuur!
Er is nog iets.
De kerkmuren waren even weg. Zo werd de suggestie gewekt dat iedereen vrij en blij de kerk in en uit kan lopen. Niets is minder waar. Het is onzin. Gebeuzel. Want de kerk is een heilige vergadering. Die vergadering lijkt soms heel klein. Er zijn momenten dat u en ik denken: de kerk gaat geheel en al verdwijnen. Maar ’t is niet waar. Want de almachtige God heeft altijd onderdanen. Tot in eeuwigheid!

De kerk is de moeite waard.
Natuurlijk – soms denken u en ik dat de kerk enkel en alleen uit punt- en komma-types bestaat.
Natuurlijk – soms denken u en ik: laat die man of vrouw nu eindelijk eens ophouden om zich steeds met anderen te bemoeien; laat hij/zij maar eens goed naar zichzelf kijken…
Laten we in zulke situaties bedenken dat onze Here vreemde kostgangers heeft – mensen waarvan we ons afvragen: wat doen die hier nou?
Weet u nog wat Johannes zag, in Openbaring 7?
“Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, ​stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand”[5].
Een ouderling merkt op: “Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn ​tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn ​tent​ over hen uitspreiden. Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende ​waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen”[6].
In de hemel – daar komen al Gods kinderen bij elkaar. En let er maar op: dat zijn er meer dan vijftigduizend. Veel meer!

Noten:
[1] Jeremia 35:10 en 11.
[2] In het bovenstaande gebruikte ik onder meer mijn artikel “Jeremia leert ons om trouw te zijn”, hier gepubliceerd op 17 december 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/12/17/jeremia-leert-trouw-te-zijn/ .
[3] Psalm 73:27 en 28.
[4] De formulering komt uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 44, antwoord 115.
[5] Openbaring 7:9.
[6] Openbaring 7:14-17.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.