gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond rond 8 uur ’s morgens.
Reacties zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze internetpagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

23 september 2016

Kleding voor de naakte mens

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is al vaak opgeschreven: wij leven in een verseksualiseerde samenleving. Als het gaat over seks moet veel, zo niet alles, kunnen. Men is, om zo te zeggen, leider in het eigen lichaam.
Maar dat is niet iets van de laatste tijd.
Het is maart 1970 als een groep Dolle Mina’s een congres van gynaecologen binnendringt om actie te voeren voor een vrije abortus. De vrouwen trekken hun truien omhoog. Daar staat te lezen: baas in eigen buik[1].

Het blad ‘Lichtstralen’, dat in die jaren in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt uitgegeven ter ondersteuning van kerkleden die in de evangelisatie actief zijn, besteedt er aandacht aan.
Dominee D. Vreugdenhil (1909-2003) schrijft een artikel over de sekscultus. Dat artikel wordt door het Nederlands Dagblad naar voren gehaald[2].

Dominee Vreugdenhil schetst met duidelijke lijnen wat Gods Woord ons over deze dingen leert. Hij doet dat als volgt.

“In al deze dingen komt tot uiting opstand tegen de wil en het begeren van God.

De Bijbel spreekt ook over de naakte mens.
Toen God de mens had geschapen, schoon en goed en mooi, had die mens geen kleding nodig. Toen waren er geen onzuivere hartstochten. Toen was er niet de zinnelijkheid, die zoals vandaag de zuivere blijheid van de mens wegvreet.
Toen was er dat pure, blanke, smetteloze, dat geen sterveling zich vandaag kan indenken.Toen was er geen schaamte, omdat er geen zonde was.

Maar toen de zonde was gekomen, als een bliksem ingeslagen in de schone wereld, toen schaamde de mens zich.
Toen schaamden man en vrouw zich voor elkaar.
Toen bleek, hoe groot de kracht van de zonde is en van de duivel, die de zonde in zijn dienst neemt.
Door de zonde is het menselijk leven verstoord. Ook de lichamelijke omgang is onder de vloek gekomen.
God heeft de mens zo gebouwd, als man en vrouw, dat de lichamelijke verschijning bekorend werkt.
Maar wat door God als het lichamelijk mooiste gemaakt is, is door de zonde het lelijkst geworden. De delen van het menselijk lichaam, die het hoogste zinnelijk leven en de hoogste zinnelijke bekoring tussen man en vrouw vertegenwoordigen, zijn de schaamdelen geworden.
Ze zijn oorzaak tot zonde geworden, tot perversiteit, tot verminking van het mooie menselijk leven.

Om de mens te beschermen tegen de zonde en om gelegenheid te scheppen voor de hernieuwde omgang tussen de mens en God, heeft de Here kleding gegeven aan de naakte mens.
Dat was genade van God. Dat was zegen.
We lezen in Genesis 3:21: ‘En de Heere God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede’.
Wie de naaktheid propageert en het nudisme begeert, gaat dwars tegen Gods zegenende bescherming in.

Als in de Bijbel gesproken wordt over naaktheid en over de ontkleding van de mens, is dat een accentuering van zijn oordeel, van zijn toorn. Naaktheid is in Gods ogen schande.
In Ezechiël 16:39 staat het duidelijk, dat het goddelijke straf is, dat de mens, dat zijn volk van sieraden beroofd wordt en naakt en bloot moet staan.
En in Hosea 2:2 zegt God, dat Hij om zijn zonde Zijn volk naakt zal uitkleden.
En vooral in het leven van onze Here Jezus Christus zien wij het ontroerend klaar, dat naaktheid vloek betekent en oordeel, als Hij, Gods Zoon, het toelaat, dat Hij naakt wordt uitgekleed en zo in zijn schande publiek moet hangen aan een kruis.

En waarom deed Hij dat? Waarom liet Christus zich zo onteren?
Waarom wilde Hij naakt hangen aan het vloekhout?
Om zo de straf, die wij, zondaren, hebben verdiend, voor ons, in onze plaats te dragen en om zo voor mensen, die geloven en God willen dienen, de gelegenheid te scheppen zich te kunnen kleden en zonder schaamte te kunnen verschijnen voor de vergevende God.

Zo komt uit de Bijbel de dringende vermaning tot alle mensen, die luisteren willen, dat zij moeten ophouden met de naaktcultuur van de moderne tijd. De mode ook moet in dienst gesteld worden van de genade van God.

Het kleed mag sierlijk zijn. De mens mag zich met zijn kleding mooi maken en de vreugde van het leven onderstrepen.
Maar het kleed moet beantwoorden aan de bedoeling van God, Die het goede voor de mens zoekt. Kleding moet de naaktheid bedekken en zo de reine en zuivere omgang bevorderen van mens en mens en ook van mens en God”.

Tot zover dominee Vreugdenhil.

In onze tijd staan de zaken er niet beter voor.

Ten bewijze daarvan geef ik het woord aan professor van Marle, forensisch psychiater.
In februari 2016 zei hij in het Reformatorisch Dagblad: “Ik zie de mens als het hoogst ontwikkelde zoogdier. We hebben verantwoordelijkheidsgevoel en moreel besef gekregen, maar zoals Freud al zei: die zijn niet meer dan krassen op een steen. Ze blijven oppervlakkig. In ons onbewuste woelen alle mogelijke zoogdierdriften. ‘Het Ik is als een ruiter te paard’, zei Freud. De zwakste dus. Op grond van mijn werk als psychiater en wetenschapper moet ik vaststellen dat de mens in feite nog steeds primitief is. Uiteindelijk blijven we egoïsten, tot het kwade beschikt. Gelukkig zijn er wel compenserende factoren, zoals humor, identificatie, moreel besef, geloof”.

In het voorbijgaan waarschuwt Van Marle voor de gevaren van seks op het internet:
“Ook daarin zie je dat we tot het kwade beschikt zijn. We kunnen door dit prachtige netwerk met elkaar communiceren en elkaar foto’s sturen, maar wat gebeurt? We delen via internet schimpscheuten uit, of erger, en zetten er porno op. Vooral voor de zwakke broeders onder ons, die niet van hun ouders meekregen dat het in de seksualiteit in de eerste plaats om intimiteit gaat, is dat funest. Het bevestigt hun idee dat seks iets mechanisch is. De pornoficatie, die begon met reclame voor mooie onderbroeken met mooie meisjes erin, zouden we veel duidelijker moeten afwijzen”.

Professor Van Marle zegt ook nog:
“Ja, ik vind dat wij van God los zijn, en dat betreur ik zeer. Voor een land zonder morele bakens valt weinig goeds te verwachten. Het zoogdierbrein gaat dan zijn gang. We moeten er niet vreemd van opkijken als mensen in zo’n samenleving ontsporen”[3].

Veel wat Van Marle zegt kan onze instemming hebben.
Tegelijkertijd is het zonneklaar dat de hooggeleerde psychiater in somberheid en duisternis blijft steken. En het is, wat mij betreft, volstrekt duidelijk waarom dat zo is.

Nee, geef mij dan Vreugdenhil maar: “En waarom deed Hij dat? Waarom liet Christus zich zo onteren?
Waarom wilde Hij naakt hangen aan het vloekhout?
Om zo de straf, die wij, zondaren, hebben verdiend, voor ons, in onze plaats te dragen en om zo voor mensen, die geloven en God willen dienen, de gelegenheid te scheppen zich te kunnen kleden en zonder schaamte te kunnen verschijnen voor de vergevende God”.

Laten wij ons vooral door de vermaning van Spreuken 5 laten leiden. U weet het misschien wel: dat Schriftgedeelte bevat een waarschuwing tegen de vreemde vrouw. De laatste verzen van dat hoofdstuk luiden:
“Want voor de ogen des Heren liggen ieders wegen open,
Hij weegt al zijn gangen.
Zijn ongerechtigheden vangen de goddeloze,
in de strikken zijner zonde raakt hij vast.
Hij sterft, omdat tucht hem ontbreekt,
door zijn grote dwaasheid verdwaalt hij”[4].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/1970 .
[2] ‘Wereld zonder schaamte’. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 18 september 1971, p. 2. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[3] “In de huid van het menselijk kwaad”. In: Puntkomma, katern van het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 19 februari 2016, p. 4 en 5.
[4] Spreuken 5:21, 22 en 23.

22 september 2016

Waarschuwing uit Bethesda

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Jarenlang waren mijn vrouw en ik klanten van een kapper aan huis[1].
Hij had geen eigen winkel, maar fietste bij zijn klanten langs. Zo kwam hij ook bij ons. Maar daar kwam daar abrupt een einde aan. Eind augustus 2007 overleed hij. Hij was maar kort ziek geweest.
Een paar weken later werden wij door zijn echtgenote bezocht. Zij wilde eens met ons kennismaken. Haar man had wel eens over ons gesproken. In dat uurtje verklaarde zij dat ze het allemaal niet zo goed meer wist. Het geloof leek wat vervaagd. “Ik geloof het wel”, zei ze daarna voorzichtig. Daar bleef het bij.

“Ik weet het allemaal niet zo goed meer”.
Dat zei de vrouw van die kapper. Dat ene zinnetje deed me wat. Het bleef bij mij hangen.
En ik dacht: wat is het geweldig belangrijk om onze geloofsbelijdenis te repeteren. Laten we goed weten waar wij naar toe gaan!

Natuurlijk was de echtgenote van de kapper in diepe rouw gedompeld.
Je zult maar plotseling je man verliezen. En je zult dan maar meteen allerlei zakelijke dingen moeten regelen.
Haar man werd, om zo te zeggen, uit het werk weggerukt. Plotseling was dat allemaal afgelopen.
Dan zijn er de kinderen. Jawel.
Maar daar is, bijvoorbeeld, ook de Belastingdienst.
En er zijn geschrokken klanten.
Droevig is dat.

Maar juist omdat dergelijke dingen gebeuren, wil ik vandaag benadrukken: laten wij in onze goede dagen helder voor ogen houden hoe ons voorland eruit ziet. Gereformeerde mensen gaan met de Verbondsgod de toekomst in. Als we dat in mooie tijden voor ogen houden, zal ons dat in kwade dagen helpen.

Wat is het belangrijkste in het leven?
Dat kunnen we leren als we de genezing in Bethesda tot ons laten doordringen.
Die geschiedenis lezen we in Johannes 5[2].

Het is, daar in Bethesda, een drukte van belang. Ik lees: “Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad, dat in het Hebreeuws de bijnaam Bethesda draagt, met vijf zuilengangen. Daarin lag een menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden, die wachtten op de beweging van het water”[3].

Uit al die mensen kiest de Here Jezus er één die Hij geneest.
Eentje maar. Terwijl Hij toch heus de macht heeft om alle zwakke mensen sterk te maken. Maar Hij kiest één man uit.
Dat moet ons te denken geven. Gaat het wel om die genezing? Blijkbaar niet. Als het om de genezing gegaan was, dan had Jezus – bij wijze van spreken – er in één klap voor kunnen zorgen dat Bethesda opgeheven werd. Zeg maar: gesloten wegens afwezigheid van zieken.
Maar nee. Zo gebeurt het niet. Er wordt maar één man genezen.
En de rest dan? Wel – al die zieken blijven ziek, zwak en nooddruftig. Bethesda is en blijft vol.
Vijf zuilengangen vol zieken. Een triest gezicht.
Maar hoe erg dat ook is, het gaat ergens anders om.
Het draait niet om die genezing.

Dat blijkt ook al uit het feit dat deze genezing op de sabbatdag plaatsvindt.
De Here Jezus had natuurlijk best een dag kunnen wachten met Zijn dokterswerk. De man die gezond werd gemaakt, was reeds achtendertig jaar lang ziek. Op die ene dag komt het dus echt niet aan.
Maar Gods Zoon wacht niet.
Hij wilde klaarblijkelijk heel duidelijk laten zien wie Hijzelf is.
Op deze manier geeft Jezus iets prijs van Zijn Goddelijke identiteit.

En dat weten de Farizeeën heel goed.
Johannes draait er in zijn Evangelie ook niet omheen: “En daarom wilden de Joden Jezus vervolgen, omdat Hij deze dingen op sabbat deed. Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook. Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde”[4].
De Joodse leiders begrijpen best wat er is gebeurd. Maar zij worden er niet blij van. Heus niet.

Nadat de zieke man uit Bethesda genezen is, verdwijnt Jezus weer in de massa.
Maar zijn werk als Heelmeester is nog niet af.
Dat wordt helder als Jezus zijn patiënt opnieuw opzoekt. En waar vindt Hij hem? In de tempel. Is dat toeval? Ik denk het niet, eigenlijk. Want wat zegt de Arts daar? Hij zei: “Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome”[5].
Wat voor ergs zal de ex-patiënt overkomen als hij grove zonden blijft doen? Wel, hij zal roemloos in de hel eindigen.
De nu gezonde man moet de Here Jezus Christus gaan volgen. Dan zal hij pas echt gered zijn.
Daar ligt de kern van de zaak.

En op dat punt ligt ook de hoofdzaak voor Gods volk van 2016.
We moeten ons bekeren tot God.
We moeten de Here Jezus Christus volgen.
In feite gaat het in Johannes 5 over het bijeenbrengen van Gods kinderen. Met een compacte, maar veelzeggende term noemen we dat: Christus’ kerkvergaderend werk. Daar gaat het om, daar in Bethesda.

Misschien zijn er wel lezers die bij zichzelf denken: het ligt allemaal wel weer vlijmscherp vandaag. Of misschien zelfs: ja hoor, we komen weer uit op de kerk; die blogger krijgt het weer voor elkaar…
Nu lees ik eenvoudigweg Johannes 5. En we kunnen, dunkt mij, niet om Jezus’ boodschap heen.
Maar afgezien daarvan: als we in goede tijden de zaken scherp neerzetten kunnen we in tijden waarin ons leven veel dieptepunten kent, teren op het Geestelijk werk van weleer. Laten we dus vooral nuchter en waakzaam blijven.

“Ik weet het allemaal niet zo goed meer”.
Dat klonk triest, in september 2007. Ik weet nog goed hoe verdrietig dat moment was.
Zo gaat dat in de wereld van vandaag, anno Domini 2016, echter nog steeds.
Laten wij, Gereformeerden van de eenentwintigste eeuw, het maar met Psalm 121 blijven zeggen:
“Mijn hulp is van de HERE,
die hemel en aarde gemaakt heeft”[6].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een artikel dat ik eerder schreef. Dat artikel is gedateerd op woensdag 19 september 2007.
[2] Op deze internetpagina heb ik wel eens vaker over Bethesda geschreven. Zie mijn artikel ‘Bijzondere beterschap’, hier gepubliceerd op woensdag 23 september 2015. Ook te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/09/23/bijzondere-beterschap/ .
[3] Johannes 5:2 en 3.
[4] Johannes 5:16, 17 en 18.
[5] Johannes 5:14.
[6] Psalm 121:2.

21 september 2016

Vlijtige verkondigers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

“Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen”. Dat zijn woorden die Jezus in Johannes 15 tegen Zijn leerlingen zegt[1][2].

Die tekst is in Gods Woord opgenomen.
De woorden zijn blijkbaar bedoeld voor alle kinderen van God. Volgelingen van Christus hebben een taak in de wereld.
Ik citeer nog eens Johannes 15: “Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam”[3].

God kiest Zijn kinderen uit.
Hij wijst hen aan en geeft hen een taak.
Zij gaan in de wereld aan het werk.
De gevolgen van dat christelijke werk zijn altijd en overal te merken.
Als Gods kinderen blijven bidden, ontvangen zij alles wat ze nodig hebben om hun werk te doen.
Wat dit betreft geldt: het ene zit aan het andere vast. Het is een ketting. Let u op dat meerdere keren gebruikte woord ‘opdat’: er is sprake van een duidelijk doel. De Here werkt heel gericht aan ons leven.
U moet voor de Here kiezen, zegt men vandaag.
Dat moge waar zijn, maar het begint ergens anders. Het startpunt van onze levenshistorie ligt bij Hem.

“Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen.
In welk verband staan die woorden eigenlijk?

Jezus Christus zal gaan sterven, zo maakt Hij in Johannes 13 duidelijk.
Maar er is meer. Want de Here zal, zo blijkt in Johannes 14, in de hemel de woonplaatsen voor Zijn kinderen gereed maken.
En wanneer Jezus Christus eenmaal in de hemel woont, zal de Heilige Geest – de Trooster – naar de aarde komen.

Dat laatste lijken de discipelen amper te horen.
De Here Jezus Christus legt de situatie daarom nog wat nader uit.

In Johannes 15 zegt Jezus: “Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand. Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden. Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn”[4].
Die Schriftpassage betekent, wat mij betreft, onder meer:
* u mag in uw bidden en werken aansluiten op de hemelse levensvreugde
* bidden en werken in de naam van Jezus Christus is wandelen met God, met de krachtige hulp van Zijn Geest
* bidden en werken in de naam van Jezus Christus houdt onder meer in dat u vanuit de hemel, Gods woonplaats, wordt aangestuurd.

De Here is altijd sturend en troostend aanwezig.
Ten diepste is dat is de boodschap van de kerk.

Op dit punt aangekomen, wijs ik u graag op een rapport dat niet zo lang geleden in Groot Brittannië verschenen is. Het Reformatorisch Dagblad wijdde er op vrijdag 2 september jongstleden een paginagroot verhaal aan, dat een plaats kreeg op de voorpagina van de krant.
Ik citeer:
“Britse christenen moeten vaker publiekelijk over hun geloof spreken. Zij vrezen veelal dat ze daarmee een juridische grens overschrijden, maar de wet beschermt hen meer dan gedacht.
Dat stellen de Britse organisaties Lawyer’s Christian Fellowship en Evangelical Alliance vandaag in het rapport ‘Speak Up’”.
En:
“We leven nog altijd in een maatschappij waarin de wet zeer substantiële bescherming biedt om over ons geloof in Christus te spreken (…) De uitdaging voor christenen is om moed en zekerheid te betonen om het Evangelie te delen, in plaats van toe te laten dat onze vrijheden worden beperkt.
Het rapport roept christenen op om altijd ‘met wijsheid en gevoel’ te handelen, maar herinnert ook aan het feit dat zij verstrekkende vrijheden genieten om over hun geloof te spreken”[5].

Het komt mij voor dat ook Nederlanders hun winst met dat Britse rapport kunnen doen.
In Johannes 15 wordt er ook niet omheen gedraaid: wie in Christus blijft, krijgt in zijn leven alles wat hij nodig heeft.
In de formulering van Johannes 15 gaat dat als volgt: “Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft. Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht…”[6].

Nee, het Goddelijke Woord is geen handboek over de hantering van economische crises. En ook geen leerboek over wereldhandel. Laten wij niet de indruk wekken dat dat wél zo is. Want voordat we ‘t weten promoten wij… onszelf.
Maar wij moeten wel laten zien Wie in deze wereld voor eeuwig volkomen overtuigende regeringskracht heeft.
De Bijbel openbaart Gods grootheid. De Bijbel openbaart Gods almacht. Zijn Woord openbaart de reddende kracht voor de mensheid.
Vanuit die openbaring mogen mensen hun verantwoordelijkheid nemen.

De Here heeft mensen uitgekozen. Hij brengt hen samen in de kerk.
Zij hebben de taak Gods Woord in de wereld te verkondigen.
Met de gewetensvolle uitvoering van die taak hebben zij zonder twijfel de handen vol.
Jaar in, jaar uit. Eeuw in, eeuw uit.
Totdat de volmaaktheid van Zijn koninkrijk komt.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 17 juli 2009.
[2] Vanavond, woensdagavond 21 september 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 15 centraal staan. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[3] Johannes 15:16.
[4] Johannes 15:5-8.
[5] “Wet geeft christen meer rechten dan gedacht”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 2 september 2016, p. 1.
[6] Johannes 15:4 en 5 a.

20 september 2016

Toeverlaat in de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De leer over de Drie-eenheid kunnen wij, beperkte mensen van deze aarde, niet precies uitleggen. De God van hemel en aarde toont zich zo aan de wereld. Hij maakt Zichzelf algemeen bekend als de Drie-eenheid.
Juist omdat wij dat niet kunnen expliceren, blijft er niets anders over dan: geloven in God. Met de openbaring van de Drie-eenheid neemt God de proef op de som: gelooft u wat Ik zeg? En de bijbehorende waarschuwing galmt door de gewelven van de wereld: bedenk daar vooral niets bij!

In Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus wordt de Drie-eenheid beleden. In één volzin. De Catechismus leert ons om niet meer te zeggen.

Terecht staat er onder Zondag 8 een Schriftverwijzing naar Jesaja 61. En wel naar deze woorden: “De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis”[1].

Met die woorden wijst de profeet Jesaja op Jezus Christus, de Heiland. Dat weten wij zeker. Want in Lucas 4 neemt Jezus ze zelf in de mond. U kent die Schriftpassage vast wel: “En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is:
De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren”[2].

In de profetie van Jesaja 61 spreekt Christus. Hij wijst op de zalving door Vader. Die zalving is het teken dat Gods Heilige Geest op Hem rust.
In Jesaja 61 is de Goddelijke Drie-eenheid dus actief!

In dat Schriftgedeelte zien we de barmhartigheid van de Drie-eenheid. En ook Zijn niet aflatende aandacht voor de mensen die het minder hebben. Zijn attentie voor zovelen die onderdrukt worden. Zijn belangstelling voor mensen die aan de kant worden geschoven.
In onze wereld kennen we het woord ‘zelfkant’; namelijk in de bekende term ‘zelfkant van de samenleving’. Zelfkant – dat woord is tekenend. Want dat zit dicht in de buurt van: doe het lekker zelf! Of ook: red jezelf maar!
Welnu, op die mensen concentreert de Vorst der aarde zich. Mensen met lege handen roept Hij bij Zich. De hemelse Majesteit vult die handen. Hij maakt de levens van die randfiguren heerlijk. Hemels! Is dat niet magnifiek?

Maar die gebrokenen van hart dan?
Dat zijn toch de mensen die in deze wereld kapot gemaakt zijn? Ja, dat zijn de mensen die zo onrechtvaardig behandeld zijn dat ze in deze wereld eigenlijk niet meer normaal vooruit kunnen.
Maar ook zij zullen overeind worden geholpen.

Aan de gevangenen wordt vrijheid verkondigd. Christelijke vrijheid. Dat is vrijheid die niemand je af kan nemen. Dat is vrijheid die, door Gods trouw, eeuwig duurt.

Ach, wellicht vindt u dit een mooi verhaal maar denkt u tegelijkertijd dat u er weinig aan heeft.
Dat denken de Israëlieten in Babel ook. Jarenlang hadden ze in ballingschap geleefd. En nu komt Jesaja aan met de boodschap dat de terugkeer naar het vaderland op handen is. Zal dat werkelijkheid worden? Na zeventig jaar ballingschap lijkt dat bijna onbestaanbaar.
U weet het: het gebeurt toch.
En ja – wij kunnen zeggen dat ook wij, in zekere zin, in ballingschap leven. Denkt u maar aan Philippenzen 3: “Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen”[3].
Dat is onvoorstelbaar. Ongelooflijk. Maar wij mogen geloven dat deze situatie realiteit gaat worden.

En dan geldt: Gods grote daden in het verleden geven garanties voor de toekomst.
Wij kennen de Drie-eenheid.
De Vader die een verbond vol genade sluit, en voor ons zorgt in alle situaties van het leven.
De Zoon die ons wast en reinigt van de zonde en bevrijding bewerkt.
En de Heilige Geest die er zorg voor draagt dat het Evangelie ons leven doortrekt.
“Zo zullen wij”, zo zegt het Gereformeerde doopsformulier, “tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen te midden van de gemeente der uitverkorenen”[4].

De Drie-eenheid geeft de kerk hoop.
Die drie-enige God is ook in de toekomst onze toeverlaat!

Noten:
[1] Jesaja 61:1.
[2] Lucas 4:17, 18 en 19.
[3] Philippenzen 3:20 en 21.
[4] “Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan de kinderen der gelovigen”. In: Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 513.

19 september 2016

God zorgt voor iedereen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Onze almachtige Vader zorgt voor de hele wereld[1].
Of de mensen nu in Hem geloven of niet, de Here regisseert het gekrioel van alle naties. Van minuut tot minuut. Op ieder moment van de dag. Dat is een belangrijke boodschap van de kerk.

Nee, het is niet zo dat de Here alleen maar voor de kerk zorgt.
Wij moeten Gods werk niet tot de kerk beperken.
Een gedachtepatroon als het bovenstaande komen wij ook wel in Gods Woord tegen.
Denkt u maar aan de profeet Jona.

Jona moet naar Nineve gaan. Dat is een grote stad in Assyrië. Uitgerekend daar, in dat machtige land, dat Israël zo vaak overheerst en wreed onderdrukt, moet Jona gaan preken. En het is bekend: de Ninevieten bekeren zich; de stad blijft overeind[2].
Jona wordt behoorlijk boos.
Erger nog: woedend wordt hij.
Is dit nou rechtvaardig?
Wordt al dat gepreek van hem op deze manier ten diepste niet volstrekt nutteloos gemaakt?
Hij roept het uit: ‘Zie je nou wel? Ik had al wel gedacht dat mijn prediking bij die wrede onderdrukkers geen verwoestingen tot gevolg zou hebben. En dat terwijl die tirannen uit Nineve het dik verdiend hebben om eens flink aangepakt te worden! Maar ja, eigenlijk weet ik wel dat God een barmhartig en vergevend God is…’[3].

Mét dat al laat de Here duidelijk zien dat zijn genade niet alleen de Israëlieten geldt. De Majesteit van hemel en aarde gaat veel verder dan een volkje.
Jesaja profeteert dan ook: “Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde”[4].
De Here heeft het oog op de hele wereld.
Hij werkt op iedere vierkante centimeter van hemel en aarde. Wij zien Zijn arbeid overal terug.

Het hoeft ons dus niet te verwonderen dat Jezus later – in Mattheüs 5 – zegt: “Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen”[5].
De Here zorgt voortdurend voor de door Hem geschapen wereld. En Hij slaat bij die zorg geen mens en geen millimeter over.
Trouwens: de bozen staan in Mattheüs 5 voorop; dan pas komen de goeden. Is dat niet opmerkelijk?

Laten wij nooit denken dat wij de Verbondsgod naar onze hand kunnen zetten!

Nu het om deze dingen gaat, kijk ik een moment terug in de tijd.

In september 2007 wordt in het Olympisch Stadion in Amsterdam het honderdjarig jubileum van de Pinksterbeweging in Nederland gevierd.
Het Nederlands Dagblad publiceert een stuk waarin onder meer te lezen staat: “Voorzitter Peter Sleebos van het comité dat het eeuwfeest heeft georganiseerd, weet het zeker: het prachtige weer is aan God te danken. Regen was desastreus geweest voor samenzijn van de ongeveer 4500 pinkstergelovigen ’s morgens, maar ook voor het optreden ’s avonds van de Australische band Hillsong United waarbij het stadion met 25.000 bezoekers gevuld zal zijn”.
Het lijkt wel of men zeggen wil: kijk, nu weet u waarom het op die dag zulk mooi weer is. Dat heeft God speciaal zo geregeld voor de Pinksterbeweging.
De leider van die Australische band, Hillsong United, oreert: “Wij geloven dat er vandaag iets speciaals gaat gebeuren voor Amsterdam, voor Nederland”[6].
Het is, wat mij betreft reuze knap dat die bandleider dat zo zeker weet. Hij komt notabene van de andere kant van de wereld. En uitgerekend die Australische meneer weet dat er in Amsterdam, dat stipje op de wereldkaart, op een zonnige zaterdag in september iets bijzonders gaat plaatsgrijpen. Het is iets zijn dat landelijke uitstraling heeft. Als je zo kunt profeteren ben je een echte bolleboos.

De lezer vergeve mij mijn scherpe toon.
Ik wil slechts laten zien dat de Pinksterbeweging in feite allerlei zaken naar zich toe trekt. Het weer bijvoorbeeld. En religieuze opwekkingen, bijvoorbeeld.
Dat gebeurt, om zo te zeggen, op commando.
Even heel strak door de bocht: dat gebeurt omdat de Pinksterbeweging er vast in gelooft.

Ik blijf nog even in 2007.
Het is zaterdag 15 september.
Schrijver dezes bevindt zich op het water van het Overijsselse natuurgebied de Weerribben. Er wordt koffie gedronken in Kalenberg. En thee in Blokzijl.
In dat gebied vindt de familiedag plaats van de familie van mijn vrouw. Het is heel gezellig. En heel zonnig bovendien.
Van een religieuze opleving hoor ik echter niets.
Het water kabbelt rond de fluisterboot. Maar de theeschenkerij blijkt niet of nauwelijks toegankelijk voor mensen met een handicap. Ondergetekende wordt met rolstoel en al naar binnen getild. Daar vernemen ze in Amsterdam niets van, vrees ik.
Van spectaculaire genezingen is derhalve geen sprake.
Geen wonder.
De zorg van God strekt zich niet uit tot een handjevol mensen die het hemelse doen en laten naar zich toe willen trekken. Hij houdt heel de wereld in Zijn hand. Gods kinderen kunnen vooruit. Of zij nu ziek zijn of gezond. Want de hemelse Heer zet Zijn plan met de wereld door.
Daar past gezondheid in.
Maar daar passen ook handicaps in.
Er passen zonnige dagen in.
En daar past ook regen in.

In die dynamische wereld bekleedt de kerk wel een bijzondere positie.
Want de Here Jezus zei in het laatste vers van Mattheüs 5: “Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* zoals God volmaakt is, zullen Zijn kinderen volmaakt worden
en:
omdat God volmaakt is, mogen Zijn kinderen zich, ook vandaag op Zijn werk beroepen.
Dat betekent niet dat wij in de kerk zo nodig allerlei spectaculaire dingen moeten doen. In het eerste vers van Mattheüs 6 gaat Jezus niet voor niets als volgt verder:”Ziet toe, dat gij uw gerechtigheid niet doet voor de mensen, om door hen opgemerkt te worden; want dan hebt gij geen loon bij uw Vader, die in de hemelen is”[8].
Wij hoeven niet te laten zien dat we nette mensen zijn. Dat zijn we namelijk niet.
De kerk mag tonen hoe almachtig God de Vader is.

Op dat eeuwfeest van de Pinksterbeweging, in september 2007 gaat het er nogal luidruchtig aan toe.
En men lijkt nogal zeker van zichzelf.

Laat het maar helder wezen: zo doen we dat in de kerk niet. Nee, ook niet anno Domini 2016.
Daar weten we dat we permanente zorg van Vader krijgen. En daar hebben we genoeg aan.
Want de kerk heeft Zijn belofte in huis: “Maar laat, als gij aalmoezen geeft, uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene zij, en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden”[9].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 18 september 2007.
[2] Jona 3:7-10: “En men riep uit en zeide in Nineve op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”.
[3] Jona 4:1, 2 en 3: “Maar dit mishaagde Jona ten zeerste en hij werd toornig. En hij bad tot de Here en zeide: Ach, Here, heb ik dat niet gezegd, toen ik nog in mijn land was? Daarom heb ik het willen voorkomen door naar Tarsis te vluchten, want ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt, lankmoedig, groot van goedertierenheid en berouw hebbend over het kwaad. Nu dan, Here, neem toch mijn leven van mij, want het is mij beter te sterven dan te leven”.
[4] Jesaja 49:6.
[5] Mattheüs 5:43, 44 en 45.
[6] Zie voor meer informatie over Hillsong United https://nl.wikipedia.org/wiki/Hillsong_United ; geraadpleegd op woensdag 31 augustus 2016.
[7] Mattheüs 5:48.
[8] Mattheüs 6:1.
[9] Mattheüs 6:3 en 4.

16 september 2016

Overtuig(en)d onderwijs

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Vandaag ga ik op deze weblog terug naar donderdag 9 september 1971.
Op die dag staat in het Nederlands Dagblad een groot artikel over de opening van de Gaspar van der Heydenschool in het Zeeuws-Vlaamse Axel[1][2].
Wij worden meegenomen naar de dinsdag daaraan voorafgaand, 7 september. Dan vindt er in Axel een feestelijke bijeenkomst plaats.

Eén van de mensen die tijdens dat samenzijn het woord voert is de inspectrice voor het onderwijs.
“Inspectrice, mevr. Bouwman, wees op de geschiedenis van het onderwijs in Axel en merkte op dat het aantal leerlingen van christelijke scholen terugloopt. De blijdschap van het bestuur dat deze school toch mogelijk is brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Spreekster was voor meer concentratie van methodes, b.v. protestants-christelijk en rooms-katholiek. De openbare school zou daarvan kunnen profiteren. Misschien komt er voor ieder vak één grondmethode. Het personeel van deze school heeft een grote taak met de eigen opzet. Spr. hoopte dat de ouders zich goed zullen bedenken alvorens zij zullen besluiten tot een eigen kleuterschool. Dit zou ingaan tegen de concentratiegedachte. Spr. hoopte ook dat het personeel na een periode van ‘alles te kunnen en alles te willen’ een periode van vertwijfeling zal meemaken”.
De inspectrice pleit dus voor overzichtelijkheid. De verschillen moeten niet te veel worden benadrukt. Dat heeft uiteindelijk niet zo veel zin.
Men kan, naar mijn smaak, bepaald niet zeggen dat de inspectrice erg vriendelijk is. Zij hoopt dat het personeel van de nieuwe school in Axel door vertwijfeling nuchter wordt. Heel feestelijk allemaal. Niet dus.

De inspectrice wordt van repliek gediend door de heer W. Kamminga, het hoofd der school[3].
“Spr. ging nader in op hetgeen door de inspectrice was gezegd. Het gaat om het hanteren van de methoden. Er is geen onderwijs dat niet subjectief is”.
Let u op dat woord ‘hanteren’?
Een methode in huis hebben is één. Maar de vraag is vervolgens hoe je die onderwijsmethode gebruikt. Wat vertelt de onderwijzer of juf? Waar wordt in het onderwijs het accent gelegd? Wordt Gods Woord open gedaan en daadwerkelijk toegepast?
Kamminga wijst er terecht op: hoe men ook onderwijs geeft, altijd is er sprake van keuzes. Altijd komt de eigen levensovertuiging om de hoek kijken.

Kamminga zegt nog meer.
“Eén van de redenen tot oprichting van de school is om de geest van het relativisme in leer en praktijk tegen te gaan, teneinde de kinderen toe te rusten voor het leven, in samenhang met gezin en kerk”.
Dat is een zin waar veel in staat.
Onderwijs is er om kinderen toe te rusten. Zij moeten kennis hebben om in de wereld om hen heen te laten zien wat het uitgangspunt van hun leven is. Zij moeten tonen wat het doel van hun bestaan is.
Dat moet in de kerk geleerd worden. En nee, dan kan een onderwijzer niet alleen maar zeggen: als je maar in Jezus gelooft, komt het wel goed. Nee, dan kan een leerkracht niet simpelweg zeggen: omdat je gedoopt bent, zit het wel goed met je.
Want dan moet die onderwijsgevende ook praten over het verschil tussen allerlei genootschappen die zich ‘kerk’ noemen. En over de overdoop, bijvoorbeeld. De onderwijzer kan wel net doen alsof dat allemaal niet bestaat, maar de leraar moet geen struisvogel wezen. Een struisvogel steekt  zijn kop in het zand. Maar een onderwijzer niet, mogen wij hopen.
En wat is het dan belangrijk om een eenheid tussen kerk en gezin te creëren!

Wij lezen verder.
“Dat anderen nadeel van deze schoolstichting hebben wijst op een breuklijn die er ontstaan is. Het horizontalisme en de medemenselijkheidsgedachten dienen we op principiële gronden af te wijzen”.
Dat er in Axel een Gereformeerde basisschool werd opgericht, gebeurde – bij mijn weten – indertijd niet omdat dat een hobby was van een paar onderwijsexperts. De kwestie was veeleer dat men op school de trouw van de God van het verbond weer duidelijk voor het voetlicht wilde brengen.
Het is die trouw die Gereformeerde gehuwden in de gezinnen moeten laten zien, ook anno Domini 2016.
Dat geldt te meer in een tijd waarin de regels voor de oprichting van een school heel anders zijn zijn dan in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Heel vaak moeten Gereformeerde mensen zich, als het gaat om het onderwijs aan hun kinderen, tevreden stellen met een naast-beste oplossing. Dat is natuurlijk niet ideaal, maar een ramp is dat nu ook weer niet; een reformatorische school kan in deze tijd bijvoorbeeld heel goed zijn. Welnu, in die omstandigheden komt het er voor ouders op aan om de geloofsleer helder voor ogen te hebben.

Een laatste citaat.
“Spr. wees op de zware en verantwoordelijke taak voor het personeel. Het heeft voor het isolement gekozen terwille van de antithese, opdat niet eigen kleur en vastheid worden verloren. De school staat open voor ieder die op de grondslag der school wil meebouwen. De koers moet vast staan”.
De start van die Gereformeerde school is in Axel niet makkelijk geweest. Net zo min als dat op tal van andere plaatsen het geval was. Maar de school kwam er toch. Zou het teveel gezegd zijn als ik hier noteer dat dat een wonder van God was?
En trouwens: laat niemand nu aankomen met het sprookje dat Gereformeerden op een eilandje wonen en dat zij totaal onbereikbaar zijn. Niets is minder waar. Gereformeerden staan midden in de wereld. Dat was in 1971 zo. En in 2016 is dat niet veranderd.

Noten:
[1] “Caspar van der Heydenschool te Axel geopend”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 9 september 1971, p. 5. In het artikel wordt consequent gesproken over de Caspar van der Heydenschool. Dit moet zijn: Gaspar van der Heydenschool.
[2] Mijn echtgenote heeft die basisschool gedurende drie jaar bezocht.
[3] Later woonde Wigcher Kamminga – die in 2010 overleed – met zijn gezin in Bedum en Sauwerd. Het gezin Wieles in Axel, waaruit mijn vrouw afkomstig is, heeft veel aan de familie Kamminga te danken. Ook mijn vrouw en ik hebben later veel vriendschap van Wigcher en Roely Kamminga ontvangen. Met Roely, die nog te Sauwerd woont, zijn nog immer heel goede contacten.

Volgende pagina »

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.