gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

17 augustus 2018

’t Wonder van Zijn gaven

“Geef ons heden ons dagelijks brood.
Dat wil zeggen: Wil ons zó verzorgen met alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben, dat wij daardoor erkennen dat U de enige oorsprong van al het goede bent en dat onze zorg en inspanning en ook uw gaven ons niet baten zonder uw zegen. Leer ons daardoor ook ons vertrouwen niet langer op enig schepsel, maar op U alleen te stellen”.

Voor Gereformeerden in Nederland zijn dit bekende woorden uit de Heidelbergse Catechismus[1].
Misschien zijn ze zelfs zo bekend dat ze enigszins langs ons heen gaan.

Als het over deze woorden gaat, nodigt de Catechismus ons met nadruk en van harte uit om om ons heen te kijken.
Er is geen enkel schepsel te vertrouwen, suggereert dat oude leerboekje. Kijk maar ês rond in Gods wereld, lijken de schrijvers te zeggen. En dan zult u ’t zien: onbetrouwbaarheid is het overheersende kenmerk van de natuur en de cultuur op deze aarde.

Laten wij de wereld van vandaag een ogenblik bezien.

Dan zien we de grote droogte en de warmte in ons land.
Op donderdag 2 augustus jongstleden meldde de NOS: “Sinds vanmiddag hebben we in Nederland officieel te maken met ‘feitelijke watertekorten’, heeft de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling gezegd. De natuur en de waterkwaliteit staan nu door de droogte onder druk, want we zijn vandaag overgegaan naar de zogenoemde fase 2 uit het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte. Maar wat betekent dat?
(…)
Bij fase 2, waar we nu in zitten, wordt het wat spannender. Dan is er ‘sprake van een feitelijk watertekort’, staat in het draaiboek. Landelijk gezien moeten er nu keuzes worden gemaakt over de waterverdeling tussen sectoren als scheepvaart, landbouw, natuur, industrie, waterrecreatie en binnenvisserij. De drinkwatervoorziening loopt nog geen gevaar.
Bij fase 3 is er ‘sprake van een (dreigende) landelijke crisis’. Dit gebeurt eens in de 10 á 20 jaar, in 1976 en 2003 bijvoorbeeld. Dan moeten ‘uitzonderlijke maatregelen worden getroffen’”[2].

In de wereld zien we – bijvoorbeeld – de onrust en de armoede in Zimbabwe. Vanwege de recente verkiezingen; daarin zou gefraudeerd zijn. Vanwege de armoede waaronder het land al jaren kreunt[3].

En dan hebben we het nog niet gehad over ons eigen leven.
Er kan zoveel spanning zijn. Door tegenvallers en teleurstellingen. Door onbegrip en onvrede. Door de manier waarop mensen elkaar soms misbruiken.
Er zijn massa’s mensen die daar lichamelijk en geestelijk last van hebben.

Die drie dingen hierboven
* droogte in Nederland
* misstanden in Zimbabwe
* moeilijkheden en verdriet in ons eigen leven
maken volkomen duidelijk dat we verzorging nodig hebben. Verzorging, door God Zelf. Als de schepping zelfverzorgend moet zijn, is een roemloos einde nabij!

Gelet op het bovenstaande wil ik vandaag wijzen op woorden uit Jacobus 1: “Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn”[4].

Een goede gave en een volmaakt geschenk: iets anders kan God niet geven.
Wij moeten, als het over die gave en dat geschenk gaat, niet blijven staan bij aardse dingen. Want een paar verzen daarvóór schrijft Jacobus: “Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de ​kroon​ van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem ​liefhebben”[5]. Dat betekent: wie – ondanks alle moeilijkheden in het leven – standvastig blijft geloven, zal zien dat God Zich aan Zijn beloften houdt.
We moeten die goede gave en dat volmaakte geschenk vooral niet uit het tekstverband halen!

De kroon van het leven: bij de Grieken is dat de krans die de overwinnaar ontvangt.
In de Bijbel wordt daar wel vaker over geschreven.
Paulus noteert in 2 Timotheüs 4: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de ​rechtvaardigheid​ die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad”[6].
In 1 Petrus 5 staat: “En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[7].
In Openbaring 2 moet Johannes aan de gemeente in Smyrna – het huidige Izmir in Turkije – schrijven: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[8].

Wat leren wij hieruit?
God leert ons om over de ellende van de wereld heen te kijken.
Er is meer dan droogte.
Er is meer dan Zimbabwe.
Er is meer dan de moeilijkheden in ons persoonlijke bestaan.
Verkijk u er niet op!
Maar richt u op God!

Jacobus heeft het over de Vader der lichten.
Dat betekent: Hij is de Schepper van zon, maan en sterren – ja, van heel het firmament.
Oftewel: het hemelgewelf is Zijn creatie.
En Hij is nog altijd druk bezig met het onderhoud en de verzorging van het geschapene.
De dichter van Psalm 104 zegt daarover:
“Zij allen wachten op U,
dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.
Geeft U het hun, zij verzamelen het,
doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof.
Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem”[9].
Dat verandert niet zomaar.
De Here voert, onderweg naar de toekomst, Zijn plan uit!

De kern van dat plan is: redding voor wie geloven.
Vergeving van de zonden die ons op deze aarde zoveel parten kunnen spelen.
Eeuwig leven voor wie gelooft in de beloften die God gegeven heeft.
Dat betekent: een nieuw begin.
Dat betekent: re-creatie, wedergeboorte.

Kinderen van God zijn in zeker opzicht eerstelingen onder zijn schepselen.
Een uitlegger noteert daarover: “Zoals Jezus Christus de Eersteling is van de ontslapenen (…) en de Heilige Geest de Eersteling onder Gods gaven, zo vormt de gemeente van Christus het begin van de grote oogst, de nieuwe schepping”.
Kortom: het begin is er.
En dat is veelbelovend!
Met het oog op de toekomst mogen wij blijven bidden: geef ons heden ons dagelijks brood.

Het staat met grote koppen in de krant:
* droogte in Nederland
* misstanden in Zimbabwe.
En als we dat allemaal gehad hebben, zijn er ook nog de moeilijkheden en het verdriet in ons eigen leven.
Wat kunnen we het druk hebben met al die dingen om ons heen.

Maar we mogen het blijven zeggen: het begin is er; ja, dat is veelbelovend!

Laten wij daarom de lof van Psalm 107 maar overnemen:
“Loof nu de HEER verblijd
om ’t wonder van zijn gaven,
die brood in nood bereidt,
de dorstigen wil laven”[10].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 50, antwoord 125.
[2] https://nos.nl/artikel/2244323-een-watertekort-in-nederland-dit-betekent-het.html ; geraadpleegd op vrijdag 3 augustus 2018.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Zimbabwe ; geraadpleegd op vrijdag 3 augustus 2018.
[4] Jacobus 1:17 en 18.
[5] Jacobus 1:12.
[6] 2 Timotheüs 4:8.
[7] 1 Petrus 5:4.
[8] Openbaring 2:10.
[9] Psalm 104:27-30.
[10] Psalm 107:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

16 augustus 2018

Christelijke burgemeester?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De antipathie tegen christenen komt op ongedachte momenten naar buiten.

Neem nu het volgende.
In het Nederlands Dagblad staat op donderdag 2 augustus 2018 het volgende bericht.
“In een brief adviseert het Humanistisch Verbond Deventer de plaatselijke gemeenteraad een ongelovige burgemeester aan te stellen. De afgetreden Andries Heidema (ChristenUnie) was de eerste christelijke burgemeester van Deventer sinds de Tweede Wereldoorlog.
(…)
Als het aan het Humanistisch Verbond ligt, behoort de toekomstig burgemeester niet opnieuw tot een christelijke partij. In de brief pleit de vereniging voor een kandidaat die ‘bij voorkeur ongodsdienstig’ is, met ‘pluriformiteit weet om te gaan’ en zich ‘geheel onafhankelijk’ opstelt”.
In een apart kader staat er bij:
“De oproep van het Humanistisch Verbond Deventer zou op strafrechtelijk niveau kunnen worden beoordeeld als discriminerend, legt Rajae Azaroual, woordvoerder bij het College voor de Rechten van de Mens, uit. ‘Als er aangifte wordt gedaan, onderzoekt het Openbaar Ministerie of daar sprake van is. De humanisten zouden zich dan kunnen beroepen op het recht van vrijheid van meningsuiting’”[1].

Nu is antipathie niet verboden. Maar discriminatie wel. En eerlijk is eerlijk – hoe men het ook wenden of keren wil: daar ruikt dit wel een beetje naar.

Laten we er maar niet omheen draaien: iedereen heeft een levensovertuiging. Christenen, moslims, hindoes… En velen van hen hebben de overtuiging dat er een Machthebber boven hen zetelt.
En of zij dat nu willen of niet: de praktische consequenties van hun levensovertuiging worden met zekere regelmaat zichtbaar.
Hoe ga je daar als christen, als Gereformeerd mens, mee om?

In Jacobus 1 lees ik: “En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden. Maar laat hij er in geloof om vragen en daarbij niet twijfelen. Immers, wie twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind voortgestuwd en op- en neergeworpen wordt. Want zo iemand moet niet denken dat hij iets ontvangen zal van de Heere. Hij is een dubbelhartig man, onstandvastig in al zijn wegen”[2].

Waar het om gaat, schrijft Jacobus, is een standvastig geloof.
Een beetje geloven, dat kan niet. Dat wordt niets. Dat zakt weg. Het wordt een mix van van alles en nog wat. En die merkwaardige melange smaakt al snel niet erg lekker meer.
Jacobus bedoelt: we hebben levenswijsheid nodig. Oftewel: we moeten op de rechte levensweg blijven.
Iemand noteert daarbij: “Net als de chauffeur van een bestelwagen, die een straat niet kan vinden en aan een voorbijganger vraagt welke route hij moet nemen om bij zijn doel te komen. Zo vind je de weg. Of als een leerkracht die zoekt naar een manier om die leerling te bereiken, om dat moeilijke gedrag om te kunnen buigen. En dat geldt ook voor de directie of het bestuur dat consciëntieus probeert beleid vast te stellen. Het kan moeilijk zijn om een goede en begaanbare weg te vinden. De vraag is dan: van wie verwacht ik wijsheid om de juiste keuzes te maken, de goede dingen te doen? Jakobus is daar heel duidelijk in. Verwacht het niet van jezelf, van je vakkennis, maar richt je op God. Vraag en verwacht het van Hem!”[3].

Christenen mogen en moeten vol vertrouwen om wijsheid vragen.
Met twijfel en geweifel komen gelovige bestuurders niet veel verder. Zulke mensen lijken op een golf op zee. Wij mogen ook vertalen: een golf in de branding[4]. Op en neer. Heen en weer. Alsof er dagelijks een flinke bries staat.
Wie wijsheid van God vraagt, kan een koers uitzetten. Die levensweg van hierboven is recht. Er zitten niet al te veel kronkels en moeilijke bochten in.

Christenen – en Gereformeerde mensen voorop – moeten consequent Godsdienstig zijn. Halfslachtigheid mag niet aan de orde wezen.
Jacobus schrijft zelfs: “zo iemand moet niet denken dat hij iets ontvangen zal van de Heere”.
De vraag is vervolgens natuurlijk: waar komt de hulp dan wel vandaan? Onze medemensen kunnen we als het erop aankomt, in twee kampen verdelen: vóór of tegen Christus.
Laten we daarbij niet vergeten dat de duivel nog veel macht in deze wereld heeft!

Terug nu naar het Humanistisch Verbond Deventer.

De briefschrijvers van dat Verbond lijken bang te zijn dat Deventer een fanatieke burgemeester krijgt. Dat lijkt mij niet meteen voor de hand te liggen.
Iets anders is dat een burgemeester in veel zaken uiteindelijk duidelijke beleidslijnen moet uitzetten. Dat geldt zeker in een burgerlijke gemeente die momenteel bijna 100.000 inwoners telt[5].
Daarbij gaat een christelijke burgemeester zonder twijfel uit van de liefde van God en tot elkaar. In dit geval speelt de liefde voor de burgers binnen de gemeente Deventer een grote rol. Wat zou daar tegen zijn?
Liefde voor de burgerij en beleidskeuzes in moeilijke zaken sluiten elkaar heus niet uit.

Het staat het Humanistisch Verbond Deventer uiteraard vrij om te proberen om de procedure rond de benoeming van een burgemeester te beïnvloeden.
Maar de brief die zij nu wereldkundig hebben gemaakt is wel zeer ongelukkig.
Laten we maar gewoon zeggen: het Verbond liet zich uitgebreid in de kaart kijken; en wat we nu hebben gezien is – wat mij betreft – onbetamelijk en onwelvoeglijk.

Noten:
[1] ‘Burgemeester Deventer liefst ongodsdienstig’. In: Nederlands Dagblad, donderdag 2 augustus 2018, p. 2.
[2] Jacobus 1:5-8.
[3] https://www.driestar-educatief.nl/medialibrary/Driestar/Kennisontwikkeling/Lectoraat%20Christelijk%20leraarschap/Compendium/Wijsheid-nodig.pdf ; geraadpleegd op donderdag 2 augustus 2018.
[4] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 1:6.
[5] Volgens een telling van het Centraal Bureau voor de Statistiek bedroeg het aantal inwoners van de gemeente Deventer per 31 mei 2018 99.630. Zie hiervoor https://nl.wikipedia.org/wiki/Deventer_(gemeente) ; geraadpleegd op donderdag 2 augustus 2018.

15 augustus 2018

Vol vertrouwen in een onvoorspelbare wereld

Er zijn aardig wat mensen die vinden dat het leven een uitdaging moet zijn. Je moet je grenzen verleggen. Zo blijft het leven een avontuur.

Twee filosofen, Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman, publiceerden niet zo lang geleden echter een boek met de titel ‘Avonturen bestaan niet’[1].

Hieronder zet ik vijf citaten uit een vraaggesprek dat het Nederlands Dagblad met de auteurs van dat boek had.

1.
“In zekere zin is onze verslaving aan avonturen (…) een mechanisme waarmee we ontkennen hoe onvoorspelbaar de wereld eigenlijk is”.
2.
“Kennelijk kunnen wij het dus niet laten problemen in een avontuurlijker toonsoort te formuleren. We zijn er erg goed in om dingen heel bombastisch te laten klinken”.
3.
“Betekenis geef je zelf aan het leven. Een heleboel mensen denken dat betekenis op de een of andere manier ergens is te vinden. Je ziet het veel in zelfhulpboeken: er zijn zes stappen die je moet volgen om succes te hebben, alsof de werkelijkheid zich wel even aanpast. (…) Zelfhulpboeken zijn sowieso walgelijk. Want wat steevast gebeurt, is dat het leven van iemand die toevallig succesvol is, wordt samengevat in zes stappen die iedereen kan volgen. Wat een onzin, die persoon had echt niet van tevoren een stappenplan klaarliggen, dat zie je pas achteraf”.
4.
“Het hele idee dat je de alledaagsheid doorbreekt door naar een andere plaats te gaan moet je dus vooral als metafoor zien. Je kunt ook gewoon op je plaats blijven zitten, het gaat om veranderingen in je psyche. Sommige mensen zien juist in meditatieoefeningen een avontuur dat het alledaagse doorbreekt. Het idee hierbij is dat je het gewone avontuurlijk maakt door het van een andere betekenis te voorzien, terwijl de wereld om je heen dezelfde blijft”[2].
5.
“Het punt is ook dat je gebeurtenissen in je leven pas achteraf een bepaalde structuur innemen die je vooraf niet kent. Als je dat beseft, kun je goed over je eigen leven vertellen zonder dat je daarbij garanties voor de toekomst gaat koesteren. Het is ook niet zo dat een levensles of persoonlijke groei niet bestaat, het ligt alleen niet zonder meer vast. Het kan dus best zo zijn dat alle vorige mislukkingen in de liefde lessen waren om de ware te ontmoeten. Maar dat weet je pas achteraf”.

Het leven is zeer onvoorspelbaar.
De betekenis van de gebeurtenissen in het leven zien we pas achteraf.
En die betekenis moeten we er, als ik het goed begrijp, vooral zelf aan geven. Je moet het gewone leven zelf avontuurlijk maken.
Aldus twee wijsgerige wetenschappers.

Schrijvend over het bovenstaande neem ik mijn uitgangspunt in Prediker 9.
En wel in deze woorden: “Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook ​liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem”[3].

Wie is de Prediker?
Er is eigenlijk maar één persoon die in aanmerking komt: koning Salomo. Hij regeert over Israël in de tiende eeuw voor Christus. Hij is beroemd om zijn wijsheid en rijkdom.

Prediker trekt in zijn boek tenminste vier lijnen:
* alles is ijdelheid
* de zoektocht naar de zin van het leven is vergeefs
* het is goed om voorzichtig, weldoordacht en ingetogen te leven
* richt je op God en luister naar Hem[4].

Prediker heeft de innerlijke overtuiging dat alles en iedereen in Gods hand is.
Voor ons is het leven onvoorspelbaar: je weet nooit wat er gebeuren kan. Je weet ook niet hoe de Here Zijn schepping bestuurt. Maar onze God weet precies wat Hij doet!

De filosofen zeggen: je kunt veel over jouw eigen leven vertellen; maar garanties voor de toekomst geeft zo’n vertelling niet.

Het Woord van God leert ons dat gelovige christenen nog wel wat meer te zeggen hebben. Laat ik enkele trefwoorden noemen.

* liefdevolle God
en
* luisterende kerk
Mozes heeft het daar in Deuteronomium 33 over. De Here “heeft de volken lief! Al Zijn ​heiligen​ zijn in Uw hand, Zíj zitten aan Uw voeten en vangen iets op van Uw woorden”[5].
In die wereld zitten dus veel luisterende kerkmensen.
Zij blijven bij hun God in de buurt. Zij willen zoveel mogelijk van en over Hem leren. Want zij weten dat Hij hun toekomst bepaalt. Het eindpunt staat vast. En tijdens het bewandelen van de route genieten Gods kinderen speciale bescherming van bovenaf.

* kroon en tulband
In Jesaja 62 wordt gezegd: “U zult een sierlijke ​kroon​ zijn in de hand van de HEERE en een koninklijke ​tulband​ in de hand van uw God”[6].
Dat vers maakt deel uit van een beschrijving van de toekomst van Gods volk. Er komt een heerlijke tijd aan. Dat weten kinderen van God heel zeker! Zij zullen voor altijd dicht bij God leven. Daar komt niemand, helemaal niemand, meer tussen.
Kinderen van God vullen te Zijner tijd Zijn troonzaal. En hun aanwezigheid maakt het hemelse feest alleen maar volmaakter en luisterrijker.

* eeuwigheid
De Here zegt tegen Zijn volk: u hoeft zelf geen betekenis aan uw leven te geven, want die geef Ik eraan.
Dat begint nu al, en het wordt nog veel mooier. Jezus geeft de garantie daarvan in Johannes 10: “Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken”[7].

* voorbereiding vol genade
In Efeziërs 2 maakt de apostel Paulus duidelijk dat de goede voorbereiding op die eeuwigheid al begonnen is. Daar heeft de God van hemel en aarde alles mee te maken.
Paulus schrijft: “Want uit ​genade​ bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in ​Christus​ ​Jezus​ om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[8].
Gods genade is een kernpunt in het Evangelie.
De Here zegt: nee, u hoeft het niet zelf uit te zoeken.
Het is God Zelf die Zijn kinderen klaarmaakt voor een nieuw begin!

Die twee filosofen van hierboven lijken onder meer te zeggen: maak er wat moois van en geef jezelf een betekenisvol leven; en bedenk daarbij dat het vooral gaat om veranderingen in je psyche.
Wie er zo tegenaan kijkt, beseft vervolgens al snel dat er in zijn leven nog heel veel te doen is; je bent per slot van rekening niet zómaar klaar voor de toekomst.
Maar onze God zegt iets heel anders. Zijn Evangelie luidt: u hoeft het gewone niet avontuurlijk te maken door allerlei gebeurtenissen van een andere betekenis te voorzien; want Ik zorg voor u.
De vernieuwing is al begonnen.
En er komt een heerlijk vervolg!

Noten:
[1] De gegevens van dit boek zijn: Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman, “Avonturen bestaan niet”. – Amsterdam: Boom Uitgevers, 2018. – 244 p.
[2] “Laat je niet misleiden door het avontuur” – vraaggesprek met Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 23 februari 2018, p. 6 en 7.
[3] Prediker 9:1.
[4] Zie hiervoor http://christipedia.nl/Artikelen/P/Prediker ; geraadpleegd op woensdag 1 augustus 2018.
[5] Deuteronomium 33:3.
[6] Jesaja 62:3.
[7] Johannes 10:27 en 28.
[8] Efeziërs 2:8, 9 en 10.

14 augustus 2018

Uit de verdoving gehaald

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Nederland wordt verdoofd.
Door de massamedia, vooral. De televisie gaat daarin voorop.

Dat zegt Antoine Bodar. Hij is priester en hoogleraar, schrijver van boeken over cultuur en christendom en programmamaker bij radio en televisie[1].
In het Nederlands Dagblad zei hij een paar maanden geleden: “‘Ik zie ouderen die klaar zijn met leven en jonge mensen die ervaren dat het leven al maar leger en leger wordt. En leger en leger wordt het! Dat is het verontrustende. Neem alleen al de afleiding die de televisie je biedt. Je kunt jezelf ermee verdoven, van ’s morgens vroeg tot ’s avond laat (en hooguit tussendoor nog even wat werken). (…)
Alle inhoudelijke programma’s worden naar de marge verschoven, naar de late avond. En als we ook maar éven op de radio met elkaar gepraat hebben, moet er meteen weer muziek tussendoor. Vermaak, sport, muziek – we leven werkelijk zoals in de nadagen van het Romeinse Rijk!
Voor de helderheid: ik gun iedereen zijn vermaak. Maar niet ieder mens lukt het om zo oppervlakkig te leven. Ik neem er zelf ook geen genoegen mee. Zoals ik afgelopen december in mijn Huizingalezing heb betoogd: iedere cultuur die niet boven zichzelf meer kan uitkijken, zal teloor gaan. We leven in een depressieve maatschappij, die er alleen nog in slaagt zichzelf te verdoven. En lukt ons dat niet meer, dan rest ons de dood”[2].
Om kort te gaan:
* het leven wordt gaandeweg leeg
* de televisie verdooft je
* inhoudelijkheid wordt steeds zeldzamer
* we kunnen niet meer boven onszelf uitkijken
* de maatschappij is depressief
* uiteindelijk rest slechts de dood.

Bodar schetst een donker beeld van de samenleving. Toegegeven: het door hem geschetste beeld is hier en daar wel erg duister. Maar één ding is zeker: er zit ook veel waars in het verhaal van de priester.

De woorden van Bodar voeren ons vandaag naar Efeziërs 4: “Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken, verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun ​hart. Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle ​onreinheid​ begerig te bedrijven. Maar u hebt ​Christus​ zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in ​Jezus​ is, namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”[3].

Hierboven staat een heel verhaal.
Bijna vijfhonderd woorden zijn het, met heel veel afgang en somberheid.
Het is tijd om er enig Gereformeerd optimisme tegenover te stellen.

“U hebt Christus zo niet leren kennen” staat in Efeziërs 4. We zouden ook kunnen vertalen met “jullie hebben Christus geleerd”. U bent onderwezen, bedoelt Paulus. Populair gezegd: u hebt catechisatie gehad. Misschien kunnen we ook zeggen: we luisteren elke zondag naar de preek.
Gereformeerde mensen luisteren ’s zondags naar één of twee preken. Eén over een Bijbeltekst, en één over de Heidelbergse Catechismus. Wat doen zij ermee door de week? Wat is het rendement ervan?
Als zij op dinsdag proberen een samenvatting te geven van de preek die zij afgelopen zondagmorgen beluisterden, blijkt vaak dat dat niet meevalt. Vaak blijft het bij een paar woorden, een enkele opvallende term.
Dat is pover, denken zij dan. Maar in de praktijk valt dat mee. Want met die paar kernwoorden kun je op werkdagen meestal prima vooruit. Die opvallende term haalt je op kantoor en thuis uit je verdoving.
Daarom doe ik de oproep: ga naar de kerk en luister naar de preek!

In Efeziërs 4 schrijft Paulus ook: “als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is”.
Paulus heeft in Efeze zelf onderwijs gegeven. Hij weet dus zeker dat zij “Christus geleerd” hebben. Een exegeet schrijft: “Het is (…) mogelijk dat Paulus iets bedoelt als ‘jullie zijn in geloofsverbondenheid met Christus onderwezen’”[4].
Hoe dat zij: als de christenen in Efeze goed geluisterd hebben zij ongetwijfeld het een en ander opgepikt. Als zij Paulus’ woorden in zich opgenomen en verwerkt hebben, lopen zij steeds vaker bij losbandigheid en onreinheid weg.
Het is belangrijk om dat laatste – die verwerking en toepassing in het eigen leven – nadrukkelijk te vermelden. Want er zijn mensen die heel christelijk en beschaafd lijken. Maar achter de voordeur gebeuren soms verschrikkelijke dingen! Hoe kan dat? Antwoord: dat kan als de christelijkheid iets van de buitenkant blijft. Zulke christelijkheid komt niet binnen. Het is een wat vaag sfeertje. Die merkwaardige ambiance verdwijnt zomaar, soms bijna ongemerkt.
Dan raak je verdoofd.
Versuft.
Gevoelloos.
Opgepast dus!

Een werkelijk christelijke levenshouding wordt door de Heilige Geest aan de binnenkant van ons leven bewerkt.
In het hart. Daar ontwikkelt zich Gereformeerd leven.
Van daaruit krijgt ons dagelijks bestaan ook een andere aankleding. Het leven komt er anders uit te zien.
‘Christelijk’ is dan geen vaag begrip. Het begrip ‘christelijk’ omvat niet slechts een moeilijk te omschrijven sfeertje. ‘Christelijk’ is niet alleen een kwestie van woorden of van reputatie, maar vooral van daden.
Dat bedoelt Jacobus trouwens ook als hij in hoofdstuk 2 schrijft: “…zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood”[5].
Wie aldus aan het werk blijft wordt niet star.
Hij wordt niet onverschillig.
Hij wordt niet ongevoelig.
Hij werkt in dienst van God.
En hij houdt vol.
Want hij weet: mijn Here maakt de toekomst open!

Antoine Bodar deed de hierboven geciteerde uitspraken mede in verband met de verschijning van het boekje ‘Droef gemoed’. Daarin doet Antoine Bodar een boekje open over zijn depressiviteit[6].

Bodar vindt met name steun bij Romano Guardini, een kind van Italiaanse ouders die zijn hele leven als priester in Duitsland werkte[7].
Bodar merkt op: “Guardini zegt dat zwaarmoedigheid wortelt in een Sehnsucht nach Liebe und nach Schönheit, verlangen naar het schone, naar de liefde.
Mensen die behept zijn met die Sehnsucht, met die grote melancholie, vinden het ondermaanse doorgaans maar plat en armzalig, omdat het zo oppervlakkig is. Men lijdt aan het leed van de vergankelijkheid, en men ‘beseft dat de nabuur van het schone de dood is’. Verlangen naar het absolute hangt dus samen met een verlangen naar de dood”[8].

Is het aardse leven één grote zoektocht naar liefde en schoonheid, die ingekaderd wordt door permanente somberheid?
Voor Gereformeerde mensen is er, naar wij mogen hopen, nog wel wat meer.

In Efeziërs 4 schrijft Paulus: ons denken wordt vernieuwd. De Heilige Geest is in ons leven druk aan het werk. Hij bekleedt ons “met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware ​rechtvaardigheid​ en ​heiligheid”.
Misschien denkt u dat u langzamerhand verdoofd wordt.
Misschien meent u dat u gevoelloos wordt.
Of wat versuft, wellicht.
Laten we ons niet vergissen.
Want het is God Zelf die ons in Efeziërs 4 uit de verdoving haalt.
In een christelijk leven is werk in uitvoering.
Het lijkt er soms niet op. Maar het is toch waar!

Laat u maar meenemen door de Heiland.
Hij leidt u naar de toekomst.
Dat is een heerlijke eeuwigheid die zijn weerga niet kent!

Noten:
[1] Zie voor meer informatie over Antoine Bodar http://www.antoinebodar.nl/ ; geraadpleegd op dinsdag 31 juli 2018.
[2] “Een priester die zegt: ik heb het zelf ook meegemaakt”. Vraaggesprek met Antoine Bodar. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 februari 2018, p. 10 en 11.
[3] Efeziërs 4:17-24.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 4:21.
[5] Jacobus 2:26.
[6] De gegevens van dit boek zijn: Antoine Bodar en Nels Fahner, “Droef gemoed. Nels Fahner in gesprek met Antoine Bodar over depressie”. – VBK Media (Meinema), 2018. – 80 p.
[7] Zie voor meer informatie over Romano Guardini https://nl.wikipedia.org/wiki/Romano_Guardini ; geraadpleegd op dinsdag 31 juli 2018.
[8] Geciteerd via https://www.katholieknieuwsblad.nl/recensies/boek/droef-gemoed ; geraadpleegd op dinsdag 31 juli 2018.

13 augustus 2018

Was Mozes milieuactivist?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het schijnt dat wij van Mozes heel wat kunnen leren.
Een geleerde heer rept van idealen, compromissen, begeerte, leiderschap, opvoeding, arbeid, verslaving en afgoderij. Dat is nogal wat!
En trouwens: Mozes stelt zijn hele leven in dienst van een ideaal dat hij niet zelf heeft meegemaakt: het beloofde land.

Die geleerde heer ziet een parallel voor vandaag: “Wij zitten in precies dezelfde situatie. Wij kunnen het lot van de generaties na ons bepalen door hoe wij omgaan met het milieu en met de aarde. Onze daden hebben consequenties, wij zijn verantwoordelijk voor een toekomst die wij niet zelf kunnen betreden. Het is belangrijk dat wij in onze tijd net zo belangeloos zijn als Mozes”[1].

Die geleerde heer is professor dr. Marcel Poorthuis. Hij is hoogleraar interreligieuze dialoog aan Tilburg University[2].
Hij schreef een boek over Mozes. ‘Managen met Mozes’, heet het[3].

Gelovigen leven naar een ideaal toe. De hemel namelijk.
Tot aan het eind der tijden moeten wij, samen met onze medemensen op aarde, Gods schepping op een verantwoorde wijze. In dat verband zijn ‘rentmeesterschap’ en ‘cultuurmandaat’ twee termen die heel wat Gereformeerde mensen heel bekend voorkomen.

Gods schepping moet zorgvuldig worden beheerd.
Daar heeft professor Poorthuis gelijk in.
Maar wijst Mozes eerst en vooral met de wijsvinger naar ons leefmilieu? Zo van: denk erom dat je er netjes mee omgaat?
Nee – dat is, als u het mij vraagt, niet de kernboodschap die het leven van Mozes ons geven wil.

Voor die kernboodschap ga ik graag naar Hebreeën 11: “Door het geloof werd ​Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang door zijn ouders verborgen, omdat zij zagen dat het een heel bijzonder ​kind​ was. En zij waren niet bevreesd voor het bevel van de ​koning. Door het geloof heeft ​Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd een zoon van de dochter van de ​farao​ genoemd te worden. Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de ​zonde​ te hebben. Hij beschouwde de smaad van ​Christus​ als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen. Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare. Door het geloof heeft hij het Pascha ingesteld en het besprenkelen met het bloed, opdat de verderver van de eerstgeborenen hen niet zou treffen. Door het geloof zijn zij door de ​Rode Zee​ gegaan als over het droge. Toen de Egyptenaren dat ook probeerden te doen, zijn ze verdronken”[4].

Mozes heeft ons geleerd om op God te vertrouwen. Mozes leert ons om te zeggen: wij weten zeker dat het goed komt als wij wandelen met God. Mozes leert ons te geloven.

En dan staat er: “Hij beschouwde de smaad van ​Christus​ als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen”.
Is dat niet vreemd? Het leven van Mozes kunnen wij dateren in de veertiende eeuw voor Christus[5].
Jezus Christus kwam veel later op de aarde. Door Zijn lijden, sterven en opstanding heeft Hij toen voor onze zonden betaald. Maar hoe kan Mozes nadenken over de smaad van Christus? Antwoord: Mozes heeft natuurlijk geen glazen bol waar hij in kan kijken zodat hij de toekomst uit kan tekenen. Maar hij weet, net als alle mensen in het Oude Testament, dat de Here verlossing geven zal. Hij kijkt niet alleen naar verleden en heden, maar ook naar de toekomst.

In de Bijbel zien we dat vaker gebeuren. Ethan zingt in Psalm 89:
“Heere, waar zijn Uw vroegere blijken van goedertierenheid?
U hebt ze ​David​ gezworen bij Uw trouw.
Denk, Heere, aan de smaad van Uw dienaren;
de hoon van alle grote volken, die ik in mijn binnenste meedraag.
Daarmee smaden Uw vijanden, HEERE,
daarmee smaden zij de voetstappen van Uw ​gezalfde”[6].
Ethan keek achterom. Maar hij kijkt ook vooruit.

Dat kan Mozes ook.
En er is meer.
Mozes heeft van de Here profetische gaven gekregen. En hij weet dat ook.
Dat blijkt bijvoorbeeld in Handelingen 3: “Want ​Mozes​ heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een ​Profeet​ laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken”[7].
Overigens – ongeveer dezelfde tekst vinden we terug in Handelingen 7. In de rede van Stefanus, namelijk[8].
Nu ga ik weer terug naar professor Poorthuis.
Mozes leert ons naar de toekomst kijken, zegt hij. Hij pleit voor een Mozes-benadering. En die is dan met name gericht op actuele kwesties. En wel als volgt: “Ik vind een verbod op vluchten korter dan zeshonderd kilometer een goed idee. Met de Thalys sta je zo in hartje Parijs. Het zou goed zijn als we eraan wennen dat er maatregelen dwingend worden opgelegd. Je kunt niet wachten tot mensen eraan toe zijn, want mensen willen altijd meer. Daar is onderzoek naar gedaan. Een salarisverhoging bijvoorbeeld maakt mensen niet per se blij, want het gaat om de vergelijking met anderen. Als je hoort dat een collega die hetzelfde werk doet als jij, daarvoor meer geld krijgt, voel jij je besodemieterd. Dat staat al in het tiende gebod, waar God zegt: zet uw zinnen niet op het huis van een ander. Want juist wat je bij een ander ziet, wekt begeerte op”.

Dat klinkt ambitieus.
En laat ik er niet omheen draaien: ik vind het gebruik van het woord ‘besodemieterd’ onacceptabel; zéker als het uit de mond van een theoloog komt.

Maar het belangrijkste is, wat mij betreft, het volgende: het is uiterst merkwaardig om milieumaatregelen anno 2018 op te hangen aan het leven van Mozes.
We kunnen Mozes toch niet typeren als een milieuactivist avant la lettre?

Mozes wijst ons erop dat Gods beloften altijd in vervulling gaan.
Altijd? Ja!
Daar mogen gelovige mensen ‘Amen’ op zeggen.
In de tweede brief aan de christenen in Corinthe formuleert Paulus het zo: “Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem ​amen, tot verheerlijking van God door ons”[9].

Lezen over en studeren op het leven van Mozes is een heel goede zaak.
Maar dan moeten wij wel letten op de lessen die de Here ons leren wil.
Als wij in ons eigen leefklimaat blijven steken, wordt de Bijbel een plat boek. Bovendien – dan is de hemel voorgoed afgesloten. En dat kan de bedoeling niet wezen.

Noten:
[1] “Vrije tijd is meer dan opladen”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 9 februari 2018, p. 10. Vraaggesprek met professor dr. M. Poorthuis.
[2] Zie voor meer informatie over de heer Poorthuis https://nl.wikipedia.org/wiki/Marcel_Poorthuis ; geraadpleegd op maandag 30 juli 2018.
[3] De gegevens van dat boek zijn: Marcel Poorthuis, “Managen met Mozes. Lessen uit de woestijn voor leiders van vandaag”. – Stichting Amphora Books, 2018. – 112 p.
[4] Hebreeën 11:23-29.
[5] Zie https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html .
[6] Psalm 89:50, 51 en 52.
[7] Handelingen 3:22.
[8] Handelingen 7:37: “Dit is de ​Mozes​ die tegen de Israëlieten gezegd heeft: De Heere, uw God, zal voor u een ​Profeet​ laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren”.
[9] 2 Corinthiërs 1:20.

10 augustus 2018

Wees verheugd!

‘Uw wil geschiede’ – dat is een bede uit het bekende Onze Vader.
Volgens de Heidelbergse Catechismus betekent dat: “Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[1].

Met deze bede leggen we ons leven in handen van de God van hemel en aarde. We geven ons bestaan uit handen. In zekere zin althans.
En dat is lastig. Buitengewoon moeilijk zelfs. Jouw leven uit handen geven? Zo van: ik zie wel wat God voor mij in petto heeft? Dat is één van de ingewikkeldste dingen des levens!

Om misverstanden te voorkomen: wij blijven mensen met verantwoordelijkheid.
Wij behoren te leven naar Gods wet. Daarin is de wil van God vervat. Dat is het kader van ons leven.
Daarmee zijn echter niet alle problemen de wereld uit.
Immers – wij willen de zaakjes toch zelf regelen. En eigenlijk willen wij andere zaken, die we niet zelf in de hand hebben, graag ook organiseren.

Niet zo lang geleden voerde ik een paar goede gesprekken met een gelovige en zeer gewaardeerde broeder.
De betreffende broeder maakt zich zorgen over de kerk. ‘Het gaat fout op de kansel’, riep hij in het vuur van zijn betoog. Ach nee, deze man bedoelde heus niet dat er op de preekstoel ongereformeerde dingen worden gezegd.
Deze broeder bedoelde, als ik hem goed begrepen heb, vooral dit: de stijl van de kerk is zo anders als vroeger.
De tijden van K. Schilder (1890-1952) en M.B. van ’t Veer (1904-1944) boden meer verdieping, sprak de broeder bewogen.
En bovendien – na de kerkdienst op zondagmorgen gaat ’t alleen maar over koetjes en kalfjes. Het moge duidelijk zijn: deze broeder heeft weinig met dergelijke dieren; koetjes en kalfjes zijn niet aan hem besteed.

Jazeker – ik begrijp deze broeder heel goed.
Hoe vaak zien we niet een zekere afgang in de kerk?
Intussen wil deze broeder de rijkdom van formuleringen uit oude tijden vasthouden. Terwijl dat lang niet altijd kan. Al was het alleen maar omdat die formuleringen door jongeren vaak niet meer begrepen worden.

Bij de overdenking van dat gesprek kom ik uit bij de inzet van de algemene brief van de apostel Jacobus: “Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heere ​Jezus​ ​Christus, aan de ​twaalf stammen​ die in de verstrooiing zijn: wees verheugd!
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet”[2].

Jacobus is een aardse broer van de Here Jezus. Volgens een Joodse geschiedschrijver, Flavius Josephus, is Jacobus in 62 na Christus gestorven. De brief moet dus ergens in de jaren daarvóór zijn geschreven.

De christenen worden vervolgd. Jacobus is klaarblijkelijk bang dat pas bekeerde christenen hun geloof weer verliezen. Vanwege het feit dat ze worden weggedrukt. En ook door andere omstandigheden, wellicht.

Jacobus is een dienstknecht van God.
Laten wij daar vooral niet overheen lezen.
Jacobus leert aan zijn lezers dat de God van hemel en aarde de wereld in de hand heeft. Op deze manier herinnert Jacobus zijn lezers eraan dat het Hoofd van de kerk actief present is. De Heiland is er bij. Hij laat niet varen wat Zijn hand begon, zeggen we in de kerk. Dat betekent: de hemelse Heer voert het plan dat Hij gemaakt heeft helemaal uit.
Het is heus niet zo dat de kerk in het luchtledige zwerft.
Het is ook niet zo dat Jezus Christus zich teleurgesteld terugtrekt. Zo van: die gelovige mensen op aarde redden zich maar. Welnee! De Redder van het leven beschermt Zijn kinderen, met de kracht die Hem eigen is.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.

Wees verheugd!, schrijft Jacobus. Want de beproeving van uw geloof geeft u meer volharding. U wordt getest. Hoeveel geloofskracht heeft u nu echt?
Eén ding is zeker: die geloofstraining geeft u meer doorzettingsvermogen.
Wees dus maar blij!
Het is belangrijk om dat duidelijk tegen elkaar te zeggen.

Die broeder van hierboven heeft veel zorgen over de kerk.
En laten wij maar eerlijk wezen: we vragen ons allemáál wel eens af hoe het verder moet met de kerk. Want wij bemerken bij tijd en wijle een schrijnend gebrek aan Bijbelkennis. Wij zien verslapping, misschien. En ongeïnteresseerdheid, zo nu en dan.
Daar praten wij met elkaar over. Wij praten elkaar moed in. ‘Wij zijn er nog’, zeggen wij opgelucht. En: ‘laten wij maar volhouden en doorzetten’.
Echter: dergelijke conversatie moet niet de eerste prioriteit in ons leven hebben.
Want het eerste dat wij tegen elkaar moeten zeggen is:
* wat zijn we blij met God de Vader, die ons voortdurend verzorgt!
en:
* wat zijn we blij met onze Heiland, die Zijn kerk permanente bescherming biedt!
Die geloofskennis mag en moet eerst geformuleerd worden.
En daarná moet die kennis steeds op de achtergrond van onze conversaties blijven staan.
Laten we, in al ons doen en laten, maar tonen dat kerklidmaatschap altijd iets feestelijks heeft.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.
Daarmee zeggen wij dan, als het goed is, impliciet: geef dat wij steeds beter leren om onze eigen wensen aan de kant te zetten; geef dat wij zonder mopperen naar Gods wet gaan leven.

Jacobus schrijft: in feite moet geen enkele deugd die een christen eigen moet zijn bij u ontbreken.
Jacobus schrijft: al die deugden moeten bij u zijn gerijpt[3].

Christelijke deugden – welke zijn dat?
Wij kunnen denken aan de volgende: geloof, hoop, liefde, godsvrucht, ootmoed, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, rechtvaardigheid, trouw, ingetogenheid, matigheid, zelfbeheersing, volharding, vrijgevigheid en mededeelzaamheid[4].

Die oproep van Jacobus klinkt wellicht wat zweverig.
Immers: alle deugden moeten gerijpt zijn.
Maar dat ideaal is toch onbereikbaar?
Moeten wij ons toch zorgen over de kerk gaan maken?
Zeker niet!
Want net als Jacobus zijn gelovigen van de eenentwintigste eeuw dienstknechten van God. Met andere woorden: godvruchtige mannen en vrome vrouwen zijn in dienst van God.
De Schepper van hemel en aarde geeft Zijn kinderen op aarde ieder een taak. Onze roeping is om die taak standvastig en volgzaam uit te voeren.

Wie zich dat realiseert kan met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus zeggen: Uw wil geschiede.
Die bede geeft geen reden voor onrust of paniek. Want de Machthebber van hemel en aarde heeft kerk en wereld in de hand.
Ook in 2018. Zonder K. Schilder. Zonder M.B. van ’t Veer.
Maar ook nu moet de volharding volledig doorwerken.
Dus gaan wij rustig onze gang.
Gelovig.
Vervuld van christelijke deugden.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[2] Jacobus 1:1-4.
[3] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 1:4.
[4] Zie hierover bijvoorbeeld http://www.christipedia.nl/Artikelen/D/Deugd ; geraadpleegd op vrijdag 27 juli 2018.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.