gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond rond 8 uur ‘s morgens.
Reacties zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze internetpagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

24 augustus 2016

Dapper dienen

De geschiedenis van de drijvende bijl heb ik – eerlijk gezegd – altijd een tamelijk zonderling wonder gevonden[1].
Elisa woont, samen met een aantal andere profeten, in één huis. Maar de broeders zijn eigenlijk te klein behuisd. Om een aanbouw te kunnen realiseren willen zij hout gaan hakken. Dat hout is afkomstig van bomen bij de Jordaan. Op verzoek van de profeten gaat Elisa mee.
Juist als er druk gewerkt wordt verdwijnt een geleende bijl in de Jordaan. Dat wordt aan Elisa gemeld. Op de plaats waar de bijl in het water is gevallen gooit Elisa een stuk hout in de rivier. Prompt komt de bijl weer bovendrijven. Gelukkig maar!
Wat kunnen wij van dit mirakel leren?
Hoe moeten wij tegen dit wonder aan kijken?

Vandaag wil ik mijn gedachtegang als volgt samenvatten:
* De God van het verbond toont Zijn macht
* De God van het verbond redt de kerk
* De God van het verbond let op de kleintjes

In de eerste plaats dit: onze God is almachtig.
Hij stuurt niet alleen de kerk aan. En ook niet slechts het instrumentarium waarmee voor de bescherming van de kerk gezorgd wordt.
De Here heeft, om het zo maar uit te drukken, ook het buitenland in de hand.
In 2 Koningen 5 lezen we over de Syriër Naäman. Uiteindelijk doet Naäman gewoon wat Hem, via de profeet Elisa, door de Here bevolen wordt. God is ook buiten de grenzen van Israël actief[2]!
In 2 Koningen 6 gaat het over de manier waar de Here Zijn volk voor Aram afschermt. Letterlijk: door blindheid van de Arameeërs[3].

Jarenlang al wordt er op het kerkplein van gedachten gewisseld over de werfkracht van de kerk. Men praat over missionair werk. En over uitstraling.
Nee, dat is helemaal niet verkeerd. Integendeel.
Als wij ons daarbij maar wel realiseren dat de uitstraling van de kerk in feite door de God van het verbond wordt verzorgd.
In verband met de historie rond Naäman schreef de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant G. van Rongen (1918-2006) eens: “Israël moest niet importeren, maar exporteren. Het moest niet ontvangen maar juist omgeven. Niet zich laten beïnvloeden van buitenaf maar zijn eigen invloed naar buiten laten gelden. Zij hadden zoveel te bieden!”[4].
Waarvan akte.

In de tweede plaats gaat het hier over profetenzonen.
Er zijn er zoveel dat het huis waar zij in wonen te klein wordt.
En dat terwijl Izebel haar uiterste best heeft gedaan om alle profeten van de Here uit te roeien.
Totale uitroeiing is echter door Gods macht voorkomen.
Leest u maar mee in 1 Koningen 18:
“Obadja was iemand, die de Here zeer vreesde. Toen Izebel de profeten des Heren uitroeide, had Obadja honderd profeten genomen en hen, vijftig bij vijftig, in een spelonk verborgen en met brood en water verzorgd”[5].
En:
“Is het mijn heer niet meegedeeld, wat ik gedaan heb, toen Izebel de profeten des Heren doodde? Toen heb ik van de profeten des Heren honderd man verborgen, vijftig bij vijftig in een spelonk, en ik heb hen met brood en water verzorgd”[6].

Obadja is niet de eerste de beste. Hij is de directeur van de koninklijke hofhouding. Vandaag de dag draagt zo iemand meestal de titel ‘grootmeester’[7].
Welnu, deze grootmeester is een instrument in de handen van God. Obadja heeft, om zo te zeggen, de opdracht om het werk in de kerk voort te laten gaan.
Wellicht zijn wij geneigd om, vervuld van somberheid, op te merken dat zulke mensen er amper meer zijn. Mensen die de kerk dapper dienen – als we hen zoeken, mogen wij wel een lantaarntje meenemen.
Maar in 1 Koningen 18 wordt duidelijk dat er maar één of twee mensen nodig zijn om de kerk verder te helpen. Zo groot is Gods macht!

In de derde plaats dit: laat niemand denken dat de Here God alleen maar groot denkt[8].
Hij heeft ook aandacht voor een bijl, die geleend is.
En voor de moeilijkheden die het zinken van die bijl voor de lener meebrengt. Het lijkt er op dat die lener ook geen geld heeft om een nieuwe bijl te kopen.

De Here heeft zeker aandacht voor de enkeling.
Ja, ook voor kleine Gereformeerde kerken in Nederland, zoals DGK: De Gereformeerde Kerken in Nederland. Kerken waar groot denkende Nederlanders – om het maar modern te zeggen – helemaal niets mee hebben. Kerken die zelfstandig werkende Nederlanders een beetje vergeten.
Die paar verzen uit 2 Koningen 6 maken ons duidelijk dat dapper dienen in de kerk zeer de moeite waard is!
Om weer met dominee Van Rongen te spreken: “Dit verhaal laat zien: De Here staat achter de zijnen. Hun zaak is zijn zaak! Deze geschiedenis is een nieuw bewijs: Gaat die ‘rest’ behouden en bouwt ze uit tot een nieuw Israël”[9].

De kerk wordt beschermd.
Ook in Nederland.
Soms lijkt dat niet zo.
Maar 2 Koningen 6 bewijst ons dat het wel zo is.

Noten:
[1] Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik een notitie die ik op zaterdag 9 mei 1998 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 566 en is getiteld ‘Elisa en Nederlandse linksigheid’.
[2] Over hem schreef ik op deze plaats onder meer in het artikel ‘Het voorbeeld van Naäman’; hier gepubliceerd op vrijdag 23 januari 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/01/23/het-voorbeeld-van-naaman/ .
[3] Zie hierover mijn artikel ‘Gods wil en 2 Koningen 6’; hier gepubliceerd op maandag 1 december 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/12/01/gods-wil-en-2-koningen-6/ .
[4] G. van Rongen, “Elisa, de profeet”. – Groningen: De Vuurbaak, z.j. – 195 p. – Citaat van p. 128.
[5] 1 Koningen 18:3 b en 4.
[6] 1 Koningen 18:13.
[7] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Grootmeester_(hofhouding) ; geraadpleegd op zaterdag 6 augustus 2016.
[8] In de alinea hieronder maak ik onder meer gebruik van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1848.pdf ; pagina 84 en volgende. Geraadpleegd op zaterdag 6 augustus 2016.
[9] Van Rongen, a.w., p. 128.

23 augustus 2016

Zondag 4 contra Islamitische Staat

“Wil God zo’n ongehoorzaamheid en afval ongestraft laten?
Antwoord:
Beslist niet, maar God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen. Hij wil die dan ook door een rechtvaardig oordeel in tijd en eeuwigheid straffen, want Hij heeft gezegd: Vervloekt is een ieder die zich niet houdt aan alles wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen, Galaten 3:10”[1].

Dat zijn zware woorden.
Zondag 4 van de Heidelbergse Catechismus wint er warempel geen doekjes om!

Wegen die woorden vandaag te zwaar?

Nee.
Ze laten echter wel duidelijk zien waar wij staan. Dat is in deze wereld ook dringend noodzakelijk.

Die conclusie noteer ik omdat onlangs een nieuw nummer verscheen van Dabiq, de glossy van Islamitische Staat.

In die editie van Dabiq moeten kinderen van God het ontgelden. Het is voor de eerste keer dat een themanummer van Dabiq geheel aan de christenheid gewijd is.
Ik citeer: “We haten jullie, allereerst en vooral, omdat jullie ongelovigen zijn; jullie verwerpen de eenheid van Allah –of je het je nu realiseert of niet– door Hem partners toe te kennen om te aanbidden, je maakt je schuldig aan blasfemie door te claimen dat Hij een zoon heeft”.

Islamitische Staat verkondigt haat tegen alle christenen, waar ook ter wereld.

Uitgebreid wordt beargumenteerd dat Christus niet Gods Zoon is. Men maakt duidelijk dat Christus niet gekruisigd is.

In Dabiq wordt gesteld dat Simon van Cyrene – de man die Christus’ kruis droeg – in Jezus’ plaats werd gestraft. Dat Gods Woord iets heel anders zegt, is het gevolg van diverse vervalsingen. Er zijn, zo zegt men, teksten in de Bijbel veranderd.

Kennelijk zijn er ook niet-veranderde Bijbelteksten. Die gebruikt Islamitische Staat om het eigen gelijk te bepleiten. Zeer bijzonder en uiterst merkwaardig[2][3].

Welnu, in Zondag 4 van de Heidelbergse Catechismus gaat het over Gods toorn.
Over Zijn laaiende woede.
Ja, ziedend is Hij.
Die gramschap wordt veroorzaakt door de erfzonde. En door de zonde die u en ik iedere dag doen.
Daar velt de hemelse God een rechtvaardig oordeel over.
In Zondag 4 kijken wij niet om ons heen. Wij schrijven geen volken en bevolkingsgroepen af.
Wij kijken naar boven. En vervolgens naar onszelf.
Wij kijken naar God.
Naar Zijn diepe verontwaardiging.
Naar Zijn enorme verbolgenheid.
En dan weten wij het: onze schuld is groot.
De wereld is een enorme bron van zonde. Van destructie. Van revolutie.
Wij hebben straf verdiend. Jazeker. Nee, niet van Islamitische Staat. Maar van God!

Het is, naar het mij voorkomt, belangrijk om dat laatste te accentueren.
De Here wil ons rechtvaardig oordelen. Zijn rechtvaardigheid eist dat wij worden gestraft.
Dat wil echter niet zeggen dat onze levens kapot moeten worden gemaakt. U kent die beelden wel: opnames van onthoofdingen, verminkte lichamen en totale verwoesting.
Laat ik, op dit punt aangekomen, ons allen aan Galaten 3 mogen herinneren.
De Heidelbergse Catechismus doet dat bij Zondag 4 ook. Heel nadrukkelijk bovendien: de verwijzing naar Galaten 3 staat in de lopende tekst; niet in de noten daaronder.

In Galaten 3 wijst Paulus op de werkkracht van de Heilige Geest. In Galatië – een Romeinse provincie in het centrum van Klein-Azië, zeg maar: het huidige Turkije – zijn heel bijzondere dingen gebeurd[4]. Maar dat lijken de mensen in Galatië  alweer zo’n beetje vergeten.
Die Galaten lijken een beetje wispelturig. Nieuwigheden en moderniteiten omarmen ze met nauw verholen graagte. Intussen raken ze zodoende snel op allerlei dwaalsporen[5].
Paulus attendeert op Abraham: “Op dezelfde wijze heeft ook Abraham God geloofd en het is hem tot gerechtigheid gerekend”[6].
De Here heeft tegen Abraham gezegd: “In u zullen alle volken gezegend worden”[7]. En vervolgens noteert Paulus: “Zij, die uit het geloof zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham”[8].
De kwestie is: wij moeten in God geloven, net zoals Abraham dat eertijds deed. Wij mogen rekenen op Zijn verlossingsplan.
Wij kunnen zelf de hemel niet – herhaal: niet – verdienen.
Sterker nog: als het van onszelf afhing, dan ging deze wereld roemloos ten onder in een poel van weerzinwekkende menselijke machtswellust en meedogenloze  zonde. Daar toornt de hemelse God over.
Van Gods kinderen wordt geloof gevraagd.

Het is duidelijk dat binnen Islamitische Staat machtsmisbruik en meedogenloosheid aan de orde van de dag zijn. De activiteit van het kalifaat is totaal destructief. Wij zien ontwrichtende vernieling. Vernietigende afgoderij.
Islamitische Staat demonstreert op die manier voor het oog van de ganse wereld de macht van diep gewortelde zonde. Geradicaliseerde jihadstrijders laten zien wat er gebeurt als het heidendom een machtsblok wordt.

Ziet u dat Islamitische Staat in feite diametraal tegenover Zondag 4 staat?
Men neemt het recht in eigen hand. De toorn van God over zonde en schuld wordt niet erkend.
Goddelijke woede wordt straal genegeerd.
En men doet alsof het Goddelijk verlossingsplan niet bestaat.

Islamitische Staat wil de afgod graag een beetje helpen. Daarom wordt haat en afbraak gepredikt.
De kerk kent Gods toorn. Maar die toorn ziet zij in het licht van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil. Zou men dus beweren dat Christus niet genoeg is, maar dat er naast Hem nog iets anders nodig is, dan is dat een gruwelijke godslastering. Daaruit zou immers volgen dat Christus maar een halve Heiland is. Daarom zeggen wij terecht met Paulus, dat wij door het geloof alleen, of door het geloof zonder de werken, gerechtvaardigd worden”[9].

Zondag 4 is niet alleen maar aak’lig zwart[10].
Achter die donkere wolk schijnt de zon!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, vraag en antwoord 10.
[2] Zie: Reformatorisch Dagblad, donderdag 4 augustus 2016, p. 1.
[3] Over Islamitische Staat heb ik op deze pagina al wel vaker geschreven. De betreffende artikelen zijn te vinden als u klikt op https://bderoos.wordpress.com/tag/islamitische-staat/ .
[4] Zie over Galatië http://christipedia.nl/Artikelen/G/Galatie ; geraadpleegd op donderdag 4 augustus 2016.
[5] Zie over de Galaten http://christipedia.nl/Artikelen/G/Galaten ; geraadpleegd op donderdag 4 augustus 2016.
[6] Galaten 3:6.
[7] Galaten 3:8.
[8] Galaten 3:9.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[10] Deze manier van uitdrukken gaat terug op Psalm 43:2 in de berijming-1773:
“Mijn God, ik steun op Uw vermogen,
Gij zijt de sterkte van mijn hart;
Waarom verstoot Gij m’ uit Uw ogen,
Waarom ga ik terneergebogen,
Door ‘s vijands wreed geweld benard,
Gestaag in ‘t aak’lig zwart?”.

22 augustus 2016

Wereldwijd paradijs

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Stelt u zich eens voor dat in de hele wereld werd gesproken over het geloof van leden van De Gereformeerde Kerk Groningen[1]. ‘Die mensen in Adorp, die presteren wat met elkaar!’.
Ach, wij beseffen wel dat dat niet gebeurt.

Maar wat moeten wij dan aan met Romeinen 1?
Na de alinea met een begroeting valt de apostel Paulus met de deur in huis: “In de eerste plaats dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, omdat in de gehele wereld van uw geloof gesproken wordt”[2].

Paulus dankt door Jezus Christus.
De Here God zorgt ervoor dat Paulus danken kan en danken gaat. Het is diezelfde Here die er zorg voor draagt dat Paulus, en de hele wereld met hem, geloof ziet. Er valt veel te danken!

Even zo goed ziet het er allemaal wat onwerkelijk uit. Het klinkt wat wonderlijk in onze oren.
De eerste regel van onze brieven en e-mails luidt zo goed als nooit: ik ben zo blij met uw geloof. Als wij dat al doen, geven we gaarne eerst een opsomming van dingen waaruit dat geloof in de praktijk blijkt.
Dat is, dunkt mij, een leermoment voor ons. Want ook wij willen zo graag allerlei geloofsblijken zien.

Ik denk aan die moeder van wie een dochter in het ziekenhuis ligt. Er zijn veel zorgen omtrent de gezondheid van het kind.
Tijdens een kort gesprek merkt een ouderling op: ‘Laten wij het maar in Gods handen leggen’.
De moeder valt even stil.
Daarna zegt zij met tranen in haar stem: ‘…maar dat is heel moeilijk hoor!’.
Daar hebt u het: wij willen, misschien ongewild, graag bewijzen van het geloof zien. Want het liefst horen we natuurlijk een antwoord als: laten wij dat doen, want dat is het allerbeste.
Soms overheersen echter verdriet en teleurstelling. Nee, het geloof is dan niet verdwenen. Alleen maar, wij zien er op sommige momenten niet zoveel van.
Laten we niet vergeten dat we alleen kunnen danken door Jezus Christus!

Welnu – Paulus leert ons om op een christelijke wijze naar de wereld te kijken. In Romeinen 1 schrijft hij over “Jezus Christus, onze Here – door wie wij genade en het apostelschap ontvangen hebben om gehoorzaamheid des geloofs te bewerken voor zijn naam onder al de heidenen, tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus”[3].
Wij lezen dus over ontvangen apostelschap. En over geroepen heiligen. En de hele wereld praat er over. Dat is “de wereld rondom de Middellandse Zee met Rome als politiek en cultureel centrum”[4].
Voor dat woord ‘wereld’ – “in de gehele wereld wordt van uw geloof gesproken” – staat er trouwens het woord kosmos. Kosmos: dat woord betekent van oorsprong ‘sieraad’[5]. De door God geschapen wereld is mooi. Als mensen op die aarde geloven, wordt de aarde nog mooier. De Geest van Christus maakt de schepping steeds weer en steeds meer het aanzien waard!

Paulus bidt “of mij eindelijk door de wil van God eens een weg gebaand moge worden om tot u te komen”[6].
Paulus dankt dus op afstand. Hij kent die christenen in Rome niet eens. Maar hij schrijft hen een brief waarin die dank opgetekend staat. Diezelfde brief staat nu in de Bijbel, in het Woord van God. Paulus staat op grote afstand van ons, in tijd en in taal.
Anno Domini 2016 lezen wij een dankwoord dat er niet om liegt. Niet vanwege de geadresseerden van die brief. Want misschien waren het wel rare jongens, die Romeinen. Dat dankwoord liegt er niet om, omdat het over de waarheid gaat. Wat meer is: de weg, de waarheid en het leven[7]. Over Christus dus.

Ook vandaag danken wij door Jezus Christus.
Wij hoeven dus niet zo nodig iets te presteren.
Niet voor niets worden wij christenen genoemd omdat wij door het geloof leden van Christus zijn[8].
En als wij, mensen van de westerse wereld, ons moedeloos gaan voelen omdat er van de christenheid maar weinig over lijkt te blijven, dan moeten wij ons realiseren: God werkt wereldwijd.
Hij zet Zijn plannen door.
Hij maakt van Zijn schepping weer een sieraad.
Zeker – vandaag zien wij veel bederf om ons heen. Maar er is ook stof tot danken. Vanwege geloof in Nederland. Vanwege geloofskracht op afstand. Maar vooral omdat wij mogen geloven dat God van Zijn wereld weer een paradijs maakt!

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op zaterdag 25 april 1998 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 564 en is getiteld ‘Een les in danken’.
[2] Romeinen 1:8.
[3] Romeinen 1:4, 5 en 6.
[4] Ds. Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, 1974. – p. 27.
[5] Ds. Joh. Francke, a.w. – p. 187.
[6] Romeinen 1:10.
[7] Zie Johannes 14:6: “Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij”.
[8] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, vraag en antwoord 32: “Maar waarom wordt u een christen genoemd? Antwoord: Omdat ik door het geloof een lid van Christus ben en zo deel heb aan zijn zalving, om: als profeet zijn naam te belijden, als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren, en als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren”.

19 augustus 2016

Dienstbaar en welgemoed

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Met een zekere regelmaat worden onderzoeken gedaan naar de geloofsbeleving van jongeren[1].
In november 1996 werd een onderzoek gedaan onder 700 vierdeklassers van het Gomarus College in Groningen; dat betrof toen onder meer het geloofsleven. Men constateerde dat er wel kennis van Gods Woord was, doch gaandeweg minder begrip van de Bijbel.
In 2004 schreef iemand dat jongeren van reformatorischen huize in zes groepen uiteenvallen, namelijk traditionele, reformerende, evangelische, tweeslachtige, existentialistische en schijn-bedriegt-refo’s.
Een jaar later – in 2005 dus – sprak iemand in verband met de jeugd over bewuste belijders, behoudende bewakers, verre vreemden en vlotte vernieuwers[2].
We hebben, kortom, over research op dit gebied niet te klagen.

Moeten wij jeremiëren over de jeugd van tegenwoordig?
Laten wij dat niet doen. Dat zou onjuist zijn.
Wij moeten naar onszelf kijken.

Kunnen wij, levend in een welhaast dolgedraaide informatiemaatschappij, uitleggen hoe christenen de hen verstrekte informatie selecteren en interpreteren?

Dit alles overpeinzend neem ik mijn uitgangspunt in Romeinen 1. De brief aan de christenen in Rome begint zo: “Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God”[3].
Zo typeert de apostel zichzelf dus.

Hij is een doulos, een dienstknecht.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Francke (1908-1990) noteerde daar eens bij: “In het Oosten werd elke onderdaan van de koning slaaf genoemd, zelfs al was hij prins van den bloede. Paulus (en elke gelovige) is particulier bezit van de Christus…”[4].

Gods kinderen kunnen zichzelf, als het goed is, allemaal karakteriseren als dienstknechten en dienstmaagden van Christus.

Zijn daarmee de problemen weg?
Denkend over deze vraag wijs ik u op een uitlating van een jongeman die dit jaar de Wereldjongerendagen in het Poolse Krakau bezocht. U weet het wellicht: “de Wereldjongerendagen (…) zijn internationale bijeenkomsten die om de drie jaar door de Rooms-katholieke Kerk worden georganiseerd. Deze vinden plaats in of bij een grote stad, afwisselend in Europa en elders in de wereld, en worden door enkele honderdduizenden tot soms wel meer dan een miljoen voornamelijk jonge katholieke gelovigen bijgewoond”[5].
Welnu – de jongeman in kwestie, Roy Soeters, zegt: “‘Ik ben hier veranderd. Atheïsten zullen zeggen: ‘dat is psychologisch’. Het is veel meer dan dat. Je voelt de bevrijding in jezelf, had ik na een paar dagen al. Alle stress die je dagelijks ervaart, leg je hier weg. Die leg je bij Jezus”[6].
In het geval van Roy lijken de problemen weggevlogen.
Verdwenen.
Bijna ongemerkt ingevoegd in het honingraatpatroon van prachtige wolkenstraten.
Maar dat is gezichtsbedrog.
Want eenmaal teruggekeerd in het gewone leven komen de problemen ongetwijfeld weer heel snel op Roy af.
En ach, wij kennen allen stress. Wij ergeren ons bij tijd en wijle allen groen en geel aan bepaalde situaties, waaraan we soms ook nog niets kunnen doen. Wij allen hebben wel eens te maken met onwil, oneerlijkheid en onrechtvaardigheid. Tegenslagen? Ach, ze zijn soms aan de orde van de dag.
En ja – Paulus weet daar heus wel het een en ander van. Hij schrijft in Romeinen 1 over “onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, (…) nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid”[7].
De problemen zijn dus niet weg.
De kwestie is dat wij dienstknechten en dienstmaagden van Christus moeten wezen. Dat moeten ouderen aan jongeren leren; niet minder, maar zeker ook niet meer. En waar leren zij dat? Antwoord: in de kerk.

Wanneer wij in dienst zijn van God, leven wij niet altijd in volkomen ontspanning.
Maar we geloven wel in Jezus Christus. In de God die mens werd. In de Man die de dood overwon.
Zodoende predikt Paulus het Evangelie van de vergeving der zonden.
En het is dat blijde Bericht dat de kerk van 2016 nog altijd mag en moet proclameren: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde”[8].

Wij denken vaak lang na over allerlei dingen die misgaan in het leven. Wij verwerken teleurstellingen. Wij vangen klappen op, waarvan wij de pijn nog lang voelen.
De Here God denkt echter nooit meer aan de zonden van Zijn kinderen die Hij vergeven heeft. Wij ontvangen de gerechtigheid van Christus. En daarom weten wij het honderd procent zeker: wij worden niet veroordeeld. De eeuwige straf? Nee, die gaan wij niet meemaken[9]!

Mensen die in dienst zijn van de God van hemel en aarde prediken geen stressloze maatschappij.
Zij verkondigen wel vergeving der zonden. Dat vertellen ouderen aan jongeren door. En als het nodig is herinneren jongeren de ouderen daaraan.

In de praktijk van het leven moeten wij keuzes maken die terug gaan op Christus’ werk. Het is dat reddingswerk – om weer met Romeinen 1 te spreken – “dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften”[10].

In Gods blijde Boodschap staat Jezus Christus centraal.
Laten wij Hem maar maar volgen. Jongeren zowel als ouderen.
Dan komt het goed met ons.

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik verspreid over twee zaterdagen, 4 en 11 april 1998, schreef. Die notitie heeft het volgnummer 563 en is getiteld ‘Dienstknechten en dienstmaagden’.
[2] Zie hiervoor onder meer: W. Fieret, “Verbinders, schakelaars en ontkoppelaars”. In: PuntKomma, katern van het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 24 augustus 2012, p. 4 en 5.
[3] Romeinen 1:1.
[4] Ds. Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof”. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, 1974. – p. 21.
[5] Citaat van https://nl.wikipedia.org/wiki/Wereldjongerendagen ; geraadpleegd op dinsdag 2 augustus 2016.
[6] Citaat van http://www.youngholy.nl/relitrends/wereld-jongerendagen-polen_201608 ; geraadpleegd op dinsdag 2 augustus 2016.
[7] Romeinen 1:29, 30 en 31.
[8] Johannes 3:16 en 17.
[9] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 56: “Omdat Christus voldaan heeft, wil God nooit meer denken aan al mijn zonden, ook niet aan mijn zondige aard, waartegen ik mijn leven lang moet strijden. Maar God schenkt mij uit genade de gerechtigheid van Christus, zodat ik nooit meer door Hem veroordeeld word”.
[10] Romeinen 1:2.

18 augustus 2016

Verzoening verloochend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Vele mensen zijn er die Jezus Christus niet als hun Verlosser willen aanvaarden[1].
Maar wat komt daar vervolgens voor in de plaats?
Niets.
Een groot hiaat.
Een gapend gat.

Dat is eigenlijk niets nieuws.
Professor C.J. den Heyer, die tot 1 januari 2002 hoogleraar Nieuwe Testament was aan de synodaal-gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen, kan daarover meepraten[2]. Eens sprak hij: “Dat Jezus tegelijk God en mens is (…) is naar mijn overtuiging een dogmatische constructie van latere tijd”.
En:
“Ik kan met onzekerheden en zoeken heel goed leven”. Geloven is voor hem “een op weg zijn. Wandelen met de Here”.
U begrijpt: ergens lijkt het voor Den Heyer toch een veilige gedachte dat de Here er bij is. Maar veel meer biedt zijn zienswijze niet. Want de verzoeningsleer is afgeschaft.
De bovenstaande citaten komen uit een krant. Als kop stond er boven: “Den Heyer gelooft, maar niet met zekerheid”[3].

Het bovenstaande leidt ons schier onweerstaanbaar naar Mattheüs 12: “Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, maar hij vindt die niet. Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren; en als hij komt, vindt hij het leegstaan en geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mede, bozer dan hijzelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin. Alzo zal het ook gaan met dit boze geslacht”[4].

Dit Schriftgedeelte beantwoordt de vraag: wat gebeurt als er geen waar geloof in Jezus Christus is? Het antwoord luidt: eerst komt er een leegte en daarna komt de duivel versterkt terug.

In het leven moeten wij dus serieus rekening mee houden met de volgende gang van zaken: waar God niet woont, grijpt de duivel zijn kans.

Den Heyer zei indertijd: ik wandel met de Here.
Maar dat houdt dan bij de dood op. Want als hij – kort gezegd – niet meer gelooft in de verzoening door voldoening, is het aardse sterven het einde van het leven.
Dan biedt de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die dit alles samenvat, geen troost meer. U weet wel: “Wij geloven dat wij geen toegang hebben tot God dan alleen door de enige Middelaar en Voorspraak Jezus Christus, de rechtvaardige. Hiertoe is Hij mens geworden en heeft Hij de goddelijke en menselijke natuur verenigd, om ons mensen toegang te geven tot de goddelijke majesteit. Anders zou de toegang voor ons gesloten zijn. Maar deze Middelaar, die de Vader ons gegeven heeft tussen Zich en ons, moet ons door zijn verhevenheid niet afschrikken, zodat wij een andere, naar eigen inzicht, zouden gaan zoeken. Want er is niemand onder de schepselen in de hemel of op aarde die ons meer liefheeft dan Jezus Christus…”[5].

Van Den Heyer is het, voor zover ik het nu kan bekijken, eigenlijk niet zo’n grote stap naar doctor J.M. Burger.
Doctor Burger doceert systematische theologie aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen.
U kent de offertheorie van Hans Burger toch wel?
De Gereformeerd-vrijgemaakte emerituspredikant D. de Jong schreef daar eens over: “Die theorie komt in het kort hierop neer, dat Christus ons door zijn Vader gegeven is om door zijn volmaakte toewijding het ons mogelijk te maken weer in toewijding en verbondenheid met God te leven. Dat klinkt goed, maar het betekent in Burgers theorie niet dat Christus door de Vader gezonden is om door zijn aan het kruis vergoten bloed ons te verlossen van onze schuld en met God te verzoenen. Zulk een wrede, bloeddorstige en immorele god hebben we volgens hem gelukkig niet”.
En:
“Al die bloederige dierenoffers zoals die vroeger in veel godsdiensten, ook die van het Oude Testament, gebracht werden, dat staat ons toch tegen. En dan durft hij zelfs te beweren dat de Bijbel dat ook vindt, zie maar in de Psalmen 40, 49, 50, en Jezus’ kritische houding tegenover de tempeldienst. Dat Schrift en belijdenis leren dat de bloedige offers en tempeldienst niet werden afgeschaft vanwege de bloederigheid, maar vervuld door Jezus’ bloedstorting aan het kruis, het lijkt wel of deze Kamper theoloog daar nog nooit van heeft gehoord”.
De achtergrond van de theorie van Burger wordt getypeerd met de zin:
“We kunnen in onze hedendaagse cultuur die ouderwetse bloedtheologie toch niet meer verkondigen; dat is niet meer geloofwaardig”[6].

Doctor Burger gaat, als ik het goed zie, dezelfde kant op als professor Den Heyer. Als Burger een beetje doorloopt kan hij Den Heyer misschien nog inhalen.

Hierboven viel een belangrijk woord: geloofwaardig.
Wij moeten geloven wat er in Gods Woord staat. Wat dat is geloof-wáárdig!

Weet u wat het probleem is?
Mensen willen zien en begrijpen wat God doet.
En plotsklaps staan wij weer midden in Mattheüs 12.
Want daar willen de Farizeeën ook iets zien. Ik citeer: “Toen antwoordden Hem enige der schriftgeleerden en Farizeeën en zeiden: Meester, wij zouden wel een teken van U willen zien. Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten. De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hier. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier” [7].

De Farizeeën willen een teken zien.
Zien dus; dan zullen zij wellicht geloven.
Jezus wijst hen op de Ninevieten: zij geloofden de profetie van Jona.

Natuurlijk – eigenlijk zouden Gereformeerden ook wel een teken willen hebben.
Kerkgroei bijvoorbeeld.
Geestelijke groei bijvoorbeeld. Die willen wij graag meten.

In feite is slechts één ding nodig. Wij moeten op Christus zien. Oftewel: wij moeten naar onze Heiland kijken.

Laten wij het maar bedenken: het zich afkeren van het Evangelie begint bij de wens meer te zien van wat God doet.

Kent u de inzet van Hebreeën 11?
“Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet”[8].
Voor een rechtgeaard Gereformeerd mens spreken die woorden boekdelen!

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op zaterdag 28 maart 1998 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 562 en is getiteld ‘Zicht op verzoening’.
[2] Zie voor meer informatie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Cees_den_Heyer ; geraadpleegd op maandag 1 augustus 2016.
[3] De citaten komen uit de ZoZ-bijlage van het Nederlands Dagblad, zaterdag 28 maart 1998, p. 3.
[4] Mattheüs 12:43-45.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[6] Zie http://www.bijbelknopendoos.nl/kn24.htm ; geraadpleegd op maandag 1 augustus 2016.
[7] Mattheüs 12:38-42.
[8] Hebreeën 11:1.

17 augustus 2016

Eenvoudige regel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De Bijbel is geen handboek. Er staat niet precies in hoe u en ik zich in bepaalde situaties moeten gedragen. Er staan geen pasklare oplossingen voor grote problemen in.
Toch komt Gods Woord heel dicht bij ons eigen leven. Zonder omwegen. Rechttoe rechtaan.
Dat blijkt bijvoorbeeld in Lucas 6: “En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo”[1].

Geachte lezers, hoe simpel kan het wezen?
Want zegt u nou zelf: het bovenstaande is vrij logisch.
Het spreekt allemaal vanzelf, zou je zeggen. Niet dan?
Waarom is deze eenvoudige regel eigenlijk in Gods Woord opgenomen?

Deze regel houdt Jezus in eerste instantie aan Zijn discipelen voor. Overigens luisteren andere mensen mee[2].

Jezus Christus spreekt over het Koninkrijk van God. U bent te feliciteren als u daar burger van bent!
Dat burgerschap is alleen te verkrijgen als u met lege handen bij God komt. Als u zich – vanwege uw rijkdom – zelf denkt te kunnen redden wordt het met dat burgerschap van Gods Koninkrijk niets.
U heeft alleen maar recht op dat burgerschap als u aan dat Koninkrijk trouw bent, en er voor uit komt dat daar uw vaderland is[3].

De hierboven geciteerde regel is een deel van de grondwet van dat Koninkrijk.

De grondwet inderdaad.
Het is de basis van ons bestaan.

Johannes Calvijn schrijft over deze tekst: “Hier is geen lange en ingewikkelde redenering nodig, wanneer men deze eenvoud slechts betracht, en door geen verkeerde eigenliefde de in ons hart gegraveerde rechtheid verkracht”.
In een heel oud nummer van De Waarheidsvriend, het bekende tijdschrift van de Gereformeerde Bond, wordt daarbij geschreven: “Schrikt ge daarvan, dat er staat ‘de in ons hart gegraveerde rechtheid’? En dat bij Calvijn! Maar zó is het : ons eigen geweten is hier onze leermeester, waartegen we dan helaas zo dikwijls in onze zondige ‘eigenliefde’ ingaan. Waartegen we in ons egoïsme, zo dikwijls zondigen, omdat we ons zelf zoeken”.

Opnieuw citeer ik Calvijn:
“Christus geeft hier aan Zijn discipelen de verklaring van de enige reden waarom er zoveel hatelijkheid in de wereld is en zovelen elkander pijn en leed doen en nadeel berokkenen. Die enige reden is: dat de mensen wetens en willens de billijkheid met voeten treden, hoewel echter ieder streng eist, dat deze jegens hem zelf in acht genomen zal worden. Waar het ons eigen voordeel geldt — zegt Calvijn — ‘is er geen mens, die niet precies, duidelijk en fijn weet te zeggen, wat billijk en recht is. Allen betonen zich, als het hun eigen welzijn betreft, fijne meesters in het beoordelen van hetgeen billijk is’”.

“Hoe komt het dan”, vraagt Calvijn, “dat diezelfde kennis ons niet ten dienste staat, wanneer er van eens anders voordeel of schade sprake is? En het antwoord is: niets anders dan, omdat wij slechts voor ons zelf wijs willen zijn, en omdat we met het belang van onzen naaste niet te rade gaan. Ja, veel meer, omdat we met boosaardig overleg en met opzet verduisteren, de maatstaf der billijkheid, die in ons binnenste gevonden wordt”[4].

Nu komen we bij de reden van de opname van die bekende regel in de Bijbel.
Die reden ligt bij onze zonde. Onlangs schreef ik op deze plaats: “Zonde zit in ons leven ingemetseld. Het is een verdorvenheid, waaruit zonde ‘ontspringt als opwellend water uit een giftige bron’. Daarin zit dus de verklaring van de ellende in de wereld”[5].
Daar hebt u het.
De zonde zit ons voortdurend dwars.
De zonde blokkeert ons godsdienstig leven.
Daarom is het noodzakelijk dat deze regel ons voorgeschreven wordt.

Het is natuurlijk beschamend dat beschaafde mensen deze regel voorgeschreven moeten krijgen. Als we enkel en alleen vanuit onszelf redeneren, wordt de grondwet van Gods Koninkrijk bij het oud papier gegooid. Als wij dicht bij onszelf blijven, leggen wij de Bijbel in de archiefruimte van ons bestaan.
Het is genade van God dat Jezus Christus ons dit grondwetsartikel inprent. Dit christelijk levensmotto wordt er bij ons ingehamerd. Want Gods Koninkrijk zal nooit zonder onderdanen wezen!

Als wij nog wat verder door denken, zien we al snel hoe actueel die eenvoudige regel is.

Tientallen jaren al is in onze maatschappij de dialoog in de mode[6].

Laat ik in verband met die dialoog de zorg voor mensen met een beperking als voorbeeld nemen. Daar filosofeert men al decennia over gelijkwaardigheid van de mensen. Over support, over ondersteuning. Over mensen met mogelijkheden. En over zelfsturing.
Nee, ik zeg daar geen kwaad van. Allesbehalve dat!
Ik vraag wel: willen Gereformeerde mensen, bij de toepassing van die eenvoudige regel uit Lucas 6, ten diepste iets anders dan – laten we zeggen – humanisten?
Het lijkt er op dat er, op dit punt althans, in de praktijk weinig verschil tussen christenen en seculieren is.
Schijn bedriegt echter.
Christenen weten dat zij, bij de toepassing van die simpele regel, de leiding van God nodig hebben. Als werkers in de zorg die Goddelijke leiding negeren, wordt de zorg zomaar bureaucratisch. Als werkers in de zorg die Goddelijke leiding negeren, wordt de zorg zomaar onbarmhartig. Voor wij ‘t weten worden zorgvragers dan tussen allerlei regels gemangeld.

U begrijpt wel dat het bovenstaande ook in andere bedrijfstakken toepasbaar is.
In de transportsector.
In het midden- en kleinbedrijf.
Bij de overheid.
Enzovoort.

Een goed gesprek is prima.
Een dialoog is helemaal niet verkeerd.
Maar daarmee is uiteindelijk niet alles gezegd. Zeker niet.

Gereformeerde mensen hebben Gods leiding nodig.
God geeft ons geen support. Hij ondersteunt ons niet alleen. Hij leidt ons. We zijn niet zelfsturend, wij worden gestuurd. Hij brengt ons op Zijn weg, naar Zijn Koninkrijk.
In die wetenschap wordt de toepassing van de regel uit Lucas 6 de gewoonste zaak van de wereld.

Noten:
[1] Lucas 6:31.
[2] Zie Lucas 6:17: “En Hij daalde met hen af en bleef staan op een vlakke plaats en daar was een grote schare van zijn discipelen en een grote menigte van volk uit het gehele Joodse land en Jeruzalem en van Tyrus en Sidon aan de zee”. En 6:20: “En Hij hief zijn ogen op naar zijn discipelen en zeide…”.
[3] Zie Lucas 6:20-26.
[4] Geciteerd via De Waarheidsvriend, donderdag 10 maart 1938, p. 150 (rubriek: Vragenbus). Te vinden via www.digibron.nl . Terwille van de leesbaarheid heb ik de spelling aangepast.
[5] Zie mijn artikel ‘Heerlijke bol?’; hier gepubliceerd op dinsdag 16 augustus 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/08/16/heerlijke-bol/ .
[6] In het onderstaande gebruik ik een ‘weeknotitie’ die ik op zaterdag 14 februari 1998 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 559 en is getiteld ‘Een begeleidende God?’.

Volgende pagina »

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 35 andere volgers