gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond rond 8 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

26 juli 2017

Rome en reformatie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Het schijnt dat de verschillen tussen Rome en de Reformatie zijn opgeheven. Enkele weken geleden stond dat in de krant.
Het geschilpunt tussen Rooms-katholieken en protestanten bestaat niet meer.
Hoera…???

Dat samengaan van Rome de en de reformatie komt overigens niet plotsklaps uit de lucht vallen. In 1990 werd al vastgesteld dat het geschil neerkwam op misverstanden over formuleringen en het foutief interpreteren van diverse denklijnen[1].

In de officiële gemeenschappelijke verklaring van de Lutherse Wereldfederatie en de Rooms-katholieke Kerk uit 1999 staat te lezen: “De twee dialoogpartners hebben zich verbonden om de studie van de bijbelse grondslagen van de leer van de rechtvaardiging voort te zetten en te verdiepen. Zij zullen bovendien zoeken naar een uitvoeriger gemeenschappelijk verstaan van de leer van de rechtvaardiging, dat verder gaat dan datgene wat in de Gemeenschappelijke Verklaring en de aangehechte stavende verklaring is behandeld.
Uitgaande van de bereikte consensus is voortzetting van de dialoog vereist in het bijzonder over de punten, die vooral zijn genoemd in de Gemeenschappelijke Verklaring zelf (…) als punten die een verdere verduidelijking nodig hebben om te komen tot de volledige gemeenschap tussen de kerken, een eenheid in verscheidenheid, waarin resterende verschillen zouden worden ‘verzoend’ en niet langer een verdeeldheid zaaiende kracht hebben. Lutheranen en [Rooms-]katholieken zullen hun pogingen voortzetten oecumenisch in hun gemeenschappelijk getuigen de boodschap van de rechtvaardiging te vertalen in woorden, die relevant zijn voor mensen van vandaag, en verband houden met zowel de individuele als de maatschappelijke interesse van onze tijd”[2].

Zou het intussen werkelijk wezen dat ook Rooms-katholieken de Nederlandse Geloofsbelijdenis na gaan spreken?
U weet wel: “Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[3].
Gaan de Rooms-katholieken de Nederlandse Geloofsbelijdenis naspreken? Ik geloof er niets van.

De vraag is natuurlijk: wie of wat is er dan veranderd?
Professor dr. H. van den Belt, bijzonder hoogleraar Gereformeerde godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt: “De diepgaande verschillen kun je niet afdoen als accentverschillen of wegverklaren met een verwijzing naar de toenmalige historische context of naar wederzijdse karikaturen. Als protestanten geneigd zijn om die verschillen te relativeren, is dat meestal een symptoom dat erop wijst dat de toe-eigening van de genade door het geloof alleen en de toerekening van de gerechtigheid van Christus bij die protestanten zelf wordt gerelativeerd”[4].
Daar hebben wij een belangrijk punt te pakken: veel mensen de zichzelf gereformeerd noemen hebben zoveel ingeleverd dat zelfs de Reformatie van 1517 onnodig was. Met de kennis van nu althans.

Er was eens een rooms-katholiek die zei: “Hiermee zitten we in het hart van het grote mysterie dat uiteindelijk helaas een conflict is geworden: het grote geheim van de menselijke vrijheid en Gods genadewerk. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, blijft een mysterie. Daarbij heeft de Katholieke Kerk echter – net als de eerste reformatoren trouwens – altijd volgehouden dat de genade inderdaad voorafgaat. Als ik geloof, is dat een verdienste van mij, maar dat is het uit genade Gods. Het is genade Gods én de menselijke medewerking, maar de genade is altijd eerst. Uit eigen kracht kan geen mens geloven”[5].
Ziet u wat daar staat?
Het is genade Gods én de menselijke medewerking”.

Bij de Rooms-katholieken komt er altijd iets of iemand bij.
Het is Schrift en traditie.
Het is genade en verdienste.
Het is Christus en roomse heiligen.

Hoe is het mogelijk dat vele Gereformeerden anno Domini 2017 wel akkoord kunnen gaan  met de genade Gods in combinatie met de menselijke medewerking?
Een predikant schreef daar eens over: “…niet het geloofsgehoor naar de Schrift als Gods Woord staat centraal, maar uiteindelijk het horen naar jezelf en je bestaan waarin je God kunt vinden. Deze lijnen zien we doorlopen naar de postmoderne mens en geloofsbeleving vandaag. We kunnen dat bijvoorbeeld zien in allerlei kerken waar steeds meer evangelische invloeden op te merken zijn. Hoeveel evangelische en opwekkingsliederen zijn er juist op gericht dat de mens zichzelf leert begrijpen, dat hij innerlijk bewogen raakt”[6].
Bij heel wat Nederlandse christenen komt er ook iets of iemand bij.
Het is Christus en de mens.
Het is Gods genade en menselijke bewogenheid.
Het is begrip van God en het doorgronden van de mens.

Rome en de Reformatie hebben elkaar, zo zegt men, eindelijk gevonden.
Maar nee, een hoeraatje is er voor mij niet bij.
Worden Rooms-katholieken eensklaps Gereformeerd? Nee, daar geloof ik niets van.

Laten wij, Gereformeerden van 2017, het maar houden bij de belijdenis van de Dordtse Leerregels:
“De kruisdood van Gods Zoon is het enige offer en de volledige betaling voor de zonde. De kracht en de waarde ervan zijn oneindig en daarom is deze dood meer dan genoeg om de zonden van de hele wereld te verzoenen”[7].
En:
“De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen het evangelie zendt, moet zonder onderscheid deze belofte openlijk verkondigd worden met het bevel zich te bekeren en te geloven”[8].
En:
“Maar allen die echt geloven en door Christus’ dood van zonde en ondergang bevrijd en behouden worden, ontvangen deze weldaad alleen op grond van Gods genade. Deze genade, die God aan niemand verschuldigd is, heeft Hij hun in Christus van eeuwigheid gegeven”[9].

Noten:
[1] Zie https://www.nd.nl/nieuws/geloof/rome-en-reformatie-zijn-het-eens-wat-nu.2729118.lynkx ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[2] Geciteerd van http://www.oecumene.nl/files/Documenten/Eindtekst_Gemeenschappelijke_Verklaring_Rechtvaardigingsleer.pdf ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[4] “Onderscheid rechtvaardiging en heiliging onopgeefbaar”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 5 juli 2017, p. 2.
[5] Geciteerd van https://www.eo.nl/magazines/visie/artikel-detail/rome-en-reformatie-geding-om-gods-genade/ ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[6] De predikant in kwestie is ds. M. Dijkstra, op dit moment predikant van De Gereformeerde Kerken te Mariënberg en te Emmen/Assen. Geciteerd van http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1563 ; geraadpleegd op donderdag 6 juli 2017.
[7] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 3.
[8] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 5.
[9] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 7.

25 juli 2017

Altijd voorrang

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Dit artikel heeft Zondag 49 uit de Heidelbergse Catechismus als uitgangspunt.
Wij kunnen daar lezen:
“Wat is de derde bede?
Antwoord:
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[1].

Het is niet bijna niet te geloven:
* wij verloochenen onze eigen wil
* wij zetten onszelf aan de kant
* wij spreken Hem niet tegen
* wij doen ons werk gewillig
* in ons werk zijn wij trouw.
Dat is onvoorstelbaar. Dat is een profielschets die op niemand past. Wat moeten we daar mee?
Geachte lezers, er is één woord in dat Catechismusantwoord dat wij nimmer over het hoofd mogen zien: geef.
Daar begint alles mee. Wat wij hebben, ontvangen wij van onze Here. Onze mogelijkheden worden aangeboden door de Verbondsgod. De kansen die we krijgen worden gecreëerd door de God van hemel en aarde.
Zondag 49 handelt over onszelf. Jazeker. In Zondag 49 draait het echter eerst en vooral om onze God!

Wij dienen Hem zo goed mogelijk. Want wij horen bij Hem. Wij zijn onlosmakelijk aan Hem verbonden.
Dat is de reden dat wij elke zondag naar de kerk gaan. Dat is de drijfveer van gelovigen om in de kerk actief te zijn. Dat is de motivatie om een christelijk leven te leiden.
De kerk, dat is een centraal punt in ons leven!

Wie Zondag 49 mee belijdt, moet naar de kerk!

De Nederlandse Geloofsbelijdenis is er duidelijk over: “Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus”[2].
Wij moeten, als u het mij vraagt, nauwkeurig lezen wat hierboven staat. Het is niet zo dat de valse kerk niets van Christus weten wil. Welnee. Integendeel. De valse kerk kent Christus soms zelfs een belangrijke plaats toe. Maar als het erop aan komt, tellen de mensen ook behoorlijk mee. In de praktijk staan de mensen, samen met Jezus Christus, op het podium in de kerk.
Ziet u wat daar mis gaat? De mensen volgen Christus niet meer, maar staan naast Hem. En misschien zelfs – gewild of niet – voor Hem. Dat is in ieder geval niet in lijn met Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus!

In dit verband is een veel gehoord adagium: ‘kom, ga met ons en doe als wij’. U hoort daarin de woorden van Psalm 122:
“Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen:
Wij zullen naar het ​huis​ van de HEERE gaan!
Onze voeten staan
binnen uw ​poorten, Jeruzalem!”[3].

De dichter van dit pelgrimslied, David, is blij als anderen tegen hem zeggen: kom, ga mee naar de kerk!
Die vreugde is belangrijk.

Nu kom ik bij heel wat verontruste GKv-ers.
En wellicht geldt het onderstaande ook wel voor mensen in andere kerkgenootschappen.

Bij hen ontbreekt de vreugde van de kerkgang vaak. Dat is een veeg teken. Kerkgang moet ons blij maken.
Kerkgang moet geen vraagtekens opleveren. Zo van: wat heeft de kerkenraad voor ons in petto? Oftewel: welke kant gaat het op?
Kerkgang moet geen gekromde tenen opleveren. Zo van: wat voor merkwaardigs gebeurt er vanmorgen in de kerkdienst?
Kerkgang moet troost geven. En blijdschap!
Zoekende en onrustige mensen die voortdurend narrig of onzeker uit de kerk komen, moeten zichzelf beproeven: wat vraagt God op dit moment van mij?

In dat citaat uit Psalm 122 zit, wat mij betreft, nog een opvallend puntje. Er staat: “Onze voeten staan binnen uw ​poorten, Jeruzalem”.
De voeten staan dus niet buiten de poort. Die voeten staan niet in de poort.
Nee, de mensen lopen Jeruzalem in. Ze lopen de kerk binnen. Ze blijven niet een beetje aarzelend buiten staan.
Ziet u ’t springende punt?

Laten wij nog een ogenblik naar Zondag 49 kijken.
In die Zondag staan keuzes centraal.
Die keuzes maken wij niet op eigen kracht. Sterker nog: daarvoor moeten wij de energie ontvangen. Onze wil moet worden omgebogen; de Heilige Geest moet een ombuigingsoperatie uitvoeren.
Zondag 49 leert ons om altijd voorrang te geven aan de wil van onze God. Laten wij maar bidden. En oefenen. Biddend op weg naar de toekomst – dat gaat heel goed!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Psalm 122:1 en 2.

24 juli 2017

Og, de koning van Basan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Laatst kwam hij voorbij in een preek die schrijver dezes beluisterde: de koning wiens naam de titel van dit stuk is[1].
Wie kent hem niet?
We horen zijn naam in de kerk. We lezen zijn naam tijdens de Schriftlezing tijdens de Schriftlezing thuis.
Ja, goed beschouwd is koning Og een bekende van ons.

Maar wie was die man nu eigenlijk?
Wat kunnen we over hem vertellen?
Niet zo heel veel, wellicht.
En dat terwijl Og toch zo befaamd is.

Hieronder schrijf ik iets over koning Og.
Gaandeweg zal dan blijken hoe groot Gods macht is.

Og moet een reus zijn geweest, zei de dominee.
Dat blijkt met name in Deuteronomium 3. In dat Schriftgedeelte staat te lezen: “Want alleen Og, de ​koning​ van Basan, was van de rest van de Refaïeten overgebleven. Zie, zijn ​bed​ was een ​bed​ van ijzer. Bevindt het zich niet in Rabba van de ​Ammonieten? De lengte ervan is negen ​el, en de breedte vier ​el, gemeten naar de elleboog van een man”[2].
Bovenstaande Schriftwoorden gebruik ik graag als uitgangspunt voor dit artikel.

Eerst maar even iets over dat bed.
De lengte van het bed is is negen ​el, en de breedte vier ​el. Dat betekent dat dat bed zo’n 4,5 bij 2 meter is. Dat is waarlijk niet gering.
Dat bed is nog van ijzer ook. Dat ligt toch helemaal niet lekker, zou je denken!
Geen wonder eigenlijk dat dat gigantische bed tot de verbeelding spreekt. De  Duitse kunstenaar Johann Balthasar Probst maakte er rond 1770 een gravure van.

Koning Og – koning der Amorieten, ofschoon hij zelf geen Amoriet was! – is dus de laatste der Refaïeten.
Refaïeten: wat voor bevolkingsgroep is dat?
Een internetencyclopedie meldt ons: “De Refaïeten zijn de oudste ons bekende stam van Kanaän. Ze waren reuzen. Een voorbeeld is Og, de koning van Basan. Ze woonden in het land dat God aan Abraham beloofde”.
En:
“Men vermoedt dat de Refaïeten van Noachs zoon Sem afstammen en de semitische bevolking vertegenwoordigden waaraan de Kanaänieten hun beschaving en hun taal ontleenden.
De Refaïeten waren reuzen. De naam ‘Refaïet’ betekent waarschijnlijk ‘reus’, ‘held’. De oude bijbelvertalingen Septuaginta (Grieks) en Vulgata (Latijn) vertalen het woord ‘Refaieten’ meermalen door ‘reuzen’”[3].
De Refaïeten zijn in hun tijd een beeldbepalende stam in Kanaän. En juist Kanaän, dat land vol reuzen, is bestemd voor Gods volk. Die onderdanen van God zijn nu niet bepaald indrukwekkend. Veel meer dan een miezerig volkje is het feitelijk niet. Maar juist die onbetekenende natie overwint Og. Meer precies: de God van dat op het oog nietige volkje overwint Og!
Er is al wel eens gesuggereerd dat Og de langste mens aller tijden is geweest[4]. Maar het overwinnen van die fysieke macht is voor de God van het verbond slechts een simpel akkefietje!

De reus Og is legendarisch geworden.
Over hem doen de wildste verhalen de ronde.
Men vertelt: “Og is in het jodendom een van de talloze reuzen (…) die naast de mens de wereld bevolkten voordat er een zondvloed kwam waardoor de schepping vernietigd werd. Og was de enige van deze reuzen die de overstroming overleefde.

In een mythe werd het Og door Noach gegund om op het dak van de ark te gaan zitten, en gaf Noach hem ossen te eten. Volgens een andere mythe overleefde Og de vloed doordat het water niet hoger reikte dan zijn enkels.
Nadat de vloed zich had teruggetrokken werd Og verliefd op Sara de vrouw van Abraham. Dit leverde vijandschap op die culmineerde in een strijd met Mozes. Mozes leverde onder meer strijd met het volk van Edreï. Deze stad werd door Og overheerst, zo luidde het. Toen Og de vijandelijke troepen zag aankomen nam hij een berg en wilde die op Mozes gooien”.
Uiteindelijk “viel de berg op Og zijn schouders. Hij zat erin vast met zijn tanden en kon niet duidelijk meer zien. Mozes nam toen een bijl ter hand, sprong omhoog en hakte de enkels van de reus door. Toen viel Og neer en stierf”[5].
De conclusie ligt, wat mij betreft, voor de hand.
De mensheid doet niets liever dan menselijke macht een beetje aandikken. Mannen, vrouwen en kinderen genieten van grote verhalen. Daar worden ze blij van. Dat het allemaal sterk overdreven is… ach, een kniesoor die daar op let.

Wie Gods Woord leest, merkt alras dat de daverende macht van Og verschrompelt bij de autoriteit van de God van hemel en aarde.
Leest u maar even mee in Numeri 21: “Toen keerden zij zich om en vertrokken in de richting van Basan. En Og, de ​koning​ van Basan, trok uit hun tegemoet, hij en al zijn volk, tot de strijd, in Edreï.
Maar de HEERE zei tegen ​Mozes: Wees niet bevreesd voor hem, want Ik heb hem in uw hand gegeven, en al zijn volk, ook zijn land. U moet met hem doen zoals u gedaan hebt met Sihon, de ​koning​ van de Amorieten, die in Hesbon woonde.
En zij versloegen hem, zijn zonen, en al zijn volk, zodat van hem niemand overbleef. En zij namen zijn land in bezit”[6].
In Numeri 21 zegt de Here: Ik heb hem in uw hand gegeven – dat is dus al geregeld. De veldslag is reeds volledig geregisseerd.

Dat Goddelijke wapenfeit heeft indruk gemaakt, daar kunnen we wel van op aan. Nehemia heeft het er ook over in het gebed dat hij in hoofdstuk 9 uitspreekt: “U hebt hun koninkrijken en volken gegeven en U hebt die hun toebedeeld als randgebied: zij hebben het land van Sihon, te weten het land van de ​koning​ van Hesbon, en het land van Og, de ​koning​ van Basan, in bezit gekregen”[7].
De dichter van Psalm 135 zingt er van:
“Hij versloeg vele volken
en doodde machtige koningen:
Sihon, de ​koning​ van de Amorieten,
en Og, de ​koning​ van Basan,
en al de koninkrijken van Kanaän.
Hun land gaf Hij als erfelijk bezit,
als erfelijk bezit aan Zijn volk Israël”[8].
En ook de psalmist van Psalm 136 wordt er Geestdriftig van:
“Sihon, de ​koning​ van de Amorieten,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;
en Og, de ​koning​ van Basan,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
Hij gaf hun land als erfelijk bezit,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig;
als erfelijk bezit aan Zijn dienaar Israël,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig”[9].
Laten we er maar van uit gaan dat de inname van Kanaän door de Israëlieten de toenmalige wereld heeft geschokt. Die ‘overname’ van Kanaän is welhaast spreekwoordelijk geworden!

Og, de koning van Basan: wij kennen hem allemaal.
Maar we kennen hem als de loser, de grote verliezer.
Zijn grootse kracht kon niet tegen de magnifieke almacht van God op. De Here God schuift dat grote bed van vier bij twee meter met één handbeweging aan de kant.

Voor de kerk gelden daarom even troostvolle als vermanende woorden van Psalm 97:
“De hemel wijd en zijd
meldt Gods gerechtigheid, blijft die alom vertolken.
Zijn luister zien de volken.
Aanbidt alleen de HEER, geeft aan geen beelden eer:
geen afgod houdt ooit stand, geen werk van mensenhand.
Buigt u dan voor Hem neer”[10].

Noten:
[1] Dat gebeurde in een preek van dominee M.A. Sneep. De preek ging over Psalm 135:5, en werd gehouden op zondagmorgen 2 juli 2017 in de eredienst van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[2] Deuteronomium 3:11.
[3] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/R/Refaieten ; geraadpleegd op dinsdag 4 juli 2017.
[4] Zie https://www.nd.nl/nieuws/opinie/ingezonden-brief-de-langste-mensen-aller-tijden.1180551.lynkx  ; geraadpleegd op dinsdag 4 juli 2017.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Og ; geraadpleegd op dinsdag 4 juli 2017.
[6] Numeri 21:33, 34 en 35.
[7] Nehemia 9:22.
[8] Psalm 135:10, 11 en 12.
[9] Psalm 136:19-22.
[10] Psalm 97:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

21 juli 2017

Kerkbouw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Onlangs kwam ik in een oud nummer van het Nederlands Dagblad een intrigerende kop tegen. Het was deze: “Christus’ kerkbouwend werk in deze wereld”.
Die kop stond boven een artikel in de rubriek ‘Voor de zieken’. Dat artikel werd geschreven door de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant M. Janssens (1899-1992)[1].

De dominee noteerde dingen die het ook vandaag waard zijn om te overdenken.
“De kerk: dat zijn wij”, zeggen de mensen.
“De kerk: dat ben jij”, roept het gepeupel, in een vertwijfelde poging de kerk dichterbij te brengen[2].
Dat Christus Zijn kerk bouwt, dat wordt niet vaak meer gezegd.
Het is daarom de moeite waard om enige aandacht te besteden aan het artikel van dominee Janssens.

Ik citeer:
“De Zoon van God gaat de wereld over. Door Zijn Woord en Geest gaat Hij voort overwinnende en om te overwinnen. Hij gaat naar alle windstreken der aarde.
Ook ging Hij naar de plaats waar U woont en werkt of op het ziekbed ligt.
Hij begon al direct na de verdrijving van de eerste mensen (die werkelijk naar Gods eigen Woord bestaan hebben) uit de hof van Eden. En Hij is er mee doorgegaan tot vandaag, en zal er mee doorgaan totdat de laatste door de Vader Hem gegevene zal zijn toegebracht. Daar kan niemand iets aan veranderen. Dat kan zelfs de satan niet stuiten, ook al roept hij al zijn duivelen te wapen.
Hij bouwt maar, Hij vergadert maar. Hij haalt zijn bouwstoffen overal vandaan. Uit ons land. Uit Brazilië, uit Curacao, uit Zuid-Afrika, uit West-Irian…”.

Wij lezen verder:
“Er is bij de Heere geen rassendiscriminatie. Daar weet de Heere niet van en daar wil de Heilige Geest niet van weten en daar mag de kerk dus ook niet van willen weten. Alle soorten mensen vergadert Hij tot Zijn kerk. Zo wordt het een schoon gebouw, een bewijs van de veelkleurige wijsheid Gods”.

Gereformeerden in Nederland hebben soms teveel de neiging kerken in het buitenland argwanend te bekijken. Zijn zij wel Gereformeerd genoeg? Hanteren zij dezelfde belijdenisgeschriften als wij? En zo niet, waarom dan niet?
Hoe gerechtvaardigd dergelijke vragen ook kunnen zijn, laten wij nooit vergeten dat de Here met Zijn kinderen in diverse delen van de wereld ook heel verschillende wegen gaat!

De kerk is geen club van familie of vrienden, schrijft dominee Janssens.
“De kerk is geen organisatie van gelijkgezinden, maar een vergadering van gelovigen in onze Heere Jezus Christus. De apostel Paulus zegt ook: één Heere, één geloof, één doop. Een geloof betekent hier: één geloofsinhoud. De kerk is geen mengsel van uiteenlopende geloofsinhouden maar van het enige heilige geloof waar van Judas zegt dat we er met alle kracht voor hebben te strijden”.

De kerk is derhalve geen organisatie die een groepscode gebruikt. Het ene gezin is het andere niet. Kerklid A. kan een heel andere insteek hebben als kerklid B, terwijl kerklid C. het weer heel anders aanpakt.
Dat geeft niet.
Zolang voor hen allen maar geldt: één Heere, één geloof, één doop!

En verder:
“En hier ligt dan ook de oorzaak van wat men veelal kerkscheuring noemt.
Ik zou hier liever spreken van kerkzuivering of kerkreformatie.
Kerkscheuring zou ik liever noemen het uiteengaan om bij-oorzaken, om persoonlijke zaken, om eergevoel of wat dan ook, om zaken dus die met de belijdenis, met die geloofsinhoud niet te maken hebben”.

Dominee Janssens legt hier de vinger bij een belangrijke kwestie.
Het gaat er om dat wij ons tot de Here bekeren.
Hoe vaak hebben de profeten daar niet toe opgeroepen? En het resultaat? Ach, het was vaak bedroevend.
Denkt u maar aan een Schriftgedeelte als Jeremia 35: “Ik zond tot u vroeg en laat al Mijn dienaren, de profeten, om te zeggen: Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg, en beter uw daden, ga geen andere goden achterna om die te dienen. Dan zult u in het land blijven dat Ik u en uw vaderen gegeven heb. Maar u hebt uw oor niet geneigd en naar Mij niet geluisterd”[3].
En aan Zacharia 1: “Wees niet als uw vaderen, tot wie de vroegere profeten gepredikt hebben: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Bekeer u toch van uw slechte wegen en van uw slechte daden. Maar zij luisterden niet en sloegen geen acht op Mij, spreekt de HEERE”[4].
De kwestie is in eerste instantie niet: wij moeten ons naar elkaar toe keren.
Nee, het punt is: wij moeten ons naar God toe keren; dan komt de kerkelijke gemeenschap als vanzelf.
Weg dus met de bij-oorzaken!
Weg met dat eergevoel!

Wij moeten met het gezicht naar God gaan staan.
En moeten wij verder dan nog van alles doen?
Nee.
De Heilige Geest gaat aan het werk. Leest u maar mee in 2 Corinthiërs 3: “Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt”[5].

“De Zoon van God gaat de wereld over”, schrijft dominee Janssens.
Dat doet Hij in 2017 nog altijd.
Laten wij het maar blijven geloven: Christus bouwt Zijn kerk!

Noten:
[1] In: Nederlands Dagblad, vrijdag 16 juni 1972, p. 4. Te vinden via www.delpher.nl .
[2] Zie bijvoorbeeld http://www.hofpleinkerk.nl/actueel/nieuws/bericht:de-kerk-dat-zijn-wij.htm ; geraadpleegd op zaterdag 3 juni 2017.
[3] Jeremia 35:15.
[4] Zacharia 1:4.
[5] 2 Corinthiërs 3:18.

20 juli 2017

De twee getuigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Openbaring 11 is, in zekere zin althans, een triomfantelijk hoofdstuk.
“En na die drieënhalve dag kwam er een levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan. En grote vrees overviel hen die hen zagen”[1].
Openbaring 11 is een hoofdstuk van opstanding, van triomf van God, van vreugde voor Gods kinderen, van heerlijke continuïteit in de wereld!

We horen van twee profeten.
Van evangelisten, feitelijk.
Het is zonneklaar: Gods Woord gaat de wereld over. Onomkeerbaar. Onweerstaanbaar. Niemand kan het Evangelie tegenhouden. De echo van de woorden van God zal in alle gewelven klinken. Het geluid van genadeverkondiging klinkt werkelijk overal. Van kasteel tot krot!

Ja, die twee getuigen zullen allerlei profetieën uitspreken.
Maar er is ook een andere kant.
Want de evangeliepredikers zullen met een zak bekleed zijn. Het zal heel duidelijk wezen: die profeten zijn in de rouw. En ze roepen ook de mensen in hun omgeving op om in de rouw te gaan.
Het is, zo zullen de twee getuigen tonen, tijd voor diep verdriet. En voor bekering!

Ten diepste is er maar één manier om uit die cirkel van rouw, verdriet, instorting en ondergang te komen: de wereld moet nieuwe kracht krijgen door de energie van Gods Heilige Geest.
In Openbaring 11 gaat het over olijfbomen en kandelaren. Dat ‘plaatje’ kennen we uit Zacharia 4: “Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een ​kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende ​lampen​ met telkens zeven toevoerbuisjes aan de ​lampen, die daarboven zitten,
met twee olijfbomen ernaast, een aan de rechterkant van het olievaatje en een aan de linkerkant ervan”[2].
En:
“Dit is het woord van de HEERE tot ​Zerubbabel:
Niet door kracht
en niet door geweld,
maar door Mijn Geest,
zegt de HEERE van de legermachten”[3].

Naar aanleiding van Zacharia 4 schreef ik al eens: “De Heilige Geest draagt er zorg voor dat ons een licht opgaat. Nee, niet een lichtje. Het is een groot licht.

De goede uitleg van de Heilige Schrift kunnen wij alleen maar geven als Gods Geest in ons leven actief is. Daarom wordt 2 Petrus 1 ook afgesloten met de woorden: ‘Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken’.
Zacharia spreekt Gods Woord. Daar draait alles om!”[4].

Terug naar Openbaring 11.
Het profeteerwerk heeft grote gevolgen. God komt met Zijn oordeel! De vijanden vinden de dood.
Het water wordt bloed. De aarde wordt geplaagd. Ja geplaagd: de gebeurtenissen doen sterk denken aan de tien plagen waarover we lezen in Exodus 7 en volgende.

Als het Evangelie overal op de wereld geproclameerd is, zal de antichrist de twee getuigen om het leven brengen.

Laten we er op letten: het Woord van de Here heeft, op het moment van de dood van de Godsgetuigen, in alle hoeken en gaten van de wereld geklonken. Iedereen heeft er van gehoord. Alle wereldburgers weten er van. Niemand kan zeggen: ik heb het niet geweten.
Dat betekent ook iets anders.
Dat houdt namelijk in dat de God van hemel en aarde de regie heeft. Nee, er wordt niet met het leven van de getuigen afgerekend als zij – om maar eens iets te noemen – nog maar halverwege hun profeteerwerk zijn. Nee, de antichrist krijgt pas de ruimte voor een afrekening in het criminele circuit als zij hun ‘evangelisatiewerk’ geheel voltooid hebben.

En dan is het einde daar.
De getuigen van God zijn om het leven gebracht.
Het Evangelie gaat ten onder.
Het is over en uit met de wereld.
Althans, daar lijkt het op.
Zo ziet het er uit.
Maar niets is minder waar.

Want de twee getuigen staan weer op!

De beide getuigen van God worden uitgenodigd om in de hemel te komen.
‘Kom maar naar boven! Kom deze kant maar op!’.
De hele wereld schrikt ervan.

De tegenstanders van God kijken elkaar geschokt aan. ‘Wat gaan we nu beleven?’. Verbijsterd zijn die vijanden van God! Er was toch met die beide evangelisten afgerekend? Die Godsgetuigen waren toch dood? Daar zouden ze toch geen last meer van hebben?
Hoe kan dit nu toch gebeuren?
De hele wereld staat met open mond toe te kijken!

Openbaring 11 geeft de kerk een geweldige troost.
Want de God van het verbond overwint.
In Openbaring 11 blijkt dat omdat de profetie niet te stoppen is.

In onze tijd lijkt evangelisatiearbeid bijna onbegonnen werk. Gods Woord is aan dovemansoren gericht. Natuurlijk: saamhorigheid is een groot goed. En nou ja, religie mag best.
Gods beloften zijn mooi. Wereldburgers van nu houden niet van pessimisme, maar van perspectief. Maar zeg niet dat er in het verbondsverkeer, waar Gereformeerde kerkmensen het vaak over hebben, ook eisen worden gesteld.
Eisen? Kom nou toch!
Wij leven in een wereld waarin, naar men zegt, slechts twee dingen moeten:
* je moet naar het toilet
en:
* je moet belasting betalen.
Maar verder? Zeg niet dat de kerk eisen stelt. Ga niet beweren dat de voortgaande prediking van het Evangelie van het grootste belang is. Zeg niet dat je je bekeren moet. Want, zo vinden, overdrijven is een vak en vrijblijvendheid is een must. Bovendien moet het wel een beetje vriendelijk en vrolijk blijven in de kerk.
Met eisen moet je niet aankomen.

Maar in de kerk weten wij het: wij moet heel Gods Woord proclameren. En dus niet alleen de leuke dingen daaruit.

Het is ernst!
Het is voor of tegen!
Het is een kwestie van leven of dood!

Misschien bekruipt u, geachte lezers, dat gevoel ook wel eens. Dat gevoel dat Gereformeerden te zwaar op de hand zijn.
Laat ik het maar gewoon opschrijven: dat gevoel is niet goed.
Openbaring 11 spreekt ons van een ernstige zaak.
Openbaring 11 is geen hoofdstuk van het type: ach, we zullen het wel eens zien.
Integendeel – Openbaring 11 stimuleert ons om op Gods weg te blijven.
En wij mogen het vertrouwen hebben dat Gods Heilige Geest ons leiden zal. Tot in de eeuwigheid!

Noten:
[1] Openbaring 11:11.
[2] Zacharia 4:2 en 3.
[3] Zacharia 4:6.
[4] Zie mijn artikel “De toekomstvisie van Zacharia” ; hier gepubliceerd op woensdag 28 januari 2015. Te vinden via https://bderoos.wordpress.com/2015/01/28/de-toekomstvisie-van-zacharia/ . Het geciteerde Schriftwoord staat in 2 Petrus 1:20 en 21.

19 juli 2017

Zoet in de mond, zwaar op de maag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Twee dagen geleden publiceerde ik op deze plaats een artikel naar aanleiding van Openbaring 10.
Ik noteerde onder meer: “Openbaring 10 geeft ons troost. De verwarring wordt afgeschaft.
De tijd komt tot een einde.
De Here leert ons naar de Engel te kijken. Hij leert ons om ogen en oren open te houden. Hij leert ons om ons te concentreren op Zijn Woord. Op de zuivere prediking daarvan. Op de sacramenten, die ons een magnifiek beeld geven van een hemelse samenleving waarin tijd niet meer bestaat.
Laten we moed houden.
Want er komt een nieuwe wereld. Vol vrede en gerechtigheid. Een wereld waarin niemand tijd heeft. Want tijd is dan ouderwets. Iets uit een voorbije wereld!”[1].

Vandaag richt ik de blik met name op het slot van Openbaring 10. Dat luidt als volgt: “En de stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw met mij en zei: Ga, neem het boekje dat geopend ligt in de hand van de ​Engel​ Die op de zee en op de aarde staat.
En ik ging naar de ​Engel​ toe en zei tegen Hem: Geef mij dat boekje. En Hij zei tegen mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing.
En ik nam het boekje uit de hand van de ​Engel​ en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het opgegeten had, werd mijn buik bitter.
En Hij zei tegen mij: U moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, talen en koningen”[2].

Johannes moet een boekje opeten.
Wat staat er in dat boekje? Antwoord: allerlei dingen uit Gods raad.
Johannes moet zich dat boekje eigen maken.
En het moet gezegd: het smaakt prima. Het is lekker zoet.

Waarom smaakt dat boekje zo goed? Antwoord: voor Gods kinderen is Gods heil iets heerlijks. Dat heil, daar worden zij blij van. Sterker nog – van dat heil kunnen zij met volle teugen genieten!

Even goed ligt dat boekje, om het maar zacht te zeggen, zwaar op de maag. Om niet te zeggen dat Johannes er een beetje ziek van wordt. Hoe kan dat? Het boekje smaakt eerst zo goed, maar het bekomt Johannes slecht. Hoe komt dat?
Antwoord: de proclamatie van Gods raadsbesluiten roept tegenstand op. Dat Evangelie? Nee, dat willen de mensen niet horen. Daar hebben ze geen zin in. Zij hebben er, op hun manier, geen behoefte aan.

Dat beeld van een geconsumeerd boekje kennen we ook uit Ezechiël 3. Woordvoerders van God moeten, om zo te zeggen, in het Woord van hun Opdrachtgever thuis zijn. Zij moeten het, om zo te zeggen, herkauwen. Zij moeten proberen om dat Woord te doorzien en te begrijpen.

Johannes moet gaan profeteren. De woordvoerder van God moet aan het werk. Hij heeft nog heel wat te doen.
Tijdens dat verkondigingswerk zal alras blijken dat de wereld in twee kampen verdeeld wordt. Die situatie kunnen we ook typeren met woorden uit Ezechiël 3: “Zo zegt de Heere HEERE: Wie luistert, laat hij luisteren. Wie dat nalaat, laat die het maar nalaten, want zij zijn een ​opstandig​ ​huis!”[3].

De wereld wordt verdeeld in twee kampen.
Voor of tegen Christus.
Levend naar Gods Woord, of zwalkend tussen cultuur en Bijbel.
Gehoorzaam werkend, of zoekend naar compromissen tussen gepredikt Woord en gedroomde werkelijkheid.
Luisterend, of omzichtig pogend om de uitleg van de Bijbel een beetje aan te passen.

Ach lezer, u begrijpt wel dat mijn gedachten zwerven naar mensen die nog Gereformeerd willen heten.
U begrijpt misschien ook wel dat ik met name denk aan de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). U heeft wel door dat daar, in de GKv, de cultuur in onze wereld een steeds belangrijkere factor is.
Laten we niet net doen of de tweedeling in Openbaring 10 aan alle zich Gereformeerd noemende mensen voorbij kan gaan!

De hervormde predikant M.J. Schuurman zegt in een preek over Openbaring 10: “Dat is ook de taak voor de kerk, om deze boodschap uit te dragen: een oproep tot bekering, een uitnodiging om te geloven nu het nog kan, om de genade aan te grijpen en tot Christus te wenden, om niet te vergissen in een leven dat nu zoet is, maar uiteindelijk bitter zal zijn.
Het is de hoogste tijd. Dat vraagt van ons ook dat we Gods woord eten. Zonder het uitvoeren van die opdracht kunnen we niet Gods boodschap uitdragen”[4].

Wij moeten allen profeteren.
Wij moeten allen belijdenis doen van ons geloof. Dat doen wij niet allemaal op kansels of op zeepkisten. Wij getuigen gewoon op ons werk. Achter ons bureau. Of misschien wel met onze iPhone, in onze stoel. Via de app, u weet wel. Ambtsdragers en gemeenteleden kennen hun roeping immers?

Nee, dat is lang niet altijd makkelijk.
Het christelijk geloof lijkt, zeker in Nederland, hoe langer hoe meer uit het openbare leven te worden weggedrukt.
Natuurlijk, het is prima om iets met religie te hebben. Maar een christen moet niet vaak en niet te veel op zijn strepen staan. Om kort te gaan: enig aanpassingsvermogen is anno 2017 een must geworden.
Intussen is het voor Gods kinderen duidelijk: het Evangelie ligt zwaar op de maag. Maar het is zoet in de mond. Dat wel.

Noten:
[1] Zie mijn artikel “De tijd voorbij”, hier gepubliceerd op maandag 17 juli 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/07/17/de-tijd-voorbij .
[2] Openbaring 10:8-11.
[3] Ezechiël 3:27.
[4] De betreffende preek is te vinden op https://mjschuurman.wordpress.com/tag/openbaring-10/ ; geraadpleegd op vrijdag 30 juni 2017.

Volgende pagina »

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.