gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

20 augustus 2019

De kerk volgens Johannes 15

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“U bent al ​rein​ vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb”[1].
Dat zegt Jezus in Johannes 15 tegen Zijn discipelen. Een opmerkelijk woord is dat! Immers – hoe kan een mens rein zijn? De aardse mens is zondig, tot in het diepst van zijn bestaan. Dan is het toch te simpel om over de gereinigde mens te spreken?

Toch kan het.
Jezus heeft namelijk net daarvóór gezegd: “Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier. Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt”[2].

Men vertelt ons soms dat kerkmensen veel ijveriger moeten zijn. In het oefenen van onderling contact bijvoorbeeld. In het evangeliseren bijvoorbeeld. Er gaat, zegt men, zo weinig van de kerk uit.

Onlangs was er een dominee uit het verband van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken die iets dergelijks schreef.
“Veel van wat de kerk wordt verweten, is jammer genoeg terecht. Wat ging het veel over onszelf en wat waren we weinig gericht op de wereld. Wat we zo goed en zeker wisten, zijn grote verhalen gebleken. Wat een gezeur om niks, dufheid en kleinzieligheid. Kritiek op de kerk valt te begrijpen.
Nu is een van de kenmerken van kritiek vaak dat ze doorslaat. Kritiek op de hang naar objectiviteit in de kerkdienst slaat door naar allesbeheersende subjectiviteit. De ware kerk maakt plaats voor het ware gevoel. Grote verhalen verandert in niks meer te zeggen hebben”.
Het moet anders schreef die predikant.
Waarom?
“Het concept van een gemeenschap van mensen – oud, jong, blank, zwart, homo, hetero, rijk, arm, gezond, ziek, gelovig, twijfelend – staat ook vandaag als een huis. Een club mensen die in alle verscheidenheid hun God loven en prijzen, zich door hun hemelse Vader willen laten aanspreken en bemoedigen is iets om te koesteren. Een gastvrije gemeente van mensen die hun eigen tekortkomingen als geen ander kennen, weten van 100 procent genade en de liefde van hun God en daarvan maar wat graag willen delen in een dolgedraaide samenleving.
Een kerk waar de Geest van God woont, die met gulle hand de leden van gaven voorziet om zichzelf en de stad waarin ze wonen een stukje mooier te maken, is de moeite van het voortbestaan meer dan waard. Wat zou het mooi zijn als het die kant op zou gaan.
Als kerken weer plekken worden waar jonge en oude christenen, in navolging van Christus, liefde voor voelen en betrokkenheid, waar ze voor willen gaan. Met hoofd, hart en handen. Als kerken voor zowel (groot)ouders als (klein)kinderen een plek worden om graag naar toe te gaan en te zijn. Zoals het ooit was en bedoeld is. Leve de kerk!”[3].

Dit klinkt mooi.
Maar bij nadere beschouwing lijkt het toch iets minder fraai.
Is de kerk simpelweg een gemeenschap? Neen. Het is geen gewone woon- en leefgemeenschap.
Is de kerk een club? Ook niet.
Het is een groots werk van de heilige God. Dagelijks werkt Zijn Geest in de kerk. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: “… geen kennis of wil is in overeenstemming met die van God, als Christus ze niet in de mens tot stand heeft gebracht, zoals Hij ons leert met de woorden: Zonder Mij kunt gij niets doen – Johannes 15:5”[4].
De kerk is geen product van een Masterplan. Het is een heilige vergadering. Gods Geest zet mensen bij elkaar. Hij creëert geloofskracht, zodat die vergadering ook werkelijk kerk blijft[5].

De kerk is de moeite van het voortbestaan waard, schrijft de GKv-predikant. Ja, dat zal waar wezen.
Want dat voortbestaan is gegarandeerd. Waarom? Omdat Vader de Wijngaardenier is.
U weet wel, de Vader van Zondag 1 uit de Heidelbergse Catechismus: “Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil”[6]. Hij zal de kerk verzorgen met alles wat zij nodig heeft. Want Hij is een trouwe Vader. Hij zegt nooit tegen de kerk: nou, laat maar zitten…[7]

Het gaat niet zo best met de kerk, zeggen de mensen.
Laten we dan niet vergeten dat Vader snoeiwerk doet. Zo leert Hij ons geduld. En zachtmoedigheid. Hij leert ons actief te zijn, ook als het met de kerk ogenschijnlijk niet zo best gaat.

Het hierboven geciteerde schrijven van die GKv-predikant – dominee S. de Jong uit Drachten – lijkt onder meer als boodschap te hebben dat de kerk een hele hoop zelf moet fiksen.
Misschien is dat niet zijn bedoeling. Maar toch.
Hoe dat zij – Johannes 15 leert ons dat alles bij God begint. Laten wij de juiste klemtoon leggen: “elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij”.

Noten:
[1] Johannes 15:3.
[2] Johannes 15:1 en 2.
[3] Ds. Sieds de Jong, “De kerk is het voortbestaan waard”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 10 augustus 2019, p. 4.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 14.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[7] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.

19 augustus 2019

Langdurige liefde, voortdurende vrede

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de wereld van de popfestivals bestaat tenminste één toverwoord. Woodstock.
Het Nederlands Dagblad schreef onder meer: “Woodstock vond van 15 tot 18 augustus 1969 plaats op het weiland van boer Max Yasgur bij Bethel, in de Amerikaanse staat New York. De naam ontleende het aan het dorp waar The Band en Bob Dylan in 1967 in een roze geverfd huis maandenlang een volkomen andere soort muziek maakten. Tientallen bands traden in ‘Woodstock’ op…”.
Maar ook:
“Maar zelfs de roze herinnering aan het originele Woodstock is niet meer intact. Achter de schermen was er veel drugsgebruik. De houdbaarheid van genotmiddelen, Love & Peace en de ongeorganiseerde samenkomst van ruim een half miljoen mensen bleek beperkt. Er was enorme ruzie over de platen en films die vanuit het festival mochten verschijnen – in de ultieme bioscoopfilm die nu weer her en der draait, ook in Nederland, komt een hele serie bekende popartiesten niet voor – en bijna waren duizenden mensen geëlektrocuteerd, toen zware hoosbuien op de niet gezekerde instrumenten en versterkers op het modderige terrein neerplensden”[1].

Woodstock wordt opgehemeld als het festival van love and peace, van liefde en vrede. Woodstock was een voorbeeld voor de wereld.
Jaja.
Maar daarna was het weer: bijten en gebeten worden.
En daarom kunnen we gezamenlijk uitroepen: weg met die verheerlijking!
En trouwens – aan die liefde en vrede mogen we gerust ‘modder’ toevoegen. Want het was buitengewoon slecht weer. Men schrijft: “Ondanks het slechte weer genoten een half miljoen mensen, die tot hun knieën in de modder stonden, van de 33 verschillende bands”[2].

In 2 Corinthiërs 13 lezen we ook over liefde en vrede: “Ten slotte, broeders, verblijd u, laat u terechtbrengen, laat u aansporen, wees eensgezind, leef in ​vrede. En de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ zal met u zijn”[3].
Paulus proclameert daar de bestendige liefde. Hij verkondigt blijvende vrede.
Hij wil maar zeggen: hou eens op met die partijtjes. Dat geroep “ik ben van ​Paulus, ík van Apollos, ík van Kefas, en ík van ​Christus” moet eens afgelopen zijn[4] . Al Gods kinderen horen bij de God van de liefde en de vrede.

Hoe houden we die Schriftuurlijke liefde, die Bijbelse vrede in stand?
Die liefde en vrede blijven in beeld als wij in alle omstandigheden de Here blijven dienen.
Paulus doet ons voor hoe dat moet.
In 2 Corinthiërs 11 geeft hij een beeld van de ontberingen die bij zijn evangelisatiewerk gepasseerd zijn: “Zijn zíj Hebreeën? Ik ook. Zijn zíj Israëlieten? Ik ook. Zijn zíj nageslacht van ​Abraham? Ik ook. Zijn zíj dienaars van ​Christus? – ik spreek als een waanzinnige – ik sta boven hen; in ingespannen arbeid veel vaker, in slagen bovenmate, in gevangenissen veel vaker, dikwijls in doodsgevaar. Van de ​Joden​ heb ik vijfmaal de veertig min één zweepslagen ontvangen. Driemaal ben ik met de roede gegeseld, eenmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een heel etmaal heb ik in volle zee doorgebracht. Op ​reis​ was ik vaak in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar van de kant van volksgenoten, in gevaar van de kant van heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders, in inspanning en moeite, vaak in nachten zonder slaap, in honger en dorst, vaak in ​vasten, in koude en naaktheid. Afgezien van wat van buitenaf komt, overvalt mij dagelijks de zorg voor alle ​gemeenten”[5].
Nee, Paulus is geen man die grossiert in grootsheid. De apostel kan een hoop ellende op een rij zetten. Maar het gaat mem eigenlijk maar om één ding: Hij heeft de God van hemel en aarde gediend! Dat deed hij met inzet van al zijn krachten.
Dat moeten de Corinthiërs ook doen.
Dan is het snel afgelopen met die clubjes en die coterietjes!

Wij nemen nog eens een kijkje in Woodstock.

Iemand schreef: “Woodstock 1969 was meer dan alleen een muziekfestival. Twee jaar na de beroemde Summer of Love -1967- waarbij veel hippies zich, onder meer uit protest tegen de oorlog in Vietnam, in San Francisco hadden verenigd, was Amerika nog altijd in oorlog. De Vietnamoorlog escaleerde en wie naar het nieuws keek zag vooral veel beelden van demonstraties en oorlogsgeweld voorbij komen. De protestliederen vonden een groot publiek. Jimi Hendrix bracht uit protest tegen de Amerikaanse Vietnampolitiek een beroemd geworden parodie op het Amerikaanse volkslied. Woodstock werd een manier om gezamenlijk uitdrukking te geven aan de onvrede. Het kon anders, meenden veel hippies”[6].

Het kan anders. Jazeker. En het moet ook anders.
Alleen maar – dat kan nooit in eigen kracht gebeuren.

Het is bekend – de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw waren de jaren van de hippies.
Wat wilden de mensen toen?
“* Hippies waren antikapitalistisch en anti-materialistisch. De maatschappij richtte zich te veel op geld, goed, technologie. De hippies verzetten zich dan ook tegen de consumptiemaatschappij;
* Veel aandacht voor leven in harmonie met de natuur. Verzet tegen milieuvervuiling. flowerpower;
* Verzet tegen geweld wereldwijd. Net als de provo’s moesten hippies niets hebben van bijvoorbeeld de Vietnamoorlog;
* Genieten van en leven in het hier en nu en doen wat je zelf wilt. Dit uitte zich onder meer in het organiseren en bezoeken van muziekfestivals -Woodstock in 1969 was een hippie-initiatief-, aandacht voor oosterse religies -met name zaken als meditatie, trance, drugsgebruik, de geest verruimen, genieten van vrije seks en leven binnen kleine, gelijkgezinde communes-”[7].

Men ziet: in vijftig jaar veranderen sommige dingen in ‘t geheel niet.

Maar door de eeuwen klinken eerst en vooral de woorden van de zegen van de Here: “De ​genade​ van de Heere Jezus ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”.
Voor genade staat daar het Griekse woord charis. Dat is afgeleid van chairo: vreugde, dankbaarheid.
Dat wetende is het geen wonder dat de Engelse baptistenpredikant Charles H. Spurgeon (1834-1892) eens zei: “Sommigen denken dat het goed is om ‘ellendige zondaren’ te zijn, maar het is vast en zeker beter om ‘gelukkige heiligen’ te zijn”[8].

Dankbare kinderen van God brengen, als het goed is, door de jaren heen liefde en vrede in de praktijk!

Noten:
[1] Herman Veenhof, “Woodstock 50 is (bijna) overal”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 augustus 2019, p. 12.
[2] Geciteerd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/muziekfestival-woodstock-in-1969 ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[3] 2 Corinthiërs 13:11.
[4] 1 Corinthiërs 1:12.
[5] 2 Corinthiërs 11:22-28.
[6] Geciteerd van https://vandaagindegeschiedenis.nl/18-augustus/ ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[7] Geciteerd van https://historiek.net/hippies-hippiecultuur-betekenis-geschiedenis/84087/ ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[8] Geciteerd van http://abcvanhetgeloof.nl/genade ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019. Zie voor meer informatie over Spurgeon https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Spurgeon ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.

16 augustus 2019

Onpersoonlijke God?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds”.

Deze woorden zijn afkomstig van Liebje Hoekendijk uit Bussum. Achtentachtig jaar is ze. Op zaterdag 10 augustus jongstleden wordt ze in het Nederlands Dagblad geïnterviewd.
Liebje zegt onder meer het volgende.
“Als tiener bad ik veel. Ik praatte tegen God om mijn eigen gedachten te ordenen. Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds. Want die stond centraal in het geloof waarmee ik opgroeide. Op zondag ga ik niet naar de kerk, maar ik drink wel iedere week koffie met de ouderen van de protestantse gemeente in Bussum. Toen mijn moeder op haar sterfbed lag, vroeg ze me: ‘Zie ik jou later bij de troon van God?’ Voor geen goud wilde ik haar verdriet doen, maar ik wilde ook niet liegen. Daarom zei ik: ‘Ik heb het geloof nooit afgezworen’. Dat was voor haar voldoende”[1].

Het geloof in een persoonlijke God is wat naar de achtergrond geschoven.
Dat is, in zekere zin, bijzonder.
Gelooft Liebje Hoekendijk in een God die vooral onpersoonlijk is?
Gelooft zij in een God die zich niet bemoeit met individuele personen?
Voor de gemiddelde burger ziet dit mentale bochtenwerk er in eerste instantie enigermate ingewikkeld uit.

Hoe dat zij, wanneer wij nadenken over een persoonlijke God is het nuttig om elkaar te wijzen op Deuteronomium 7.
Citaat –
“Maar vanwege de ​liefde​ van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte.
Daarom moet u weten dat de HEERE uw God is. Híj is God, de getrouwe God, Die het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem ​liefhebben​ en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties.
En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten, door hem om te doen komen, hem persoonlijk; Hij zal tegenover wie Hem haat niet aarzelen. Hij zal aan hem vergelding doen, aan hem persoonlijk.
En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden”[2].

Het is van belang om de liefde van de Here hier prominent in beeld te houden. In Deuteronomium 7 gaat het niet om een werkgever en zijn personeel. De zaak draait niet om een simpele afspraak: als u dit doet, zal Ik dit voor u regelen. Hier is liefde in ’t spel.
De Here wil met heerlijke perfectie voor Zijn volk zorgen. Hij wil niets liever dan al Zijn kinderen, hoofd voor hoofd, gelukkig maken. En aan Hem zal het niet liggen! Want Hij blijft trouw. Hij zal nooit zeggen: zoek het nu in het verdere van uw leven maar uit.
Wanneer Israël roemloos in de vangrail eindigt, zal de Here al Zijn kinderen in grote genegenheid bij Zich roepen om hen weldadig herstel te geven.

In dat kader wordt in Deuteronomium 7 nadrukkelijk gewezen op de persoonlijke verantwoordelijkheid. Onze God, de Schepper van hemel en aarde, heeft wel degelijk aandacht voor individuen.
Mensen die Hem haten, ziet Hij.
Mensen die Hem liefhebben, ziet Hij dus ook.

Het eigenaardige is dat bij de Heer van de kosmos individu en volk in één oogopslag gezien worden.
Want in Deuteronomium 7 lezen we ook: “Want u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is”[3].
Gods volk en Zijn kind – die worden in Gods Woord in één adem genoemd.

Liebje Hoekendijk zegt: “Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds. Want die stond centraal in het geloof waarmee ik opgroeide”.
Dat moet een vredig sfeertje geweest zijn! Stel u voor: een God die altijd welwillend glimlacht! Stel u voor: een God die niet teveel zegt en vooral een arm om u heen slaat!
Dat ziet er prachtig uit, maar het is onzin.
In Deuteronomium 7 wordt er nadrukkelijk op gewezen dat de Here, vanwege Zijn diepgewortelde en diepdoorvoelde liefde heel veel doet. Hij bevrijdt nota bene een complete natie, Zijn eigen volk, uit de onderdrukking.
Er staat trouwens ook: “En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten”. Onze God leunt niet achterover bij stemmig kaarslicht, met een sigaar in de mond!

De manier van denken van Liebje Hoekendijk doet denken aan New Age.
New Age is, zo noteerde iemand, “een mix van verschillende ideeën en tradities vermengd met oosterse spiritualiteit, filosofie, psychologie en natuurkundige ideeën. Aanhangers van de New Age verlangen naar verbondenheid met het goddelijke, de levensbron en de eeuwige energie. Een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is. Men ervaart het leven niet langer als statisch en onveranderlijk, maar verrassend en groeiend naar levensdoelen. Men streeft naar een Nieuw Tijdperk”[4].
Daar is het: een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is!

Gods Woord drukt ons op het hart dat de Here alle mensen persoonlijk kent.
Denkt u maar aan 2 Corinthiërs 5: “Want wij moeten allen voor de rechterstoel van ​Christus​ openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad”[5].

Nog één keer kom ik terug bij Deuteronomium 7.
De Here stimuleert ons, hoofd voor hoofd, om Hem Persoonlijk trouw te zijn.
Zijn beloften zijn volstrekt duidelijk: “En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden. Dan zal het gebeuren, omdat u deze bepalingen zult horen, in acht nemen en houden, dat de HEERE, uw God, voor u het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht zal nemen die Hij uw vaderen onder ede beloofd heeft. Hij zal u ​liefhebben, u ​zegenen​ en u talrijk maken; Hij zal de vrucht van uw schoot ​zegenen​ en de vrucht van uw land, uw koren, uw nieuwe ​wijn​ en uw olie, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee, in het land dat Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven. Gezegend zult u zijn boven al de volken”[6]!

Noten:
[1] In: Nederlands Dagblad, zaterdag 10 augustus 2019, p. 20.
[2] Deuteronomium 7:8-11.
[3] Deuteronomium 7:6.
[4] Geciteerd van https://www.spiritualnet.nl/8-religies/18-new-age ; geraadpleegd op maandag 12 augustus 2019. Zie ook mijn artikel ‘Het goddelijke in jezelf…?’, hier gepubliceerd op woensdag 5 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/05/het-goddelijke-in-jezelf/ .
[5] 2 Corinthiërs 5:10.
[6] Deuteronomium 7:11-14 a.

15 augustus 2019

Gekleed als uitverkorenen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Door God uitgekozen mensen – zijn die herkenbaar? Zij hebben geen stempel op. Maar we zouden ze wel moeten kunnen herkennen.
Paulus schrijft namelijk in Colossenzen 3: “Kleedt u zich dan, als uitverkorenen van God, ​heiligen​ en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld”[1].

Waarom is de brief aan de christen in Colosse geschreven?
Een internetencyclopedie leert ons: “Paulus heeft zorgen om het geestelijk welzijn van de gelovigen, vandaar dat hij uitgebreid aandacht besteed aan de positie van Christus. Paulus had van Epafras gehoord over ketterse opvattingen in Colosse. Welke dwaalleer is niet helemaal duidelijk, maar uitgaande van de inhoud van de brief moet het een mengeling geweest zijn van judaïsme, gnosticisme, ascese en engelenverering. De leerstellingen over God en de verlossing hadden blijkbaar een schaduw geworpen over de heerlijkheid van Christus. Paulus brengt door zijn schrijven Christus weer voor het voetlicht en benadrukt Diens soevereiniteit, Goddelijkheid en heerschappij. Christus’ hoofdschap over de gemeente wordt benadrukt, evenals het christelijke leven in de dagelijkse praktijk”[2].

In Colosse heeft men dus de neiging om de wetten van Mozes weer van stal te halen[3].

In Colosse heeft men de neiging om te zeggen dat de mens afkomstig is uit een goddelijke wereld en in zijn aardse situatie een goddelijke kern in zich heeft. ‘Terug naar die goddelijke wereld’ is het parool![4]

In Colosse heeft men de neiging om te streven naar een reine levenswandel door de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen[5].

En dan die engelenverering.
Iemand schrijft: “Schijnbaar worden deze teksten tegenwoordig niet meer gelezen want regelmatig hoor ik, vaak in een tv-programma van de EO, dat mensen ‘engelen’ hebben gezien. De meest wonderbare verhalen worden opgedist en de presentator maar knikken en glimlachen. Vraagt men zich niet af waar men mee bezig is? Houden dergelijke mensen zich wel vast aan het Hoofd, Jezus Christus? Wie heeft de verlossing nu volbracht, engelen of Jezus Christus?”[6].
In Colosse heeft men de neiging om te denken aan zuivere engelkens met vleugeltjes die permanent door ’t luchtruim zweven. Zij zingen zo blij, zo wonderzacht…

Welaan, zegt Paulus – zet beide benen maar weer op de grond. Doe maar gewoon uw kleren aan.
Paulus zet erbij wat de mensen in Colosse uit hun walk-in closet moeten halen: innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.

Mensen van 2019 hebben de neiging om te protesteren. Want om die ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld te kunnen praktiseren moet je wel een beetje boven de wereld zweven. Anders krijg je dat nooit voor elkaar.

Kleedt u zich maar aan, zegt Paulus.
U hoeft zich niet klaar te maken voor de catwalk.
Maar u moet wel laten zien dat u uitverkorenen bent. Uitgekozen dus. Uitgekozen door God, nog wel.
Over die uitverkorenen staat in de Heidelbergse Catechismus: “Dat ik in alle droefheid en vervolging met opgeheven hoofd juist Hem als Rechter uit de hemel verwacht, die Zich eerst om mij voor Gods rechterstoel gesteld en heel de vloek van mij weggenomen heeft. Hij zal dan al zijn en mijn vijanden aan de eeuwige ondergang overgeven, maar mij met alle uitverkorenen tot Zich nemen in de hemelse blijdschap en heerlijkheid[7].

Nee – die ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld worden in dit leven nooit volmaakt.
Maar de houding van Gods kinderen verandert door de jaren heen wel. Dat komt omdat zij zich voorbereiden op het verblijf in een andere wereld: de hemelse heerlijkheid.

Die christenen in Colosse willen de reis naar die volmaaktheid zelf regelen.
Fout!, zegt de Catechismus.
Want God trekt ons naar Zich toe.

Die mensen doen geweldig hun best om een hogere status te bereiken. Via het judaïsme, het gnosticisme, de ascese en de engelenverering.
Niet meer doen, schrijft Paulus in Colossenzen 3.
Richt u zich gerust op de hemel. Maar uw eigen inspanningen helpen u niet verder. Want “uw leven is met ​Christus​ verborgen in God”[8].
Ja, zo staat het er: met Christus verborgen in God – kinderen van God hebben, om zo te zeggen, levenslang beschermende kleding aan.

Aldus gekleed moeten ook gelovigen van 2019 hun gedrag aanpassen. Weg met onchristelijke gewoontes! Weg met seculiere manieren van doen!
De nieuwe kleding geeft, kortom, een heel andere uitstraling.
De nieuwe situatie wordt: “​Christus​ is alles en in allen”[9].
Daar gaan we naar toe.
En dan zien we toch een begin van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.

In Colosse willen de mensen een hogere status bereiken.
In 2019 willen veel mensen dat ook. Maar dan anders.
Het Parool meldt ons op vrijdag 9 augustus: “Veel mensen willen beroemd worden. Kijk alleen al naar de wildgroei aan (wannabe) influencers die om likes bedelen op Instagram en de talentenjachten die mensen in sneltreinvaart het sterrendom in moeten slingeren. Vooral voor de jeugd blijft het fenomeen interessant. Onlangs kwam uit onderzoek in opdracht van Lego naar voren dat westerse kinderen het liefst youtuber of vlogger worden – ze willen dus dat zoveel mogelijk mensen naar ze kijken – terwijl jonge Chinezen het vaakst dromen van een carrière als astronaut.
Die hang naar roem is opmerkelijk, omdat ook de nadelen regelmatig benadrukt worden. Zo publiceerde een anonieme ex-BN’er onlangs het boek Anti-Fame, uitgegeven bij Das Mag, waarin haarfijn wordt besproken waarom je vooral géén bekendheid wilt vergaren. Ja, roem levert misschien -financiële- extraatjes, interessante nieuwe vrienden, knappe bedpartners en eeuwige erkenning op, maar daar staan (…) haatreacties, stalkers en de inperking van je privacy tegenover”[10].

Op aarde geldt nog altijd dat aloude gezegde: wie hoog klimt kan laag vallen.

Maar wij?
Wij bereiden ons voor op de heerlijkheid van de hemel.
En hoe doen we dat?
In Colossenzen 3 geeft Paulus ons, in de actualiteit van alledag, het volgende dringende advies: “En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere ​Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem”[11]!

Noten:
[1] Colossenzen 3:12.
[2] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/K/Kolossenzen_(brief_van_Paulus) ; geraadpleegd op vrijdag 9 augustus 2019.
[3] Zie hierover onder meer https://christipedia.miraheze.org/wiki/Judaïsme ; geraadpleegd op vrijdag 9 augustus 2019.
[4] Zie hierover onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Gnostiek ; geraadpleegd op vrijdag 9 augustus 2019.
[5] Zie hierover https://www.encyclo.nl/begrip/ascese ; geraadpleegd op vrijdag 9 augustus 2019.
[6] Geciteerd van http://www.bijbelarchief.nl/default.asp?id=217 ; geraadpleegd op vrijdag 9 augustus 2019.
[7] Geciteerd uit Heidelbergse Catechismus – Zondag 19, antwoord 52.
[8] Colossenzen 3:3.
[9] Colossenzen 3:11.
[10] Geciteerd van https://www.parool.nl/ps/beroemd-door-een-blunder-een-stomme-tweet-verpestte-haar-leven~b892c596/ ; geraadpleegd op vrijdag 9 augustus 2019.
[11] Colossenzen 3:17.

14 augustus 2019

Het meisje van Hooglied 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Het Hooglied is een zeer actueel Bijbelboek. Heel concreet wordt daarin de liefde beschreven.
En de liefde is in bespreking, vandaag.
Gebruik de afkorting LHBTI, en er opent zich op slag een wereld die grotendeels niet de leefomgeving van Gereformeerden wezen kan.
In een wereld waar seksuele zonden aan de orde van de dag zijn geeft Gods Woord een beeld van eerlijke liefde tussen man en vrouw. Die liefde is als een gedicht. Het Hooglied biedt ons een magnifieke expressie! Het gevoel krijgt alle ruimte. De emotie is in Gods Woord heus niet onbelangrijk!

In Hooglied 1 komen zowel de jongen als het meisje aan het woord.
En het mag ons wel opvallen dat eerst het meisje aan het woord komt.
Conclusie: de vrouw heeft in de Bijbel geen tweederangs rolletje. Oftewel: in de Bijbel is de vrouw zeker niet de underdog!
Het blijkt – kortom – zeker de moeite waard om het meisje eens in de schijnwerpers te zetten.

In Hooglied 1 zegt het meisje ronduit:
“Donker van huid ben ik, maar bekoorlijk,
dochters van ​Jeruzalem,
als de ​tenten​ van Kedar,
als de ​tentkleden​ van ​Salomo.
Zie niet op mij neer omdat ik donker ben,
want de zon heeft mij beschenen”[1].

Het is van stonde aan duidelijk – het meisje van Hooglied 1 is het aanzien best waard.
Maar het is onmiskenbaar ook zo dat vrouwen geen speeltjes zijn waarmee mannen naar believen hun gang kunnen gaan.
Vrouwen zijn scheppingen van de hoge God. In Genesis 1 wordt het met nadruk gezegd: “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen”[2]. Daarom alleen al zijn mensen van het vrouwelijk geslacht alleszins achtenswaardig!

Bij het lezen van de eerste regel van het citaat komt men overigens meteen in de actualiteit van de eenentwintigste eeuw.

Het meisje is donker.
En dan staat in de wereld van 2019 het racisme om de hoek.
Racisme – dat is een woord dat velen voor in de mond bestorven ligt. En het moet gezegd: de bejegening van donkere mensen is meestentijds niet erg respectabel.
Onlangs was er nog het volgende nieuws: “De Texaanse politie heeft excuses aangeboden nadat er grote beroering is ontstaan over een foto van een arrestatie. Op de foto is een zwarte man te zien, die vastgebonden met een touw wordt opgebracht door twee witte politieagenten te paard. Volgens de politiechef van de stad Galveston gebeurt dit vaker, maar hebben de agenten deze situatie ‘slecht beoordeeld’. Hij heeft excuses aangeboden aan de verdachte. ‘Hij had geen kwaad in de zin’, aldus politiechef Vernon Hale. “We kunnen beter met deze werkwijze stoppen”[3].
De precieze aanleiding tot de arrestatie is niet bekend. Maar de manier van doen der gezagsdragers getuigt, om het maar zachtjes te zeggen, niet van groot inzicht in de maatschappelijke ontwikkelingen.
Nogmaals – het meisje dat in Hooglied 1 aan het woord komt is donker. Het is alsof de Schepper ook in 2019 tegen ons zegt: kijk maar ês hoe mooi dit meisje is!

De jonge vrouw vergelijkt haar huidskleur met de tenten van Kedar.
Die tenten zijn gemaakt van donker geitenleer. Kedar is in haar tijd een dominante macht. In Jesaja 21 lezen we: “Want zo heeft de Heere tegen mij gezegd: Nog binnen een jaar, gerekend naar de jaren van een dagloner, zal het met al de luister van Kedar gedaan zijn”[4].
Nee, het meisje uit Hooglied 1 is niet dat keurige blanke model dat de meeste westerse mensen graag in modebladen zien.
De God van hemel en aarde leert ons af om alleen maar naar de buitenkant van mensen te kijken. Trek je niet teveel aan van ras en afkomst!

Het meisje beschikt overigens over een gezond zelfbewustzijn. Zij doet ergens een beetje aan Kedar denken. Aan een machtscentrum van haar tijd, dus. Het is alsof zij zeggen wil: zet mij niet plompverloren aan de kant; ik ben best een mooie vrouw!
Vandaag de dag hebben massa’s mensen het druk met metoo. U weet wel: de beweging die zich verzet tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Als een golf spoelt metoo over de wereld. Een internetencyclopedie leert ons: “Met name op Twitter werd de hashtag #MeToo populair. (…). De hashtag was op 15 oktober 2017 al 200.000 keer gebruikt, en op 16 oktober meer dan 500.000 keer getweet. Op Facebook werd hij binnen 24 uur door meer dan 4,7 miljoen mensen in 12 miljoen posts gebruikt. Facebook maakte bekend dat 45% van zijn gebruikers in de Verenigde Staten een Facebookvriend had die de term had gepost”[5].
Nu dan – de Heilige Schrift leert vrouwen om resoluut en zelfverzekerd te zijn!

Het meisje dat in Hooglied 1 aan het woord komt vergelijkt zichzelf ook met de tentkleden van Salomo.
Zo staat dat althans in Hooglied 1.
Maar een Schriftuitlegger noteert: “Uitgaande van de medeklinkertekst kan in plaats van ‘Salomo’ ook ‘Salma’ worden gelezen (…). Salma is de naam van een Arabische stam die leefde in een gebied ten noorden van de Nabateeërs – op wie mogelijk de naam Kedar betrekking heeft. Dit versdeel biedt dan het parallellisme: ‘tenten van Kedar’ en ‘tentkleden van Salma”[6].
Hoe dat zij: wie bij de tentkleden van Salomo blijven wil, kan in 2 Kronieken 3 een beetje sfeer proeven: “Verder maakte hij – Salomo – het voorhangsel – in de tempel – van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood en fijn ​linnen, en bracht daarop cherubs aan”[7].
Het is zonneklaar – het meisje van Hooglied 1 weet heel best dat zij een schoonheid is. En ze geniet ervan, zonder opsmuk en terughoudendheid.

Wat leren we uit die eerste verzen van Hooglied 1?
De vrouw mag er best wezen! En zij is er ook. Als één ding duidelijk is, dat is het dat wel.
En er is nog iets.
De liefde tussen man en vrouw is een kostbaar geschenk dat de Schepper van hemel en aarde aan de mensheid gegeven heeft. Dat maakt de inzet van het Hooglied ook volkomen duidelijk.

Wij leven in een tijd waarin, als het gaat om liefde en seksualiteit, van alles krom en kapot gemaakt is.
Laten we het maar eens onverbloemd tegen elkaar zeggen: het Hooglied brengt ons weer terug in Zijn spoor!

Noten:
[1] Hooglied 1:5 en 6 a.
[2] Genesis 1:27.
[3] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2296603-texaanse-politie-biedt-excuses-aan-voor-opbrengen-zwarte-man-met-touw.html ; geraadpleegd op donderdag 8 augustus 2019.
[4] Jesaja 21:16.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/MeToo-beweging ; geraadpleegd op donderdag 8 augustus 2019.
[6] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Hooglied 1:5 en 6, noot 22.
[7] 2 Kronieken 3:14.

13 augustus 2019

De roepende Geest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gods kinderen beschikken allemaal over een interne roepstem. Waar zij ook zijn, altijd roept er Iemand. Op welk tijdstip dan ook, altijd is er die stem.
Heeft u stemmen in uw hoofd? Dan is er zeer waarschijnlijk iets niet goed met u.
Maar die stem in ons hart, die is er altijd. Niet dat wij die altijd horen, dat niet. Maar die stem roept op ieder moment van de dag. En ook op ieder ogenblik van de nacht.
Het is de stem van de Heilige Geest. Hij zegt: “Nu, omdat u ​kinderen​ bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw ​harten, Die roept: ​Abba, Vader! Dus nu bent u geen ​slaaf​ meer, maar een zoon; en als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door ​Christus”.
Zo staat dat in Galaten 4[1].

Wat bedoelt Paulus daar mee?
De Basisbijbel parafraseert het zo: “Ik bedoel het volgende. Stel dat een zoon al wel de erfenis van zijn vader heeft geërfd, maar hij is nog niet volwassen. Dan heeft hij eigenlijk nog net zo weinig als een slaaf. Want hij is wel de eigenaar van alles, maar hij mag er zelf nog helemaal niets mee doen. Iemand anders neemt voor hem de beslissingen. En dat duurt tot het moment dat zijn vader had bepaald. Hetzelfde geldt eigenlijk voor ons. Zolang wij Joden nog niet ‘volwassen’ waren, moesten we gehoorzamen aan de wet van Mozes die God ons had gegeven. Net zoals een slaaf zijn heer moet gehoorzamen. Maar toen het moment was gekomen dat God had bepaald, stuurde Hij zijn Zoon. Die Zoon werd geboren uit een Joodse vrouw. En omdat Hij dus een Jood was, moest Hij zich aan de wet van Mozes houden. Alleen zó zou Hij de mensen die zich ook aan de wet van Mozes moesten houden, kunnen bevrijden. Zo zouden we niet langer slaven zijn. We werden kinderen van God, met de rechten van kinderen”[2].

Welnu – Gods kinderen hebben in hun hart een roepstem. Altijd is er die stem.
In ons hart wordt het Evangelie verkondigd: u bent een zoon van Vader! U bent een dochter van Vader!
En waarom?
Omdat Jezus Christus, de Heiland, voor onze zonden heeft betaald. Om het met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”[3].
De mensen in Galatië hadden indertijd te maken met mensen die zeiden:
* u moet zich aan de Joodse wet houden
* u moet de Oudtestamentische regels handhaven
* u moet de Joodse rituelen blijven uitvoeren.
Welnee, zegt Paulus tegen de Galaten en tegen ons. Jezus is onze Verlosser! Hij heeft onze schuld betaald! Ga maar vrijmoedig naar God toe!
Die God heeft ons ook de Heilige Geest gegeven. Zijn Geest heeft voltijds werk aan dat roepen: u bent een zoon van Vader! En: u bent een dochter van Vader!

Zo komt het dat wij geloven in Gods beloften. Zo komt het dat wij ’s zondags trouw naar de kerk gaan.
We blijven geloven, ofschoon de wereld ons enigermate excentriek vindt. Wij gaan ’s zondags naar de kerk.

Nee, dat hebben we niet te danken aan onze aanleg voor religie.
Over een dergelijke begaafdheid wordt nogal eens geschreven.
Iemand noteert: “Door sommigen is (…) geopperd dat veel christelijke heiligen ook epilepsie hadden (…). Het opmerkelijkste verhaal is dat van de apostel Paulus, die volgeling van Jezus zou zijn geworden na een visioen tijdens een epileptische aanval. Ook Mohammed wordt er vaak mee in verband gebracht. Sinds de jaren vijftig zijn er experimenten gedaan waarbij de temporaalkwab, onderdeel van de hersenschors, van patiënten werd gestimuleerd tijdens hersenoperaties, waarop de patiënten soms begonnen te vertellen over een ‘kosmisch bewustzijn’, een spirituele aanwezigheid”.
En:
“De temporaalkwab is vaak als het centrum van religiositeit aangewezen. Het is echter de vraag of de ervaringen in de kern al religieus waren. Waarschijnlijk is er slechts sprake van een reeks complexe gewaarwordingen, die vervolgens worden geïnterpreteerd als een religieuze of mystieke ervaring. Volgens Dewhurst en Beard (1970) is Joseph Smith, de stichter van de mormonen, hier een voorbeeld van. Hij zou als 14-jarige jongen een epileptische aanval hebben gekregen, waarbij hij het gevoel kreeg dat hij werd overmand door een vreemde macht”[4].

U begrijpt – het ene verhaal is nog mooier dan het andere.

Intussen overwint die Geestelijke roepstem alle obstakels die er in de wereld zijn; inclusief onze eigen weerzin.
Wij leven in een ernstig bedorven wereld.
Wij horen van zogeheten witwaspraktijken en de financiering van terroristische acties[5].
De beurzen kelderen vanwege een handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China[6].
Onlangs meldde het Nederlands Dagblad: “Noord-Korea heeft via cyberaanvallen al voor een kleine twee miljard dollar gestolen van banken en van uitwisselingsdiensten voor cryptomunten. Het geld gebruikt het regime voor de ontwikkeling van nieuwe raketten, stellen VN-experts in hun jongste rapport”[7].
In zo’n wereld is er altijd de verleiding om te vragen: wat heb je aan je geloof? Of ook: dit is toch vechten tegen de bierkaai?
Maar zulke vragen worden overstemd door de roepstem van de Heilige Geest. Hij proclameert: u bent een zoon van Vader! En ook: u bent een dochter van Vader!

Echt geloof – dat is “een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt”[8].
Laten we het ons maar blijven realiseren: de Heilige Geest van God overstemt alles en iedereen!

Noten:
[1] Galaten 4:6 en 7.
[2] Geciteerd van https://www.basisbijbel.nl/boek/galaten/4 ; geraadpleegd op woensdag 7 augustus 2019. Dit is de weergave Galaten 4:1-5.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[4] Geciteerd van https://skepsis.nl/religieusbrein/ ; geraadpleegd op woensdag 7 augustus 2019.
[5] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2296622-abn-amro-moet-alle-particuliere-klanten-doorlichten.html ; geraadpleegd op woensdag 7 augustus 2019.
[6] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2296058-aandelenbeurzen-kelderen-door-oplaaiende-handelsoorlog.html ; geraadpleegd op woensdag 7 augustus 2019.
[7] Geciteerd uit: Jan van Benthem, “Noord-Koreaans regime een digitale roversbende”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 7 augustus 2019, p. 8 en 9. Citaat van p. 8.
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.