gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

24 mei 2022

Heel de schepping verlost

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De profetie van Joël is het lezen waard.
Vandaag richten we de schijnwerper op een gedeelte van Joël 2.
Als algemene oriëntatie eerst een passage uit een artikel dat in februari 2013 op deze plaats werd gepubliceerd.
“De profeet Joël is, in zekere zin althans, een tamelijk vage figuur.
Niemand weet precies wanneer hij leefde. Niemand weet precies waar hij vandaan kwam. Joodse schriftuitleggers komen aan met het verhaal dat de vader van Joël, Pethuël geheten, eigenlijk Samuël is. Maar dat is, op z’n zachtst gezegd, tamelijk onwaarschijnlijk.
Ook in de profetie van Joël zitten heel wat onduidelijkheden.
Maar het is wel duidelijk dat deze profeet Gods volk opnieuw leert luisteren. De rampen die het volk van God treffen zijn een óproep: keer terug naar uw Heer!
Er moet op bazuinen geblazen worden. Niemand kan er meer omheen: de dag van de Here komt er aan. En dus moet de kerk attent zijn.
Nee, de Here is geen harde God, die Zijn volk als een slavendrijver opjaagt.
Hij brengt Zijn volk wel bijeen. De Here werkt niet met enkelingen; Hij verzamelt zich een vólk.
Joël vraagt nadrukkelijk aandacht voor de taak van de priesters. Priesters onderwijzen de natie over de gang van zaken in het verleden. Priesters moeten het volk, om zo te zeggen, voorgaan in gebed.
Maar dat is lang niet alles.
Want opeens neemt de Here het óp voor Zijn land. Hij krijgt medelijden met Zijn volk. Gods kinderen mogen juichen. Ze mogen enorm blij zijn.
De Here kondigt het moment aan, waarop Zijn volk weer weten zal dat het een machtige God heeft.
Er komt weer voedsel in het land.
De Here belooft dat Zijn volk nooit meer de risee van de wereld zal worden.
De vijand wordt weggejaagd. De vijand: met die term worden hier waarschijnlijk in eerste instantie de Assyriërs aangeduid.
Die vijand wordt uiteengeslagen en naar drie kanten afgevoerd.
Wees maar niet bang meer, proclameert de Here. Gods kinderen hoeven niet bevreesd te zijn dat zij zullen terugzakken in de benarde toestand van weleer. Er mag gejúbeld worden. Er is alle reden voor een groot feest! Zelfs de dieren mogen meedoen![1]

Joël zegt het in hoofdstuk 2 in opdracht van zijn Zender zo: “Wees niet bevreesd, land, verheug u en wees blij, want de Heere heeft grote dingen gedaan. Wees niet bevreesd, dieren van het veld, want de weiden van de woestijn worden groen, de bomen dragen hun vrucht, de wijnstok en de vijgenboom geven hun opbrengst. En u, kinderen van Sion, verheug u en wees blij in de Heere, uw God, want Hij zal u geven de Leraar tot gerechtigheid. Die zal regen op u doen neerdalen, vroege regen en late regen in de eerste maand. De dorsvloeren zullen vol koren zijn, de perskuipen stromen over van nieuwe wijn en olie. Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn grote leger, dat Ik op u had afgestuurd. Dan zult u overvloedig en tot verzadiging eten, en de Naam van de Heere, uw God, prijzen, Die wonderlijk met u heeft gehandeld. Mijn volk zal voor eeuwig niet beschaamd worden. Dan zult u weten dat Ik te midden van Israël ben, dat Ik, de Heere, uw God ben, en niemand anders: Mijn volk zal voor eeuwig niet beschaamd worden!”[2].

Joël zegt: de hele schepping wordt verlost. Bouwland, grasland, wijngaarden, dieren…: alles en iedereen komt weer tot z’n recht.
Terecht schrijft iemand: “Er is verandering nodig van ons beeld van de wereld en de plaats die wij daarin hebben. We zien in onze verlichte cultuur de wereld als een natuurlijke hulpbron om aan onze verlangens te voldoen, in plaats van een goddelijke gift om zorg voor te dragen. Geestelijk herstel vraagt nieuwe verlangens. Het beeld dat veel mensen tonen is dat ze gebonden zijn aan verlangens naar meer, anders, groter, mooier, sterker, glimmender, duurder. Voor de één geldt dat de auto, voor de ander het eigen lichaam, een huis, kennis, ethische moraal of wat dan ook. Alléén Jezus bevrijdt van zulke verlangens. Hij neemt ze weg en vult de mens met verlangens om in alle kwetsbaarheid écht te zorgen in deze wereld, omdat alles van Hem is”.
Deze stellingname brengt ons als vanzelf bij Psalm 104:
“Hij doet het gras groeien voor de dieren,
het gewas ten dienste van de mens.
Hij brengt voedsel uit de aarde voort”.
En:
“De bomen van de Heere worden verzadigd,
de ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft.
Daar nestelen de vogeltjes,
de cipressen zijn het huis voor de ooievaar.
De hoge bergen zijn voor de steenbokken,
de rotsen zijn een toevluchtsoord voor de klipdassen”.
En:
“De jonge leeuwen brullen om een prooi
en verlangen van God hun voedsel”.
En:
“Hoe groot zijn Uw werken, Heere,
U hebt alles met wijsheid gemaakt,
de aarde is vol van Uw rijkdommen.
Daar ligt de zee, groot en wijd uitgestrekt;
daar leeft krioelend gedierte, niet te tellen,
kleine dieren en grote”.
De schepping is er ter ere van God. Al dat Goddelijke maaksel moet gewetensvol beheerd worden. Op dat punt laten mensen in alle tijden en op alle plaatsen heel veel steken vallen. Laten wij om vergeving vragen. En laten we vervolgens, genietend van alles wat God geeft, ons best doen om de aarde tot Zijn eer te ontplooien.
Gelovige kinderen van God doen dat in de wetenschap dat Jezus Christus, hun Heiland, op Zijn troon zit. Daar pleit Hij voor alle ware gelovigen. Hij zegt tegen Vader: ‘Ik heb voor het zondige beheer van de schepping geleden. Wees Uw kinderen toch genadig!’[3].

Joël kondigt bevrijding aan. Zijn profetie doet een beetje denken aan de geschiedenis waarin Israël uit Egypte wordt bevrijd. Welnu, maakt Joël duidelijk, er komt nog méér aan. Door allerlei ellende heen werkt God aan een schitterend reddingsplan!
Dat plan loopt uit op een fantastisch feest. Een feest dat permanent is. Voor eeuwig. Dan zijn alle beheersproblemen met betrekking tot de aarde uit de wereld. De voorraden zijn nooit op. Er is genoeg voor iedereen. Wat een prachtig vooruitzicht![4]

Noten:
[1] Dit citaat komt uit mijn artikel ‘Joël biedt een doorkijkje naar de hemel’, hier gepubliceerd op 13 februari 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/02/13/ .
[2] Joël 2:21-27.
[3] In deze alinea citeer ik uit: Kundert de Wit, “Héle schepping in verlossing betrokken”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 15 september 2021, p. 25 [rubriek Milieu en technologie]. Uit Gods Woord citeer ik Psalm 104:14,16-18,21,24,25.
[4] De geschiedenis met betrekking tot de bevrijding van Israël staat in Exodus 5-12.

23 mei 2022

De ijdelheid overwonnen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Terwijl wij door het leven wandelen, mogen wij weten: de God van alle genade neemt ons mee naar de voleinding van de wereld. Laat ons werk in de kerk intussen maar zo zijn, dat de adventsgemeente – de vergadering van Gods kinderen die Jezus Christus op aarde terug verwacht – steeds beter in beeld komt.
In dat kader besteden we in dit artikel aan de laatste woorden van de Prediker: “De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad”[1].

Sommigen zeggen: het leven is volstrekt vruchteloos. Zij worden pessimist of nihilist. Er is niets dat werkelijk zin heeft. Anderen zeggen: we leven hier en nu, wij gaan ervan genieten.  
Prediker stuurt ons echter een andere kant op. Hij is een onderwijzer die wijsheid doorgeeft. Het kerkvolk krijgt, om zo te zeggen, les van hem: ‘zó moet u tegen het leven aankijken’. Zijn onderwijs vat hij samen in aansprekende spreuken. De lessen van Prediker prikkelen. Als vanzelf gaan we hoe en waar zijn onderwijs in de huidige wereld van toepassing zijn.
De lessen van Prediker gaan, als wij ze goed bestuderen, deel uitmaken van ons leven in kerk en maatschappij. We dragen ze mee. En wij benutten ze waar dat kan. Ja, dat is het allerbeste wat wij kunnen doen. Want die levenslessen zijn afkomstig van de goede Herder. In Prediker 12 staat het onomwonden: “De woorden (…) zijn gegeven door één Herder”.
Studeren is mooi. Dat kan ook vermoeiend zijn. Ja, dat ook. Maar als het onderwijs van de goede Herder komt, is het lespakket wel van hemelse kwaliteit![2]

Waar zien wij dat aan? Antwoord: wij worden metterdaad op de hemel gewezen. En op het einde van de dingen, bovendien. De Christelijke Gereformeerde predikant J. Jonkman omschreef het eens zo: “Gelovigen weten van de zonde en het oordeel van God over de zonde. Ze weten ook, dat het gericht verlossing zal brengen. God zal recht verschaffen. In het eindgericht wordt de ijdelheid van alle dingen voor de gelovigen voor eeuwig en altijd weggedaan. Het gericht betekent voor de gelovigen het definitieve einde van alle ijdelheid. Zo gezien eindigt Prediker geweldig positief”[3].

Zeker, in dit leven zijn heel veel dingen zinloos.
Wat komen wij boven deze situatie uit? Antwoord: door ons geloof in God.
Om met de apostel Paulus in 1 Corinthiërs 1 te spreken: “Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God. Want er staat geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen. Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld dwaas gemaakt? Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven”.
Zonder geloof gaat het leven inderdaad als een nachtkaars uit.
Dan leef je zonder God.
Dan is er geen hoop meer.
Dan wandelen de mensen, in de woorden van Efeziërs 4, als de heidenen “in de zinloosheid van hun denken, verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart”[4].

De opstanding van de Heiland geeft zin aan onze arbeid. Zo staat dat in 1 Corinthiërs 15. U weet wel: “Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”.
De hierboven al geciteerde dominee Jonkman schrijft: “In Christus hebben we eeuwig leven. In Christus zijn onze werken blijvend. In deze spanning op aarde kunnen we gerust en vertrouwend leven en al onze arbeid verrichten. In deze spanning vervallen we niet tot pessimisme en somberheid, tot nihilisme en oppervlakkigheid, maar Christus zet deze spanning om in een overvloedig bezig zijn in Zijn werk, altijd en overal. En dan hebben we aan de ijdelheid ten diepste geen boodschap meer.
Christus en de gemeenschap met Hem: overwinning van de ijdelheid!”.

Prediker 12 leert de mensen: vrees God en onderhoud Zijn geboden. Als het goed is zijn we daarmee voortdurend bezig terwijl we samen met God door de wereld wandelen, op weg naar het einde van de tijd. Onderweg mogen we, ten aanhoren van ieder die het horen wil, getuigen van de hoop die we hebben.
Over dat getuigen schrijft dominee G.W.S. Mulder, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Ridderkerk, in een recent nummer van De Banier, het partijblad van de Staatkundig Gereformeerde partij. Als volgt.
“Wat is eigenlijk een getuigenis? Het is niet een persoonlijk gevoel of een eigen mening. Een getuigenis is een bevestiging van de waarheid. Denk bijvoorbeeld aan iemand die getuige is van een incident op straat. Deze persoon kan de werkelijke toedracht bevestigen. Een getuigenis is dus ook niet iets waarmee je je buiten de orde plaatst. Integendeel!
Het is eigenlijk een opmerkelijke gedachte: dat een getuigenis er niet zo toe doet. Het maakt duidelijk dat in onze samenleving het waarheidsbegrip problematisch is geworden. Het huidige genderdebat laat zien hoe deze crisis de mensen ontwricht tot in hun persoonlijke identiteit. Wie in onze tijd de waarheid wil bevestigen, zal met beleid te werk moeten gaan en standvastig moeten zijn.
Bevestigen van de waarheid is meer nodig dan ooit. Laten SGP’ers zeggen hoe het is. Leven in het licht van de Bijbel geeft de helderste en meest realistische kijk op de werkelijkheid. God is onze Schepper en de Onderhouder van ons leven. Wij geven Hem niet de erkentenis die hem toekomt en overtreden Zijn geboden. Maar in Zijn goedheid draagt en verdraagt Hij ons en onze werkelijkheid. Elke dag bevestigt Hij dit. Daarom schamen wij ons niet voor het Bijbelse getuigenis: ‘Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen’ (Prediker 12:13)”.
Daar zeggen we graag ‘Amen’ op![5][6]

Noten:
[1] Prediker 12:13,14.
[2] In deze alinea gebruikte ik Prediker 12:8-12.
[3] Dit citaat komt uit: J. Jonkman, “IJdelheid II”. In: De Wekker, jg. 100 nr 41, vrijdag 19 juli 1991, p. 341,342. Ook verderop in dit artikel maak ik gebruik van deze publicatie.
[4] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 1:18-21 en Efeziërs 4:17,18.
[5] In deze alinea citeer ik: ds. G.W.S. Mulder, “Getuige”. In: De Banier, mei 2022, p. 3.
[6] Dit artikel werd geschreven als voorbereiding op een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Op woensdagavond 25 mei 2022 zal een vergadering worden gehouden waar Prediker 11 en 12 zullen worden bestudeerd.

20 mei 2022

De afrekening

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Tegenwoordig hebben we de mond vol over de oorlog in Oekraïne. En terecht. Wat daar gebeurt is verschrikkelijk. President Poetin probeert de geschiedenis naar zijn hand te zetten. En hij gaat over lijken. Veel lijken.
De Oekraïense baptistenpredikant D.M. Vinogradsky zegt in het Reformatorisch Dagblad over president Poetin: “Wat mij ongerust maakt, is dat Poetin het idee heeft dat hij een instrument in Gods hand is. Omdat patriarch Kirill van Moskou hem heeft gezegend. Poetin ziet het als zijn missie om de Sovjet-Unie te herstellen. Hij voegt hier een vleugje religie aan toe, alsof hij religieuze doelen najaagt. Hij zet zichzelf neer als een religieus persoon, en noemt het Westen goddeloos. In de kerk in Moskou hangt een icoon van hem. Niet dat hij heilig is verklaard, maar er hangt wel een icoon”.
Dominee Vinogradsky zegt ook nog: “Conflicten worden erger en komen vaker voor. Ik zeg niet dat het morgen of overmorgen zal zijn –misschien duurt het nog duizenden jaren– maar het einde van de wereld komt een keer. Mensen zullen vechten, het draait om het eigen ik, ze willen gelijk krijgen. Het gaat ten diepste niet om Rusland tegenover Oekraïne, het gaat om de macht in de wereld, om het ene volk dat tegen het andere opstaat. Dat komt door de catastrofe in de hof van Eden”.
Wij zullen goed moeten zien dat er een oorlog wordt uitgevochten tussen God en Satan![1]

Deze constatering voert ons naar een andere oorlog. Een oorlog die in Openbaring 19 wordt genoemd. Leest u maar mee: “En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid”[2].

In Openbaring 19 gebeurt iets magnifieks: de deur van de hemel staat wijd open. En kijk, er komt een wit paard aan. Wit is de kleur van het licht, en van de hemel. Het paard is het rijdier van een koning. Of van een keizer. Of van een generaal, dan wel een andere hoge militair.
Eerder in dit Bijbelboek, in Openbaring 6, was ook een wit paard te zien.
Hier is alweer een wit paard. Het is nu wel duidelijk dat Christus rechter is, en dat Hij de eindoverwinning behalen zal. In Openbaring 6 was er een hele serie paarden met vier verschillende kleuren. Hier is maar één paard te zien. De Man die op het paard gezeten is steekt blijkbaar boven alles en iedereen uit.
Gods beloften worden vervuld!
In Openbaring 19 wordt werkelijkheid waar Jesaja in hoofdstuk 11 al van profeteerde: “Zijn ruiken zal zijn in de vreze des Heeren. Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen. Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen. Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden. Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn, en de waarheid de gordel om Zijn middel”[3].

Het staat er echt: “Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen”. President Poetin kan prachtige verhalen afsteken. Over het herschrijven van de historie, bijvoorbeeld. President Zelensky van Oekraïne kan voor het oog van vele volken via de televisie en andere beeldverbindingen allerlei betogen houden om de vertellingen van Poetin te ontkrachten.
Dat alles heeft de Persoon op dat witte paard niet nodig.
Hij weet precies hoe de zaken zitten.
Hij weet alles over agressors en verdedigers
Alles over defensie en materieel is Hem genoegzaam bekend.
Hij is, zo zegt Openbaring 3, “de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige”.
Wij kunnen dus zeker van wezen: Zijn oordeel is op alle punten voluit Christelijk![4]

Over een dag of zes zal het Hemelvaartsdag zijn. Voor sommigen lijkt dat een christelijke feestdag waar zij een beetje verlegen mee zijn. Wat vieren we nu eigenlijk? Antwoord: wij vieren Zijn troonsbestijging. En als wij dat vieren behoren wij meteen te beseffen dat Hij, terwijl Hij op Zijn troon zit, niet maar wat zit uit te rusten. Het tegendeel is waar! Hij bereidt, om zo te zeggen, de laatste afrekening voor. Het is ook in de hemel duidelijk: de laatste triomf komt er aan.

Laten wij vandaag – met het zicht op de conflicten en oorlogen om ons heen – vooral blijven belijden: onze God is de Geloof-waardige, de Betrouwbare![5]

Noten:
[1] Ik citeer uit: “Telkens terug naar de Bijbel” – vraaggesprek met dominee D.M. Vinogradsky. In: RDMagazine, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 14 mei 2022, p. 7-13 [rubriek: Het gesprek].
[2] Openbaring 19:11.
[3] In deze alinea citeer ik Jesaja 11:3-5.
[4] In deze alinea citeer ik woorden uit Openbaring 3:14.
[5] In dit artikel maak ik gebruik van:  Dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – p. 429.

19 mei 2022

De kerk leert liefhebben

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waar is de liefde in deze wereld gebleven?
Wie het nieuws volgt, vraagt zich dat met zekere regelmaat af.
Liefhebben: dat is voor alle volgelingen van Jezus Christus een opdracht. In Johannes 13 geeft Jezus die opdracht aan de kerk in wording. Aan de discipelen dus. Wij lezen daar: “Toen hij dan naar buiten gegaan was, zei Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt. Als God in Hem verheerlijkt is, zal God Hem ook in Zichzelf verheerlijken, en Hij zal Hem meteen verheerlijken. Lieve kinderen, nog een korte tijd ben Ik bij u. U zult Mij zoeken, en zoals Ik gezegd heb tegen de Joden, zo zeg Ik het nu ook tegen u: Waar Ik heen ga, kunt u niet komen. Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt”[1].

Vóórdat Jezus Zijn liefdegebod geeft, stuurt Hij Judas de deur uit. Judas zal Hem verraden. Hij is een werktuig van Gods tegenstander, de duivel. Christelijke liefde past nu niet bij Judas. Daarom zegt Jezus: ga maar weg. “Wat u wilt doen, doe het snel”.
Wat gebeurt hier ten principale? Kerk en wereld komen hier tegenover elkaar te staan. Christenen en Christusloochenaars worden hier tegenover gezet. Die twee kampen komen nooit bij elkaar![2]

“Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt”, zegt Jezus.
“Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt” – ja, dat zegt de Heiland. De verrader, Judas dus, doet in de donkere nacht zijn satanische werk. Nu lijkt alles verloren. Jezus Christus gaat, naar het lijkt, ten onder. Maar juist nu zegeviert de hoge God. Want Zijn Zoon gaat Zijn verlossingswerk helemaal afmaken. Hij gaat de zondeschuld van alle wereldburgers betalen. Een uitlegger noteert: “Hij ziet reeds het volle resultaat voor Zich. Het ‘nu’ is hier het ‘nu’ van het kruis. Wat de verrader gaat doen en snel gaat doen, werkt mee aan de verheerlijking van de Zoon des mensen. Deze verheerlijking vindt plaats in de dood die Hij zal ondergaan aan het kruis. Verheerlijken wil zeggen het volledig laten zien van alle heerlijke eigenschappen van Hem als de ware Mens Die altijd in alles Zijn God volmaakt heeft gehoorzaamd. Dat is in Zijn hele leven zichtbaar geweest, maar zal op het kruis zijn hoogtepunt en bekroning vinden”.
Wat gaat er daar gebeuren? Antwoord: de God van hemel en aarde gaat gloriëren over alle duivelse machten. Vanaf nu geldt dat al Gods kinderen met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom zijn, niet van zichzelf, maar van hun trouwe Heiland Jezus Christus. Want het is honderd procent zeker: Hij gaat met zijn kostbaar bloed voor al hun zonden volkomen betalen en hen uit alle macht van de duivel verlossen.
Herkent u Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus?[3]

“Waar Ik heen ga, kunt u niet komen”, spreekt Jezus uit. Hij kondigt Zijn hemelvaart aan.
Wat moeten Jezus’ leerlingen doen als hun Leermeester ten hemel gevaren is? Antwoord: zij moeten in de kerk tonen wat Gods liefde inhoudt. Gods kinderen moeten begrijpen wat de liefde van God betekent.
Die uitlegger die hierboven reeds geciteerd werd noteert ook: “Het gaat hier niet om de liefde voor verloren mensen, hoe belangrijk ook, maar om het onbaatzuchtig zoeken van het goede voor de broeder en zuster. Het gaat om het elkaar liefhebben als discipelen van Christus overeenkomstig Zijn liefde. Wanneer Hij zal zijn opgestaan uit de doden, zullen deze nieuwe verbindingen tot stand gebracht worden en op steeds duidelijker wijze zichtbaar worden. Wat de Heer hier zegt, noemt Hij ‘een nieuw gebod’, want het gaat om de broeder, niet om de naaste. Het gebod om de naaste lief te hebben behoort tot de geboden van het Oude Testament. Die geboden zijn gegeven om daardoor het leven te krijgen. Dat is door de zondigheid van de mens onmogelijk gebleken. Het nieuwe van het gebod dat de Heer geeft, is dat Hij het leven geeft waardoor de discipelen elkaar kunnen liefhebben. De opdracht is daardoor een vanzelfsprekendheid, we doen het als vanzelf. Het is een gebod dat waar is in Christus en door Hem is waargemaakt. En omdat Hij ons leven is, is het ook waar in ons en kan het door ons worden waargemaakt”[4].

Doordat God ons liefheeft, kunnen wij Hem liefhebben.
En omdat wij Hem liefhebben, zijn wij ook in staat om onze broeders en zusters lief te hebben.
Daarom zijn wij attent op elkaars wel en wee.
Daarom hebben we aandacht voor elkaars noden.
Daarom stoppen we zo nu en dan met voorthollen om elkaar te helpen.

In deze tijd is aandacht voor Gods liefde en genegenheid voor elkaar dat van het grootste belang.
In het navolgende zal dat alras blijken.
In een essay dat werd gepubliceerd in een bijlage van het Nederlands Dagblad, schreef ND-redacteur Hilbrand Rozema: “Johann Hari interviewde ruim tweehonderd deskundigen voor zijn boek ‘De aandacht verloren. Waarom we ons niet meer kunnen concentreren’. Deze plaag van versnipperde aandacht knaagt aan de wilskracht. Het zorgt ervoor dat we zelfs simpele klussen niet meer zo doelgericht afmaken als voorheen. Het doet ons vermogen haperen om problemen op te lossen en om te gaan met tegenslag. Het vreet zich in. Het heeft gevolgen voor álles.
Het is op veel plaatsen allang geaccepteerd dat mensen tijdens kerkdiensten op hun telefoons kijken. Of dat tijdens een samenzijn ineens iedereen z’n telefoon gaat checken. Op zo’n moment zou ik graag rondgaan met een emmer water: gooi hier maar in, mensen, die vijand van je ziel, je gemoedsrust, je gebedsvermogen, je liefde en je contactuele eigenschappen.
In een interview in NRC vergelijkt Johann Hari de collectieve aandachtscrisis met de loodvergiftiging via de oude drinkwaterleidingen van begin twintigste eeuw. Die leidde tot ernstige hersenschade bij kinderen, waardoor ze niet meekwamen op school. Hij roept op tot een ‘attention rebellion’, een opstand tegen dat permanent vangen van onze aandacht door de grote sociale-media-bedrijven. Want dat is waar ze hun geld mee verdienen”.  
Laten wij in de kerk nog maar eens repeteren wat Jezus zei: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt”.
Dat nieuwe gebod met met name Gods kinderen attent maken.
Liefde voor elkaar: zeker de kerk mag die niet verliezen.
Aandacht-ig leven: dat mag de kerk nooit verleren[5].

Noten:
[1] Johannes 13:31-35.
[2] In deze alinea citeer ik Johannes 13:27 b.
[3] In deze alinea citeer ik van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1536.pdf , p. 249; geraadpleegd op vrijdag 13 mei 2022. Verder gebruik ik Zondag 1, antwoord 1 uit de Heidelbergse Catechismus.
[4] In deze alinea citeer ik van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1536.pdf , p. 251; geraadpleegd op vrijdag 13 mei 2022.
[5] In deze alinea citeer ik uit: Hilbrand Rozema, “Onze aandacht gaat stuk. Het is tijd in opstand te komen”. Essay in: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 13 mei 2022, p. 3.

18 mei 2022

Adventsgemeente in beeld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Werp uw brood uit over het water, want na vele dagen zult u het vinden. Verdeel het in zevenen of zelfs in achten, want u weet niet welk kwaad er over de aarde komen zal”.
Die woorden staan in Prediker 11.

Raadselachtige woorden zijn het. Wat betekenen ze?
De Engelse baptistenpredikant Charles Spurgeon (1834-1892) zei eens in een preek: “Enige van de mooiste dingen die in de hemel worden opgetekend, zijn de dingen die in ons hart aanwezig zijn, maar die wij, door gebrek aan kracht, niet ter hand kunnen nemen. Het is iets groots altijd een werk voor ogen te hebben dat je noodzaakt op je tenen te gaan staan om het te bereiken, totdat je het ten slotte verkrijgt, en je dan uitstrekt naar iets dat nog buiten je bereik ligt. Ik denk graag aan David, die neerzat voor de Heere en nadacht over het cederen huis, dat hem niet werd toegestaan te bouwen. De sterke jongeman zal veel plannen hebben die hem door het hoofd gaan, en hij zal zo lang hij nog jong is niet in staat zijn die te verwezenlijken, maar zij zullen hem zo dikwijls voor ogen zweven dat hij ten slotte moed zal grijpen. Schaam je niet, mijn beste jonge vriend. Doe alles wat je kunt, maar wijd al wat je hebt aan God”.
Kortom – ga de wereld maar ontdekken.
Laten wij met een gerust hart werken aan verwezenlijking van onze dromen.
Maar laten wij vooral ons leven aan God wijden[1].

“Werp uw brood uit over het water, want na vele dagen zult u het vinden”. Dat advies laat aan duidelijkheid weinig te wensen over.
Soms lijkt het net alsof ons werk nogal nutteloos is. Niets is echter minder waar. Als wij in ons leven wandelen met God mogen we zeggen dat onze activiteiten in Gods raadsplan passen. Hij zorgt ervoor dat wij de mogelijkheden krijgen om Hem te dienen. En Hij geeft ons vervolgens ook de verantwoordelijkheid om de geboden mogelijkheden te benutten.
Het woord van de Prediker past wonderwel op het werk van de oudtestamentische profeten. Neem bijvoorbeeld Jesaja. In hoofdstuk 53 heeft hij gezegd: “Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wie is de arm van de HEERE geopenbaard?”. Jesaja gaf woorden van zijn Opdrachtgever door. Hij wist niet hoe de toekomst eruit zou zien. Maar hij wist wel: ‘Ik spreek de waarheid. Want God zegt het Zelf!’.
Ook vandaag mogen we zeggen: we krijgen van God de energie om de dingen te doen die in Zijn plan passen. De Heilige Geest geeft ons de gelegenheid om in Gods dienst te staan. Kijk niet in eerste instantie naar de wereld om u heen en alle moeilijkheden die zich daar zoal voordoen. Richt u zoveel mogelijk op de Here![2]

Dit alles zo zijnde is het niet zo dat wij altijd vrede hebben met onszelf. De omstandigheden in ons leven hebben natuurlijk wel invloed op onze ‘kerkelijke productiviteit’.
Zegt u nou zelf: we willen in de kerk vaak zoveel méér doen.
Maar daarvoor ontbreekt niet zelden de tijd.
Soms is er misschien ook wat te weinig energie.
Bij dat alles komt nog dat er bij tijd en wijle ziekte is: bij onszelf, in het gezin of in de familie. De zorg die daarom heen zit kost ook tijd, en niet zo’n klein beetje ook.
Laten we dergelijke dingen maar zo snel mogelijk loslaten. De Here zegt: de dingen die u moet doen, gebeuren op Mijn tijd. Hij leidt ons op de weg die Hij creëerde. En als het goed is wandelen wij met Hem door het leven, in het tempo dat Hij aangeeft. 

Terwijl wij door het leven wandelen, mogen wij weten: de God van alle genade neemt ons mee naar de voleinding van de wereld. In hoofdstuk 3 heeft de Prediker gezegd: “Hij heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt. Ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens het werk dat God gedaan heeft, van het begin tot het eind kan doorgronden”. God geeft ons Geestelijk inzicht, opdat wij altijd attent kunnen wezen op Zijn terugkomst.
Ds. M.J.C. Blok schreef in verband met Prediker 11 eens: “De verbinding van alpha en omega (…), ligt in dit heden, waar een adventsgemeente met haar kinderen haar ambt bedient in vreugde”.
Laat ons werk in de kerk maar zo zijn, dat die adventsgemeente – de vergadering van Gods kinderen die alles van Hem verwacht – steeds beter in beeld komt![3][4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Prediker 11:1,2. Verder citeer ik uit: C.H. Spurgeon, “12 preken voor jongeren” (uit 1868). Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, 22 juli 2021, p. 3.
[2] In deze alinea gebruik ik: ds. A. van Voorden, “Morgenstond” – in: Criterium (educatief blad voor school en gezin) jg. 50, nr 1 (maart 2021), p. 3. Uit Gods Woord citeer ik Jesaja 53:1.
[3] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Prediker 3:11. Verder citeer ik uit: Ds. M.J.C. Blok, “Het boek Prediker: de kerk onder het kruis”. – Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen in Nederland. – tweede druk, 1980. – p. 60.
[4] Dit artikel werd geschreven als voorbereiding op een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Op woensdagavond 25 mei 2022 zal een vergadering worden gehouden waar Prediker 11 en 12 zullen worden bestudeerd.

17 mei 2022

De eredienst op zondagmiddag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De zondagse middagdienst is al heel lang onderwerp van bespreking. Eeuwenlang al. En er is veel over te schrijven[1].

In dit artikel vraag ik opnieuw aandacht voor dat onderwerp. Er is in voorbije jaren veel over gepubliceerd. Daar kunnen wij ook vandaag onze winst mee doen.

De Christelijke Gereformeerde predikant J.H. van Dijk (1950-2011) schreef in 1993 in het familieblad Terdege over het belang der middagdienst. Hij noteerde toen “dat de Heidelberger niet voor niets leer- en troostboek genoemd wordt. Wij onthouden onszelf zoveel, wanneer wij van dit bijzonder onderwijs verstoken blijven. Waar de gemeente de leerdienst van minder belang acht, is zij bezig wat wezenlijk is en van fundamenteel belang voor het behoud van de gemeente te ondergraven. Daar komt zij open te staan voor allerlei wind van leer. Wil zij werkelijk weer gaan beantwoorden aan haar erenaam ‘gemeente des Heeren’ dan zal zij ook het beeld moeten vertonen van de eerste Pinkstergemeente in Handelingen 2, die volhardde in de leer”.
Dominee van Dijk verwees dus naar Handelingen 2. En daar staat het inderdaad expliciet: “En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap”.
Door de Heiland gekochte mensen behoren te volharden in de leer – dat is iets om in gedachten te houden![2]     

In juni 2003 verscheen in het Reformatorisch Dagblad een commentaar dat over de zondagse middagdienst ging. Daarin werd er op gewezen dat er in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw ook veel over die dienst te doen was. Het kerkbezoek liep terug.
De catechismuspreek is te saai, zeiden de mensen. Twee keer op een zondag een monoloog aanhoren? Dat kan niet meer, concludeerde het kerkvolk. Velen bleven thuis.  
Het bleek dat het tij niet te keren was. Zang-, jeugd en discussiediensten in hervormde of Gereformeerde kring trokken nog altijd weinig mensen. Het gepeupel had wel wat beters te doen.
Wat zat daar achter? Men sprak over de autonome mens. Over zelfredzaamheid en zo. Gaandeweg werd gekozen voor een mix van kerkbezoek en ontspanning.
De commentator schreef: “Uitgangspunt moet echter zijn dat de rustdag de dag van God is. Nog meer dan andere dagen is hij het bezit van God. Dat betekent dat Hij invulling geeft aan deze dag. Wanneer de Heere de gemeente samenroept, dan stelt de Heidelbergse Catechismus dat zij ‘naarstiglijk’ moet opkomen. De Latijnse tekst van dit belijdenisgeschrift zegt dat we dan ‘de gemeente Gods gemotiveerd en druk’ moeten bezoeken. Wanneer dat besef in hoofd en hart leeft, is de tweede dienst geen punt van discussie meer”[3]. Waarvan akte!

Zondagsrust – wat is dat ten diepste? Is dat een situatie waarin men vredig niets doet en de fauteuil alle eer aan doet?
De Christelijke Gereformeerde professor G.C. den Hertog – hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn – wees in verband met de zondagsrust eens op het manna in de woestijn.
Den Hertog schreef: “De eerste zes dagen van de week kan het manna niet de nacht over bewaard worden. Het bederft. Op de zesde dag mogen ze dubbel rapen, want op de sabbat zal er geen manna op te rapen zijn. Die nacht treedt er geen bederf op.
Het karakter van de sabbat komt daar aan het licht. Zoals aan het licht komt in de manier waarop de Here het manna geeft, gaat het in de sabbat om Gods onverdiende goedheid, op grond waarvan Israël net als Hij mag rusten op de zevende dag. Alles staat in het teken van wat de Here geeft. En Hij zorgt er ook voor, dat iedereen ontdekt dat het geheim van het leven niet gelegen is in het bijeenschrapen van zoveel mogelijk. Wie meer verzameld had, hield niet over; wie minder bijeengeraapt had, kwam niet tekort. De sabbat is een gebod, maar het gaat erom dat Israël Hèm erkent die de dingen voor hen gereed maakt…”.
Dus: de zondag is er om onze bezorgdheid over dagelijkse dingen los te laten. En: de zondag is er om ons te realiseren dat de Here de Gever is van alle dingen.

De zondag zouden wij ook kunnen karakteriseren als de dag van de liefde. De liefde tot God. En de liefde tot elkaar. Het gaat daarbij om liefde vanuit het geloof. Professor Den Hertog schreef heel terecht: “God heeft in zijn wet (…) nooit en nergens bedoeld dat wij door doen een prestatie leveren. Hij wil dat Israël Hem liefheeft boven alles, en de naaste als zichzelf. En van meet af aan is Hij de enige die ook kan bewerken dat Israël dat gaat doen. Hij vraagt in zijn geboden dus om gelóóf. Als men zich ergert aan het goede dat Christus op de sabbat verricht wordt duidelijk dat men van rusten een werk heeft gemaakt. Men benadert alle geboden – en zeker ook de sabbat – als appèl om iets te doen. En het gaat nu juist om rusten. Een rusten, dat niet bestaat in nietsdoen, maar vraagt dat we God door zijn Geest in ons vernieuwend láten werken”.
Onze rustdag is dus bij uitstek een werkdag voor de Heilige Geest![4]

Het is onderhand wel duidelijk: wie de leer der kerk een beetje uit het zicht schuift, moet niet verbaasd zijn als zijn Godsvertrouwen vervolgens gaandeweg minder groot wordt; want juist in die leer zien wij veel van Gods grootheid.

Noten:
[1] Dat deed ik bijvoorbeeld in mijn artikel ‘De zondagse middagdienst’, hier gepubliceerd op maandag 16 mei 2022. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2022/05/16/ .
[2] Het schrijven van dominee van Dijk staat in: “Niet naar de middagdienst, verontrustend verschijnsel”. In: Terdege, woensdag 16 juni 1993, p. 17 [rubriek: Pastoraal]. Uit Gods Woord citeer ik Handelingen 2:42 a.
[3] In deze alinea citeer ik uit: “Middagdienst onder druk”. Commentaar in: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 17 juni 2003, p. 1.
[4] In het bovenstaande citeer ik uit: G.C. den Hertog, “Het karakter van de rustdag (De tweede dienst II)”. In: De Wekker, vrijdag 10 juni 2005, p. 501. De cursiveringen in het laatste citaat zijn van mij.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.