gereformeerd leven in nederland

2 september 2011

Hartelijk welkom op deze weblog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 18:00

Dit is een bloggebied van B. de Roos.
Op deze plaats verschijnen artikelen over het kerkelijk leven in Nederland. Ook zijn hier Schriftstudies en meditaties te lezen. De stukken zijn geschreven vanuit een Gereformeerd standpunt.

In de regel verschijnt hier op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een nieuw artikel; dat gebeurt rond 7 uur ’s morgens. Op christelijke feestdagen en op Nieuwjaarsdag wordt deze internetpagina niet ververst.
Reacties op artikelen zijn welkom. De besluiten met betrekking tot plaatsing van die respons op deze pagina worden genomen door de eigenaar van deze weblog. Anonieme reacties worden nooit geplaatst.

Deze website bestaat sinds vrijdag 2 september 2011. De weblog is een voortzetting van ‘Artikelen over Gereformeerd leven in Nederland’, een blog die sinds woensdag 26 mei 2004 verscheen bij web-log.nl.

10 december 2019

Een kwestie van leven of dood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met Samaria loopt het niet best af. Dat land wordt zwaar gestraft.
Het gaat behoorlijk te keer. De hele boel gaat plat.
Dat lezen wij in Jesaja 28.
Kijkt u maar mee: “Wee de trotse ​kroon​ van de dronkaards van Efraïm, en een verwelkende bloem, een schitterend ​sieraad op het hoofd van de vruchtbare vallei van hen die geveld zijn door de ​wijn. Zie, de Heere heeft iemand die sterk en machtig is als een hagelstorm, een storm van verderf. Zoals een vloed van geweldige, alles wegspoelende wateren werpt hij ze hardhandig ter aarde. Met voeten zal vertrapt worden de trotse ​kroon​ van de dronkaards van Efraïm. En de verwelkende bloem van zijn schitterend ​sieraad op het hoofd van de vruchtbare vallei zal zijn als een vroege ​vijg​ vóór de zomer: als iemand die ziet, slokt hij die meteen op uit zijn hand”[1].

Samaria is de hoofdstad van het tienstammenrijk.
De stad ligt op een berg. De bewoners wanen zich veilig. Wie op een berg woont is schier onaantastbaar. Vijanden kan men aan zien komen. Strijd leveren op een berg is bovendien uiterst ongemakkelijk. Kortom – wie doet je wat?
Welnu, zegt de Here, Ik zal u laten zien hoe onaantastbaar u bent…
In 2 Koningen 17 zien we wat het resultaat van het Goddelijk ingrijpen is: “Vervolgens trok de ​koning​ van ​Assyrië​ het hele land door. Hij trok ook op naar Samaria en ​belegerde​ het drie jaar lang”[2].

Wordt Gods volk helemaal uitgeroeid? Blijft er helemaal niets van over?
Waar is Gods trouw eigenlijk gebleven?…
Vrees niet!
Want God heeft Zijn verbond niet vergeten. Want in Jesaja 28 staat ook: “Op die dag zal de HEERE van de legermachten tot een schitterende ​kroon​ en sierlijke krans zijn voor het overblijfsel van Zijn volk”[3].
Met andere woorden: de kerk van het Oude Testament blijft overeind. Gedecimeerd weliswaar, maar toch.

In Samaria zegt men: we hebben een verdrag met Egypte gesloten. Als de troepen uit Assyrië binnenkomen, dan hebben we aan Egypte een trouwe bondgenoot. In Bijbelse taal klinkt dat als: “… u zegt: Wij hebben een ​verbond​ gesloten met de dood, en met het rijk van de dood zijn wij een ​verdrag​ aangegaan, wanneer de alles wegspoelende gesel voorbijtrekt, komt hij niet bij ons, want van de leugen hebben wij ons toevluchtsoord gemaakt en in het bedrog hebben wij ons verborgen”[4].
Samaria zegt dus: wij hebben een verbond met Egypte.
Jesaja typeert dat gans anders. Hij poneert: jullie zijn een samenwerking met de dood begonnen!
En wat zegt de Here? Dit: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is. Wie gelooft, zal zich niet weghaasten”[5].

De God van het verbond zegt het hier impliciet: de kerk is één in Christus, Hij bouwt Zijn kerk.
Dat brengt ons vervolgens ook bij 1 Petrus 2: “…kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[6].
Jesaja 28 en 1 Petrus 2 zetten de tegenstelling op scherp: de dood bij zelfredzaamheid tegenover het leven voor wie steunt op de kostbare hoeksteen.
Dood of leven – daar gaat het om in Jesaja 28!

Het is belangrijk om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Tegenwoordig lijkt het parool te zijn: zolang er leven is, is bijna alles repareerbaar.
De volgende passage uit een bericht in het Nederlands Dagblad legt daar getuigenis van af. Citaat: “Het kabinet besluit begin 2020 of er een regeling komt voor levensbeëindiging bij kinderen tussen één en twaalf jaar. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) lijkt te voelen voor zo’n regeling, maar coalitiepartij ChristenUnie is tegen.
Eerder dit jaar werd in een rapport opgeroepen te kijken of er aanvullende regels moeten komen voor ernstig zieke kinderen, waarbij palliatieve zorg (zoals pijnbestrijding) niet meer voldoet. ‘Ik wil aan die oproep voldoen’, zei minister De Jonge woensdagmiddag in een Kamerdebat over medische ethiek. Hij benadrukte dat het in elk geval niet zal gaan om uitbreiding van de Euthanasiewet. ‘Géén kindereuthanasie dus’, beklemtoonde De Jonge, omdat het soms zo wel wordt genoemd. De bestaande Euthanasiewet geldt voor patiënten vanaf twaalf jaar; een van de belangrijkste criteria in die wet is wilsbekwaamheid.
Coalitiepartij ChristenUnie voelt niet voor een regeling voor jongere kinderen, bleek in het debat. ‘De overheid kan niet alle gebrokenheid herstellen met wetgeving’, zei Kamerlid Stieneke van der Graaf. ‘Daarom zijn we hier heel terughoudend in’”[7].

Het gaat niet slechts om aardse vindingrijkheid. De vraag is uiteindelijk niet: wie heeft op deze planeet de meeste macht? Immers – mensen hebben ten langen leste niet veel meer te bieden dan desillusie en gebrokenheid.
Zeker, een tijd lang kan alles rozengeur en maneschijn lijken. Maar op den duur komt die tegenstelling weer onontkoombaar voor onze aandacht: het is een kwestie van leven of dood.

Gods kinderen mogen het met Romeinen 8 blijven repeteren: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[8].

Jesaja zegt: “Wie gelooft, zal zich niet weghaasten”.
Inderdaad – door de Heiland gekochte mensen schuilen bij hun Heiland!

Noten:
[1] Jesaja 28:1-4.
[2] 2 Koningen 17:5.
[3] Jesaja 28:5.
[4] Jesaja 28:15.
[5] Jesaja 28:16.
[6] 1 Petrus 2:4 en 5.
[7] Geciteerd uit: “Confrontatie dreigt over levensbeëindiging kind”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 5 december 2019, p. 1.
[8] Romeinen 8:38.

9 december 2019

Het Sieraad met een hóófdletter

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk ​sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot ​glorie​ en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn. Dan zal het gebeuren dat wie in ​Sion​ overgebleven is, en wie in ​Jeruzalem​ overgelaten is, ​heilig​ genoemd zal worden, eenieder die in ​Jeruzalem​ ten leven opgeschreven is”[1].
Zo staat dat in Jesaja 4.

Dat is een moedgevende tekst. Daar willen we er nog wel meer van!

Maar – wat is nu die dag waar het in Jesaja over spreekt? Antwoord: het gaat over de dagen die in Jesaja 2 en 3 beschreven worden.
Citaat uit hoofdstuk 2: “Het zal in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen”[2].
En:
“De hoogmoedige ogen van de mensen zullen neergeslagen worden, en de trots van de mannen zal neergebogen worden. Alleen de HEERE zal op die dag hoogverheven zijn. Want de dag van de HEERE van de legermachten zal zijn tegen al wie hoogmoedig en trots is, tegen al wie zich verheft, opdat hij vernederd zal worden”[3].
En nog een keer:
“De hoogmoed van de mensen zal vernederd worden en de trots van de mannen zal neergebogen worden. Alleen de HEERE zal op die dag hoogverheven zijn”[4].
Afgoden? – alleen al het idee dat we ’t daar nog over moeten hebben… geef die maar als voer aan de ratten! Aan de vleermuizen, desnoods! Jesaja zegt: “Op die dag zal de mens zijn zilveren ​afgoden​ en zijn gouden ​afgoden, die hij voor zichzelf gemaakt had om zich daarvoor neer te buigen, voor de ratten en de vleermuizen werpen”[5].
Afgoden van zilver… – op de vuilnisbelt ermee!
Nepgoden van goud… – zet maar bij het oud vuil!
In hoofdstuk 3 gaat het verder: “Op die dag zal de Heere de mooiste sieraden wegnemen: de enkelringen, de voorhoofdbanden, de maantjes, de oorhangers, de armbanden, de sluiers, de ​hoofddoeken, de enkelkettinkjes, de gordels, de reukflesjes, de amuletten, de ringen, de neusringen, de feestkleren, de mantels, de omslagdoeken, de tasjes, de handspiegels, de onderkleding, de mutsen en de sluiers”[6].

En dan zegt Jesaja in hoofdstuk 4: ‘Het gaat niet om het sieraad met een kleine letter, maar om het Sieraad met een hoofdletter!’.
Hij overvleugelt moeiteloos de afgodjes van de mensen. Al die opsmuk van de mensen zinkt in het niet bij de Spruit van de Here!

Met dat Hebreeuwse woord voor Spruit – semah of tsemach – is trouwens iets bijzonders aan de hand.
Een exegeet noteert: “Zowel het Hebreeuwse woord voor ‘spruit’, tsemach, als het Griekse woord ervoor, anatole, betekent tevens opgang. Ook ‘Opgang’ is een naam van de  Heer Jezus. Zo noemt Zacharias, de vader van Johannes de Doper, Hem -Lucas 1:78-. Alleen komt normaal gesproken de ‘opgang’ -zon- of de ‘spruit’ -plant- van onder naar boven, terwijl de Heer Jezus de ‘Opgang uit de hoogte’ is. Hij komt van boven naar beneden”[7].

Jesaja 4 leert ons onze positie kennen.
Immers – in Nederland hebben wij ook onze trots.
Wij zijn, bijvoorbeeld, trots op onze politieke cultuur. Wij zijn zeer deskundig als het om polderen gaat.
Architecten en bouwers zijn, bijvoorbeeld, heel trots op de realisatie van Forum Groningen, een omstreden megaproject in de binnenstad van Groningen; veel Groningers zijn overigens aanzienlijk minder enthousiast[8].
Men is, bijvoorbeeld, trots op klimaatdeals die gesloten worden. In Rotterdam bijvoorbeeld[9].
Ach, Nederland is een beschaafd land waar nog veel mogelijk is.
En Gereformeerde kerkmensen zeggen: de kerk is er nog, klein maar fijn. En er gebeurt veel op het kerkplein. Ja toch? Niet dan?
Echter – Jesaja 4 leert ons: wij zijn minne mensjes tegenover de hoogverheven God!

In Jesaja 4 gebeurt iets groots: iedereen is daar heilig. De kinderen van God blijken apart gezet te zijn.
Precies zoals Paulus het in Efeziërs 1 schrijft: wij zijn “vóór de grondlegging van de wereld in Hem ​uitverkoren​, opdat wij ​heilig​ en smetteloos voor Hem zouden zijn in de ​liefde”[10]. En in Colossenzen 1: “En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals bleek uit uw slechte daden, nu ook verzoend, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om u ​heilig​ en smetteloos en onberispelijk voor Zich te plaatsen, als u tenminste in het geloof blijft, gefundeerd en vast…”[11].
Kijk, dan wordt Psalm 85 uiteindelijk geheel vervuld:
“Waar Hij ook gaat, de vrede gaat Hem voor,
liefde en trouw ontspruiten in zijn spoor.
Gerechtigheid is voor zijn aangezicht,
zij bloeit alom waar Hij zijn voetstap richt”[12].

Dat is het perspectief van Gereformeerd leven.
Ook in 2019.

Noten:
[1] Jesaja 4:2 en 3.
[2] Jesaja 2:1 en 2.
[3] Jesaja 2:11 en 12.
[4] Jesaja 2:17.
[5] Jesaja 2:20.
[6] Jesaja 3:18-23.
[7] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS2033.pdf , pagina’s 84 en 85; geraadpleegd op dinsdag 3 december 2019.
[8] Zie “’Een gebouw van niks’ voor Groningen”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 27 november 2019, p. 4 en 5.
[9] Zie: “Rotterdam: wind, waterstof en fietsles tegen uitstoot van CO2”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 23 november 2019, p. 2.
[10] Efeziërs 1:4.
[11] Colossenzen 1:21, 22 en 23 a.
[12] Psalm 85:4 – Gereformeerd Kerkboek-1986.

6 december 2019

De spiegel van Jesaja 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In onze tijd komen mensen in deze tijd nogal eens samen. Er wordt heel wat vergaderd, geworkshopt en geconfereerd.
Over het klimaat bijvoorbeeld. In de afgelopen week is in Madrid een grote klimaattop begonnen. Vijfentwintigduizend deelnemers zijn er.
Waarom komt men bijeen? Antwoord: de klimaatdoelen worden niet gehaald, zeggen de wereldleiders. Er moet meer worden gedaan, en wel snel. Het moet maar eens klaar zijn met die mooie praatjes. Er moet actie komen. Keiharde actie!

We moeten de aarde redden, zeggen de mensen. Het lijkt wel alsof er een oorlog met de natuur is uitgebroken. Wie wint er? De destructieve mens of de zichzelf ontplooiende en daaraanvolgend florerende natuur?
Bij dit alles wordt de naam van God niet of nauwelijks genoemd. Dat heeft niet zoveel zin, lijkt het. Want het redden van de natuur, dat moet je zelf doen. De algemene opinie lijkt te zijn dat hogere machten daar niet bij helpen.

Een stimulans als ‘Laten wij aanbidden die Koning’ is niet aan die klimaatijveraars besteed. U weet het vast wel: dat is een regel uit het bekende Kerstlied ‘Komt allen tezamen’[1].

Trouwens – aan die stimulans ‘laten wij aanbidden’ hebben de mensen in Jesaja’s tijd ook geen boodschap. Leest u maar wat de Here in Jesaja 1 zegt: “Luister, hemel, neem ter ore, aarde! Want de HEERE spreekt: Ik heb ​kinderen​ grootgebracht en doen opgroeien, maar zíj zijn tegen Mij in opstand gekomen”[2].

Over Jesaja 1 werd op deze plaats al eens geschreven: “In Jesaja 1 gaat het over Gods volk. Israël is in opstand gekomen.
Dat is ongelooflijk dom. Een koe herkent de boer die hem verzorgt. Een ezel weet welke man of vrouw zijn eigenaar is. Maar Israël? Dat volk herkent Zijn Schepper niet eens!
Israël is bij God vandaan gewandeld. Israël heeft zonde op zonde gestapeld. Israël trekt zich van God geen klap meer aan. Hoe hard God Zijn volk ook slaat, er is niemand die luistert. Er is niemand die begrijpt dat God Zelf ingrijpt!
Israël is, op de keper beschouwd, zwaar gewond. Israël is weinig meer dan een verwaarloosde woestenij; land dat opnieuw ontgonnen moet worden! Heeft Israël God dan totaal vergeten? Nou nee. De offers worden in Israël nog netjes gebracht. De godsdienst wordt nog ijverig gepraktiseerd. Maar weet u wat het is? Het gebeurt allemaal voor de vorm.
Israël is een land vol keurige kerkmensen, daar niet van. Maar intussen gaat men z’n eigen gang. En dat vinden zij zo prettig, jaja; en daarom zingen zij blij. Intussen dendert Israël van het onrecht. Intussen is Israël ten diepste een criminele natie geworden. Intussen is in Israël de corruptie overal.
Hoe moet dat verder?”[3].

Een exegeet tekent bij de inzet van Jesaja 1 aan: “Opvallend is dat God hier geen concrete zonden noemt, maar de kern van het probleem belicht, namelijk de opstand van het volk tegen Hem. Uit die zondige basishouding komen immers alle concrete zonden voort. Het is dan ook diep tragisch dat het volk zich, tegen beter weten in, lossnijdt van God die zijn levensbron en bestaansreden is”[4].

Johannes Calvijn maakt het zo mogelijk nog duidelijker: God laat weten “dat zij door geen enkele weldaad binnen de perken der gehoorzaamheid gehouden konden worden. Dat zij zich geheel en al van Hem afgekeerd hadden en van Hem vervreemd waren, evenals een zoon, die het ouderlijk huis verlaat en geen hoop op verbetering overlaat. Het is zeker iets monsterachtigs, als zonen hun vaders niet gehoorzaam zijn, en dan nog wel zo’n milde Vader, Die voortdurend zorg draagt voor de zijnen”[5].
Ja, het is een dolle boel in Jesaja 1!

Daar gaat de God van hemel en aarde wat aan doen!
Iemand geeft van de profetie van Jesaja de volgende samenvatting: “Het begint met de aanklacht over hun zonden en een oproep tot bekering. Daarop volgen Zijn belofte om hen die gehoorzamen, het gelovig overblijfsel, te zegenen, en Zijn dreiging om hen die onwillig zijn, de goddeloze massa van het volk, te oordelen. Nadat het oordeel is voltrokken en loutering heeft plaatsgevonden, zal Gods zegen in het vrederijk door Zijn Messias tot Israël en via Israël tot de volken komen”[6].

Jesaja 1 is een aanklacht tegen het tamelijk dwaze gedoe van Israël.
Maar Jesaja 1 is ook een spiegel voor de mallotige menigte van zogenaamd zelfredzame probleemoplossers van de eenentwintigste eeuw.
Alleen maar – het aantal klimaatzeloten dat in Madrid in die spiegel kijkt zal, naar verwachting, zeer beperkt zijn. Want ten diepste verandert de zondige mensheid niet. Van nature keren alle wereldburgers zich van God af.
Jesaja 1 wijst gelovige kinderen op het klimaat waarin zij leven. De God van het verbond brengt kinderen groot. De God van het verbond laat het Evangelie horen: er is slechts toekomst als u zich naar Mij toe keert.
Dat geldt voor klimaatfanaten. En ook voor alle andere mensen.

Noten:
[1] De tekst en muziek van dit lied komen uit 1743. Men schrijft die meestal toe aan de Brit John Francis Wade (1711-1786). Het lied is echter van oorsprong Portugees. Het werd in 1640 al uitgevoerd! Zie hiervoor https://nl.wikipedia.org/wiki/Adeste_fideles .
[2] Jesaja 1:2 en 3.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Victorie in de volkerenwereld’, hier gepubliceerd op 22 februari 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/02/22/victorie-in-de-volkerenwereld/ .
[4] Geciteerd van de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Jesaja 1:2; geraadpleegd op maandag 2 december 2019.
[5] J. Calvijn, “Verklaring van de Bijbel – Jesaja” – uit het Latijn vertaald door W.A. de Groot. – Kampen: De Groot Goudriaan, 2004. – p. 20.
[6] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS2033.pdf , p. 55; geraadpleegd op maandag 2 december 2019.

5 december 2019

Voltijds in Gods dienst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

“Moge genade en vrede voor u vermeerderd worden door de kennis van God en van Jezus, onze Heere. Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd”.
Met deze wens uit 2 Petrus 1 kunnen wij de dag wel in[1]!
Wij hebben alles wat wij nodig hebben. Onze persoonlijke standaarduitrusting is in orde.
Wij hebben kracht van God ontvangen om voltijds in Zijn dienst te staan.
Hij heeft ons geroepen.
Apart gezet – weg uit de dagelijkse sleur.
Apart gezet in een samenleving die alleen maar voor zich uit kijkt en dan allerlei problemen ziet opdoemen.
Hij bevrijdt ons uit het bedorven leefklimaat van de zonde. Hij zorgt ervoor dat wij in het milieu van de hemelse God kunnen blijven. Op elk moment van de dag of nacht is de troonzaal geopend: wij kunnen onze God aanbidden, en om Zijn bijstand vragen. De Heilige Geest woont in ons hart: van Zijn wijsheid kunnen wij altijd gebruik maken![2]
Wat kan ons nog gebeuren?

In welke context staat dat stimulerende citaat?
In deze brief van Petrus staat:
* de aanmoediging om standvastig te blijven
* een waarschuwing voor dwaalleraren
* een herinnering aan de wederkomst[3].

Er zullen, zegt Petrus, mensen komen die een Evangelie brengen dat afwijkt van Gods Woord. En zij zullen aardig wat volgelingen krijgen.
Waar gaat het om? Antwoord: Petrus heeft met name het oog op onzedelijk gedrag op seksueel gebied. Elke vrouw is – zo schrijft een exegeet – iemand “waarmee potentieel overspel gepleegd kan worden”. Men vindt het bovendien heerlijk op klaarlichte dag te fuiven. “Het nachtleven wordt naar overdag verschoven”. Men “geniet er gulzig van om in weelde te baden”.
En: “Wanneer door sommigen naar hartenlust wordt gefeest, ontaardt de gemeenschappelijke maaltijd in een orgie van eigenliefde. Dan is de eenheid aan tafel een illusie”[4].

Wie het bovenstaande overziet, ontwaart zonder moeite trekken van de Nederlandse samenleving van 2019.
Metoo en andere seksuele uitspattingen blijven maar actueel.
Als het even kan moet je genieten; dat anderen daaraan niet kunnen meedoen doet er niet zoveel toe. Behalve dan met Kerst misschien.
Het gaat om zelfrespect, wat anderen doen moeten zij zelf weten…
Ten diepste verandert er in de wereld niet al te veel.
Zo lijkt het althans.

Maar niets is minder waar.
De God van hemel en aarde toont, als Hij zijn kinderen roept, Zijn schitterende wondermacht[5]. Hij heeft macht over mensen, zodat zij bereid zijn om hun Heiland te volgen. Net zoals in Marcus 1: “En ​Jezus​ zei tegen hen: Kom achter Mij aan, en Ik zal maken dat u ​vissers​ van mensen wordt. En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem”[6].
Dat mogen wij laten zien, ook vandaag weer.

Nu gaat dat volgen enigszins onbeholpen.
De Heidelbergse Catechismus formuleert het treffend: “Wij zijn van onszelf zó zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden – de duivel, de wereld en ons eigen vlees – niet op ons aan te vechten”. “De ​duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden”, schrijft Petrus in zijn eerste algemene brief[7].
Daarom moeten wij dagelijks bidden: “wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen”[8].

Petrus lijkt het in onze oren te toeteren: u kent God toch? U weet toch hoe de heilshistorie culmineert in het lijden, het sterven en de opstanding van onze Heiland? Nou dan!
Volgelingen van Jezus Christus hebben de zwaarste bewapening die maar denkbaar is: Zijn Woord.

“Moge genade en vrede voor u vermeerderd worden”.
Gelovige kerkmensen weten het zeker: dat zal gebeuren!
Immers – wij hebben te maken met een schitterende wondermacht die zijn weerga in hemel en op aarde niet kent!

Noten:
[1] 2 Petrus 1:2 en 3.
[2] Zie hierover ook https://www.oudesporen.nl/Download/OS1734.pdf , p. 223; geraadpleegd op vrijdag 29 november 2019.
[3] Zie https://christipedia.miraheze.org/wiki/Tweede_brief_van_Petrus ; geraadpleegd op vrijdag 29 november 2019.
[4] De citaten komen uit: P.H.R. van Houwelingen, “2 Petrus en Judas – Testament in tweevoud”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 2007. – derde druk. – p. 69.
[5] De term is van P.H.R. van Houwelingen, a.w., p. 31.
[6] Marcus 1:17 en 18.
[7] 1 Petrus 5:8.
[8] De citaten uit de Heidelbergse Catechismus zijn te vinden in Zondag 52, antwoord 127.

4 december 2019

Jezus Christus is de Eersteling

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

In 1 Corinthiërs 15 vinden wij een typisch voorbeeld van Paulinische logica[1]. Leest u maar even mee: “… als er geen opstanding van de doden is, dan is ​Christus​ ook niet ​opgewekt. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij ​Christus​ heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden. Immers, als de doden niet ​opgewekt​ worden, is ook ​Christus​ niet ​opgewekt. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw ​zonden. Dan zijn ook zij die in ​Christus​ ontslapen zijn, verloren. Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn”[2].
Alles staat of valt met het geloof in de opstanding van de doden. Als dat er niet is, zegt Paulus, dan kunnen wij wel ophouden. Dan gaat het Evangelie dicht. Dan blijft de hemel gesloten.

Het is van enig belang het bovenstaande voor in het geheugen te houden.
In de Islam wordt de opstanding zonder veel omwegen ontkend. Op de website van de Stichting Het Zoeklicht wordt dat als volgt uiteengezet: “Mohammed zegt dat de Bijbelse overlevering over het leven en de persoon van Christus onjuist zijn. Daarmee wordt de hele Bijbel onbetrouwbaar verklaard. De moslim gelooft wat de Koran zegt over Jezus en over de andere Bijbelse personen. Adam, Noach, Abraham, ze waren allen moslims, die Allah dienden. Maar de Jezus van het Nieuwe Testament is een totaal andere dan die van de Koran. Daarom zijn Christendom en Islam niet met elkaar te verenigen. De Koran is volkomen in strijd met de Bijbel, ook als het gaat om Jezus. De Koran noemt Jezus een apostel van God, een profeet voor Israël. Maar Mohammed maakte zichzelf tot de laatste profeet en wel voor de hele wereld. De geloofsleer van de Islam is dan ook een volkomen andere dan de leer van het Nieuwe Testament. De Koran ontkent de kruisiging en ook de dood van Jezus, evenals Zijn Zoonschap Gods.
Zeshonderd jaar na Christus komt iemand vertellen dat hij een profeet van God is en dat hij een volkomen nieuwe openbaring heeft gekregen, die dan alle Bijbelse feiten ontkent en die naar het land der fabelen verwijst, zonder enige bewijsvoering daarvoor te leveren. Het Nieuwe Testament spreekt echter aan de hand van zeer vele ooggetuigen(!). Zij, die de dingen zelf hebben meegemaakt, hebben het ook nauwkeurig te boek gesteld. Daarom blijft de Koran op de vraag naar de bewijsvoering van de beweringen het antwoord volkomen schuldig”[3].

Het valt op dat de logische redenering van Paulus ophoudt bij de opstanding. Hij legt niet uit hoe het daarmee precies zit. Hij zet geen rationeel betoog op. De opstanding van Jezus Christus, onze Heiland, is een feit. Punt. Die opstanding wordt in feite niet bewezen maar beleden!

De opstanding van onze Heiland is uniek.
Hij stond op uit de dood.
Met hetzelfde lichaam als Hij voor Zijn dood had.
En toch was het anders.
Dr. A. de Reuver – een prominent lid van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk – schrijft: “Ik bedoel het feit dat het Nieuwe Testament enerzijds duidelijk gewag maakt van de lichamelijkheid van de opgestane Christus, en dat het anderzijds even onmiskenbaar laat zien dat deze lichamelijkheid een eigensoortige is, zonder analogie in onze aardse werkelijkheid. Christus’ opstanding is vooralsnog volstrekt uniek. Maar niet omdat zij ònlichamelijk zou zijn. Op diverse momenten blijkt dat de Opgestane geen lichaamloze geestverschijning is, en komt Zijn lichamelijkheid nadrukkelijk op ons toe: Hij toont de littekenen van Zijn wonden, laat Zich aanraken, eet en drinkt. Hij is Dezelfde als de Gekruisigde. Anderzijds is het evident dat Hij niet ‘hetzelfde’ is als voorheen en dat Zijn lichamelijkheid van een andere kwaliteit is dan de onze. H. Bavinck tekent bij dit laatste aan: ‘Hij verschijnt en verdwijnt op een geheimzinnige wijze…, in een andere gedaante. Zijn lichaam is veranderd in een Geestelijk lichaam’. De Opgestane is anders dan vóór Zijn verrijzenis, maar toch niet een Ander!”.
En:
Paulus kent klaarblijkelijk twee soorten lichamelijkheid. De ene soort noemt hij psychisch (natuurlijk), de andere duidt hij aan met pneumatisch (Geestelijk). Alleen van de éérste bestaanswijze kunnen wij ons een concrete voorstelling maken. Het betreft een lichaam zoals het onze: met al de creatuurlijke beperktheden van dien. Het is gebrekkig, vergankelijk, aan slijtage, ziekte en dood onderworpen. De tweede is voor ons onvoorstelbaar nieuw. Het betreft een verheerlijkt, onsterfelijk en onverderfelijk lichaam. Het is pneumatisch, dat wil zeggen: door de Heilige Geest doortrokken en beheerst. Wij zien en begrijpen daarvan nog niets. Wij hopen erop, en geloven dat de Opgestane een levendmakende Geest is geworden, en dat wij naar het beeld van Zijn verheerlijkt lichaam herschapen zullen worden.
Voor Paulus vormen lichamelijkheid en Geestelijkheid dus geen tegenstellingen die elkaar uitsluiten, maar twee facetten van de ene existentie die elkaar insluiten. Naar deze geestelijke lichamelijkheid gaat het heen, en Christus, de Eersteling, staat er garant voor. God zal dan zijn alles in allen. En heel ons bestaan zal gezuiverd en doorzinderd zijn door de Geest, Die de Vader en de Zoon verheerlijkt. Onze Geestelijk-lichamelijke heerlijkheid zal er geheel ‘op gebouwd’ zijn, de drievuldige God te verheerlijken!”[4].
Ja, dit is onvoorstelbaar.
Nee, dit kunnen wij niet op een rijtje krijgen.
Nee, dit past niet in aardse wetmatigheden.
Het is een kwestie van geloof!

Het onderscheid ‘lichamelijk’ en ‘geestelijk’ heeft de kerk reeds vroeg parten gespeeld. De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant G. van Rongen (1918-2006) schrijft: in Corinthe waren er “lieden die beweerden dat er geen opstanding der doden is. Vermoedelijk leerden ze zoiets als ook Hymenaeus en Philetus propageerden, ’dat de opstanding reeds heeft plaatsgehad’, dus een ’geestelijke’ is -2 Timotheüs 2:18-.
Het is niet bekend of dit spiritualisme – zoals we het noemen – uit Griekse dan wel Joodse bron kwam. Maar de hele situatie in Korinthe, zoals die in deze brief getekend wordt, wijst in de richting van een overwaardering van ’de geest’ en een onderwaardering van het lichamelijke”[5].

Jezus Christus, onze Heiland, is de Eersteling. Als Betaler voor de zonden ging Hij de hemel in. Alle door Hem gekochte kinderen zullen Hem volgen.
Hoe dat precies gaat, kunnen we hier op aarde niet uitleggen. Wij kunnen er hele betogen over houden, maar een precieze beschrijving van het opstandingsproces zal er niet komen.
Het is een kwestie van geloof!

Laten we ’t in de kerk maar blijven zingen:
“Hij heeft, van dood en graf ontdaan,
het leven weergenomen.
Nu is zijn uur gekomen.
Gods paradijs zal opengaan
en heel de hemel wijd
weerkaatst zijn heerlijkheid”[6].

Noten:
[1] Vanavond zal de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vergaderen. Aldaar wordt gesproken over 1 Corinthiërs 15:1-34. Het schrijven van dit artikel is een deel van de voorbereiding op die vergadering.
[2] 1 Corinthiërs 15:13-20.
[3] Geciteerd van https://www.zoeklicht.nl/artikelen/de+opstanding+van+christus+feit+of+fictie_3242 ; geraadpleegd op zaterdag 30 november 2019.
[4] Dr. A. de Reuver, “De aard van Christus’ opstandingslichaam”. In: De Waarheidsvriend – huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de PKN –, 12 april 1990, p. 9 en 10. Dr. De Reuver was van 1979 tot 1994 lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, en van 1994 tot 2007 bijzonder hoogleraar Gereformeerde godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Utrecht.
[5] G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 120.
[6] Gezang 24:2 – Gereformeerd Kerkboek-1986.

3 december 2019

Racisme afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het zingt weer door het zwerk: racisme.
Een citaat uit een bericht van de NOS, gedateerd op maandag 18 november 2019: “Racisme in het voetbal is niet alleen een probleem van de tribune, zoals voetballer Ahmad Mendes Moreira gisteren in extreme vorm meemaakte tegen FC Den Bosch. Uit onlangs verschenen onderzoek van het Mulier Instituut en de Erasmus Universiteit blijkt dat voetballers met een multiculturele achtergrond vanuit allerlei hoeken worden gediscrimineerd: door medespelers, trainers en clubmanagement”[1].
Donkere mensen zitten momenteel nogal eens in de hoek waar de klappen vallen.

Het lijkt erop dat onder dat bij dat racisme de afwijkende culturen en gedragspatronen van vluchtelingen en asielzoekers een rol spelen. Is het verbazing? Narrigheid over allerlei veranderingen die te snel gaan? Angst misschien?
Hoe dat zij – Vluchtelingenwerk Nederland meldt ons: “In 2018 vragen 20.353 mensen asiel aan in Nederland. In 2017 zijn dat er 14.716. Het grootste deel daarvan is afkomstig uit Syrië (2.956 personen) en Iran (1.869). 6.463 mensen herenigen zich in 2018 als nareiziger met hun familielid in Nederland”.
En:
“586.530 asielzoekers vragen in 2018 bescherming in een EU-land. Ruim een kwart daarvan wordt opgevangen in Duitsland. Frankrijk vangt 20% op. 14% van de asielzoekers is Syriër. In 2017 vragen nog 654.900 asielzoekers bescherming en in 2016 ruim 1,2 miljoen”.
Verder:
“In 2018 zijn er meer mensen op de vlucht dan ooit. De VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR becijferde dat er 70,8 miljoen mensen op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Het vorige recordjaar was 2017 (68,5 miljoen). 6,7 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht. Ruim de helft van de vluchtelingen is jonger dan 18 jaar. 84% van de vluchtelingen wereldwijd wordt opgevangen in een ontwikkelingsland”[2].

Nu het over deze dingen gaat, is het goed om te letten op de profeet Jona.

De geschiedenis is wel bekend.
Het is ongeveer 800 voor Christus[3]. Jona moet gaan prediken in Ninevé, de hoofdstad van het machtige en agressieve Assyrische rijk. Het is simpel en duidelijk: daar heeft Jona geen zin in.
“Het woord van de HEERE kwam tot ​Jona, de zoon van Amitthai: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht. Maar ​Jona​ stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEERE. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEERE”[4].
Jona wil zich blijkbaar niet inlaten met onreine volken.

Uiteindelijk gaat Jona toch naar Ninevé.
De inzet van Jona 3 is helder: “Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot ​Jona: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar de prediking die Ik tot u spreek. Toen stond ​Jona​ op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEERE. Ninevé was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee. En ​Jona​ begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!”[5].

Er gebeurt een wonder!
Ninevé bekeert zich!
Daarop redt de God van hemel en aarde de Ninevieten van hun ondergang: “Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg ​berouw​ over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”[6].

En daar is Jona het duidelijk niet mee eens: “Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van ​Jona en hij ontstak in woede. Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een ​genadig​ en ​barmhartig​ God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die ​berouw​ heeft over het kwaad. Nu dan, HEERE, neem toch mijn leven van mij weg; het is immers voor mij beter te sterven dan te leven”[7].
Jona is woedend. ’t Was in Ninevé jarenlang een goddeloze bende. Jarenlang was het meest heidense bolwerk dat wij ons kunnen voorstellen… Zij bekeren zich nu. En wat denkt u? De Ninevieten blijven toch leven. ’t Is toch ongelijk verdeeld in de wereld!
Maar de Here zegt: “Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten, en daarbij veel ​vee?”[8].

De historie van Jona en Ninevé maakt ons duidelijk dat onze God niet aan racisme doet. Hij werkt overal ter wereld; en Hij grijpt krachtig in. Onze God is machtig en Hij is zeer vergevingsgezind.

Iemand schrijft: “…Nergens zegt God dat Israël zich superieur mag voelen en gedragen tegenover andere volken. Hij heeft juist aan Abraham beloofd dat door hem alle volken gezegend zullen worden. Hij wil iedereen in zijn liefde en genade laten delen. Dat laatste is voor veel Israëlieten een moeilijk verteerbare gedachte. Zeker als het gaat om de Assyriërs, een van de wreedste volken van de oudheid. Waar ze komen, laten ze een spoor van verwoesting, marteling en moord na. Zij hebben de ondergang van het tienstammenrijk op hun geweten. De ultieme vijand, die mag je toch wel haten?”.
En:
“De les voor Jona, voor Israël en voor ons is dat God ons oproept om zelfs onze vijand Gods genade te gunnen, net als onze vrienden! Jona krijgt van de heidenen nog een les: de niet-Joodse zeelieden en de inwoners van Ninevé laten in hun daden en in hun gebeden zien dat zij beter begrijpen wie de HEER is dan Jona zelf”[9].

Geloof en racisme – nee, die horen niet bij elkaar. De geschiedenis van Jona bewijst het.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2311045-racisme-in-voetbal-gaat-veel-verder-dan-geschreeuw-op-tribune.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[2] Geciteerd van https://www.vluchtelingenwerk.nl/feiten-cijfers/cijfers-over-vluchtelingen-nederland-europa-wereldwijd ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[3] Zie voor deze datering https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jona ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[4] Jona 1:1, 2 en 3.
[5] Jona 3:1-4.
[6] Jona 3:10.
[7] Jona 4:1, 2 en 3.
[8] Jona 4:11.
[9] Geciteerd van https://holyhome.nl/dhs-032.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.